Het geheugen van de vakbeweging

‘Spanning tussen Kerk en Vakbeweging’

Impressie van een VHV-bijeenkomst

Het gebouw is historisch. En Rijksmonument. En er kwamen ongetwijfeld veel vakbondsleden over de vloer. Nee dit gaat niet over een bijeenkomst in ‘de Burcht’ het vroegere bastion van het NVV. Ik heb het over de (vroegere) Wilhelminaschool in Hengelo. Tegenwoordig Industriemuseum Oyfo. (https://www.oyfo.nl/) Ooit zat er ook een HBS, maar voor de oorlog was dit de ‘industrieschool’ voor de toekomstige werknemers van de Stork-fabrieken, en Stork is nog steeds de buurman.

22 november. Een goedgevulde zaal. En dat voor een onderwerp dat niet elke dag op de vakbondsagenda staat: ‘Spanning tussen Kerk en Vakbeweging’. De bijeenkomst is georganiseerd door de immer actieve VHV-werkgroep Twente (https://www.vakbondshistorie.nl/regios/twente/). Die werkgroep is erin geslaagd vier eminente sprekers uit te nodigen:

  • Agnes Jongerius, voormalig FNV-voorzitter en thans lid van het Europarlement
  • Kardinaal Eijk, aartsbisschop van Utrecht
  • Piet Hazenbosch, voormalig bestuursadviseur CNV en historicus
  • Hub Crijns, directeur van DISK en penningmeester werkgroep ‘arme kant van Nederland’

‘Spanning tussen Kerk en Vakbeweging’. Eerlijk gezegd een thema waar ik zelf de afgelopen 30 jaar niet of nauwelijks bij heb stilgestaan. Anderen wel. Dat leidt tot boeiende inleidingen en discussies. Ook tussen de inleiders onderling. Opvallend is dat niet spanning maar verbinding het gemeenschappelijke tussen vakbeweging en kerk, het leeuwendeel van de aandacht krijgt. Ook de minder leuke overeenkomsten komen aan bod: “De aanhang slinkt aan beide kanten”, weet werkgroepvoorzitter Dick Boer al bij de start te melden.

De sociale kwestie is terug

Als eerste komt kardinaal Eijk aan bod. Hier staat een man die weet hoe de samenleving in elkaar zit en die daar nog vlot over kan vertellen ook. “De sociale kwestie is terug”, aldus de kardinaal. Daarmee verwijzend naar de ellende van arbeiders in de 19de eeuw. Hij gaat terug in de tijd, naar oktober 1886, als kapelaan Alfons Ariëns (https://www.vakbondshistorie.nl/dossiers/alphons-ariens-dilemmas-in-zijn-sociale-strijd7633a/) in Enschede arriveert. Een onaantrekkelijke industriestad, zwart door de rook uit vele schoorstenen, uitgebreide sloppenwijken, te kleine huizen voor te grote gezinnen. Net als Hengelo en Almelo.

Naast industrialisatie en concurrentie tussen ondernemers onderling, ten koste van de arbeiders, speelt, zo schetst hij, ook het door de opheffing van de gilden na de Franse Revolutie veroorzaakte effect. De gilden waren ‘standsorganisaties’, die opereerden als intermediair tussen hun leden en bijvoorbeeld het stadsbestuur. Na de opheffing van die gilden stonden mensen als individu tegenover overheid en werkgevers, waardoor ze geen vuist (meer) konden maken. De vakbeweging heeft voor werknemers in wezen die rol als intermediair van de gilden overgenomen.

Volgt een met feiten en cijfers geïllustreerde uiteenzetting over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Je zakt door de armoedegrens als je “inkomen niet veel, maar toereikend is.” Ambtenarenjargon volgens de kardinaal. Bijna 850.000 Nederlanders hebben onvoldoende inkomen voor hun basisbehoeften: wonen, kleding, eten. Ongeveer één op tien kinderen groeit op in armoede, in 2013 waren het er 291.000.

