Het geheugen van de vakbeweging

Henk Grooters
Henk Grooters tijdens de VHV-bijeenkomst van 5 maart 2020 in Hengelo

Vakbeweging in oorlogstijd – 3

Bonden in Twente reageren anders dan landelijk

Voorjaar 2020 organiseerde de VHV-werkgroep Twente een bijeenkomst ter gelegenheid van het feit dat 75-jaar geleden Nederland bevrijd werd van de Duitse bezetter. Henk Grooters, actief CNV-lid en lid van de VHV-werkgroep Twente onderzocht aan de hand van talrijke publicaties hoe de vakbeweging zich in de oorlogsjaren in Twente had opgesteld en verweerd. Hier zijn verhaal.

Voor de oorlog: relatie bonden/werkgevers verandert

De afhankelijkheid van de werkgevers was groot.
“De afhankelijkheid van de werkgevers was voor de Tweede Oorlog groot.”

Al voor de oorlog was in Twente merkbaar dat het fascisme werd verafschuwd, zowel bij het NVV als bij de christelijke bonden. Je kon geen lid van een bond in Twente zijn als je NSB’er was. Vele jaren voor de oorlog was de verstandhouding tussen de bonden en de werkgevers in Twente slecht vanwege de dramatische behandeling van werknemers, slechte arbeidsomstandigheden, salarisverlagingen en uitsluitingen tijdens stakingen. De afhankelijkheid van de werkgevers was groot. Dat begint te veranderen vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er zou na veel en intensief overleg eindelijk een textiel-cao worden afgesloten en wel op 10 mei 1940, de dag dat de Duitsers ons land binnenvielen. Die cao ging natuurlijk niet door.

Begin van de oorlog: nepnieuws en opstand

Bij de Koninklijke Nederlandse Katoenspinnerij in Hengelo werd het 75-jarig bestaan gevierd met een erepoort, spandoeken et cetera. Foto’s daarvan verschenen in de Duitse kranten om te laten zien dat men in Nederland blij was met de komst van de Duitsers. Er was toen al sprake van nepnieuws. Het NVV werd direct onder Duits gezag gesteld – veel NSB’ers werden benoemd in de organisatie – en er kwamen maatregelen dat de Joodse leden geroyeerd moesten worden, inclusief de Joodse bestuurders. Ook de oprichter van het NVV, Henri Polak werd gearresteerd. Een aantal bestuurders in Nederland weigerde hieraan mee te werken; 15 van hen werden opgepakt. Er was verzet binnen het NVV, zo werd er een illegale versie van het tijdschrift ‘de Vakbeweging’ opgericht. Landelijk bleef 50% lid van het NVV.

In Twente liep het anders. De bestuurders van het NVV reageerden hier massaal en verontwaardigd op de ontwikkelingen, vooral nadat NSB-er Woudenberg, door de bezetter aangesteld als hoogste baas van het NVV, die de vakcentrale verder wilde centraliseren. In een illegaal pamflet lieten deze NVV-bestuurders  (en leden) weten: Wij zeggen NEE, wij passen ervoor nog langer onze vrije tijd en contributies op te offeren voor deze misselijke fascistische uitbuiters en opvreters. Wij, leden en afdelingsbestuurders, zijn in staat het verfoeilijke fascisme in onze organisatie te keren, door elke medewerking te weigeren.

De reactie van de bezetter bleef niet uit. Vele NVV-bestuurders in Twente werden gearresteerd. Enkelen moesten dat met de dood bekopen, zoals Klaas Tabak en Gerrit Visser. Anderen gingen ondergronds en werkten illegaal aan een netwerk van de bonden.

Leegloop NVV, opheffing werkgeversverenigingen

De toenemende invloed van de Duitse bezetting zorgde landelijk voor groeiende kritiek op het NVV. Massaal zegden leden hun lidmaatschap op. De christelijke bonden werden toen nog door de bezetter gespaard. Een aantal leden van het NVV stapte daarom over naar Unitas, de christelijke textielbond. Als vakbondslid kreeg men nog een uitkering bij werkeloosheid. De werkgeversverenigingen weigerden samen te werken met het nieuwe NVV en hieven zichzelf op.

