Het geheugen van de vakbeweging

Inleiding Tuur Elzinga (SP) op VHV Vriendenbijeenkomst 26 november 2016

Pleidooi voor een warmere band tussen vakbeweging en politiek

SONY DSC

Niet schrikken als ik straks heel hard TRUMP roep. Dan bedoel ik The Donald, de schrik van de Amerikaanse vakbeweging, terwijl veel teleurgestelde, vooral witte arbeiders wel op hem gestemd hebben. Trump, de Amerikaanse kruising tussen Boris Johnson en Geert Wilders, maar dan miljardair en binnenkort de ‘machtigste man op aarde’. Die Trump. Maar dat komt straks pas. Alleen bent u dan vast gewaarschuwd.

Enige tijd geleden heb ik voor de keuze gemaakt mijn lidmaatschap van de Eerste Kamer te beëindigen toen ik een meer politieke rol voor de FNV in de nationale context wilde spelen. In navolging van vele bonden, in Europa en daarbuiten, is de FNV steeds kritischer geworden op de neoliberale vrijhandelspolitiek. De zogenaamd moderne handelsverdragen – zoals TTIP en CETA – hebben niets te maken met het voorkomen van protectionisme, maar alles met een dereguleringsagenda en investeringsbescherming. Globalisering kent winnaars en verliezers.

Regulering van de wereldmarkt, geen deregulering

Voor een eerlijke globalisering hebben we regulering van de wereldmarkt nodig en geen deregulering. Om mij voor deze – in belang steeds grotere – werknemersagenda in te kunnen zetten, heb ik mijn partijpolitieke pet afgezet. Ik wil de FNV effectief kunnen vertegenwoordigen richting Brussel, richting ministeries in Den Haag, richting Tweede Kamerfracties, ook van andere partijen.

Ik vond dus dat ik moest kiezen: tussen landelijke politiek óf vakbond. Ik koos bewust voor de vakbond. Ik ken de frustraties aan beide zijden: vakbondsbestuurders die weten hoe de wetgeving voor werknemers beter kan en nu zelf wel eens aan de knoppen willen zitten, maar ook politici die sociale verandering willen en dat zonder voldoende maatschappelijke druk niet voor elkaar krijgen. Laten we eerlijk zijn: de verzwakking van de vakbeweging over de laatste veertig jaar in de meeste Westerse landen heeft direct zijn weerslag op politieke macht en daarmee het beleid en de uitkomsten van het beleid:

  • Onzeker en flexibel werk neemt steeds groteskere vormen aan,
  • de arbeidsinkomensquote daalt sinds 1980 wereldwijd,
  • de inkomensongelijkheid is volgens de OESO in vijftig jaar niet zo groot geweest en is terug op het niveau van 1870,
  • onder meer Piketty heeft laten zien dat de ongelijkheid in bezit en daarmee macht nog ongelofelijk veel groter is. Steeds meer van die macht concentreert zich in handen van multinationals en hun eigenaren.

Werkstress en onzekerheid

Werkstress en onzekerheid zijn onlosmakelijk verbonden met de economieën die nog niet zolang geleden gekenmerkt werden door een verzorgingsstaat. Lange tijd wisten we zeker: onze kinderen krijgen het beter dan wij. Dat geldt helaas voor velen niet langer…

Ik kies dus zonder voorbehoud in eerste instantie voor het versterken van de vakbeweging. Ik heb gekozen. Maar toch zal ik hier vandaag een pleidooi houden voor een warmere band tussen vakbeweging en politiek. Niet alleen omdat in onze economisch gouden jaren, zeg de periode na de Tweede Wereldoorlog tot het begin van de neoliberale revolutie, landelijke dubbelfuncties nog normaal waren, maar veeleer omdat vakbonden nu – juist nu – een meer politieke rol te spelen hebben. Want de verzwakte positie van de vakbeweging komt niet alleen tot uitdrukking in beleid, het is deels ook een gevolg van beleid. Van de verplaatsing van politiek – zowel naar internationaal en multilateraal niveau, als naar decentraal niveau, van ‘rolling back the state’, van privatisering, marktwerking en deregulering, en van bewust en onbewust vakbondsmacht-ondermijnende wet- en regelgeving. In de VS en het VK was dat een bewuste strategie, in andere landen eerder een indirect gevolg van ideologische veranderingen. In Nederland bijvoorbeeld door veranderingen in de uitvoering van de sociale zekerheid.

