Het geheugen van de vakbeweging

Het gezicht van de vakbeweging

Verantwoording

In 1986 verscheen het eerste deel van het ‘Biografisch woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland’. Een uitgave van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). De jaren daarna zouden nog acht andere delen in die serie verschijnen. In elk deel besteedt een uitgelezen redactie aandacht aan kopstukken uit de wereld van socialisme en vakbeweging. Het gaat om levensschetsen die kostbare informatie verschaffen.

De VHV heeft de IISG-serie in gedachten gehad toen in 2008 – het jaar waarin de VHV 25 jaar bestond – het initiatief werd genomen om portretten samen te stellen van mannen en vrouwen die veel voor de vakbeweging betekend hebben of dat zelfs nog doen. De vakbeweging, niet als organisatie of als apparaat, maar als middel om de werkende mens bij te staan en te ondersteunen. Vakbondswerk is mensenwerk. Het wordt gedaan door mensen, het is voor mensen. Het is de moeite waard om meer systematisch vast te leggen wie die mensen zijn die zich zo ingezet hebben voor de vakbeweging. De serie ‘Het gezicht van de vakbeweging’ wil in die omissie voorzien.’

Veel vakbondsafdelingen hebben in de loop van hun bestaan door het samenstellen van jubileumuitgaven stil gestaan bij de geschiedenis van hun eigen bond of afdeling en natuurlijk kregen daarin ook de bestuurders aandacht. Maar dan toch vooral voor zover het voor de vakorganisatie zelf van belang was. Die jubileumuitgaven, sterk uiteenlopend in uitvoerigheid en presentatie, zijn voor ons uiterst waardevolle uitgaven. Het moeten er al met al vele honderden zijn. De laatste decennia neemt dat aantal niet meer toe. De vakbondsafdelingen zijn immers vaak opgeheven of opgegaan in grotere (landelijke) verbanden. Een reden te meer om via de serie ‘Het gezicht van de vakbeweging’ weer de regio’s in te gaan en op zoek te gaan naar al diegenen die daadwerkelijk het werk van de vakbeweging ter hand hebben genomen. En dit keer niet vanuit de vakorganisatie gedacht, maar vanuit de bezoldigden en kaderleden zelf. De VHV is dankbaar voor wat ze hebben gedaan.

De serie wil mensen portretteren die regionaal het draagvlak vormden of zelfs nog vormen van de vakbeweging. Veel is geschreven en zal nog worden geschreven over mensen die op landelijk niveau de vakbeweging vertegenwoordigden in overleg- en bestuursorganen. Dat zijn natuurlijk vaak ook degenen die leiding gaven aan die vakbeweging. Veel minder is geschreven over de mensen die in de praktijk van de vakbonden het draagvlak voor die bonden en vakcentrales vormden.

Toch wil deze serie op zich geen aubade zijn aan die mensen, al mogen ze dat zelf gerust zo opvatten. De VHV wil vooral schetsen wie die mensen waren en zijn die zich zo sterk gemaakt hebben voor het vakbewegingswerk. Waarom deden ze dat, waar kwamen ze vandaan, wat hebben ze bereikt, hoe staan ze in het leven? Aandacht kortom voor de menselijke maat.

Het doel van deze serie is dat we over enkele jaren beschikken over een aantal boeken met portretten die met elkaar vanuit de regio’s de vakbeweging een gezicht geven.

De VHV heeft bij deze nieuwe landelijke serie voor een eigen aanpak en uitwerking gekozen. Belangrijke overeenkomsten met de IISG-publicaties vormen de aanpak van individuele portretten en de opdeling in afzonderlijke uitgaven. Een belangrijk verschil is de meer journalistieke, alledaagse benadering van de VHV ten opzichte van de wetenschappelijke benadering van het IISG. Van de vakbondsmannen en -vrouwen wordt vooral een persoonlijk portret gemaakt. De portretten zijn met opzet niet al te uitgebreid. Het is al met al een galerij van uiteenlopende geschiedenissen. Elk deel wordt voorzien van een algemene inleiding waarin de aandacht uitgaat naar het bijzondere karakter van de vakbeweging in de specifieke regio en naar de eigen regionale geschiedenis.

De afzonderlijke delen van de serie komen tot stand dankzij de inzet van plaatselijke werkgroepen. In deze groepen worden de personen geselecteerd die een plaats verdienen binnen de serie. De groepen bepalen zelf hoe de portrettering wordt aangepakt, welke specifieke inleiding passend is en welke informatie eventueel via de bijlagen ruimte verdient. Dat alles binnen het door de VHV bepaalde seriekarakter (doelstelling, redactionele aanpak en vormgeving).

Voorjaar 2013 wordt een tussenbalans opgemaakt. De eerste twee delen in de serie ‘Het gezicht van de vakbeweging’ zijn tot stand gekomen door de grote inzet van regionale werkgroepen in Rotterdam en Zuid Limburg. De werkgroepen realiseerden zich dat ze met hun werk niet meer dan een eerste aanzet wilden geven en zijn noch uit geweest op volledigheid – onhaalbaar – noch op een volledig harmonieuze selectie. Volgende delen moeten meer evenwicht brengen in de selectie. Dat evenwicht geldt ook voor de beroepsgroepen, sectoren en natuurlijk de verschillende vakorganisaties.

De werkgroep Zuid Limburg zag kans een tweede deel te realiseren en ook in Rotterdam is een tweede deel in de maak. In de eerste helft van 2013 wordt dat tweede deel verwacht net als het deel met aandacht voor de Tilburgse vakbeweging. In Enschede start een nieuwe werkgroep met een eerste oriëntatie en op wat verdere termijn zal ook Groningen bezien wat de mogelijkheden zijn.

Het bestuur van de VHV moedigt nieuwe lokale en regionale initiatieven die binnen de serie passen van harte aan. Geleidelijk aan zullen de vakbondsportretten op de VHV-website worden gepubliceerd.

Huug Klooster
Lid VHV-bestuur