Het geheugen van de vakbeweging

Bijeenkomst VHV-werkgroep Twente 12 oktober 2017

Twentse vakbeweging – Anders dan anders

Dik Nas
Dik Nas: “Geschiedenis laat zien dat Twentenaren zelfbewuste en misschien wel eigengereide werknemers zijn”

Acht en vijftig  vakbondsleden van FNV en CNV waren op donderdag, 12 oktober 2017 naar OYFO, Techniekmuseum in Hengelo gekomen om te praten over de geschiedenis  en de toekomst van de vakbeweging. Het was een geanimeerde bijeenkomst. We bevonden ons in het gebouw van de vroegere Storkschool ( “ Wilhelminaschool”), waar menig vakbondslid  ooit het begin van zijn loopbaan startte.

Eerste inleider was schrijver en (voormalig) bestuurder van FNV Bondgenoten, Dik Nas, bekend onder meer van “Het Twentse Model”, een boek uitgebracht ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de FNV in Enschede. Hij sprak over “de Twentse vakbeweging, anders dan anders”.
In zijn betoog gaf hij aan, dat – in tegenstelling tot wat er in de geschiedenisboekjes staat – de Twentse vakbeweging helemaal niet laat tot stand kwam, al in 1872. Bij de ontwikkeling van het vakbondswerk is de persoon van Jan Brinkhuis markant aanwezig. Hij is de oprichter van De Eendracht (de Algemene Bond van Textielarbeiders) die van 1904 tot 1972 de belangen van de textielarbeiders behartigde.

Speelbal textielbaronnen

De eenzijdige werkgelegenheid in de textiel en de beperkte mobiliteit van de werknemers maakt de textielarbeider tot een speelbal van de textielbaronnen. Loonsverlagingen, langdurige stakingen en uitsluitingen (het hongerwapen van de werkgevers) dwingt de werknemers op de knieën. In Twente wordt door Alphons Ariëns de interconfessionele vakbeweging Unitas gesticht. Katholieken en protestanten in één bond.
Tijdens de bezetting van Nederland en de gelijkschakeling van de vakbeweging treden de Twentse vakbondsleden massaal uit. Drie bezoldigde bestuurders worden gearresteerd en bestuurder Gerrit Visser komt om in een concentratiekamp. De staking in april/mei 1943 bij Stork is in Twente massaal. Door represailles vindt een groot aantal werknemers de dood.

De conclusies van Dik Nas zijn:

  • De geschiedenis laat zien dat Twentenaren zelfbewuste en misschien wel eigengereide werknemers zijn;
  • Eenzijdige werkgelegenheid is slecht voor werknemers en vakbeweging; dat moet tegengegaan worden;
  • Er zijn veel ontwikkelingen in bedrijven gaande. Geen man de poort uit, is mooi maar ervoor zorgen, dat de arbeidsmarktwaarde van werknemers op peil blijft is beter.
  • Laat de vakbeweging gebruik maken van waar ze uniek in is: een vereniging van werknemers die een tegenwicht kan vormen door betrokkenheid en participatie te organiseren. Alleen een actieve vakbeweging kan rekenen op respect en waardering in het maatschappelijke krachtenveld.
  • De geschiedenis van de vakbeweging is er een van fusies. De ene FNV is nu bereikt. Ook bij het CNV loopt dit proces. De kunst zal zijn vanuit deze eenheid de herkenbaarheid in bedrijven en bedrijfstakken te organiseren. De werkelijke macht van de vakbeweging hangt af van haar organisatie in de bedrijven.

Herkenbaarheid vergroten

Discussiebijeenkomt Vakbeweging toen en nu, 12 oktober 2017, in Hengelo

In de discussie die hierop volgt worden deze conclusies gedeeld. Verder wordt de herkenbaarheid van de vakbeweging in bedrijven en in de regio’s niet voldoende ervaren. Een nieuw elan is nodig om als vakbeweging na de crisis weer zelfbewust en herkenbaar in het leven van werknemers aanwezig te zijn. Samenwerking van vakbonden in sectoren en in de regio is vereist.

Gesproken wordt over staken. Politiek staken heeft nooit tot resultaat geleid. Er moeten goede redenen zijn voor acties. Het moet zorgvuldig en positief gebeuren. Als voorbeeld de acties van de onderwijzers in het primair onderwijs. Er moet ook altijd een plan B zijn.

Na een pauze waarin van de film “De IJzeren Eeuw” werd vertoond, was het woord aan Henk van der Kolk, de voorlaatste voorzitter van FNV Bondgenoten. Hij sprak over de “toekomst van de vakbeweging in een veranderende arbeidsmarkt”. Hij signaleerde de dalende organisatiegraad, zelfs in de traditioneel sterk georganiseerde sectoren en de toenemende vergrijzing onder de leden van de vakbeweging. De vakbeweging dreigt een belangenbehartiger van alleen gepensioneerden te worden en daarmee zijn relevantie kwijt te raken.

