Het geheugen van de vakbeweging

Omslag biografie Wim Kok, een leven op eigen kracht, van Marnix Krop


De biografie van Wim Kok – een recensie

Charmant en nurks, een twijfelende marathonloper

Weinig mensen hebben zo lang een vooraanstaande rol gespeeld op het bestuurlijk toneel van Nederland als Wim Kok. Dertig jaar lang speelde deze fervente voetballiefhebber in de voorhoede van de Nederlandse arbeids- en politieke verhoudingen. Vakbondsbestuurder, vakcentrale voorzitter, kamerlid, minister en minister-president. Een verbinder die twee vakbondsrichtingen aan elkaar smeedde in een nieuwe vakcentrale en die twee paarse kabinetten leidde. Of hoe een arbeiderszoon uit een polderdorp opklom tot het hoogste politieke ambt in de Lage Landen.

Marnix Krop (1948), de biograaf van Wim Kok, was van 1977 tot 1985 verbonden aan de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijke bureau van de PvdA. Van 2009 tot 2013 was hij de Nederlandse ambassadeur in Berlijn.

Marnix Krop schrijft de biografie van Wim Kok in twee delen. In het eerste deel, dat half november 2019 verscheen, komen zijn vakbondsloopbaan en zijn politieke leven tot aan het premierschap aan de orde. In een breeduit waaierend verhaal beschrijft Krop op een prettig leesbare manier het leven van Kok. Geboren op 29 september 1938 als arbeiderszoon in Bergambacht, een dorp onder de rook van Rotterdam. Zijn jeugd waarin welvaart ver weg was en waarin hij leerde verantwoordelijkheid te nemen en tegen de wind in te fietsen. Zijn studiekeuze voor het toch wat elitaire Nijenrode, zijn eerste stappen als vakbondsmedewerker bij de Bouwbond van het NVV. Zijn mars naar de top van datzelfde NVV, waar hij in 1973 voorzitter wordt. Zijn belangstelling voor internationale vraagstukken, die Koks hele leven zullen kenmerken, komen uitvoerig aan bod. Wellicht ook omdat Koks biograaf een werkzaam leven in het buitenlands beleid kent. Uitvoerig gaat Krop in op het samensmelten van het sociaaldemocratische NVV en het roomskatholieke NKV. Hij schets de hindernissen die Kok – in nauwe samenwerking met Wim Spit – moest overwinnen om de vakbondsfusie tot stand te brengen. Een tweede markant moment in het vakbondsleden van Wim Kok is het Akkoord van Wassenaar dat in november 1982 een omslag in de Nederlandse arbeidsverhoudingen aankondigt. Krop schets de lange, kronkelige aanloop naar het moment waarop Kok en werkgeversvoorman Chris van Veen overeenstemming bereiken en daarvoor beiden hun nek uitsteken.

Opvolging Joop den Uyl

Zeer lezenswaardig is het gedeelte waarin wordt beschreven hoe Kok in 1986 Joop den Uyl als politiek leider van de PvdA opvolgt. Een vasthoudende Den Uyl, tal van sneuvelende kroonprinsen en een aarzelende Kok, tekenen dit gedeelte van de biografie. De lezer wordt meegenomen in de eerste stappen in het politieke leven van Kok, een leven dat nogal anders is als dat in de vakbeweging. Krop beschrijft gedetailleerd hoe Kok erin slaagt de rumoerige PvdA om te vormen tot een partij die ook door andere als regeringspartij wordt gezien. Deze succesvolle poging eindigt op het ministerie van Financiën, waar Kok als vice-premier van het kabinet-Lubbers III in 1989 zijn intrede doet. Daarna komen zijn fundamentele bijdrage aan de latere Europese eenheidsmunt – de euro – aan de orde, maar ook een dieptepunt rond de WAO. Deze crisis maakt van Kok – volgens zijn biograaf – een echte politicus, maar laat ook zien hoe Kok worstelde met zijn verantwoordelijkheid.

Piet Hazenbosch, auteur van dit artikel

Tot slot van dit deel komen de verloren verkiezingen van 1994 aanbod, die na enige tijd blijken uit te draaien op winst voor Kok: hij wordt minister-president, de derde sociaaldemocraat – na Willem Drees en Joop den Uyl – die leiding geeft aan een kabinet. Volgens Kok een gewoon parlementair kabinet, maar wel het eerste sinds 1918 zonder christendemocraten. In het tweede deel, dat volgens de auteur over drie jaar gereed zal zijn, komt het premierschap van Kok uitvoerig aan de orde alsmede zijn leven daarna.

Krop beschrijft niet alleen de kale gebeurtenissen maar plaats die een ruim kader. Zo wordt deze biografie ook een geschiedenis van de Nederlandse arbeidsverhoudingen en de jaren ’60 tot het Akkoord van Wassenaar in 1982 en passeren tal van politiek relevante gebeurtenissen van het laatste deel van die eeuw de revue. In summiere, cursief gedrukte passages komt ook het meer persoonlijke leven van Wim Kok en zijn gezin aan de orde. Zijn ontmoeting met zijn maatje Rita, zijn kinderen. Kok was daar zelf altijd terughoudend over, vooral ook over het leven van zijn gehandicapte zoon. Krop schrijft ingehouden over dat deel van Koks leven en noteert in de verantwoording: ‘Het was zijn leven, maar het is mijn boek’. Toch maakt hij een uitzondering voor de aandacht voor het persoonlijk leven van Kok, die hij voorafgaande aan het werk toezegde dat Kok deze passages mee mocht schrijven. En aan die toezegging dankt Krop de medewerking van zijn hoofdpersoon, die na deze afspraak constateert ‘het scheepje nu maar af te duwen’.

Het feit dat de schrijver afspraken maakte met Kok en hem in achttien gesprekken aan de tand mocht voelen, doet niets af aan de kritische distantie die nodig is om een evenwichtige biografie te schrijven. Zonder schroom beschrijft hij het karakter van Kok, die nogal eens een besluiteloze indruk kon maken. “Makkelijk in de omgang was Wim Kok ook niet. Waar hij naar buiten toe innemend en zelfs charmant kon zijn, was hij naar binnen toe nogal nurks. … hij was een moeilijk mens, ‘voor zichzelf en voor zijn omgeving’.

Piet Hazenbosch

December 2019

NOOT

Marnix Krop, Wim Kok, Een leven op eigen kracht, Prometheus, 528 blz.
Gebonden: 34,99 euro.
Ebook: 20,99 euro