Toestand in de textiel

De textielindustrie kreeg in de eerste bezettingsjaren zware klappen. De buitenlandse orders vervielen bijna allemaal. Mondjesmaat kwamen er wel opdrachten vanuit Duitsland – voor bijvoorbeeld het maken van uniformen, maar dat was veel te weinig om de werknemers aan het werk te houden. Toch volgden er in Twente geen massaontslagen. Een aantal textielfabrieken hield de mensen in dienst, zoals Gebroeders Jannink in Enschede, maar dan wel met veel minder loon. Op zijn minst opmerkelijk gelet op de ervaringen tussen werkgevers en arbeiders van vóór de oorlog. Aan de Februaristaking in 1941 deed ook Twente mee, zowel het NVV als de christelijke bonden, maar dan illegaal.

Bonden ondergronds

In juni 1941 werden de christelijke bonden ook onder fascistisch gezag geplaatst. Hun reactie was dat men weigerde samen te werken met de fascisten. De aartsbisschop verbood het lidmaatschap en er werd massaal opgezegd. Ook de leden van de protestantse bonden zegden op en gingen net als de katholieke bestuurders ondergronds. Zij richten een noodfonds op voor die leden die financieel in de problemen kwamen. Dat deed ook het ondergrondse NVV in Twente. In 1942 werd door de bezetters het Nationaal Arbeiders Front (NAF) opgericht. Een eenheidsvakbond, het ideaal van de Duitsers. De Twentse NVV-leden die in 1940 lid waren geworden van Unitas, gingen weer terug naar het NVV c.q. NAF.

Textielwerkers vrijwillig naar Duitsland

De Duitsers hadden steeds meer arbeiders nodig voor het werk in Duitsland, omdat de Duitsers zelf nodig waren in het leger. Zo waren er ook grensgangers uit Twente die werkten in de textielindustrie net over de grens. Zij deden dat voor hun eigen inkomen en om de razzia’s te vermijden. Met militair transport werden ze naar de bedrijven gebracht. Zij kregen minder uurloon dan hun Duitse collega’s, wat natuurlijk onvrede opriep. Toen op een dag het militaire transport veel te laat kwam, wilde de Duitse directeur die tijd korten op kun loon. Dat was de druppel voor de grensgangers, die van voor de oorlog de invloed van de bonden kenden. Zij staakten spontaan en wilden terug met de trein. Daar schrok de directeur zo van dat hij ze zelf ophaalde van het station met de belofte dat er niet gekort werd en dat de uurlonen gelijk werden getrokken. Zo kwam er alsnog gelijke beloning.

Gedwongen werken in Duitsland

Maar het tekort aan arbeiders in Duitsland bleef. In plaats van vrijwillig naar Duitsland gaan om te werken, werd dat verplicht. Razzia’s volgden om zo veel mogelijk arbeiders op te halen (Arbeitseinsatz). In 1942 had men circa 200.000 arbeiders nodig. Veel arbeiders uit Twente werden hiertoe gedwongen. Alleen al uit Hengelo haalden de Duitsers zo’n 500 metaalarbeiders. Dat zette kwaad bloed bij de Twentenaren en leidde tot verbittering in de huisgezinnen. De onvrede groeide en groeide. Maar het was nog te weinig om tot actie over te gaan. Daar was meer voor nodig. En die kwam er. Er was al geregeld illegaal overleg tussen de bedrijfsleiding van onder andere Stork in Hengelo (en andere fabrieken) en de ondergrondse vakbondsleiders. Ook de bedrijfsleiding verafschuwde het fascisme en werkte samen aan een programma hoe na de oorlog verder te gaan. Die samenwerking wierp uiteindelijk haar vruchten af.

Alle Nederlandse militairen naar Duitsland?

In 1943 hadden de Duitsers maar liefst 300.000 arbeiders nodig. Het was niet langer meer haalbaar om dat via razzia’s te doen. Daarvoor waren er te weinig arbeiders. Nu bestond het Nederlandse leger in mei 1940 uit circa 300.000 militairen. Zij waren eerst gevangengenomen en later weer vrijgelaten. Juist dat aantal had men in Duitsland nodig. Dus verordonneerde de Duitse generaal Christiansen dat alle voormalige militairen zich verplicht moesten melden bij de Arbeitseinsatz. Seys Inquart, de Duitse rijkscommissaris van Nederland, zag dat niet zo zitten. Hij verwachtte problemen. Maar daar werd niet naar geluisterd. En Seys Inquart kreeg gelijk. Via pamfletten, kranten en de radio werden de maatregelen op donderdag 29 april afgekondigd. Zo ook bij de ingang van Stork in Hengelo. De bedrijfsleiding van Stork, bij monde van ir. Roord, kwam dat ter ore en die vond dit te ver gaan. Hij organiseerde lunchbijeenkomsten op de verschillende afdelingen en vertelde wat er aan de hand was.

