Het geheugen van de vakbeweging

Wederopbouw

1945 – Oprichting Stichting van de Arbeid

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben vakorganisaties en werkgeversorganisaties met elkaar contact over de wijze waarop Nederland na de oorlog vorm moet krijgen. Die gesprekken leidden ertoe dat twaalf dagen na de bevrijding de Stichting van de Arbeid wordt opgericht. De gedachte daarachter is, dat werknemers¬ en werkgeversorganisaties als ‘sociale partners’ van de overheid medeverantwoordelijkheid dragen voor het oplossen van sociale en economische vraagstukken. Tot op de dag van vandaag functioneert de Stichting als platform voor overleg tussen werkgevers en werknemers over actuele kwesties in het bedrijfsleven, met de nadruk op arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen. In de jaren 1945 tot circa 1960 speelt de Stichting van de Arbeid een belangrijke rol in de wederopbouw van Nederland. Hierbij wordt een uitruil gemaakt tussen de verschillende partijen. De vakbeweging gaat akkoord met de geleide loonpolitiek en ziet af van werkelijke zeggenschap in de bedrijven. Een politiek waarbij de loonsverhogingen aan banden zijn gelegd. Het kabinet bouwt een sociaal stelsel op met ouderdomspensioen (‘trekken van Drees’) en werkloosheidsuitkering. Door de goedkope arbeid, als gevolg van de geleide loonpolitiek, vindt er weinig tot geen innovatie in de bedrijven plaats. Deze politiek van te lage lonen wordt te lang doorgezet, waardoor economische stagnatie optreedt. De Stichting kan aanbevelingen doen, waarna het aan de cao-onderhandelaars is om daar vorm aan te geven. Deze centraal geleide ontwikkeling leidde bij de vakbeweging tot een verwijdering tussen leiding en leden.
De Eenheidsvakcentrale (EVC), waarin veel communistische sympathisanten na het verzet in de oorlog onderdak hadden gevonden, wordt buitengesloten.

1946 – Het Blauwzwarte boekje

BZB_omslagZeven weken na de bevrijding – 26 juni 1945 – heeft de Raad van Vakcentrales een Commissie ingesteld tot onderzoek van het vraagstuk der bedrijfsgewijze organisatie der arbeiders. Het is een van de eerste besluiten. Nog geen jaar later ligt het rapport ter tafel. De uitvoering kan een aanvang nemen. ‘De commissie is van oordeel, dat het wenselijk is, zo spoedig mogelijk over te gaan tot invoering van de bedrijfstaksgewijze organisatie der arbeiders, overeenkomstig de inhoud van het rapport en van de daaraan verbonden conclusies. Dat loopt wat anders. Maar vanaf dit moment speelt het Blauwzwarte boekje een dominante rol in de discussies over de structuur van de vakbeweging.

Lees verder…

1950 – Oprichting Sociaal-Economische Raad (SER)

De SER komt voort uit de Wet op de bedrijfsorganisatie die in 1950 van kracht wordt. Deze wet gaf verder uiting aan de gedachte dat overheid en sociale partners een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. De SER bestaat grotendeels uit afgevaardigden van vakorganisaties en werkgevers¬koepels, met daarnaast, anders dan de Stichting van de Arbeid, ‘onafhankelijke’ leden (zogeheten Kroonleden) die op basis van hun kennis een zetel hebben. De SER heeft twee belangrijke taken: een adviserende en een bestuurlijke. Hij geeft adviezen aan de regering op sociaaleconomisch terrein. De bestuurlijke functie bestaat uit de vorming van product- en bedrijfschappen waarin ondernemers en werknemers zaken regelen die zij in het belang van de eigen bedrijfstak achten.

1969 – Felle discussie over plan-Kloos: een ongedeelde vakbeweging

In 1968 en ’69 wordt binnen het NVV veel gediscussieerd over het plan-Kloos, een voorstel van toenmalig NVV-voorzitter André Kloos om af te stappen van de structuur van allemaal verschillende vakbonden onder de paraplu van de vakcentrale. Kloos wil van het NVV een ongedeelde vakbeweging maken. Het plan-Kloos gaat niet door; maar de gedachte dat bundeling meer kracht oplevert, leidt op 15 oktober 1971 wel tot de fusie van een aantal kleinere bonden tot de Industriebond NVV. Deze bond, die veel invloed heeft binnen de vakcentrale, vaart in die jaren een steeds radicalere koers. Onder leiding van Arie Groenevelt zet de bond zich sterk af tegen de invloed en de macht van werkgevers.

