Het geheugen van de vakbeweging

Honderd jaar geleden, na afloop van de Eerste Wereldoorlog stelden NVV en SDAP een Program van Eischen op voor sociale hervormingen. Het moest de opmaat vormen naar de ‘revolutie van Troelstra’.

Consequenties, afloop, sociale hervormingen

Honderd jaar na de Eerste Wereldoorlog

Op 11 november 1918 eindigt de Eerste Wereldoorlog (WO I). Nederland heeft niet deelgenomen aan de slopende krijgshandelingen, maar wordt desondanks sterk beïnvloed door de gebeurtenissen op het slagveld. De neutrale positie van het Koninkrijk biedt geen enkele garantie tegen toenemende spanningen in de samenleving onder andere als gevolg van de langdurige mobilisatie en voortdurend dreigende voedseltekorten. Toch heeft WO I positieve gevolgen voor de vakbeweging, die groeit in ledental en positie. Zo wordt er een landelijke werkloosheidsregeling ingevoerd ter ondersteuning van de werkloosheidskassen van de vakbeweging, met daarin een belangrijke rol voor de bonden. Ook de eis voor Algemeen Kiesrecht wordt ingewilligd.
Aan het eind van de oorlog, aangemoedigd door de Russische revolutie van oktober 1917, en de val van niet alleen de Russische maar ook de Duitse en Oostenrijkse keizer, lijkt de kracht van de linkse beweging ook elders toe te nemen. In Nederland meent SDAP-leider Troelstra dat ‘de revolutie niet bij Zevenaar halt zou houden’. Zijn oproep krijgt weinig tot geen gevolg, maar de nieuwe katholieke Nederlandse regering voert wel een stevige sociale hervormingsagenda door. Met de invoering van de Achturendag en de oprichting van de Hoge Raad van Arbeid. Op de website Het geheugen van de vakbeweging zijn verschillende artikelen daaraan gewijd.

Lees verder…