Het geheugen van de vakbeweging

bh-heldt
Bernard Heldt, voorzitter van de ANWV, de eerste vakbondsman die in 1885 in de Tweede Kamer komt

Vakbondsmensen in de politiek

De eerste parlementariërs uit arbeiderskring

Vakbeweging en politiek: het samen ergens voor strijden, de wederzijdse afhankelijkheid maar ook  de niet waargemaakte verwachtingen over en weer en het ongemak daarover, heeft een lange geschiedenis. Deze begint eind 19e eeuw toen het algemeen kiesrecht nog veroverd moest worden. In dit stuk gaat het over vakbondsmensen die actief werden in de landelijke politiek, als parlementsleden en bewindslieden, en als Europarlementariër. Over wie hebben we het dan?

De eerste arbeider in de 2e Kamer, in 1885, was de meubelmaker Bernard Heldt, voorzitter van het ANWV (Algemeen  Nederlandsch Werklieden Verbond). Terwijl hij zelf nog geen stemrecht had werd hij verkozen voor de Liberale Unie. Liberaal was destijds een politieke stroming links van het midden. Toen Heldt in de kamer kwam waren de conservatieven al bang voor ‘het rode gevaar’. Terwijl de eerste echte socialist, Ferdinand Domela Nieuwenhuis, pas drie jaar later naar de 2e Kamer werd afgevaardigd.

Het eerste parlementslid uit de christelijke werkliedenvereniging Patrimonium was de timmerman Pieter van Vliet, die in 1901 in de 2e Kamer kwam. Het NVV leverde parlementariërs vanaf 1913. In de 1e Kamer kwam toen Henri Polak, van origine diamantslijper, voorzitter van de Diamantbewerkersbond ANDB en in 1906 de eerste voorzitter van het NVV. Jan ter Laan, voorzitter van de Commiezenbond, één van de voorlopers van de Centrale Nederlandse Ambtenaarsbond (CNAB), kwam in 1913 in de 2e Kamer. Twee jaar later werd hij vergezeld door Jan van den Tempel, van huis uit schilder, secretaris en belangrijkste theoreticus van het NVV en in 1939 de eerste sociaal-democratische minister.

De eerste katholieke vakbondsman in de 2e Kamer was Arnold Engels in 1916, een Twentse wever. Aanvankelijk een aanhanger van Ariëns en de interconfessionele richting werd hij later een fervent voorstander van zuiver katholieke arbeidersverenigingen.

Links van de sociaal-democraten werd de drukker en redacteur van socialistische blaadjes Harm Kolthek, die tot 1913 secretaris van het NAS was geweest, lid van de 2e Kamer in 1918. Nadat hij in de eerste wereldoorlog had gezien hoe overheersend de rol van de politiek was, richtte Harm Kolthek zijn eigen Socialistische partij op. Deze SP heeft bestaan van 1918-1928.

Vakbonden en politieke partijen, verzuiling en ontzuiling

De bestuurders van de vakcentrales, de aangesloten bonden en de voorlopers van al deze verenigingen, waren vroeger vaak tegelijkertijd actief in de vakbeweging en in de politiek. Tot in de jaren zestig was parlementslid niet altijd een hoofdberoep en zagen veel parlementsleden het politieke werk als bijbaan naast andere, vaak bestuurlijke, functies. Vanaf de jaren zeventig vond een professionalisering plaats van de Kamerleden. Daarna kwamen dubbelfuncties weinig meer voor maar waren vakbondsbestuurders en beleidsadviseurs na en soms vóór hun vakbondscarrière politiek actief.

De verzuiling in de vakbeweging was nog lang merkbaar bij de keuze voor een politieke partij. NVV bestuurders zaten voor de SDAP en na WO II voor de PvdA, in de 2e en 1e Kamer. Voorzitters en andere bestuurders van de vakbonden van onder meer onderwijzers en ambtenaren, maar al snel ook van de bonden van transportarbeiders, spoor- en trampersoneel, landarbeiders, metaalbewerkers en fabrieksarbeiders, werden tijdens het Interbellum regelmatig op verkiesbare plaatsen op de kandidatenlijsten geplaatst.

Henk Sneevliet
Henk Sneevliet. NAS-voorzitter en lid van de Tweede Kamer voor de RSAP

NAS voorzitter Henk Sneevliet, die overigens eerder in zijn vakbondsloopbaan voorzitter was geweest van de NVV bond voor Spoor- en Tramwegpersoneel, heeft in de jaren dertig nog zes jaar in de 2e Kamer gezeten voor de RSAP, een kleine socialistische partij links van de SDAP.

Diverse bestuurders van de Eenheidsvakcentrale, de EVC, zaten na de tweede wereldoorlog in de 2e Kamer voor de CPN. De laatste was in de jaren zeventig de Groninger Fré Meis.

Pas vanaf 1989 – Paul Rosenmöller is daar een voorbeeld van – werden FNV’ers actief in partijen als GroenLinks en in de SP die in 1972 werd opgericht.

