Het geheugen van de vakbeweging

Voorwoord

Als geboren en getogen Rotterdammer is ook mijn vakbondsleven daar begonnen. In het café ingeschreven als lid van ‘Mercurius’ ben ik later tot kaderlid gebombardeerd als lid van de Jongerencommissie van de OR van de Rotterdamse Verzekerings Societeit (RVS). De eerste staking waaraan ik als kaderlid deelnam, net als mijn baan bij ‘Mercurius’ zelf – als administratieve kracht ‘ter ondersteuning van de bestuurders’- en mijn benoeming tot districtsbestuurder speelden zich allemaal af in Rotterdam. Daarom zijn er, nu ik als voorzitter van de Stichting VHV de interviews in dit boek lees, veel momenten van herkenning.

Voor de VHV zijn verleden, heden en toekomst onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het verwaarlozen van de aandacht voor – de verworvenheden uit – het verleden leidt onvermijdelijk tot verschraling van huidig en toekomstig beleid. Een verschraling die doorwerkt in de beeldvorming van de vakbeweging van nu en die van de toekomst. Natuurlijk, tijden en technieken veranderen net zoals de opvatting over de rol van de vakbeweging verandert. Vast staat dat wie de tekenen des tijds niet serieus neemt, onvermijdelijk alleen nog een plek in het museum verdient…

De betekenis van de vakbeweging wordt nogal eens afgedaan als geschiedenis, als ‘een restant uit vroeger tijden’, of erger nog, als een randverschijnsel of een tanende conservatieve kracht. Dat is wel erg gemakkelijke praat. Vergeten wordt de prominente rol van de vakbeweging in de wording en vormgeving van de welvaartsstaat, en de massale ondersteuning daarvan, ook op dit moment. Die ondersteuning is veel groter dan zelfs het op zich al indrukwekkende  aantal leden doet vermoeden. Denk maar eens aan onze rol in de arbeidsverhoudingen, tot uitdrukking komend in onder meer honderden collectieve arbeidsovereenkomsten, waarvan een meerderheid van werknemers ook in deze decennia profiteert. Toch is oplettendheid meer dan geboden nu allerlei vormen van flexibilisering van de arbeidsverhoudingen oprukken. Er moet nagedacht worden over een positieve en offensieve strategie in een sterk individualiserende tijd, die aansluit bij de opvattingen van moderne mensen, anders missen we de boot.

De vakbeweging functioneert op allerlei niveaus en allerlei manieren. Er wordt veel overlegd, soms is zichtbare en voelbare strijdbaarheid noodzakelijk. In de balans van die twee werkwijzen, speelde de Rotterdamse vakbeweging vaak sterk de kaart van strijdbaarheid. Met voor de werkers in de haven een prominente rol. Zo herinner ik me persoonlijk nog de indrukwekkende stoet van de tienduizenden die in september 2004, over de Maasbruggen richting Coolsingel optrok.

De ervaringen die in dit boek worden weergegeven, inspireren enerzijds, en geven anderzijds een goed sociaal economisch tijdbeeld. Ze bieden stof tot nadenken over de toekomst van de vakbeweging, die anders zal zijn dan die in het verleden.

Deze publicatie bewijst opnieuw: vakbondswerk is werk van mensen met karakter, mensen die samen geschiedenis maken!

Lodewijk de Waal,

Voorzitter Stichting VHV,
oud-voorzitter FNV

April 2014