Het geheugen van de vakbeweging

De Belgische priester Jozef Cardijn ( (1882-1967), grondlegger van de beweging van katholieke arbeidersjongeren


De praktische werkmethode van de katholieke arbeidersjeugd

 ZIEN – OORDELEN – HANDELEN

 Sinds de oprichting van de (V)KAJ is er heel veel veranderd in Belgie, Nederland, Europa en de wereld. Als we ons beperken tot ons eigen land kunnen we vaststellen dat de verzuilde samenleving van voor en de eerste decennia na WOII niet meer bestaat. Het lager onderwijs, nu basisonderwijs, en de beroepsopleidingen zijn niet meer te vergelijken met de situatie van direct na de Tweede Wereldoorlog. De ‘arbeidersjeugd’ heet nu werkende jongeren en kent heel andere leef- en werkomstandigheden dan de werkende jeugd van voor en direct na WOII. In alle Europese landen gaan de jongeren doorgaans op latere leeftijd werken. Het aantal jongeren dat een middelbare en hogere opleiding heeft genoten is sterk toegenomen. Het aantal jongeren van 14 tot 25 jaar dat in een volledige dagtaak en gedurende vijf werkdagen werkt is een stuk minder geworden. Het “Vraagstuk van de arbeidersjeugd”, zoals dat werd beschreven in de naoorlogse literatuur, bestaat niet meer. Maar, er is wel een nieuw “Vraagstuk van de werkende jongeren” voor in de plaats gekomen als we de de arbeidsverhoudingen en de werksituatie en -omstandigheden vergelijken. Voor wat de vrije tijdsbesteding betreft is het vergelijkbaar met het “Vraagstuk van scholieren en studenten”, want ook dat bestaat. Maar voor die beide vraagstukken is naar mijn mening in de 21e eeuw helaas minder aandacht.

Jozef Cardijn

Geert Wagenaer, auteur van deze beschouwing

De (V)KAJ-beweging (1) van werkende jongeren kende (en kent) vanaf de oprichting een practische werkmethode. Die werd wereldwijd bekend en is dat nog altijd onder deze drie woorden: “ZIEN-OORDELEN-HANDELEN”. In veel lezingen en cursussen kreeg die methode grote aandacht. Daarin werd informatie en voorlichting gegeven over de betekenis, de inhoud en de toepassing van de werkmethode. De Duitse CAJ heeft een zeer toegankelijke digitale leergang: “Sehen-Urteilen-Handeln” op de website www.caj.de geplaatst. Het is een notitie van zestien pagina’s. Vaak werd in ons land deze werkmethode aangevuld met zes W’s van: WIE,WAT, WAAR, WANNEER, WAARDOOR, WAAROM en HOE. Onze oosterburen hebben een vergelijkbare aanvulling bij de (V)KAJ-methode ontwikkeld.

De Vlaams-Nederlandse uitdrukkingen werden in ons land, en met name in de drie zuidelijke diocesane bonden, dikwijls overgenomen. Het oorspronkelijke Handboek van de KAJ, geschreven door de oprichter Jos Cardijn, bevatte een Vlaamse terminologie die niet altijd volledig werd ‘vertaald’. Klaarblijkelijk was daar weinig of geen behoefte aan. Als voorbeeld één zin: “Het leven van de arbeidersjeugd speelt zich af in vier middens: gezin, kerk, vrije tijd en werk.” Het woord ‘midden’ werd in de bisdommen Haarlem en Utrecht zelden gebruikt.

ZIEN: is toch gewoon kijken, ook wel ‘uitkijken’, zou je zeggen. In de (V)KAJ-methode is ‘zien’ meer dan  kijken, zoals iedereen dat wel doet. Het is feitelijk bewust observeren, luisteren, onderzoeken en vragen stellen. In de (V)KAJ wordt die ‘vaardigheid’ wel samenvattend ‘geest van onderzoek’ genoemd. Het gaat er om, door ervaringen, feiten, gegevens, getuigenissen, meningen, commentaar, omstandig-heden, oorzaken en situaties, een concreet en transparant ‘beeld’ voor ogen te krijgen. Dat beeld werd vaak ook beschreven in een speciaal ‘feitenblad’ en werd daarom ook wel ‘een portret’ genoemd. Het vormde bij de (V)KAJ doorgaans de basis voor een bespreking in een groep ‘militanten’, ‘pioniers of pioniersters’, soms ook wel een studiekring genoemd.  Dergelijke besprekingen over een bepaald onderwerp of situatie werden in alle afdelingen ook wel gehouden als structureel onderdeel van een landelijk of regionaal onderzoek.(2)