Lees verder…

1970 – Wet op de loonvorming

In de periode na de Tweede Wereld¬oorlog kent Nederland een geleide loonvorming, waarbij vanuit de overheid wordt aangegeven met hoeveel procent de lonen in een jaar mogen stijgen. Halverwege de jaren ’60 zijn het de werkgevers die van dit systeem afwillen: de arbeidsmarkt is krap en bedrijven zoeken naar mogelijkheden om extra werknemers aan te trekken. De vakbeweging pleit in die periode wel voor loonmatiging, omdat men bang is voor aantasting van de Nederlandse exportpositie. Vanuit de leden komt er steeds meer kritiek op de loonpolitiek. Vooral de bonden in branches als de haven en de bouw, waar werkgevers zwart veel extra bijbetalen, willen dat de vakcentrales afstappen van de loonmatiging.
In 1970 treedt een nieuwe Wet op de loonvorming in werking: de hoogte van de lonen is voortaan de verantwoordelijkheid van werkgevers- en werknemersorganisaties. Alleen “in zeer ernstige situaties” kan de regering nog een algemene loonmaatregel voor de cao-lonen afkondigen voor maximaal zes maanden. Van die mogelijkheid maakte de regering eind 1970 direct gebruik, tot woede van een aantal vakbonden.

Lees verder…

1970 – Grote stakingen in de haven (op de werven) en in de metaal: 400 gulden actie

In 1970 begon een massale landelijke actie in Rotterdam. Eerst legden de arbeiders op de scheepswerven het werk neer en enkele dagen later volgden de havenarbeiders. Het was vooral hun staking die de stoot gaf tot tientallen stakingen in het hele land. De enigszins ingeslapen vakbonden werden door de stakers weer wakker geschud. Daardoor kwamen de bonden weer in beweging en de meeste stakingen die in de jaren zeventig uitbraken stonden onder hun leiding.

1972 – Eerste grote bedrijfsbezetting bij Enka

Op vrijdag 7 april 1972 wordt bekend dat chemie- en vezelconcern Akzo de Enka-fabriek in Breda gaat sluiten en dat 1700 mensen hun baan kwijtraken. Het werk gaat met meer winst in het buitenland verricht worden. Als blijkt dat de Akzo-directie geen sociaal plan wil afsluiten, bezetten 800 werknemers spontaan de fabriek. De bonden steunen de actie. Het is de eer¬ste bedrijfsbezetting in Nederland, die in de hele maatschappij tot veel beroering leidt. De fabriek blijft nog tien jaar open.

Lees verder…

1973 – Kabinet-Den Uyl / Wim Kok voorzitter NVV

Wim Kok
Wim Kok

Nederland krijgt voor het eerst een progressief kabinet, onder leiding van PvdA-voorman Joop den Uyl. In hetzelfde jaar wordt Wim Kok voorzitter van het NVV. In de daaropvolgende jaren stelt het NVV zich steeds nadrukkelijker op als maatschappijkritische organisatie, die ook over niet-werkgerelateerde onderwerpen (zoals de mensenrechten in Zuid-Amerika, kernraketten, enz.) een mening heeft. Het streven naar een andere (socialistische) maatschappij krijgt weer inhoud.

Lees verder…

1974 – Fusiebesprekingen NVV, NKV en CNV

De drie grote vakcentrales, die sinds 1958 regelmatig contact hebben in het Overlegorgaan NVV-NKV-CNV, zijn vanaf begin jaren zeventig met elkaar in gesprek over een nauwere samenwerking, liefst in de vorm van een federatie. Er volgen vier jaren van discussies, rapporten en onderzoeken. Uiteindelijk haakt het CNV in 1974 toch af: deze vakcentrale wil vasthouden aan de christelijke identiteit en is bang dat daarvoor in de nieuwe opzet geen ruimte is.

1974 – Hogere werknemers krijgen eigen vakcentrale

In de jaren zeventig woedt in Nederland een felle discussie over de nivellering van inkomens. In de ogen van veel midden- en hoger kaderpersoneel schieten de bestaande vakbonden hierin door. Delen van het hoger personeel organiseren zich in eigen bonden: de Vereniging van Hoger Personeel (VHP) en de Unie. In 1974 komt er een eigen overkoepelende vakcentrale: de MHP. De andere vakcentrales verzetten zich jarenlang tegen de MHP (vakcentrale voor middengroepen en hoger personeel), omdat ze vinden dat zij zelf de belangen van hoger personeel al behartigen. Uiteindelijk krijgt de MHP in 1976 een zetel in de SER, twee jaar later mag de vakcentrale ook lid worden van de Stichting van de Arbeid.

Lees verder…