April-meistaking 1943

De telefonistes van Stork (met name Femmy Efftink heeft daarin een grote rol gespeeld) belden de andere grote bedrijven in Twente met de mededeling ‘Stork staakt. En jullie?’
“De telefonistes van Stork belden de andere grote bedrijven in Twente met de mededeling ‘Stork staakt. En jullie?’ “

Men was stomverbaasd en verontwaardigd. Onder hen ook mensen die zich zouden moeten melden. Roord zei: ‘Mensen, het is NU, NU de tijd voor actie.’ Andere bedrijfsleiders fietsten langs de afdelingen en zeiden: ‘Mensen, jullie weten nu toch wel wat je moet doen?’ De verontwaardiging was zo groot dat men spontaan in staking ging. Massaal verliet men de fabriek en het kantoor. Er kwam een snel vervolg in andere plaatsen in Twente.
De telefonistes van Stork, met name Femmy Efftink heeft daarin een grote rol gespeeld. belden de andere grote bedrijven in Twente met de mededeling ‘Stork staakt. En jullie?Dat hielp: diezelfde dag stroomden de fabrieken leeg. Op straat zag het soms zwart van de stakende mensen. Men zag het van elkaar. Er was weinig overleg voor nodig om tot staken over te gaan.

Jan Berend Vlam, vakbondsleider, was de gangmaker bij de firma Dikkers in Hengelo (foto). Hij werd na de oorlog burgemeester van de gemeente Goor.

Lopend vuurtje door Twente

Jan Berend Vlam, vakbondsleider, was de gangmaker bij de firma Dikkers in Hengelo. Hij werd na de oorlog burgemeester van de gemeente Goor.
“Jan Berend Vlam, vakbondsleider, was de gangmaker bij de firma Dikkers in Hengelo. Hij werd na de oorlog burgemeester van de gemeente Goor.”

Het volk was niet meer in toom te houden. ‘De moffen kunnen barsten!’ De volgende dag lag heel Twente plat, 20.000-25.000 stakers. Via treinreizigers kwam het nieuws over de staking ook verder dan de grote Twentse steden. In Borne, Oldenzaal, Nijverdal, Haaksbergen, Rijssen enzovoort staakte men ook. In Vriezenveen staakten de bakkers.  Buiten de grote steden was er van invloed van de bonden minder sprake. Het verzet tegen de maatregelen kwam daar van de mannen die verweven waren met de kerkelijke structuur, bijvoorbeeld de illegale gereformeerde kernen; ze vormden daar min of meer het enige georganiseerde platform.

Grote afwezigen

Niet alle grote bedrijven deden mee. Zo was Hazemeijer, het latere Hollandse Signaalapparaten en nu Thales, niet in staking gegaan. Dat bedrijf met 1189 werknemers was direct na de oorlog in handen van de Duitsers gekomen; er werkten ook 129 Duitsers en 59 NSB’ers. Een aantal arbeiders wilde wel staken, maar werd bij de poort tegengehouden. Een wacht werd bij de poort geplaatst. Er werd die dag en de dag erna overigens niet of nauwelijks meer gewerkt.

Melkstaking

Ze weigerden de melk nog te vervoeren of ze gooiden de melk weg
“Ze weigerden de melk nog te vervoeren of ze gooiden de melk weg”

De staking kreeg ook navolging buiten Twente. Op het platteland kwamen melkrijders in Friesland in opstand. Ze weigerden de melk nog te vervoeren of ze gooiden de melk weg. Boeren weigerden melkbussen neer te zetten en zuivelfabrieken gaven soms zelf het sein tot staken. De melkaanvoer stokte, van 1,1 miljoen liter naar 0,126 miljoen. Dit wordt de zogenaamde melkstaking genoemd. Deze staking werd uiteindelijk gebroken door het standrecht (zie hierna). Een boer in het Friese Suameer moest dat met de dood bekopen. Vandaar een monument voor deze staking in dit dorp. De Gelderse Achterhoek, Veluwezoom, Kampen, de Limburgse mijnen, de Brabantse industrie, Arnhem, het Westland, Delft, Friesland en Groningen (veenkoloniën) – men staakte.

