Het geheugen van de vakbeweging

Poldermodel in wisselvallig weer

1976 – Oprichting van de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)

NVV en NKV vormen op 1 januari 1977 de FNV. De afzonderlijke vakcentrales blijven nog tot 1 januari 1982 bestaan. Vanaf dan is er sprake van een volledige fusie.

1977 – Grote staking over behoud automatische prijscompensatie

De verhouding tussen werkgeversorganisaties en vakbeweging wordt steeds harder. Het voorstel van de werkgevers om de automatische prijscompensatie (die de lonen voor de inflatie corrigeert) af te schaffen, leidt in februari 1977 tot massale stakingen. De vakbeweging wint de strijd, al verdwijnt de automatische prijscompensatie in de decennia erna toch uit de meeste cao’s.

Zie Youtubekanaal VHVakbeweging De FNV gaat niet opzij Stakingsacties op vele plaatsen begin 1977

1978 – Bestek ’81

De enorme verkiezingswinst van de PvdA(van 42 naar 52 zetels) in 1977 verdampt in een eindeloze formatieronde. VVD en CDA gaan er met de buit vandoor en regeren met een krappe meerderheid van 77 van de 150 zetels in de Tweede Kamer. In de zomer van 1978 komt de nieuwe regering met een geruchtmakende nota over het sociaaleconomische beleid tot en met 1981: bestek ’81. De ontkoppeling van uitkeringen en overheidssalarissen aan de loonontwikkeling van het bedrijfsleven is een van de centrale punten van het kabinetsbeleid. De markt moest meer ruimte krijgen en zou nieuwe banen creëren.

1979 – Arbeidsduurverkorting komt op de agenda

Binnen de vakbeweging woedt een hevige strijd tussen de groep bestuurders en leden die vindt dat de lonen moeten blijven stijgen en een groep die van mening is dat loonmatiging het wisselgeld kan zijn voor meer werkgelegenheid. De extra banen moeten komen uit herverdeling van werk, waarbij arbeidsduurverkorting een voor de hand liggend instrument is. Eind 1979 komt er in de Stichting van de Arbeid bijna een centraal akkoord, waarbij de werkgevers – in ruil voor loonmatiging – in het cao-overleg bereid zijn te praten over arbeidsduurverkorting. Een grote minderheid binnen de FNV verzet zich hiertegen, waardoor het akkoord er niet komt.

1980 – Een jaar van protesten

De Bestek ’81 doelstelling werkte dus niet. Het aantal werklozen blijft toenemen. Dit leidt tot spanningen binnen de vakbeweging. Ondanks massale protesten van de vakbeweging (“Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam”) houdt het kabinet vast aan de bezuinigingsplannen.

1982 -Akkoord van Wassenaar

Op 4 november 1982 treedt het eerste kabinet-Lubbers aan en op 17 november begint het overleg tussen het kabinet en de sociale partners. Zeven dagen later is er het ‘Akkoord van Wassenaar’ – zo genoemd omdat het huis van VNO-voorzitter Van Veen daar staat. Het is het voorlopige einde van de radicalisering. Vakcentrales leggen zich neer bij loonmatiging in ruil voor een belofte tot banengroei. Dit leidt bij de vakbeweging weer tot vergroting van de afstand tussen leiding en leden. Veel leden zien het nut niet in van loonmatiging.

Lees verder…

1983 – Massale stakingen van ambtenaren

Ondanks het Akkoord van Wassenaar volgt in de maanden erna veel arbeids¬onrust. Reden: de korting van 3½ procent op de inkomens van (semi-)ambtenaren en uitkeringsgerechtigden. In het najaar komt het tot een golf van acties, demonstraties en stakingen. ‘Boos op Koos’ wordt een van de actieleuzen richting de minister van Binnenlandse Zaken Koos Rietkerk. Massale protesten in het hele land, brandweermannen spuiten met schuim het Binnenhof onder, het vuilnis stapelt zich wekenlang op, de post staakt, enz. Uiteindelijk komt er toch een akkoord: de korting wordt verlaagd naar 3 procent, maar in ruil daarvoor krijgen de ambtenaren een 38-urige werkweek.

Lees verder…

1986 – Heroriëntatie binnen de FNV

Na de overstap van Wim Kok naar de politiek wordt Hans Pont benoemd als voorzitter van de FNV. Onder Pont begint de FNV, die kampt met een snel teruglopend ledenaantal, aan een diepgaand zelfonderzoek. Het is duidelijk dat de vakbeweging de aansluiting heeft gemist met allerlei nieuwe groepen op de arbeidsmarkt, zoals vrouwen, allochtonen en flexwerkers. De vakbeweging is vooral sterk aanwezig in bedrijfssectoren die aan belang hebben ingeboet, zoals de zware industrie. In de ICT en de commerciële¬ dienstensector krijgen vakbonden geen voet aan de grond. Een jaar later, in 1987, verschijnt het rapport ‘FNV 2000’, dat als startpunt fungeert voor een grootscheepse heroriëntatie van de vakcentrale en de aangesloten bonden. De vakbeweging moet herkenbaarder worden, onder andere door veel werk te maken van persoonlijke dienstverlening aan de leden. De FNV moet een ‘sociale ANWB’ worden.