En juist nu, omdat vanaf de jaren ’80 in veel landen de bonden zich ondertussen vooral hebben geconcentreerd op wat ze ‘hun kerntaak’ zijn gaan noemen en op een manier die vaak leek op die van een a-politieke service provider, sociale ANWB’s. Ik noem dat: visieloos op de winkel passen. Een winkel die – net als veel grote winkels – de laatste decennia steeds kleiner werd. Voor je er erg in hebt ga je V&D dan achterna.

En dat kan grote gevolgen hebben…

TRUMP !!!                                    

Al ruim voor de verkiezingen voor de nieuwe President van de Verenigde Staten, van 8 november 2016, werd er veel geschreven over de aantrekkingskracht van Trump op ontevreden arbeiders. Over de onvrede met de koers van de Democraten en hoe de democraten tot het establishment zijn gaan horen. Over de zwakte van vakbonden in de VS en de uitzichtloosheid van veel families, over hoe ook de Democraten in de VS verantwoordelijkheid dragen voor de huidige extreme ongelijkheid, de ‘rust belt’, de armoede van velen, hoe Hillary Clinton de favoriet was van Wall Street. Maar toch was de verkiezing van Trump een enorme schok. Vergelijkbaar met de Brexit. Persoonlijk was ik nu nog meer ontdaan, vooral toen ik las dat ook 43% van alle vakbondsleden op Trump hadden gestemd.  Vakbondsleden! TRUMP !!!

Ik was en ben geen fan van Hillary, de Clinton clan is toonbeeld van het establishment. Ik had tien keer liever Bernie Sanders als kandidaat voor de Democraten gezien. Alle polls tijdens de Primaries gaven in elke staat Bernie een veel betere kans tegen Trump dan Hillary. Maar dat is theorie, de democraten kozen voor Hillary en that’s that. Nu werd het een presidentsverkiezing tussen de twee minst populaire presidentskandidaten die de VS ooit gekend heeft. En hoe weinig fan ik ook ben van Hillary, haar 100 keer liever dan Trump. Het had anders kunnen lopen, het had anders moeten lopen, maar dat liep het niet.

Anti-establishment

Gaan we in Europa de VS verder achterna? Krijgen we na Victor Orbán in Hongarije, Norbert Hofer (FPÖ) in Oostenrijk, Marine Le Pen aan de macht in Frankrijk? Wordt de PVV hier de grootste partij op 15 maart? Of kunnen wij van het verlies van de Democraten in de VS nog wat leren? Zijn de stemmers op deze populisten allemaal gevaarlijk naïeve, seksistische, misogyne, racistische, Islamofobe, xenofobe sukkels? Of leidt het wegzetten van de aanhang van deze rattenvangers juist tot meer boosheid? Hebben deze arbeiders wellicht reële zorgen? Voelen zij zich mogelijk niet begrepen en zelfs verraden? Zou het wegzetten van mensen als racistische ‘pussy grabbers’ dan misschien zelfs kunnen leiden tot alleen maar meer afkeer van deze onbegrijpende, wegkijkende “elite” en daarmee tot alleen maar meer aanhang van het anti-establishment-populisme?

Ik was geschokt door de uiteindelijke winst van Trump, maar juist in de VS hadden ook nog best veel Democraten en vakbondsactivisten deze uitkomst lang van te voren voorspeld. En – zoekend naar een verklaring – las ik achteraf bij juist deze kritische Democraten en vakbondsaanhang de beste analyses over hoe het zover had kunnen komen. Hoe de ooit machtige campagnemachine voor de Democraten, want dat was de vakbeweging, juist nu haperde en de eigen leden niet kon overtuigen om voor Hillary te stemmen.

Al in augustus schreef de New York Times dat de vakbonden het verschil hadden kunnen maken. Met een verwijzing naar de socioloog Lipset en zijn invloedrijke onderzoek uit 1959, over de belangrijke rol van vakbonden in de ‘emancipatie en verlichting’  van arbeiders, werden recentere onderzoeken over de cruciale rol van de bonden bij de succesvolle campagne van Obama in 2008 nader geanalyseerd. Ook internationaal vergelijkend onderzoek laat zien dat vakbondsorganisatie een belangrijke inenting tegen rechts-extreem populistische sympathieën onder de arbeiders is, er bestaat althans een negatieve correlatie. Maar met het afnemen van de macht van bonden, groeit ook de ruimte op populistisch rechts. Niet voor niets verbood Hitler al kort na zijn machtsovername de vakbonden. Daags na 1 mei 1933 werden vakbondskantoren ontruimd en vakbondsleiders op grote schaal gearresteerd.