Waarom het westen niet zo meedeed

Maar hoe verder je naar het westen kwam, des te minder sloeg het aan. Hoe kwam dat? In Amsterdam en omgeving was men de gevolgen van de Februaristaking in 1941 niet vergeten. Velen werden toen opgepakt en vermoord. Daar was men weer bang voor. Verder deed Radio Oranje ook niet haar best het vuurtje op te stoken. Men vermeldde de staking, en zei dat men zich niet moest melden voor het werken in Duitsland, maar verder niets.

Wat ook negatief uitwerkte, was dat de spoorwegen gewoon doorwerkten. Er werd door de leiding opgeroepen niet mee te doen. Alleen wat buslijnen deden mee. Hierover ontstond grote teleurstelling. Het niet staken van de spoorwegen werd gezien als het niet doorgaan van een algemene staking. Velen vonden dat een aanleiding om van verdere actie af te zien.

Reactie Duitsers

Pikten de Duitsers dit? Natuurlijk niet. Rauter, de hoogste SS-vertegenwoordiger in Nederland, vond dat het bij de kern moest worden aangepakt en wel met grof geweld. Er moest heel snel worden ingegrepen om te voorkomen dat het stakingsvirus ook naar andere landen kon overslaan, waar hij bang voor was.De bezetter had aanvankelijk de illusie dat de staking tot Twente beperkt zou blijven. Dat was in het geheel niet het geval. Van uur tot uur kwamen er berichten binnen over uitbreiding van de staking. Er moest dus opgetreden worden. Er werd politiestandrecht ingevoerd in verschillende provincies, waaronder Overijssel. Tussen 20.00 en 06.00 uur mocht men niet de straat op, bij overtreding werd geschoten.

Er kwam een regiment SS’ers naar Hengelo. Met veel militair vertoon werd opgetreden. Massale arrestaties volgden en ter intimidatie werden doodvonnissen uitgevoerd . Van die duizenden arrestaties gingen er 900 mensen, de harde kern, naar kamp Vugt. Uitbetaling aan stakers werd verboden.

En toen kwam pas de uitzondering

Pas in 2018 werd er vanuit Hengelo veel aandacht aan besteed. Er werd een standbeeld voor ir. Loep opgericht en er werden herdenkingsbijeenkomsten georganiseerd.
“Pas in 2018 werd er vanuit Hengelo veel aandacht aan besteed. Er werd een standbeeld voor ir. Loep opgericht en er werden herdenkingsbijeenkomsten georganiseerd.”

Pas toen het te laat was, werden er uitzonderingsbepalingen opgenomen. Zo gold de meldplicht niet voor leden van politie, brandweer, de vaste kern van de luchtbeschermingsdienst, voormalige administrateurs, onderofficieren, mensen die een functie bij de Nederlandse Arbeidsdienst hadden en diegenen die in Duitsland werkten, zoals bijvoorbeeld de grensgangers. Het was ook de bedoeling dat economisch onmisbare personen zoals boeren, mijnwerkers et cetera werden ontzien, maar dat werd niet opgenomen in de officiële uitzonderingsbepalingen. De burgemeesters en leidinggevenden van de fabrieken werden verantwoordelijk gesteld voor het stoppen van de staking. Was men zaterdag nog niet aan het werk, dan volgden er schietpartijen en werden de verantwoordelijken opgepakt. Zo werd ir F.M. Loep van Stork opgepakt en gefusilleerd. Hij was niet eens aanwezig tijdens de staking, maar werd als voorbeeld gesteld. Ook de bedrijfsleider van Textielfabriek Spanjaard in Borne werd doodgeschoten.

Geen oproepen vanaf kansel

De zondagsdiensten in de kerken kwamen onder toezicht te staan. Men mocht niet oproepen om te staken. De geestelijken zagen ook in dat het niet verantwoord was, gezien de vele arrestaties en het moorden. De maandag na de staking was het verzet al aardig gebroken, maar niet overal. De arbeiders van Textielfabriek Jordaan in Haaksbergen weigerden om op 3 mei te werken. Dat kwam hen duur te staan. Er werden 24 medewerkers gearresteerd en uiteindelijk 7 mensen ‘op de vlucht’ doodgeschoten. Voor hen zijn twee herdenkingsmonumenten opgericht, bij de Universiteit Twente en bij de fabriek zelf. De staking liep ten einde. Op 4 mei werd er gratie verleend als men weer aan het werk ging en op 7 mei was de staking geheel afgelopen.

