Het geheugen van de vakbeweging

De weduwe Borski op het enige portret dat van haar bestaat. Om niet bekende redenen heeft ze bepaald dat alle familieportretten met haar begraven zouden moeten worden. Dit portret is bij toeval daarvan bespaard gebleven.

 

Johanna Borski

Weduwe redt de natie

Koning Willem I, portret uit 1816

Bij zijn aantreden als vorst van het nieuwe Koninkrijk der Verenigde Nederlanden ontwikkelt koning Willem I een ambitieus investeringsbeleid. Wallonië moet, met behulp van ter plaatse aanwezige grondstoffen (kolen en ijzererts), industrialiseren terwijl het noorden zich dient toe te leggen op handel en transport. Ook de overzeese handel op de koloniën moet een flinke impuls te krijgen. Door al deze maatregelen krijgt hij de bijnaam “koning-koopman”. Om al deze investeringen in het bedrijfsleven te financieren is een aanzienlijk kapitaal nodig. Door de slechte economische situatie is hier echter een groot gebrek aan. De oprichting van een ‘nationale bank’ kan hierin voorzien. Bij de stichting van de bank wordt bepaald dat er vijf miljoen gulden gestort moet worden, waarmee kredieten kunnen worden verstrekt aan ondernemingen. Het kapitaal zal via de uitgifte van vijfduizend aandelen à duizend gulden worden vergaard. Om particuliere kassiers en bankiers niet voor het hoofd te stoten, is besloten dat particulieren er geen rekening kunnen openen. De verkoop van de aandelen verloopt moeizaam, niet in de laatste plaats, omdat bankiers en de kassiers bezwaar maken tegen de komst van De Nederlandsche Bank. DNB). Zij zien de bank als een concurrent. De koninklijke familie investeert vierhonderdduizend gulden en de Staat der Nederlanden één miljoen. Daarnaast tekenen vermogende bankiers in voor 1,6 miljoen gulden. Maar het is niet genoeg om DNB levensvatbaar te maken. De bank dreigt al in 1816, twee jaar na de oprichting, failliet te gaan. Dik Nas beschrijft de redding van DNB, de bank die zo belangrijk was voor de industrialisatie en de daarmee verbonden sociaaleconomische ontwikkeling van Nederland

Het is de in hoog aanzien staande rechtsgeleerde en financier Jan Bondt die de rijke weduwe Johanna Borski bij De Nederlandsche Bank introduceert. Zij koopt tweeduizend aandelen ter waarde van twee miljoen gulden. Met dit kapitaal is de bank gered.

Zakelijke talenten

Johanna Jacoba van de Velde is geboren in Amsterdam op 26 augustus 1764. Zij is de dochter van Bruna Jacoba Schouten (1729-1802) en Johannes van de Velde (1732-1782) koopman in vlas en textiel. Naar het zich laat aanzien hebben haar ouders al vroeg haar zakelijke talenten onderkend en gestimuleerd. Ze trouwt eind 1790 met de commissionair in effecten, makelaar in fondsen en participant in onder meer de bank Hope & Co, Willem Borski. Het echtpaar krijgt tien kinderen, waarvan vijf meisjes en drie jongens de volwassen leeftijd bereiken. Het echtpaar Borski woont aan de Keizersgracht. In 1805 kopen ze het landgoed Elswout in de Kennemerduinen bij Overveen. In 1812 behoort het echtpaar Borski tot de rijkste inwoners van Amsterdam. Willem gaat vanwege zijn buitenlandse belangen, onder meer leningen aan Rusland en Spanje, regelmatig op reis. Tijdens zijn afwezigheid behartigt Johanna zijn zaken. Na het overlijden van Willem Borski in 1814 beschikt Johanna Borski over een groot vermogen en bezit zes herenhuizen in Amsterdam en het landgoed. Zij zet de zaken van haar man voort onder de naam de Firma Weduwe W. Borski, met Johannes Bernardus Stoop, die al sinds 1790 in dienst is bij de firma, als procuratiehouder. Ze heeft een man als procuratiehouder nodig, omdat een vrouw niet welkom is op de Effectenbeurs. Het is niet alledaags, maar ook niet ongebruikelijk, dat een weduwe het bedrijf van haar man voortzet. Ook in de koopmanfamilies Van Eeghen en Insinger is dat het geval. Tussen de laatste en de familie Borski ontstaan nauwe banden: de oudste zoon, David (1793-1870), huwt in 1816 Anna Jacoba Insinger (1790-1854), terwijl de derde dochter, Wilhelmina Jacoba (1800-1894), in 1823 trouwt met Albrecht Frederik Insinger (1788-1872). Ook met de vennoot van Hope & Co., Jerôme Sillem, ontstaat een familieband. Hij is de schoonvader van Johannes, Johanna’s jongste zoon.

Russische leningen

Samen met Stoop leidt Johanna Borski het bedrijf naar de top van de Amsterdamse financiële wereld. De firma Wed. W. Borski heeft als vaste partner de firma Hope & Co. Gezamenlijk hebben ze in de jaren 1820 ruim honderdtwintig miljoen aan Russische leningen. De kracht van het bedrijf bestaat uit de al door Willem Borski georganiseerde kring van commissionairs en administratiekantoren, die plaatsing en ondersteuning van de emissies zekerstellen. De firma doet ook grootschalige transacties voor eigen rekening. In 1814 richt Willem I DNB op, met een uitgifte van 5000 aandelen à 1000 gulden per stuk. Door gebrek aan vertrouwen worden er slechts 3000 verkocht en de gloednieuwe bank dreigt een fiasco te worden. De firma Weduwe W. Borski biedt zich aan ‘als redster in de nood’ de resterende 2000 aandelen te kopen, op voorwaarde dat in de eerste drie jaar na uitgifte geen extra aandelen op de markt worden gebracht. Haar verwachting, dat het vertrouwen in de bank zal toenemen en de aandelenkoers zal stijgen komt uit, waarna zij de aandelen met winst verkoopt. De Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) komt na 1830 in het nauw door onvrijwillige voorschotten aan koning Willem I. De firma Wed. W. Borski verschaft het bedrijf in 1840 forse kredieten op onderpand van effecten. Het grootste deel neemt de bankierster voor persoonlijke rekening. Met een vermogen van ongeveer vier miljoen gulden is zij in die jaren een van de rijkste personen van het Koninkrijk. Het onroerend goed, dat wil zeggen zes huizen in Amsterdam, waaronder het woonhuis annex kantoor aan de Keizersgracht, plus de landgoederen, komen daar nog bij.[1]

Dik Nas

Oktober 2019

[1] E. Kloek (red.), 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis (Amsterdam 20132) p. 864-865