Het geheugen van de vakbeweging

Piet Hazenbosch – Een korte geschiedenis van vakbeweging

Honderdvijftig jaar vakbeweging samengevat

Piet Hazenbosch beet in de eerste bijeenkomst van de VHV Leergang 2015 het spits af. Hij sprak zaterdag 7 februari 2015 over “De Nederlandse Vakbeweging. Een kleine geschiedenis.” Bijna 150 jaar geschiedenis van de vakbeweging in ons land samenvatten is een pittige opgave. Het lukte hem de ontwikkelingen in de periode tussen 1870 en 2015 samen te persen.

CNV-historicus Piet Hazenbosch
CNV-historicus Piet Hazenbosch

Piet Hazenbosch beet het spits af in de VHV Leergang 2015. Vanzelfsprekend moest hij daarbij heel wat onbesproken laten De historie van vakbonden, diensten en instellingen paste bijvoorbeeld niet in zijn inleiding, die overigens uitstekend was opgebouwd en met moderne apparatuur werd ‘ondersteund’ en digitaal opgenomen. Hij legde een stevig fundament om op verder te bouwen. Dat kunnen anderen doen bij de centrales en vakorganisaties.

Met de nodige grafieken schetste hij de ontwikkeling van de vakbeweging, de erkenning en positie in de verzuilde maatschappij. En niet te vergeten het steeds uitdijende werkterrein van belangenbehartiging in Nederland. De groeiende ledentallen, de betrokkenheid bij collectieve arbeidsovereenkomsten van beroepsverenigingen en vakbonden, bij de opbouw van de arbeidswetgeving en de sociale verzekeringen. Maar ook bij de teruggang werd stil gestaan.

Sociale Questie

De “Sociale Questie” die ontstond door de technische vooruitgang en de toepassing van krachtwerktuigen waardoor een “industriële revolutie” werd veroorzaakt vroeg om een oplossing. Over dit laatste bestonden verschillende opvattingen. Dat kwam ook tot uiting in de diversiteit van sociale organisaties die in de 19e eeuw werden opgericht. Het Nederlands Werkliedenverbond, afdeling van de Internationale Arbeidersvereniging (IAA-1889) vond in ons land geen vruchtbare voedingsbodem. De antireligieuze opstelling en het boven-nationale karakter speelden daarbij ongetwijfeld een rol. In 1872 verdween het NWV.

Voor het Algemeen Nederlands Werkliedenverbond (ANWV-1871) was de belangstelling groter. Het ANWV groeide snel maar de politieke keuze voor openbaar onderwijs (school-strijd) zorgde er voor dat de protestants christelijke leden het verbond de rug toekeerden.

Een afscheiding die een ingrijpend gevolg had omdat na een weloverwogen voorbereiding op 19 maart 1877 de statuten van het Nederlandsch Werkliedenverbond PATRIMONIUM (Vaderlijk Erfdeel) de Koninklijke goedkeuring kregen. Evenals bij de Nederlandse R.K. Volksbond (1888-Amsterdam) werden kleine zelfstandige ambachtslieden en patroons als lid toegelaten. Bij de R.K. Werkliedenverenigingen (1889-Enschede) was dat niet het geval. Daar gold het principe van-voor-door arbeiders.

Rerum Novarum en Christelijk Sociaal Congres

In 1891 verscheen de pauselijke encycliek Rerum Novarum, werd in Amsterdam het Eerste Christelijk Sociaal Congres gehouden en vond in Brussel het Internationaal Socialistisch vakverenigingscongres plaats. Voor de moderne vakbeweging in Nederland was het een vruchtbaar jaar. Drie toonaangevende stromingen zouden na de eeuwwisseling het beeld bepalen. Het Nationaal Arbeidssecretariaat (NAS-1894), met anarchisme en syndicalisme in het vaandel, werd overruled; voor een liberale vakcentrale bleek geen plaats in ons land. Het Christelijk Arbeidssecretariaat was maar een kort leven gegund. In katholieke kring was de interne richtingendiscussie over de dualiteit stands- en vakorganisaties en de organisatie-structuur nog niet uitgekristalliseerd. De Spoorwegstaking zorgde voor een breuk tussen de syndicalistische en moderne vakbeweging.

