Het geheugen van de vakbeweging

Vakbond ABW legt bescheidenheid af

De vakbeweging is veel groter dan FNV, CNV en MHP. Er zijn tal van categorale organisaties die ieder voor zich hun eigen reden hebben om zelfstandig te blijven en zich niet bij één van de grote vakcentrales aan te sluiten. Met elkaar hebben ze naar schatting zo’n 200.000 leden. In de komende nummers van de VHV Nieuwsbrief zullen enkele van hen in de schijnwerper worden gezet. De eerste is de Vakbond ABW, die in Limburg is geworteld.

Bord ter herdenking van het 50-jarig bestaan van de ABW in 1994Bord ter herdenking van het 50-jarig bestaan van de ABW in 1994

De Vakbond ABW is anno 2011 met zijn 6.500 leden een relatief kleine vakbond. Maar kent een roemruchte geschiedenis. Zijn ontstaan gaat terug naar 23 september 1944, Limburg is net bevrijd, als de Algemene Bond voor Werkers in het Mijnbedrijf (ABWM) wordt opgericht. Wim den Exter staat tijdelijk aan het roer. Wiel Hamers wordt de eerste echte voorzitter. De bond telt al snel meer dan 15.000 leden. Een aantal om trots op te zijn. De saamhorigheid is groot. Maar de concurrentie van de Nederlandse Katholieke Mijnwerkersbond ook. Daarnaast maken nauwelijks beďnvloedbare krachten het de jonge bond heel moeilijk. Hoewel heel duidelijk in de statuten staat dat ABWM ‘partij- en politiek neutraal’ is, wordt de bond in Limburg gezien als een gevaar voor het katholieke geloof. Tijdens missen wordt de bond regelmatig afgeschilderd als staats- en geloofsgevaarlijk. De sacramenten worden zelfs geweigerd als een kerkganger lid van de ABWM blijkt te zijn. Het duurt tot 1951 voordat de Koninklijke goedkeuring op de statuten wordt verleend en de bond wordt geaccepeerd. 
De ABWM ligt mede aan de basis van de 5-daagse werkweek in het mijnbedrijf, die uiteindelijk in 1961 definitief wordt ingevoerd. In 1964 vraagt de bond duidelijkheid aan de regering over de sluiting van de mijnen, waarover al vanaf 1957 wordt gesproken. Die duidelijkheid komt uiteindelijk op 14 december 1965 als de sluiting van de mijnen wordt aangekondigd. De ABWM vecht in de jaren die volgen voor betere, structurele oplossingen voor de mijnwerkers in Limburg. Tevens neemt het bestuur het moedige besluit de bond open te stellen voor alle beroepen. Als gevolg daarvan wordt de naam veranderd in Algemene Bond van Werknemers (ABW).
In 1993 onderscheidt de bond zich met een actie bij de Sociale Werkplaatsen. Anderhalve maand vindt er een estafettestaking plaats. De opstelling van de bond en de hulp die wordt geboden, zijn voor veel medewerkers van de Sociale Werkplaatsen aanleiding om lid te worden.

De bond heeft de (oud-)mijnwerkers altijd een warm hart toegedragen. Zij vormen het fundament van de bond. In 1994, de mijnsluiting is dan al lang een feit, gaat de bond namens een groot aantal leden in beroep tegen de afwijzing van de Stichting Silicose Oud-mijnwerkers. Deze organisatie heeft besloten om de eenmalige uitkering van 20.000 gulden niet toe te kennen omdat tijdens de keuring zou zijn gebleken dat de oud-mijnwerkers niet voor 30% of meer werden gehinderd door silicose. De bond verzet zich daar met succes tegen, want jaren, later worden ze in het gelijk gesteld.
De huidige voorzitter, Jack Hurxkens, aanvaardt in juni 2007 het voorzitterschap van de ABW. Hij maakt meteen korte metten met een specifieke eigenschap van de bond: bescheidenheid. Hij vindt het tijd wordt dat de vakbond laat zien dat hij trots mag zijn op wat de leden wordt geboden. Maar ook de leden mogen trots zijn op de positie die de bond inneemt en de service die wordt geboden voor een relatief laag lidmaatschapsgeld.
Maar zorgt die trotsheid ook voor een goede toekomst? Voorzitter Jack Hurxkens zegt volmondig ja. Hij voegt er wel een grote ‘maar’ aan toe. “Je moet als vakbond nieuwe wegen inslaan; je profileren, nieuwe doelgroepen aanboren en laten zien wat je doet. Tonen welke belangrijke rol je kunt spelen”.

Jongeren, vrouwen en allochtonen vormen het groeipotentieel dat de Vakbond ABW voor ogen heeft.  Secretaris/penningmeester Indra Kandhai: “Zo wordt er volop gebruik gemaakt van sociale media om de jongeren aan te spreken; is er een helpdesk waar ze terecht kunnen met vragen over bijvoorbeeld hun vakantiebaantje en worden scholen bezocht om informatie te geven over wat een vakbond allemaal doet.  Vrouwen en allochtonen worden vooral bereikt via de bedrijven waarin ze werkzaam zijn, enthousiast.  Maar ook met infotorials en flyeracties probeert de bond mensen enthousiast te maken voor het lidmaatschap.”
Voorzitter Jack Hurxkens weet dat je je ogen niet mag sluiten door de toenemende individualisering. “Mensen lijken elkaar niet meer nodig te hebben en proberen alles zelf te regelen. Dat lukt niet altijd, want zeker bij problemen, blijkt de helpende hand van een vakbond toch een zeer welkome gast. Waar vind je individuele belangenbehartiging, goede belastingservice, rechtsbijstand voor een gunstige prijs. Bij ons geen callcenter waar je vragen worden beantwoord. Maar deskundige mensen, die er van zijn overtuigd dat de vakbond zeker toekomst heeft”..
Jeroen Sprenger
Eerder gepubliceerd in de VHV Nieuwsbrief van juni 2011