Het geheugen van de vakbeweging

Frans Engelen: … als spin in het web van de medezeggenschap heb ik me een mening moeten vormen over soms behoorlijk ingewikkelde kwesties, daarin ben ik altijd gesteund door de bond…

Onder Dak! FNV Bouw 1982-2015

Frans Engelen:

‘VROEGER STONDEN WE TEGENOVER ELKAAR, NU STAAN WE NAAST ELKAAR’

‘Van het een kwam het ander’. Zo omschrijft Frans Engelen (58) droogjes zijn loopbaan in de medezeggenschap. Pakweg dertig jaar geleden stak hij voor het eerst z’n vinger op toen er vrijwilligers voor de ondernemingsraad werden gezocht en tot op de dag van vandaag maakt hij zich er sterk voor dat werknemers bij het reilen en zeilen van het bedrijf worden betrokken. ‘Als broekie van 24 kwam ik in de ondernemingsraad terecht en meteen al in de eerste zittingsperiode werd ik gekozen tot voorzitter’, blikt Engelen terug op zijn eerste schreden in de medezeggenschap. Het bleek geen bevlieging, want een kwart eeuw later is hij nog steeds voorzitter. ‘In 1982 kon ik aan de slag bij een aannemingsbedrijf in Roermond, een onderdeel van bouwbedrijf Jongen’, vertelt hij. ‘Daar werkten honderden mensen, dus ze waren verplicht een ondernemingsraad in te stellen. Daar hield de directie zich braaf aan. Het was voor iedereen nieuw. In het begin was het nogal pionieren.’

Engelen bleek de juiste persoon om de medezeggenschap op poten te zetten. Rustig vaarwater werd hem daarbij nauwelijks gegund. ‘Er kwamen allerlei overnames op ons pad, daar moest de ondernemingsraad over adviseren. De grootste uitdaging was de fusie in 1997 van Volker Stevin, waar wij inmiddels onderdeel van uitmaakten, met Kondor Wessels. Zo’n fusie is altijd ingewikkeld, want je hebt te maken met verschillende culturen. Dat leidde soms tot eindeloos gekibbel, maar uiteindelijk zijn we er goed uitgekomen.’ Na de fusie ontstond er een nieuwe Centrale Ondernemingsraad (COR) voor het hele concern waaraan Engelen van meet af aan deelnam. Toen een voorzitter voor de COR werd gezocht keek men opnieuw al snel zijn kant op. ‘Dat komt omdat ik boven de partijen stond’, verklaart hij, ‘ik deed niet mee aan dat gekibbel. Ik denk dat ik daarom met ruime meerderheid werd gekozen.’ Tot op de dag van vandaag combineert Engelen het voorzitterschap van de eigen ondernemingsraad met dat van de COR.

BEDRIJFSKADERGROEPEN

Als spin in het web van de medezeggenschap moet Engelen zich een mening vormen over soms behoorlijk ingewikkelde kwesties. Daarin heeft hij zich altijd gesteund gevoeld door de bond. ‘Van de bond heb ik altijd alle medewerking gekregen’, stelt Engelen. ‘Ik heb heel wat cursussen en trainingen gevolgd. Op kosten van de bond heb ik zelfs een tijdje rechten gestudeerd aan de Open Universiteit. En als het nodig is kan ik er een districtsbestuurder bij halen.’ Voor die steun is hij de bond dankbaar, maar kritiekloos is hij niet. ‘Vroeger hadden we bedrijfskadergroepen, daar stak ik altijd veel van op. Die zijn er nu niet meer. Ik weet niet waarom, maar ik vind dat een gemiste kans. Die bedrijfskadergroepen waren een mooi platform om als bond je gezicht in het bedrijf te laten zien.’

ROOIE RAKKERS

In de bouw komt medezeggenschap vaak moeilijk van de grond. Dat heeft te maken met de vele wisselende dienstverbanden. Bovendien heeft de directie niet altijd trek in pottenkijkers die zich overal mee bemoeien. ‘Dat was in het begin bij ons niet anders’, vertelt Engelen. ‘De directeur zag ons in eerste instantie als een stelletje rooie rakkers die aan z’n stoelpoten kwamen zagen. Maar hij zag al snel in dat goed overleg met het personeel een meerwaarde heeft voor het hele bedrijf.’ Wederzijds vertrouwen en eerlijkheid zijn volgens Engelen de voorwaarden voor vruchtbare medezeggenschap. ‘Natuurlijk zijn er weleens conflicten, maar als je eerlijk uitkomt voor je mening wordt dat gewaardeerd. Andersom probeert de directie nooit om zaken er achter onze rug door te drukken. Zo bouw je wederzijds respect op. Vroeger stonden we tegenover elkaar, nu staan we naast elkaar. Goed constructief overleg leidt tot meer successen dan altijd maar je hakken in het zand zetten.’

KAM-COÖRDINATOR

Na jaren op de steiger te hebben gestaan, werkt Engelen nu als KAM-coördinator. ‘Dat staat voor kwaliteit, arbo en milieu’, legt hij uit. ‘Ik let op de veiligheid en gezondheid van de collega’s en vraag waar het kan aandacht voor duurzaamheid.’ De helft van zijn tijd is hij ‘vrijgesteld’ om tijd te kunnen besteden aan het werk in de ondernemingsraad en de COR. Een ideale combinatie, vindt hijzelf. ‘Ik ken alles en iedereen en kom overal. Daardoor laat ik me niet snel iets wijsmaken. Een tijdje terug wilde de directie het hoge ziekteverzuim aanpakken, dan zorg ik ervoor dat er eerst goed onderzoek wordt gedaan en dat de juiste gegevens op tafel komen. Daar kan ik dan de directie mee confronteren. Op basis daarvan hebben we een goede discussie gevoerd en is de aanpak helemaal gewijzigd.’ Hoewel hij het vele werk als behoorlijk inspannend ervaart, hoopt Engelen tot z’n 67ste voorzitter van de ondernemingsraad te kunnen blijven. ‘Als ze me kiezen natuurlijk’, benadrukt hij. ‘Soms denk ik weleens dat het tijd wordt voor iemand anders, maar het is mooi werk en ik ben er nog niet op uitgekeken. Dus ik ga graag nog een tijdje door.’