1988 – Johan Stekelenburg voorzitter van de FNV

Na het onverwachte vertrek van voorzitter Hans Pont naar het ministerie van Binnenlandse Zaken volgt Johan Stekelenburg hem op. Onder zijn leiding zet de FNV een nieuwe koers in: pragmatischer en minder somber. Een manifestatie op het Museumplein in Amsterdam trekt 150 duizend mensen: de boodschap is dat de vakbeweging zich niet meer bij voorbaat tegen iedere verandering wil verzetten, en zelf veel vaker met ideeën wil komen om problemen aan te pakken. Onder Stekelenburg zet de FNV sterk in op arbeidstijdverkorting ter bestrijding van de werkloosheid.

Lees verder…

1989 – Kabinet-Lubbers III

Op 7 november treedt het paarse kabinet-Lubbers-III aan, met Wim Kok op Financiën. Winstpunt voor de vakbeweging is dat in het regeerakkoord de koppeling tussen lonen en uitkeringen is hersteld. Daar staat tegenover dat in het akkoord ook wordt vastgelegd dat het aantal WAO’ers niet mag stijgen. Gebeurt dat wel, dan moeten er ingrijpende maatregelen worden genomen.

1990 – Nieuw centraal akkoord over loonmatiging

Werkgevers en vakbeweging sluiten in de Stichting van de Arbeid opnieuw een akkoord over loonmatiging in ruil voor extra werkgelegenheid. Iedereen is opgetogen, alleen de Delftse hoogleraar Alfred Kleinknecht fulmineert tegen de afspraken: doordat de lonen in Nederland relatief laag blijven, ontberen werkgevers de noodzakelijke prikkel om innovatief te werk te gaan. Eigenlijk is er sprake van een nieuwe geleide loonpolitiek, zoals in de jaren vijftig.

1991 – De WAO wordt aangepakt

Het aantal arbeidsongeschikten in Nederland loopt zo snel op, dat het kabinet-Lubbers III besluit dat de tegenaanval moet worden ingezet. Zowel de hoogte als de duur van de uitkeringen zullen worden aangepakt. Binnen de PvdA en binnen de vakbeweging is men woedend op partijleider Kok en op staatssecretaris Elske ter Veld (PvdA) die de maatregelen voor hun rekening nemen. De vakbeweging organiseert op 5 oktober op het Malieveld in Den Haag een demonstratie met 250 duizend deelnemers. Het kabinet houdt echter vast aan zijn besluit en staat met de rug naar de samenleving. De FNV zelf profiteert wel van alle commotie over de kabinetsplannen: dat jaar komen er 44 duizend leden bij.

1992 – Economie raakt in mineur

Na een korte opleving begin jaren ’90 zakt de economie in 1992 weer in. In de Stichting van de Arbeid wordt een centraal akkoord gesloten, waarin alle partijen opnieuw de wil uitspreken om de loonstijgingen beperkt te houden en de beschikbare werkgelegenheid zo goed mogelijk te verdelen. Van die goede voornemens komt weinig terecht. De cao-onderhandelingen staan in het teken van de reparatie van de korting op de WAO.

1994 – Kabinet-Kok I treedt aan

Voor het eerst in de geschiedenis levert de vakbeweging een premier voor Nederland en wordt het CDA buiten de regering gehouden. VVD en PvdA vormen de kern van de twee kabinetten-Kok. Desondanks opent het kabinet van Kok vrijwel direct de aanval op de macht van het middenveld, waar vakbonden en werkgevers samen te veel touwtjes in handen zouden hebben. Het primaat moet weer bij de politiek liggen. Voorts worden er ‘Melkert-banen’ ingesteld waardoor het werken met behoud van uitkering wordt afgeschaft.
Werken levert weer een kleine reële inkomensvooruitgang op.

1994-heden – Privatisering en aanbestedingen in de publieke sector

In de jaren negentig is het beleid dat niet de overheid maar de markt de problemen moet oplossen. De maakbare samenleving bestaat niet meer, de ideologische veren worden afgeschud (Kok). Het verdrag van Lissabon moet Europa tot sterkste economische macht maken. In Nederland leidt dit tot privatisering van overheidsbedrijven als de PTT, Nederlandse Spoorwegen, stads- en streekvervoerbedrijven, enz. De overheid gaat vervolgens de werkzaamheden aanbesteden aan de private bedrijven in het vervoer, de zorg, enz. Het leidt tot vele acties bij de NS als het ‘rondje rond de kerk’, stakingen over de werkroosters in het streekvervoer, protesten in de zorg, bij de post.

1997 – Het Nederlandse Poldermodel trekt bekijks

De wraak van werkgeversorganisaties en vakbonden is zoet (zie 1994). Drie jaar na de ‘verbanning’ van vakbonden en werkgevers en het instellen van het primaat van de politiek, wordt het Nederlandse overlegmodel in de buitenlandse media bejubeld. De economie bloeit, evenals de arbeidsmarkt. Ieder jaar komen er honderdduizenden banen bij.
FNV-voorzitter Johan Stekelenburg treedt af als voorzitter van de FNV en wordt burgemeester van Tilburg. Lodewijk de Waal volgt hem op.

1998 – Fusieontwikkelingen binnen vakcentrales

Zowel binnen de FNV en als binnen het CNV zoeken bonden aansluiting bij elkaar. Belangrijke reden is dat vakbonden hun positie binnen bedrijven willen versterken en daarvoor is geld nodig en mankracht. De FNV-bonden gaan het verst. Daar fuseren vier bonden (Industrie-, Vervoers-, Voeding- en Dienstenbond) tot FNV Bondgenoten.

Lees ‘En toen werden we… Bondgenoten’!