Individualisering

Kernpunt in het betoog van Monseigneur Eik: de vakbond als intermediair verliest invloed door de individualistische neoliberale cultuur. Maar ook nu nog kunnen veel mensen niet voor zichzelf onderhandelen en voor hun belangen opkomen, al was het maar omdat in Nederland 1,5 miljoen mensen (bijna-)analfabeet zijn. Juist daarom is het van belang dat de vakbeweging zich weet te positioneren als krachtige intermediaire organisatie.

Agnes Jongerius legt een ander accent. Zij heeft een iets andere verklaring voor de problemen waar kerk en vakbeweging in verkeren. Wel heeft het sterk te maken met de Amerikaanse manier van denken: ‘succes is een eigen keuze’. Falen dus ook. Vandaar de wedijver op sociale media om jezelf maar zo succesvol mogelijk te presenteren.

Wat daarbij vergeten wordt is dat keuzes alleen goed gemaakt kunnen worden door een ‘faciliterende omgeving’: gezin, maar vooral samenleving. Als het idee dat het allemaal ‘je eigen keuze’ is, dominant wordt ingesmeerd, neemt de tolerantie voor de minder succesvolle ander snel af: die is immers, een sloeber, een sukkel.

Wat zou Ariëns overigens vinden van de platformeconomie, waar mensen goedkoper dan wie ook hun diensten aanbieden. Dat leidt ongetwijfeld tot een nieuwe ‘sociale kwestie’.

Vraag is: hoe kunnen we hier een tegenverhaal ontwikkelen? Het is de opdracht voor bonden én kerk om nieuwe wegen te vinden om mensen te verenigen rond zo’n tegenverhaal.

Doorbraak, urgentie, ontkerkelijking

Piet Hazenbosch, onze eigen VHV-historicus, staat uitdrukkelijk wél stil bij de spanning tussen kerk en vakbeweging. Ook vanuit protestantse hoek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide de ‘doorbraakgedachte’  (https://www.parlement.com/id/vh8lnhrrl0g6/de_doorbraak): weg met de oude scheidslijnen tussen gelovig en niet gelovig, tussen confessioneel en sociaaldemocratisch. Ook de gedachte aan één, ongedeelde vakbeweging kwam daarbij op. Maar CNV-voorzitter Ruppert (https://www.vakbondshistorie.nl/dossiers/marinus-ruppert-1947-1959/) was mordicus tegen: “doel van christelijke polititiek (en vakbeweging) is geloofsbehoud”.

Van katholieke zijde kennen we het bisschoppelijk Mandement  (https://www.vakbondshistorie.nl/dossiers/het-bisschoppelijk-mandement-van-1954/) uit 1954. Daarin, onder andere, een verbod voor katholieken om lid te zijn van de socialistische vakbeweging NVV. Pas in 1966 is dit Mandement ingetrokken. Dat maakte de fusie tussen NKV en NVV mogelijk. Wel treden enkele katholieke bonden dan toe tot het CNV. Het CNV, destijds onder Jan Lanser (https://www.vakbondshistorie.nl/dossiers/jan-lanser/), is toen ook een paar keer op visite gegaan bij Kardinaal Willebrands.

Maar urgentie en motivatie om door te gaan met het aanhalen van banden tussen vakbeweging en kerk nemen snel af. Althans bij de instituten, want voor de gewone leden ligt het vaak anders. Daar zijn beide – geloof en vakbond – vaak onafscheidelijk verbonden.

Wat alleen niet helpt, niet bij de vakbond, maar ook niet bij de kerk, zijn alle fusies. Die maken een warme relatie, bijvoorbeeld tussen CNV en kerk, er niet makkelijker op: iedereen is te veel met zichzelf  bezig. En dat leidt uiteindelijk tot een wederzijds gebrek aan belangstelling.