In 1905 werd het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) opgericht. In 1909 volgden het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en het Bureau voor de R.K. Vak-organisatie (R.K. Vakbureau). In 1906 was een Federatie van R.K. Volksbonden en Werk-liedenverenigingen tot stand gekomen. Op plaatselijk niveau werden Besturenbonden (CNV) en Bestuurdersbonden (NVV) opgericht. De voortvarendheid in het eerste decennium van de 20e eeuw werd afgeremd door de Eerste Wereldoorlog die werkloosheid veroorzaakte en een ondersteuning van leden noodzakelijk maakte. In 1918 is er overleg met Minister Treub over financiële overheidssteun aan werklozen en de invoering van de 8-urendag. In de crisisjaren ‘openbare werken’ gebruikt om werk te verschaffen en de werkloosheid terug te dringen. Het Bosplan Amsterdam en de Julianatoren zijn daar voorbeelden van.

Hoge Raad van de Arbeid

Er was een Hoge Raad van de Arbeid van werkgevers, werknemers en rijksoverheid ingesteld voor advies en overleg. De vakbeweging koos voor een constructieve opstelling. CNV en R.K. Vakbureau waren vanouds tegen klassenstrijd. Het NVV nam ook afstand van dit ‘wapen’. Het Plan van de Arbeid van NVV en SDAP had weinig effect. In 1927 en 1937 waren ‘cao-wetten’ tot stand gekomen die de fundamenten werden voor overleg over de collectieve arbeidsvoorwaarden. In 1940 werd Nederland overvallen door de bezetter. De ‘Nazi-zetbazen’ begonnen vrij snel met de ‘gelijkschakeling’ van onze vrije vakbeweging. De NSB-bonzen deden daar graag aan mee. Eerst was het NVV aan de beurt. De voorzitter en secretaris van de sociaal democratische vakcentrale werden ontslagen en het bestuur kwam in handen van een NSB-er. 1941 werd bekend om de Februaristaking als protest tegen de vervolging van onze joodse burgers. In 1942 zouden het CNV en het R.K.W.V., onder druk van de bezetter, door het NVV overgenomen moeten worden. Sommige NVV-bestuurders speelden daarbij een rol die hen door de confessionele centrales zeer kwalijk werd genomen maar ook in eigen kring een kritische beoordeling kreeg. Het CNV en RKWV hebben zichzelf opgeheven zodat het aantal overgeschreven leden minimaal bleef.

Tijdens de bezetting zijn in clandistien overleg de samenwerkingsverbanden Raad van Vakcentralen en Stichting van de Arbeid voorbereid. Daardoor kon na WO II het overleg onmiddellijk beginnen. De Eenheidsvakbeweging die later onder de naam Eenheids Vakcentrale (EVC) stakingsacties proclameerde bleek een communistische splijtzwam.

Geleide loonpolitiek

De wederopbouw van vernielingen en herstel van de economie vroeg om een gematigde loon- en prijspolitiek. Bij de ‘geleide loonpolitiek’ hadden de erkende vakcentrales en hun aangesloten een moeilijke tegennatuurlijke opdracht te vervullen. De EVC-acties werkten averechts en keerden zich ten slotte tegen zichzelf. De prijspolitiek kan niet geslaagd worden genoemd.

De drie vakcentrales kwamen in de Raad van Vakcentrales een reorganisatieplan overeen voor de aangesloten beroepsverenigingen en vakbonden. Dit zeer ingrijpende plan werd beschreven in het Blauwzwarte boekje en de uitvoering kostte veel meer tijd dan voorzien was. Bij de katholieke centrale werd door ingrijpen van de bisschoppen de doorvoering tien jaar stil gelegd. In 1954 veroorzaakte het bisschoppelijk mandement een einde aan de Raad van Vakcentralen. Inmiddels was een afbrokkeling begonnen aan de verzuilde samenleving die ook gevolgen had voor de vakbeweging maar geen eenheid bracht.

De beroepsverenigingen en vakorganisaties van middengroepen en hoger personeel kregen na een Raad van Overleg een Vakcentrale MHP.

Geert Wagenaer

Februari 2015

Zie videosamenvatting…