Toegenomen flexibilisering

Henk van der Kolk
Henk van der Kolk: “Een oplossing voor de dalende organisatiegraad is nog niet in zicht, urgentie is geboden”

Oorzaken hiervoor zijn o.m. de toegenomen flexibilisering van de arbeidsmarkt (toename deeltijd- en uitzendarbeid) en na de eeuwwisseling de stormachtige groei van ZZP-ers en tijdelijke contracten. Te laat is door de vakbeweging ingezien dat de belangenbehartiging voor deze groepen medewerkers juist moet worden ingezet. De toenemende individualisering in de huidige maatschappij is bepaald niet bevorderlijk voor het gevoel van solidariteit.
Belangenbehartiging vereist maatwerk en dus is individuele dienstverlening steeds belangrijker. De burger verlangt “waar voor zijn vakbondscontributie” en krijgt dat onvoldoende. Eén keer in de twee jaar een cao is niet goed genoeg, zeker niet als een ongeorganiseerde in dezelfde mate er profijt van trekt.
Door de organisatie rond het beroep is de vakbeweging groot geworden. Het is nog steeds een gouden formule, zo blijkt uit de hoge organisatiegraad van vakbonden in enkele beroepsgroepen. Het gaat om de erkenning en herkenning van de medewerker als “vakmens”.
De globalisering en de mede daardoor sterke arbeidsmigratie en concurrentie op arbeidsvoorwaarden heeft ook grote druk gezet op de positie van de nationaal georiënteerde vakbonden. Maar “last but not least” de vakbeweging is de afgelopen decennia vooral zichtbaar geweest aan de onderhandelingstafel maar niet op de werkvloer.
Er is veel tijd verloren gegaan, zeker in de relatief gunstige periode in de jaren negentig, waarin het ledental groeide – vrouwen werden toen massaal lid – maar de organisatiegraad steeg niet of nauwelijks. Urgentie om de bakens te verzetten werd niet gevoeld om vervolgens direct na de eeuwwisseling met de harde realiteit te worden geconfronteerd. De wereld was ingrijpend veranderd, zichtbaar gemaakt door de kredietcrisis: “het zou nooit meer worden zoals het was”. De energie ging steeds meer zitten in “intern gedoe”. Bij de FNV mondde dat uiteindelijk uit in de “pensioencrisis” welke dreigde uit te monden in de teloorgang van de FNV.

Dalende organisatiegraad

We zijn nu 5 jaar verder, een fusie van de vakcentrale en enkele grote bonden rijker, maar een oplossing voor de dalende organisatiegraad is nog niet in zicht. De klok tikt door en urgentie is geboden. Er zijn ook aanknopingspunten voor een andere vakbondsbenadering zoals de meerjarige acties in de schoonmaak hebben laten zien. Collectieve actie op basis van door mensen gevoelde wensen en problemen, gekoppeld aan een sterke beroepsidentiteit, maatschappelijke relevantie van het vak, en niet te vergeten zichtbaar op de werkvloer. Ook de recente acties in het primair onderwijs voor hogere salarissen en lagere werkdruk, georganiseerd van onderop en herkenbaar op de werkvloer, is een werkwijze die de huidige vakbeweging weer een smoel kan geven.

Het is dus nog niet te laat, maar mocht het onverhoopt toch mis gaan en deze vakbeweging “ten grave worden gedragen” dan is er nog geen man overboord als op dat graf weer een nieuwe vakbond ontstaat van en voor werkende mensen. Want een sterke tegenkracht (countervailing power) is en blijft nodig om de koek eerlijk te verdelen. Lessen kunnen we trekken uit de geschiedenis, en meer in het bijzonder uit “De Internationale”: “sterft gij oude vormen en gedachten”!

Semih Eski, voorzitter van CNV Jongeren, reageerde instemmend op de inleiding van Henk van der Kolk. Twee zaken benadrukte hij vooral. De verhouding tussen jongeren en ouderen (ook in de vakbeweging). Binnen het CNV zijn zowel de Jongerenorganisatie als de Seniorenorganisatie met elkaar in gesprek over allerlei zaken waarbij het lukt begrip voor elkaars meningen te krijgen. Jong en oud moeten elkaar blijven vasthouden en van elkaar leren. Geen generatieconflict maar consensus. De SER heeft aangegeven dat jongeren een kwetsbare groep zijn met weinig vaste banen en met weinig vast inkomen. We moeten investeren in menselijk kapitaal. Verder gaf hij aan, dat het CNV-beleid nog steeds gericht is op het met elkaar in gesprek blijven en pas als dat niet echt meer lukt, kan er overgegaan worden tot actie voeren.

Toenemende bereidheid tot samenwerking

Hans Hupkes, FNV-bestuurder arbeidsmarkt Twente/Achterhoek vertelde uit de praktijk de inzet van de vakbeweging om meer “echte” banen te krijgen in het overleg met de werkgevers en de (lokale) overheden. Hij signaleerde toenemende bereidheid van kaderleden in verschillende bedrijven om meer samen te werken en onderstreepte het belang van de vakbeweging goed zichtbaar te zijn op de werkvloer. Goede informatievoorziening aan de leden is essentieel om betrokkenheid te vergroten en resultaten zichtbaar te maken. Er is veel kennis bij bonden op het gebied van technologische vernieuwing. Er moet gelet worden op de gevolgen van deze vernieuwing: Wat verdwijnt en wat komt?

Gerrit Stemerding, lid van de VHV-werkgroep Twente leidde vervolgens met verve de discussie met de aanwezigen in de zaal. In Twente werken grote bedrijven samen op het terrein van personeelszaken. Ook OR-en zijn met elkaar in gesprek over allerlei veranderingen. Grote betrokkenheid en zorg over het voortbestaan van de vakbeweging kwamen in de discussie regelmatig aan de orde.
Aan het eind van de bijeenkomst vatte Dick Boer, voorzitter van de VHV-werkgroep Twente de meningen over deze bijeenkomst samen. “Voor herhaling vatbaar” was de wens van alle aanwezigen. De werkgroep gaat voor 2018 een themabijeenkomst voorbereiden over “Kerk en vakbeweging” en wil in dat jaar ook een brochure over de geschiedenis van de vakbeweging in Twente op grote schaal gaan verspreiden, vooral onder jongeren.

Dick Boer,
voorzitter werkgroep Twente van de Stichting Vrienden van de Historie van de Vakbeweging

November 2017