Bij het CNV was de tweede voorzitter, Klaas Kruithof, eveneens van mening dat vakbondsbestuurders een politieke rol moesten kunnen spelen. Zelf had hij geen landelijke politieke functie maar het CNV streefde er sinds 1918 ook naar om zijn bestuurders op verkiesbare plaatsen te krijgen. Als CNV’ers politiek actief werden was dat vrijwel altijd voor de ARP, slechts een enkeling kwam uit de hoek van het CHU. Uitzondering was Pier van Gorkum, voorzitter van de christelijke bond van hoger opgeleiden, die van 1972-1975 voor de PPR in de 2e Kamer zat. Overigens leidde het regelmatig tot grote spanningen tussen het CNV en de ARP omdat deze partij in de zienswijze van het CNV onvoldoende tegemoetkwam aan de wensen vanuit de vakbeweging.

De bestuurders van de katholieke vakbeweging waren politiek actief voor de RKSP en later voor de KVP. Begin jaren zeventig zijn ook hier tekenen van ontzuiling. Jaap van der Doef, afkomstig uit de katholieke Vervoersbond, is in 1973 de eerste NKV’er die voor de PvdA in de 2e Kamer komt. Een andere doorbraakfiguur is Dilia van der Heem. Zij begon haar vakbondscarrière als assistent van NKV voorzitter Jan Mertens, stapte na een aantal maanden in 1970 over naar het NVV, werd drie jaar later 2e Kamerlid voor de PPR, en was vanaf 1979 bestuurder bij de Vervoersbond NVV/ FNV.

Van de MHP bestuurders moet Erwin Nypels worden genoemd, de voorzitter van de MHP bond voor hoger opgeleiden. Nypels zat verschillende periodes voor D66 in de 2e Kamer en was in 1982 nog 5 maanden minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening. Henk van Hoof, cao-coördinator van de Vereniging van Hoger Personeel zat voor de VVD in de 2e Kamer en was 2 keer staatssecretaris.

Vrouwen in de politiek

De eerste vrouw in de 2e Kamer was de Rotterdamse onderwijzeres Suze Groeneweg. Zij kwam in 1918 voor de SDAP in het parlement en in 1919 kwam zij ook in Provinciale Staten en de Rotterdamse gemeenteraad. Zij was tot 1937 een full time politica. Net als een generatie eerder bij arbeiders het geval was geweest werd zij gekozen nog voordat vrouwen stemrecht hadden.

Alida de Jong
Alida de Jong, eerste vakbondsvrouw in de Tweede Kamer

In 1931 werd Alida de Jong, hoofdbestuurder van de naaisters- en kleermakersbond van het NVV, de eerste vakbondsvrouw in de 2e Kamer. Na de oorlog zat Annie Kessel, leidster van de Katholieke Arbeidersvrouwen (KAV) in het diocees Breda, van 1963 tot 1971 in de 2e Kamer – eerst voor de KVP en daarna voor de groep Aarden. Vakbondsvrouwen zijn schaars gebleven in de landelijke politiek, van de 145 vakbondsmensen die de 1e en 2e Kamer hebben bevolkt waren slechts 14 vrouwen.

Onder de twaalf vakbondsmensen die naar het Europarlement gingen waren drie vrouwen: FNV federatiebestuurder Ieke van den Burg en beleidsmedewerker van de FNV Bouw Dorette Corbey, beide in de periode 1999-2009, en FNV voorzitter Agnes Jongerius sinds 2014.

Politieke partijen en vakbondsmensen

In 1917 werd het algemeen kiesrecht ingevoerd voor mannen vanaf 25 jaar. Vrouwen konden al wel gekozen worden maar pas bij de verkiezingen in 1922 konden zij ook zelf hun stem uitbrengen. Bij de 2e Kamerverkiezingen zou blijken wat dat te weeg bracht.

In 1917 telde de 2e Kamer 100 leden, daarvan was  4% afkomstig uit de arbeidersbeweging. De SDAP fractie telde 15 zetels, waarvan er 2 door vakbondsmensen werden bezet. In de RKSP fractie van 25 zetels zat 1 vakbondsman en bij de ARP, met 11 zetels,  zat ook 1 vakbondsman.

Na de verkiezingen van 1918 was 12% van de parlementariërs afkomstig uit de vakbeweging: 5 van de SDAP (nu 22 zetels), 5 van de RKSP (32 zetels), 1 van de ARP (13 zetels) en de ene zetel van de nieuwe Socialistische Partij. Na de verkiezingen van 1922 kwam nog altijd 10% van de 2e Kamerleden uit de arbeidersbeweging. De revolutiestemming was alweer aan het wegebben, vrouwen hadden stemrecht gekregen en de christelijke partijen waren al weer gegroeid.

Een klein uitstapje naar het heden laat zien dat de 2e Kamer nu heel anders is samengesteld. Onder de 150 2e Kamerleden zijn anno 2016 met een beetje zoeken nog 5 mannen en 3 vrouwen met een vakbondsverleden te vinden, verdeeld over 5 politieke partijen. Dat is nog geen 6%. Terwijl intussen 37% van de zetels wordt ingenomen door vrouwen.