Intimidatie bij toespraak Stork

Er waren veel geüniformeerde militairen aanwezig ter intimidatie, maar er werd bij Stork nauwelijks naar geluisterd. Als het kon, dan liep men weg. Applaus na afloop werd voornamelijk door deze geüniformeerde mensen gedaan
“Er waren bij de toespraak van Seyss Inquart veel geüniformeerde militairen aanwezig ter intimidatie, maar er werd nauwelijks naar hem geluisterd. Als het kon, dan liep men weg. Applaus na afloop werd voornamelijk door deze geüniformeerde mensen (foto links) gedaan”

In het westen werden eveneens bedrijfsleiders en arbeiders gearresteerd. Na afkondiging van het standrecht (ingaand 1 mei) werd de stakingsbereidheid minder. Seyss Inquart hield later een toespraak in de fabriekshal van het bolwerk Stork om te benadrukken dat het fout was wat er was gebeurd. Er waren veel geüniformeerde militairen aanwezig ter intimidatie, maar er werd bij Stork nauwelijks naar geluisterd. Als het kon, dan liep men weg. Applaus na afloop werd voornamelijk door deze geüniformeerde mensen gedaan.

De Duitsers hadden de staking dan wel gebroken, maar er was wel wat veranderd. De geest was uit de fles. Er was verzet gekomen en dat ging nu door. Ook bij Hazemeijer werd er verzet gepleegd. Sabotage werd voorbereid en uitgevoerd. Helaas werden de actievoerders verraden door de NSB-‘collega’s’. Ze werden gearresteerd en een aantal werd doodgeschoten. Een maquette bij het huidige Thales herinnert aan de namen van de gefusilleerden.

Waarom Twente als aanstichter?

Dit was de eerste massale en spontane staking van het volk. Hoe kon het dat juist in Twente, met zijn rustige volksaard, deze grote staking begon? Daar zijn historici nog niet over uit. Mogelijk de structuur van het bedrijfsleven, het collectief handelen, de invloed van de illegale vakbondsleiders, de bedrijfsleiding van de fabrieken die erachter stonden? Professor Bouman heeft er een zeer lezenswaardig werkstuk over geschreven. In 1944 volgde de spoorwegstaking in het hele land. Ook Twente deed mee. Jo Niks, vakbondskaderlid, was als adjunct-commies in 1943 naar Hengelo gegaan. Hij kende de transporttijden van de treinen en had de personeelslijsten van het personeel in Hengelo. Die lijsten verborg hij, waardoor de stakers niet gearresteerd konden worden. De transporttijden van de treinen gaf hij door aan het verzet. Radio Oranje wist er wel raad mee. Jo werd gearresteerd en naar een kamp gestuurd. Hij overleefde.

Bankroof voor stakende spoorwegmensen

De werknemers van de spoorwegen die staakten, hadden geen inkomen meer. De verwachting in september 1944 was dat de oorlog niet zo lang meer zou duren, maar dat liep helaas anders. Daarom bedacht men in Almelo een actie om aan geld voor de spoorwegmensen te komen. Men overviel op 15 november de Nederlandse bank in Almelo en maakte ruim 46 miljoen gulden buit. Dat geld werd verstopt bij een boer. Het was de grootste bankroof aller tijden. Helaas wisten de Duitsers door toeval de buit te achterhalen, omdat ze iemand arresteerden die met valse papieren rondliep, verkregen van het verzet in Almelo. Na hardhandige verhoren werden zeven verzetsstrijders opgepakt, de locatie waar het geld lag, werd verraden. Van de zeven opgepakte mensen moesten zes dit uiteindelijk met de dood bekopen. Over deze actie vol moed en drama is in 2017 een theaterspektakel gemaakt, ‘Het verzet kraakt’, en later ook een film De Kraak.

Een gevolg van de spoorwegstaking was wel, dat de voedseltransporten werden getroffen. Mede ging daardoor werd de winter die volgde  de geschiedenis in als de Hongerwinter. Als represaille voor de spoorwegstaking hielden de Duitsers voedseltransporten over bruggen et cetera tegen.