Piet Hazenbosch ziet frappante gelijkenissen tussen de curve van een ‘productlevenscyclus’ en de organisatiegraad. In dit geval: de ‘productlevenscyclus’ van de vakbeweging lijkt zo’n beetje op zijn einde. Alleen als je jezelf heruitvindt, nieuwe wegen opgaat, is een kentering misschien mogelijk. De fusiebewegingen van de afgelopen decennia hebben overigens, noch in de kerk, noch in de vakbeweging, die kentering gebracht.

Ariëns en het Industriepastoraat

Hub Crijns, tot 2014 directeur van de in dat jaar opgeheven Dienst in de Industriële Samenleving vanwege de Kerken (DISK) (http://www.disk-arbeidspastoraat.nl/jubileum2012.htm), gaat door op Ariëns. In de fabriek ontbraken tot dan toe de mensen van de kerk, terwijl ze in andere ‘levenssferen’ wel aanwezig waren. Ariëns heeft in feite het arbeidspastoraat uitgevonden. Hij interviewde mensen, schreef hun verhalen op, en maakte zo een analyse van de arbeidsomstandigheden.
Zijn uitgangspunt was: breng mensen samen en laat de oplossing van hun problemen daar starten. Hij hielp op het vlak van materiële noden, ‘eerst het eten, dan het geloof’, en op het gebied van educatie (leren lezen en kadervorming). Voor hem was het geloof de krachtbron voor een beter leven. Soortgelijke gedachten hebben in 1972 ook geleid tot de oprichting van DISK, als oecumenisch samenwerkingsverband. Dat idee van een ‘diakonale en een missionaire taak’ bindt ook kerk en vakbeweging.

Basisbewegingen en Instituten

Iedereen signaleert individualisering. Maar toch trekken steeds meer jonge mensen naar Santiago de Compostella. Toch staan er na een oproep van een paar leraren 60.000 onderwijzers op het Malieveld. Met andere woorden: solidariteit en gemeenschapszin organiseren zich nog steeds. Een ‘basisbeweging’….buiten kerk en vakbond.

Kardinaal Eik ziet beide. Extreme individualisering: iedereen in de weer met z’n eigen smartphone. Maar ook die andere kant: mensen komen samen in beweging voor een bepaald doel. Alleen hebben die activiteiten weinig duurzaamheid. Het blijven losse acties, waar mensen vooral als individu aan meedoen.

Ook Crijns stelt dat de acties en de groepen die wat proberen te doen er zijn. Zij zijn even zovele signalen van ‘gaten’ in de samenleving. Maar om dat te verbinden, om daar duurzaamheid aan te geven…heb je een ‘instituut’ nodig.

In de woorden van Piet Hazebosch: “Bij organisaties die voortkomen uit een behoefte en met een duidelijk doel, ebt het gevoel van urgentie voor de zaak waar ze voor staan op een gegeven moment weer weg. En dan gaan we institutionaliseren, en met onszelf bezig zijn. Fusies versterken dat meestal. Dan gaan instituten aan zichzelf ten onder. De vakbeweging van nu slaagt er niet in het gevoel van urgentie bij zichzelf opnieuw tot stand te brengen.”

Ook Agnes Jongerius ziet dat fusies, juist bedoeld om energie en middelen te bundelen, juist heel veel naar binnen gerichte energie opslokken. Ook zij ziet de sociale verbanden, zoals die onder andere bij jongeren bestaan. Alleen doen mensen dat wel steeds meer uitsluitend ‘in de eigen cirkel’.

Een levendig debat, over de impact die institutionalisering van kerk en vakbeweging hebben. Duidelijk is dat er ‘iets’ als een vakbeweging of kerk nodig is om losse initiatieven van mensen te ‘verduurzamen’. Duidelijk is ook dat er veel weerstand tegen instituties is, vooral wanneer die de eigen instandhouding als eerste doel lijken te hebben.
Die kloof overbruggen zou wel eens de grote uitdaging voor zowel kerk als vakbeweging voor de komende jaren kunnen zijn.

Jan Verhagen

November 2018

Inleiding Piet Hazenbosch

Inleiding Kardinaal Eik

Inleiding Hub Crijns