Bewindslieden met een vakbondsverleden

Oud-vakbondsmensen worden ook wel eens minister of staatssecretaris, maar minder vaak. Behalve de verhouding vakbeweging – politieke partij speelt hier de kabinetsdeelname van de partijen een rol. In de periode 1946-2016 zaten CDA en voorlopers 58 jaar in het kabinet, de PvdA slechts 38 jaar. De kans om via een christelijke partij in het kabinet te komen was na de Tweede Wereldoorlog alleen al door de samenstelling van de regering, groter dan via de sociaal-democratie.

jan-van-den-tempel
Jan van den Tempel, eerste vakbondsman die minister wordt

Wat het vakgebied betreft staat Sociale Zaken op de eerste plaats: twee ministers vanuit het NVV (Jan van den Tempel en Ko Suurhoff, de AOW minister) met samen twaalf ministersjaren. Vijf ministers vanuit het CNV (Bauke Roolvink, Jaap Boersma, Wil Albeda en Louw de Graaf van 1967-1982 en Aart Jan de Geus van 2002-2007) met samen 20 ministersjaren.

Daarnaast was er 15 jaar een staatssecretaris op Sociale Zaken afkomstig uit het CNV (Roolvink, ARP, van 1959-1963 en De Graaf, CDA, van 1977-1989), 4 jaar een uit het NKV (Jan Mertens, van 1973-1977) en 4 jaar een uit het NVV (Elske ter Veld, van 1998-1993) en 3 jaar een uit de VHP (Henk van Hoof).

Ministers met KAB achtergrond zijn moeilijker te vinden. Bekend zijn A.C. de Bruijn, voorzitter van de KAB en van 1952-1956 minister van Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (PBO), en Pieter Bogaers, directeur van het wetenschappelijk bureau van de KAB en van 1963-1966 minister van Volkshuisvesting.

Wim Kok, voorzitter NVV en FNV, is tot nu toe als minister van financiën (1889-1994) en Minister President (1994-2002), de meest opmerkelijke vakbondsman in het landsbestuur.

Behalve A.C. de Bruyn en Wim Kok zijn de ministers afkomstig uit de vakbeweging, niet voorzitter van een vakcentrale geweest maar secretaris, vice-voorzitter, gewoon bestuurder of ze waren verbonden aan het wetenschappelijk bureau. Van de staatssecretarissen is alleen Jan Mertens voorzitter geweest.

Vrouwen

Onder de 15 ministers (samen 16 ministersposten) met vakbondsachtergrond waren twee vrouwen: Ella Vogelaar (FNV) was van 2007-2008 minister van Wonen, Wijken en Integratie, en Gerda Verburg (CNV) was van 2007-2010 minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit.

Onder de 8 staatssecretarissen (samen 9 staatssecretariaten) afkomstig uit de vakbeweging waren ook twee vrouwen: Elske ter Veld (FNV) van 1989-1993 op SoZaW, en Karin Adelmund (FNV) van 1998-2002 op OCW.

Tot slot

Deze inventarisatie is gebaseerd op gegevens over 154 vakbondsmensen die actief werden in de landelijke en / of Europese politiek. Daarvan waren er 18 vrouw, bijna 12%.  Dit zijn voornamelijk kwantitatieve gegevens. Interessant zou zijn om na te gaan in hoeverre deze politici afkomstig uit de vakbeweging, er in zijn geslaagd hun vakbondsagenda ook op de politieke agenda te krijgen. Wat waren de verwachtingen bij de beweging, bij hun kiezers? Hoe succesvol waren zij, welke resultaten zijn er behaald en welke belemmeringen kwamen zij tegen? Er van uitgaande, dat zij ernaar hebben gestreefd hun vakbondsitems via de politiek te kunnen verwezenlijken. Hoewel de vraag ook gesteld zou dienen te worden of zij – eenmaal in de Kamerbankjes of op de stoel van de landsbestuurder – er aan hebben gewerkt iets van hun vakbondsagenda via de politiek te realiseren.

Over de mate waarin de emancipatie van arbeidersbeweging en vrouwenbeweging op politiek vlak succesvol was valt zeker ook nog het nodige te zeggen. Een inventarisatie is slechts een begin, een noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde om iets op te helderen over de verhouding tussen vakbeweging en politiek. Wat de deelname aan het politieke bedrijf in de praktijk heeft opgeleverd, is hiermee nog lang niet gezegd.

Floor van Gelder

November 2016

Aantal vakbondsmensen
in landelijke en europese politiek      

totaal    politiek actief    m    v

voorzitters NVV            10    8    8    0
voorzitters NKV            6    4    4    0
voorzitters FNV            6    4    3    1
voorzitters CNV            16    6    6    0

vanuit     NVV                40    36    4
vanuit     NKV                29    28    1
vanuit     FNV                21    11    9
vanuit     CNV                27    25    2
van  NAS, EVC                9    9    0
van  overige                      5    4    1

totaal              153    134    18

87,6%    11,8%

Compleet overzicht politici met vakbondsachtergrond

Alle politici met een vakbondsachtergrond zijn verwerkt in een tweetal excel-sheets