Het geheugen van de vakbeweging

Twee katholieke vakondsvoormannen in het brons

Plaquettes van Albert Termote

In het KDC-depot bevinden zich twee plaquettes van Albert Termote van twee prominenten uit de katholieke vakbeweging, namelijk verbondsvoorzitter A. C. de Bruijn (1887-1986) en een van J. G. van Schaik, adviseur van het RK. Werkliedenverbond en sinds 1946 van de KAB.

Plaquettes van Kanunnik J.G. van Schaik (links) en A.C. de Bruijn (rechts)Plaquettes van Kanunnik J.G. van Schaik (links) en A.C. de Bruijn (rechts)


Albert Termote (1887 -1978) was een Belgisch/Nederlands beeldhouwer. Nu wellicht wat vergeten maar landelijk kreeg hij bekendheid door vier ruiterstandbeelden, zoals dat van Willibrordus in Utrecht. De plaquette van De Bruijn werd gemaakt vanwege diens afscheid van de KAB en werd onthuld door zijn vrouw in het trappenhuis van het Huis van de Arbeid aan de Oudenoord te Utrecht. De Bruijn, ooit begonnen als metaalarbeider, drukte zijn stempel op de katholieke vakbeweging van toen. De Bruijn domineerde altijd en overal. Henk Kuiper beschrijft in Om recht en waardigheid hoe hij werkzaam bij het RKWV een heftige aanvaring met De Bruijn had. Kuiper was onder zware druk akkoord gegaan met vertrek uit zijn geliefde landarbeiderbond. Hij werd benoemd als leider van de Nationale Werkloosheidsdienst en lid van het hoofdbestuur van het RKWV. ‘Mijn vrouw heeft met mijn oudste kinderen een novene gehouden dat ik niet gekozen zou worden.’ Eenmaal werkzaam op het hoofdkantoor in Utrecht bleek dat De Bruijn de bijeenkomsten op het ministerie over steunverlening en werkverschaffing gewoon zelf bleef doen en passeerde zonder enig overleg de pas ingehuurde specialist Kuiper. Deze liep boos de kamer van De Bruijn en riep: ‘Zoek jij voor mij maar een ander.’(….)’Barst jij met je werkliedenverbond! Ik ga terug naar mijn eigen vakbond.’ Kuiper concludeerde later dat De Bruijn een kerel was ‘met wie je eerst moest botsen, wilde hij je in de gaten hebben.’ Bij de onthulling van de plaquette schreef een journalist van de katholieke Gelderlander dat de gelijkenis treffend was: ‘Zoals men hem vaak kon zien in moeilijke ogenblikken, als zijn ogen dat dwingende hadden van een Caesar en het ongeduldige van een man, die het besluitloze van een ander niet kon verdragen.‘  (…) ‘Als hij zo keek,’ zei ons een portier, ‘dan durfde niemand op de gang te komen.’

Arbeiderszonen

De tweede plaquette is van J.G. van Schaik. Hij was priester en adviseur bij de Utrechtse R.K. Onderwijzersbond St. Lebuinus en van de Federatie van Diocesane Onderwijzersbonden in Utrecht en Haarlem, waaruit later het Katholiek Onderwijzersverbond (KOV) voortkwam. Hij raakte ook betrokken bij de klerikale richtingenstrijd over de gewenste ontwikkeling van de katholieke arbeidersbeweging. De controverse tussen zijn leermeester Schaepman en A. Ariëns over de interconfessionele vakbondssamenwerking van de katholieke en protestants-christelijke Twentse textielarbeiders, bracht Van Schaik in een loyaliteitsconflict. Hij wilde zijn vriend Ariëns niet afvallen maar gaf Schaepman toch grotendeels gelijk. In de katholieke wereld werd de priester en vakbondsadviseur Van Schaik vooral bekend door de oprichting in 1934 van het Kanunnik van Schaikfonds, dat fondsen verzamelde om de priesteropleiding voor arbeiderskinderen mogelijk te maken. In menig katholiek huisgezin hing de thermometer van dit fonds waarin met dubbeltjes, stuivers en kwartjes werd bijgedragen (zie foto). De plaquette van Van Schaik werd al tijdens zijn leven in 1954 door de Utrechtse aartsbisschop Bernardus Alfrink onthuld, ook in het trappenhuis van het Huis van de Arbeid.
Kees van Kortenhof
Met dank aan Dr. Leo Ewals, kunsthistoricus

Februari 2015