Textielarbeiders op transport en tewerkgesteld

De razzia’s waren in 1944 nog niet voorbij. Nog steeds waren er arbeiders nodig. Er was een verordening dat bepaalde gemeentes arbeiders (ook ambtenaren) moesten leveren. Enschede deed daar niet aan mee, met als gevolg dat als represaille zo’n 7000 textielarbeiders uit Enschede op transport moesten. Er ontstond steeds meer ondergronds verzet in Twente. Zeker de laatste maanden van de oorlog was men zeer actief. De Duitsers reageerden met zeer harde hand. In Wierden werd sabotage gepleegd aan het spoor. Daarop werden 20 gijzelaars ter dood veroordeeld en gebracht. Ook zij kregen een monument na de oorlog. In veel plaatsen in Twente werd verzet gepleegd.

Een vraag die bij de werkgroep Twente van de Vrienden van de historie van de vakbeweging (VHV) naar voren kwam, is: De vakbonden bestonden (vrijwel) niet meer tijdens de oorlog. Wat is dan de rol geweest van de vakbonden tijdens de oorlog? De VHV-werkgroep Twente is van mening dat veel verzetsstrijders vroegere vakbondsleiders of kaderleden waren. Verder organiseerden de verschillende bonden noodfondsen voor hun ‘illegale’ leden. De ledenadministratie werd in het geheim bijgehouden door een medewerker per afdeling en met nummers, zo kon men de namen niet achterhalen. Dit systeem kwam goed van pas na de oorlog. Tijdens de oorlog was er al geregeld illegaal overleg tussen de bonden en werkgevers. Dat was ook goed merkbaar tijdens de staking in 1943, de massale opkomst was daar mede debet aan. Ook sprak men erover hoe het verder zou moeten na de oorlog. Er was geen enthousiasme voor een eenheidsvakbond, zoals de Duitsers propageerden.

Na de oorlog: bonden fout?

Na de oorlog hergroepeerden de bonden zich. Zij werden door groeperingen nadrukkelijk beschouwd als verraders, vanwege gedeeltelijk meewerken met de Duitsers. Zij moesten maar naar het volkstribunaal. Er werd nadrukkelijk gekeken wie er tijdens de oorlog fout bezig was geweest. In Twente werden niet of nauwelijks bestuurders als fout veroordeeld door de Ereraad. De conclusie is: Twente heeft het niet zo slecht gedaan!

Een Storkroute in Hengelo is in 2019 gemaakt en eindigt op het industrieplein met een gedenkteken
“Een Storkroute in Hengelo is in 2019 gemaakt en eindigt op het industrieplein met een gedenkteken”

Er werd nog een poging gedaan een eenheidsvakbond op te richten onder andere via een bijeenkomst bij Stork. Maar daar was nauwelijks belangstelling voor. De staking in 1943 is een bijna vergeten staking. Pas in 2018 werd er vanuit Hengelo veel aandacht aan besteed. Er werd een standbeeld voor ir. Loep opgericht en er werden herdenkingsbijeenkomsten georganiseerd. Een Storkroute in Hengelo is in 2019 gemaakt en eindigt op hetIndustrieplein met een gedenkteken.

Pas toen werd er landelijk aandacht aan besteed. Hoe kan het dat dit zo lang uitbleef? Mogelijk omdat de staking in heel Twente was. Of dat er niet zo massaal veel slachtoffers tegelijk vielen, maar meer op verschillende locaties. Hengelo was ook niet zo bezig met haar eigen verleden.

Henk Grooters
Toespraak, uitgesproken op 5 maart 2020, bij de bijeenkomst van de VHV-werkgroep Twente

Geraadpleegde bronnen

  • Rapport prof P.J. Bouman April-meistakingen 1943
  • Boek van Dik Nas, Het Twentse Model
  • Boek Wim H, Nijhof: Geschiedenis Enschede
  • Boek De strijd door harmonie van het CNV
  • Museum Hengelo, documenten vakorganisaties
  • Twente en de tweede wereldoorlog door Anneke Koers
  • De moderne vakbeweging in Twente 1940-1945 van M. Timmerman
  • Publicatie VHV
  • Diverse krantenartikelen
  • Diverse on line publicaties

Zie 00k:

Dick Boer – Het eigen gezicht van Twente

Willem Jelle BergCNV en vakbeweging in oorlogstijd