Conclusies trekken, besluiten formuleren

OORDELEN: is zich persoonlijk een oordeel vormen en het gezamenlijk beoordelen van het hetgeen door ZIEN duidelijk is geworden.  Ook over de uitkomst van een ‘onderzoek’, waarvan het resultaat in die speciale feitenbladen werd beschreven, wordt geoordeeld. Door een eerste simpele vraag: “vind je dit normaal?”, kwam het vormen van een oordeel meestal op gang. In een bespreking wordt na zowel een persoonlijk als een gezamenlijk oordeel, conclusies getrokken en besluiten formuleerd.  Met behulp van de woorden WIE, WAT, WAAR, WANNEER, WAARDOOR, WAAROM en HOE als hulpmiddel wordt een probleem of situatie uitgediept en een oordeelsvorming ‘opgebouwd’. De vraag: “Zijn de feiten, meningen of situaties in overeenstemming met onze opvatting, met regels of wetten?”, kan een uitgebreide gedachtenwisseling op gang brengen.  Enkele steekwoorden voor het toetsen van het resultaat van het oordelen kunnen zijn: aantonen, bewijzen, feiten, meningen, omstandigheden, overtuigingen, situaties, uitspraken.  Zijn er alternatieve feiten, creatieve schrijverij, geruchten, leugens, verdenkingen, verdraaiingen, veronderstellingen of verzinsels ontdekt? Speelden ideologie, religie, levens- en maatschappijopvatting of een politiek standpunt een rol? In een verslag van de bespreking worden de besluiten, conclusies en suggesties vastgelegd.


Bij het invullen van een feitenblad  werd dikwijls uitgegaan van het volgende voorbeeld.

  • WIE : hebben we gesproken?

  • WAT : hebben we besproken of gezien?

  • WAAR : hebben we een (vraag)gesprek gehad?

  • WANNEER : vond het gesprek plaats?

  • WAARDOOR : is een opvatting of situatie ontstaan?

  • WAAROM : spraken we met haar/hem?

  • HOE : is het gesprek verlopen?


HANDELEN: was een volgende stap in de werkmethode waarin een antwoord wordt gezocht op de vragen door wie, wat, waar, wanneer, waardoor, waarom en hoe er iets gedaan moet worden.    Daarbij werd beproken wat eenieder persoonlijk, een groep, de afdeling, het district of gewest of door de landelijke organisatie moet worden. Of wat door anderen zoals bijvoorbeeld een vakbond, de gemeente de Tweede Kamer en dergelijke moet worden gedaan. Bij een opvatting hoorde vanzelfsprekend een overtuigende motivering.

  • Welke concrete afspraken zijn gemaakt?
  • Is afgesproken wie wat gaat doen?
  • Is er een besluitenlijst of samenvattend verslag gemaakt?
  • Is er een actieplan gemaakt?
  • Kortom hoe wordt er, naar aanleiding van het gevormde oordeel gehandeld.

************************************************************************************

Door deze practische methode wordt een groot beroep gedaan op zelf denken en zelfwerkzaamheid. De transparante objectieve informatie, die er door de deelnemers wordt verkregen, is veel concreter en duidelijker dan een les ‘uit-een-boekje’ of door een lezing verkregen kennis. Het ‘achtergrond-verhaal’ kan in veel gevallen een goed hulpmiddel zijn bij het vormen van een oordeel.

 

Geert Wagenaer  

Mei 2020

Noten

(1) In ons land is de (V)KAJ sinds de omvorming tot KWJ, later WJ en na het totstankomen van de Federatie Nederlandse Vakbeweging ‘uit beeld verdwenen’. In verschillende landen -wereldwijd- bestaat de beweging van Katholieke Werkende Jongeren nog steeds. Met plaatselijke en parochiele afdelingen, diocesane verbanden en

(2) De Belgische KAJ heeft tussen 1924 en 1947 voor discussies, studiedagen, diensten en andere activiteiten 52 van dit soort onderzoeken. met inschakeling van pioniers en jonge arbeiders, gehouden.

Meer weten?