Het geheugen van de vakbeweging

Rotterdamse vakbondspublicatie vol momenten van herkenning

Vlnr Koos Schoonens, Mieke Sarton, Nico Sannes
Vlnr Koos Schoonens, Mieke Sarton, Nico Sannes

‘Het verwaarlozen van de aandacht voor de verworvenheden uit het verleden, leidt onvermijdelijk tot verschraling van huidig en toekomstig beleid.’ Zo benadrukt VHV-voorzitter Lodewijk de Waal in het voorwoord van twee nieuwe publicaties over de vakbeweging, het belang van de actieve aandacht voor de historie. Op 3 april jl. werd het tweede deel in de serie Het gezicht van de Vakbeweging II in Rotterdam gepresenteerd.

Overtuigen

Koos Schoonens
Koos Schoonens

Een van de interviewers van de geportretteerde vakbondsbestuurders en kaderleden is Koos Schoonens (foto). Hij blikt als lid van de VHV-werkgroep Rotterdam terug op zijn eigen verleden en stelt een gevoelig punt aan de orde namelijk de huidige werfkracht vooral voor jongeren van de vakbeweging. ‘Wie de interviews leest, komt diverse argumenten tegen waardoor mensen lid worden van de bond. De een wil vechten tegen onrecht en ongelijke verhoudingen, de ander is gevoelig voor de druk van collega’s, er is de invloed van de ouders in een christelijke of rood gezin en weer een ander heeft in zijn omgeving goede ervaringen met een bestuurder van een de bond.’ Koos Schoonens zelf kon pas gaan varen toen hij lid werd van een bond want zijn nieuwe baas ‘werkte niet met ongeorganiseerden.’ Hoewel, volgens Schoonens, de ongelijkheid in de samenleving nog net zo groot is (‘Kijk naar Philip Morris waarbij je van het ene naar het andere moment op straat kunt staan. Dat is verschrikkelijk erg’ ), is het moeilijker mensen te overtuigen van een vakbondslidmaatschap. ‘Ik probeer het wel eens op verjaardagsfeest bij mijn kleinkinderen maar al snel dwaalt hun blik af en zoeken ze hun mobieltje op.’

Strubbelingen ledenwerving

In de inleiding van het Rotterdamse deel van de serie probeert onderzoeker en vakbondshistoricus Sjaak van der Velden de Rotterdammer en de Rotterdamse vakbeweging te karakteriseren. Zijn het harde werkers, rechttoe-rechtaan, botteriken, zoals de stereotypen ons voorhouden? Maar ook toen al waren ze niet makkelijk te organiseren. De oorspronkelijk uit Rhenen komende havenarbeider Hein Mol (1880 – 1859 Memoires van een Havenarbeider) noemt hen onverschillig en moeilijk te organiseren. Erg populair was het socialisme er ook niet. Een verklaring daarvoor kan het feit zijn dat in de jaren na 1870 toen de stad economisch groeide en een onstuimige groei doormaakte, duizenden van het platteland naar de grote werkstad emigreerden. Zij namen de ‘gelatenheid’ van het platteland waarmee ongunstige levensomstandigheden werden aanvaard, mee. Van der Velden geeft aan dat dit zich ook vertaalde in de ledenaantallen. In 1925 telde Rotterdam 50. 535 leden en in Amsterdam waren dat er 73.386. Maar rond en na de Tweede Wereldoorlog komt daar verandering in en in 1955 zijn de verschillen tussen beide steden te verwaarlozen. Hij constateert dat de verschillen (‘rauw, onbeschaafd, onverschillig en moeilijk te organiseren’) iets uit het verleden zijn en het vakbond- en actiewezen in Rotterdam niet heel wezenlijk meer verschilt van de rest van het land ’en ze lijken nu vaak degenen die het broodnodige stootje geven voor de aanvang van acties.’

Ed Sarton

Ed Sarton
Ed Sarton

Het eerste exemplaar van Het gezicht van de vakbeweging Rotterdam II werd aangeboden aan Mieke Sarton, de echtgenote van Ed Sarton, de laatste voorzitter van de VHV werkgroep Rotterdam e.o. Hij overleed in 2013 plotseling. Mieke Sarton merkte op dat deze uitnodiging voor haar een grote en plezierige verrassing was. ‘Ed zou het goedkeurend hebben aangezien,’ zegt ze.

Kees van Kortenhof

April 2014

Foto’s

Citaten

Het interviewboek bevat een serie foto’s gemaakt door Nico Sannes, die er ook in geportretteerd wordt. Hij is bijna dagelijks met de camera te vinden bij de Rotterdamse havens. Zijn levensmotto luidt: ‘Wij zullen doorgaan’

Ger Ros (Vervoersbond FNV):
Hij staat nog steeds kritisch tegenover het functioneren van veel vakbondsbestuurders. In zijn tijd – vanaf 1981 – zaten er te veel collega’s in met een dubbele agenda. ‘In de bondsbesturen had je altijd gezeik. Ik geloof wel in het collectief, maar die mensen werden echt onvoldoende gescreend. Dat wreekt zich bij de besluitvorming. Dat schiet niet op. Zoals kaderleden die door bezoldigd bestuurders voor de buik werden gebonden om besluiten tegen te houden.

 

Aad Manse, Unie BLHP:
Hoewel Aad altijd rustig, weloverwogen, diplomatiek, humoristisch, sociaal voelend en dienstbaar in  het leven stond, is dat nooit ten koste gegaan van zijn besluitvaardigheid. Je kunt goed luisteren, veel praten, zorgvuldig afwegen, maar je moet op enig moment een besluit nemen’.

Bob Kalkman (Industriebond CNV):

CNV wil altijd polderen, tot het bittere eind. Dat zijn hun christelijke genen, zij willen het gezag in stand houden.