Het geheugen van de vakbeweging

Cor Inja (1947-2020): “de vakbeweging is er eerst en vooral voor zaken rondom arbeid en inkomen”


Autonome dwarsdenker

Vakbondseconoom en schrijver Cor Inja
(1947- 2020)

Op 27 september 2020 is vakbondseconoom Cor Inja op 73 jarige leeftijd in zijn woonplaats Castricum overleden aan de gevolgen van prostaatkanker. Bijna veertig jaar (1973-2012) was Inja een van de gezichtsbepalende economen van de FNV. Als hoofd van de FNV-beleidsafdeling Arbeid was hij een icoon voor velen en een ‘mastodont’ voor anderen.

Inja was jarenlang lid van de Sociaal Economische Raad (SER) en van de agendacommissie van de Stichting van de Arbeid. Het arbeidsvoorwaardenbeleid van vakcentrale FNV was heel vaak van zijn hand. Hij was de econoom die al in een heel vroeg stadium betoogde dat marktwerking een moreel kompas nodig heeft om niet te ontaarden in alleen een verdienmodel.

Cor Inja (12 juni 1947) groeide op in een typisch sociaaldemocratisch arbeidersgezin in de Zaanstreek. Zijn ouders waren streng doopsgezind en van de blauwe knoop en dus geheelonthouders. Vader was industriearbeider en moeder was huisvrouw. Toen zijn vader eens een fles jenever als Kerstpresentje kreeg werd die door de gootsteen gespoeld. Pas ver na zijn studententijd raakte Cor zijn eerst glas alcohol aan.

Arbeidersjongen

Inja mocht naar de HBS. Dat vond niet iedereen in die tijd gewoon. Een arbeidersjongen naar de HBS? Hij studeerde arbeidseconomie in Groningen bij professor Cees de Galan.  Uit die tijd kende hij meerdere vakbondscollega’s. Ze zijn nog eens samen in de bus gestapt om het arbeiderszelfbestuur in (voormalig) Joegoslavië te bestuderen.

Doopsgezinden kennen de vredesgetuigenis en vanuit die achtergrond weigerde Inja militaire dienst.  Hij deed vervangende dienstplicht en stond op de barricade voor meer mogelijkheden tot vervangende dienstplicht. In een kamp voor doopsgezinde jongeren ontmoette hij zijn vrouw Janny met wie hij meer dan vijftig jaar getrouwd was. Ze kregen drie kinderen.

Binnen de vakbeweging was Cor een autonome dwarsdenker die steeds zijn eigen spoor volgde. Standvastig in zijn overtuiging dat de vakbeweging van en voor ’onze mensen’ is en daarvoor moet opkomen. Een terugkerend discussie thema in zijn loopbaan was de opvatting dat de vakbeweging er eerst en vooral is voor de zaken rondom arbeid en inkomen. Bredere maatschappelijke thema’s kunnen beter opgepakt worden door andere belangengroeperingen en politieke partijen, zo meende hij. Met een uitzondering wellicht: hij was ontroerd en heel blij met de deelname van de FNV aan de acties tegen de plaatsing van kruisraketten. (1981 en 1983) Verklaarbaar uit zijn pacifistische achtergrond.

In de vakbeweging moeten de sectoren het belangrijkste woord hebben. Die opvatting bracht hem meerdere malen in conflict. Zijn uitgangspunt was vaker dat als je bij onderhandelingen begint bij het haalbare in plaats van datgene wat je als sector zelf wilt, je op voorhand al positie verliest. Je kunt immers niet weten wat de uitkomst geweest zou zijn indien je een geheel eigen koers had gevolgd. Cor was een vakbondsman maar niet een die bleef hangen bij recepties of in gezelschappen. Zijn gezin stond met stip op één.

Schrijverschap

Inja was ook schrijver en op dat schrijverschap was hij trots. Hij zei daar zelf over: ”Mijn fantasie gebruik ik (in mijn werk) om bloedloze compromissen te formuleren die het cement van onze overlegeconomie vormen. (..) Je kiest in het schrijven voor het avontuur met het ongewisse einde. Je gebruikt woorden die geen concessies behoeven.” Jarenlang (2000-2005) had hij een column in het Financieel Dagblad en schreef hij artikelen en verhalen in Hard Gras, Avenue Literair en Intermagazine. Het verhaal “De rok van Arhimoe” werd gepubliceerd in literair tijdschrift De Brakke Hond. Een kinderjury kende hem in 2014 de John Flandersprijs van Vlaanderen toe kreeg voor zijn kinderboek ”De komeet en het varken.”

Bij de FNV was Cor de tekstschrijver van de afscheidsstukken van vele FNV-ers. In sociaaleconomisch Nederland werden de afscheidsrecepties alleen daarom al drukbezocht. Cor spaarde niemand.

Dit schrijverschap gebruikte Cor Inja eveneens om fantastische speeches te schrijven voor vele vakbondsbestuurdersals  Frans Drabbe, Wim Kok en volgende FNV-voorzitters.
Cor was kritisch over de SER. De onafhankelijke kroonleden waren volgens hem politieke benoemingen en het suikerzoete overleg mocht wel plaats maken voor stevige onderhandelingen. Over de tripartisering – vooral na het akkoord van Wassenaar – was hij niet te spreken. Liever overlegde hij in de Stichting van de Arbeid rechtstreeks met werkgevers.  In die onderhandelingen betoonde hij zich een meester. Een alom gerespecteerd econoom maar vooral ook een geliefde collega. Ook wel aangeduid als de Grote Vriendelijke Reus.

Inja laat vrouw, drie kinderen (van wie de oudste is overleden) en zeven kleinkinderen na.

Ans Pelzer
Chris Driessen

September 2020