Wrang voor de Trump-stemmende vakbondsleden in de VS in de tegenwoordige tijd is dat Trump zich in zijn eigen hotelketen uitermate anti-union toont. Een meerderheid voor Republikeinen in beide huizen van het Congres en uitzicht op een versterkte meerderheid in het Constitutionele Hof maken de vooruitzichten voor vakbonden en hun rechten in de VS niet beter.

Maar er is hoop: jongeren in de VS, vooral de zogenaamde millenials, zijn erg positief over vakbonden. Zij waren ook de motor achter de grassroots beweging van Bernie Sanders. En het waren ook vooral de echte grassroots bonden met een sterke organising-traditie die Sanders steunden. Had de hele vakbeweging zich achter Sanders gesteld, dan… Als… dan…

Maar dat betekent niet dat de bonden zich niet – na verkiezing van Hillary als Democratische kandidaat – voluit achter haar hebben gesteld. Dat hebben ze wel. Sterker: in veel Staten die progressiever en meer pro-Sanders waren, hebben meer vakbondsleden zich op 8 november achter Clinton geschaard, behalve in de rust belt.

Verzwakking Amerikaanse vakbeweging

De belangrijkste reden van het haperen van de vakbeweging als campagnemachine is de verzwakking van de vakbonden in de VS over de afgelopen 30 tot 40 jaar. Ondanks hun verzet tegen NAFTA en nieuwe handelsrelaties met China, zijn er juist als gevolg hiervan veel banen in vooral de industrie verloren gegaan en daarmee gingen vakbondsleden en organisatiegraad verloren. En juist waar dat het meest zichtbaar werd, ging Trump er met de buit vandoor. Het is met name op deze politiek, van handelsliberalisering en deregulering van kapitaal, waar de bonden zich wel tegen hebben verzet, maar waarvoor ze ook bij de Democraten geen luisterend oor vonden. De Democraten hebben op cruciaal beleid de vakbonden in de steek gelaten, niet andersom, en daar vindt het gevoel van niet begrepen en zelfs verraden te worden een belangrijk deel van haar oorsprong.

De bonden kunnen nu alleen maar –tegen de politieke stroom in- doorgaan met organiseren. Doorgaan met grassroots-campagnes, doorgaan met nieuwe leden werven onder de nieuwe, jonge aanhang. En die les leren wij hier ook. De vakbeweging is geen service provider, niet primair een dienstverlener voor de leden, maar een emancipatiebeweging, een beweging ván de leden. De FNV helpt de leden zelf in actie te komen en staat naast de leden, voert actie mét en niet vóór de leden. Het is een vakbond dóór de leden.

Met grassroots-campagnes, waarover wij nog veel van Sanders kunnen leren, met organising en met gewoon goed vakbondswerk moeten wij onze beweging versterken. Het moet, dus we gaan het doen. We moeten de race naar het putje van de arbeidsmarkt ook hier keren en omzetten in een race voor echte banen. We zullen ons politieker opstellen dan voorheen om de doorgeslagen flexibilisering en deregulering te keren. Niet alleen richting werkgevers, maar ook richting overheid. In Den Haag en in Brussel.

En daarbij zullen we waar mogelijk in brede maatschappelijke coalities moeten werken. Waar dat kan met werkgevers, zoals in de STAR en de SER, maar ook op straat, met andere bonden en maatschappelijke organisaties, en waar dat moet met politieke partijen.

Vandaag – 26 november 2016 – is de aftrap van het Nationaal ZorgFonds, met de SP en met een brede coalitie. FNV Zorg en Welzijn en FNV Senioren zijn er ook bij. Zo zullen wij ook coalities moeten sluiten en daarin voorop lopen om onze politieke doelen te bereiken. Want anders raken we gemarginaliseerd en kunnen ook wij straks naar de pijpen van de populisten dansen.

Tuur Elzinga

Lezing tijdens VHV Vriendenbijeenkomst van 26 november 2016