Het geheugen van de vakbeweging

Roel de Vries: … een verdeelde vakbeweging verliest haar relevantie en haar betekenis…

Onder Dak! – FNV Bouw 1982-2017

Roel de Vries (voorzitter 1993-2003)

VOORZITTER ZONDER GRENZEN

 Net als zijn twee voorgangers begon Roel de Vries zijn loopbaan als timmerman. Maar al als twintiger richtte hij zijn vizier meer en meer op het vakbondswerk in plaats van het timmerwerk. In zijn woonplaats Steenwijk was hij actief in het jongerenwerk van de bond en dat bleef niet onopgemerkt. In 1967, hij was krap 24 jaar, kon hij al in dienst komen van de bond en hing hij zijn timmergereedschap aan de wilgen. Een hamer kreeg hij pas weer in handen toen hij in 1993 voorzitter werd van de Bouw- en Houtbond FNV. Een voorbeeldige vakbondscarrière ging daaraan vooraf: eerst administrateur in Amsterdam, daarna bezoldigd bestuurder in Zwolle, toen districtsbestuurder in Goes, vervolgens in 1980 gekozen in het bondsbestuur en in 1986 vicevoorzitter. Als nieuwbakken bestuurder kreeg De Vries meteen de bouw-cao in zijn portefeuille en dat bleek een kolfje naar zijn hand.  Aan de onderhandelingstafel kwamen zijn talenten optimaal tot hun recht. Door aansprekende resultaten te boeken wist De Vries zich in de kijker te spelen, niet alleen bij de werkgevers en werknemers, maar ook bij de overheid en de andere bonden. Toen in 1993 het voorzitterschap vacant kwam, was hij de voor de hand liggende kandidaat. Dat vond ook de bondsraad die hem met algemene stemmen verkoos.

DILEMMA

Precies een decennium – van 1993 tot 2003 – was Roel de Vries voorzitter. Het waren in veel opzichten cruciale jaren voor de bond. Toen hij in 1993 aantrad nam langzaam maar zeker de behoefte aan meer flexibiliteit in de arbeidsverhoudingen toe, ook in de bouw- en houtnijverheid. De Vries besefte als geen ander dat dit ingrijpende gevolgen zou hebben voor het werk van de bond. ‘Aan dat veranderingsproces wilde ik graag leiding geven’, omschrijft De Vries zijn ambitie van destijds. ‘Daarom heb ik ‘ja’ gezegd toen me werd gevraagd of ik voorzitter wilde worden. Er was een steeds sterker wordende vraag naar meer flexibiliteit en individuele afspraken, terwijl werknemers in de bouw tot in hun vezels gewend waren aan collectiviteit. Dat was een dilemma waar we een antwoord op moesten zien te vinden.’ Daarbij ging De Vries voortdurend te rade bij de leden. ‘Bij mijn aantreden als voorzitter had ik me voorgenomen om goed te luisteren naar wat de leden echt bezig hield en daar zoveel mogelijk naar te handelen. Ook al ben je voorzitter, in je eentje krijg je niks voor elkaar. Ik heb altijd beseft dat eendrachtige samenwerking met de leden essentieel is om iets te kunnen bereiken.’ Wanneer hij dertien jaar na zijn voorzitterschap in alle rust de balans van zijn inspanningen opmaakt slaat die positief uit. ‘We zijn een sterke bond gebleven. Daardoor hebben we veel van onze voornemens kunnen realiseren, met name op het gebied van de lonen, arbeidsmarkt, prepensioen en kwaliteit van de arbeid.’

STAKINGEN

De meeste resultaten zijn behaald aan de onderhandelingstafel, zonder dat daar een staking of andere pressiemiddelen aan te pas kwamen. ‘De werkgevers konden niet om ons heen’, stelt De Vries, ‘maar als het moest aarzelden we niet om onze tanden te laten zien.’ En dat bleek nogal eens nodig. Zo zullen de geschiedschrijvers De Vries vooral herinneren als de voorzitter die aan het roer stond van de grootste naoorlogse bouwstaking. Die vond plaats in 1995 en voor de bond was het ‘erop of eronder’. ‘Het ging om meer dan een cao-conflict’, herinnert De Vries zich als de dag van gisteren. ‘Het ging om een aanval op de positie van de vakbeweging. Dat we die eendrachtig met 36.000 stakers achter ons konden afslaan, was een mooi moment. Voor mij de beste herinnering aan mijn periode als voorzitter.’

INTERNATIONAAL

Als districtsbestuurder in Zeeland kreeg De Vries al veel te maken met grensarbeid en leerde hij dat vakbondswerk zich niet laat afbakenen door landsgrenzen. Die blik over de grens heeft hem ook als voorzitter gekenmerkt. ‘Het grensoverschrijdend verkeer nam steeds meer toe en er kwamen allerlei internationale handelsverdragen, dan is het van belang om alert te blijven en uitwassen tegen te gaan’, stelt De Vries. Vanuit die drive nam hij in 1997 het voorzitterschap van de toenmalige Internationale Bond van Bouw- en Houtarbeiders (IBBH) op zich. Om de krachten nog verder te bundelen maakte hij zich sterk voor de oprichting van de Building and Wood Workers International (BWI), een samenwerkingsverband van ruim 350 vakbonden. Die kwam er in 2005.  De Vries: ‘Voor mij een hoogtepunt en een mooi moment om mijn voorzitterschap van de internationale bond af te sluiten’. Toch maakte de aanblik van kinderen die zes dagen per week twaalf uur per dag in de Indiase steengroeven werkten meer indruk. Die misstanden kunnen alleen met concrete projecten te lijf worden gegaan, beseft De Vries. ‘Daarom ben ik er trots op dat we sindsdien 12.000 van die kinderen de lagere school hebben kunnen laten volgen.’

Eendracht maakt macht, De Vries heeft het keer op keer ondervonden. Aan de onderhandelingstafel, tijdens de staking van 1995, maar ook bij zijn pogingen iets te doen aan de misstanden in India. Daarom juicht hij toe dat de ongedeelde FNV er uiteindelijk is gekomen. ‘Een verdeelde vakbeweging verliest haar relevantie en haar betekenis’, waarschuwt hij. ‘Daarom roep ik de leiding en de leden van de FNV op eendrachtig samen te werken.’