Het geheugen van de vakbeweging

Truus Boogaerdt, steunpilaar in het bonds actieve hart

Eén van de gezichten van de vakbeweging in Rotterdam

Truus Boogaerdt (1956) werkt vele jaren op het districtskantoor van FNV Bondgenoten op de Pegasusweg te Rotterdam Alexander. Ze is meer dan 40 jaar lid van de Dienstenbond, nu FNV Bondgenoten. Ze is geboren te Lekkerkerk in de Krimpenerwaard ten oosten van Rotterdam en er altijd blijven wonen, samen met haar man Arie van der Kreeke, uit Krimpen aan de Lek, die ze sinds haar vijftiende jaar kent. Een portret van haar is in 2014 opgenomen in de VHV-publicatie Het gezicht van de vakbeweging in Rotterdam II.

Truus Boogaerdt,steunpilaar van het districtsteam Rotterdam van FNV BondgenotenTruus Boogaerdt,steunpilaar van het districtsteam Rotterdam van FNV Bondgenoten

Truus Boogaerdt slaat de kleuterschool over en gaat meteen naar de Prins Bernhardschool. Daarna van 1968 tot 1971 naar de Huishoudschool de Weidebloem te Lekkerkerk. Vader is schilder en lid van de Metaalbewerkersbond ANMB. Moeder werkt bij boeren in de polder. In 1971 gaat ze als 15-jarige werken bij De Bijenkorf aan de Coolsingel in Rotterdam. Met haar collega’s  maakt ze handwerken en wandtapijten die als voorbeeld in de winkel worden opgehangen.
Ze vindt handwerken net zo leuk als het verkopen. Ze wordt snel lid van de bond. Dat heeft ze van huis uit meegekregen. Eerst is dat Mercurius, later de Dienstenbond NVV. Arie en zij zijn lid van het Medisch Comité Nederland Vietnam: folders uitdelen, pannenkoeken bakken en tweedehandsboeken verkopen op de Koninginnemarkt. Daarnaast bardiensten draaien in het jongerencentrum.

Van der Giessen-De Noord

Na twee jaar heeft ze er genoeg van en neemt ontslag. Ze komt op kantoor bij Van der Giessen-De Noord, waar haar vader ook werkt. Ze laat zich overschrijven van de Dienstenbond naar de Industriebond NVV en wordt lid van de bedrijfsledengroep (BLG), later aspirant lid van het bestuur. De BLG is spreekbuis Het gezicht van de vakbeweging – van de leden in het bedrijf en behandelt, en bemiddelt bij, loonconflicten en verschillen van mening over werkomstandigheden. Samen met andere jonge collega´s kunnen ze bij de BLG hun zegje doen. De´doorgewinterde mannen, wel aardige mannen´ van het bestuur, zoals Truus ze omschrijft, doen het overleg met de bazen en personeelszaken. De BLG heeft een eigen vergaderruimte met archiefkast, ze vergaderen eenmaal per maand, en zoveel als nodig is. De BLG zorgt voor meer samenwerking tussen de arbeiders en een betere onderhandelingspositie in de ondernemingsraad. De BLG praat niet over de cao, toen nog de cao grootmetaal, dat is een zaak van het hoofdbestuur. Ze delen wel pamfletten uit, die van het districtskantoor aan de Heemraadsingel 216 komen. De BLG bespreekt de voorstellenbrief van het bestuur, waarmee ze de onderhandelingen in willen gaan. De bond ontwikkelt het bedrijvenwerk, via de BLG moet er meer binding met de leden ontstaan. De BLG maakt belangen van de leden bespreekbaar bij de directie. Dat is in een tijd waarin de lijnen nog kort zijn, het overleg verloopt veel simpeler dan thans.

Het RSV debacle

Truus hoort bij de eerste golf arbeiders die in 1976 ontslagen wordt bij de grote reorganisatie van de scheepsbouwsector. Ze moet bij Personeelszaken komen en krijgt te horen dat ze ontslagen wordt: ‘het is heel vervelend, maar we moeten je zeggen…’ Ze reageert laconiek op haar ontslagaanzegging, ze is jong genoeg om elders aan de slag te komen. De regeling en het sociaal plan zijn een habbekrats.

Industriebond NVV

In Het Vrije Volk leest ze een advertentie waarin een offsetdrukker wordt gevraagd op het districtskantoor van de Industriebond NVV op de Heemraadsingel 216. Na één gesprek wordt ze aangenomen per 1 oktober 1976. Ze volgt een cursus van twee weken op de drukkerij van het hoofdkantoor in Amsterdam; theorie en praktijk, lay-out, machine in en uit elkaar halen. Later volgt ze nog meer bedrijfscursussen bij de bond.
Op het districtskantoor werken 20 tot 25 mensen. Truus is de enige offfsetdrukker die het apparaat kan bedienen, en heeft een dagtaak aan het drukwerk van de bond: pamfletten, kaderkrant voor 1500 leden, uitgaven van de BLG’s. De teksten komen van andere collega’s en bestuurders. ‘Rapen’ gebeurt op de grote tafel in de bestuurskamer. Eenmaal per jaar komt er een technicus om groot onderhoud te plegen. Er wordt alleen in zwart-wit geprint, niet in kleur.
Als de bond verhuist, eerst naar de Eliotplaats in Ommoord, in april 1999 naar de Pegasusweg, vervalt de eigen pers. ‘Amsterdam’ neemt dat werk over. Dat is jammer, het ambachtelijke werk gaat er uit, maar goed, er komt een kopieermachine voor terug. Truus gaat werken op de administratie, brieven tikken voor de vier bestuurders, pamfletten maken, cao’s chemie, landtransport en logistiek, metaal en metaalelektro, postbewaking, OR-verkiezingen, contact met de leden.
Als er acties zijn, wordt er dag en nacht gewerkt. Dan eet en slaap je op het werk. Later kun je de dagen compenseren of uitbetaald krijgen. De staking in 1988 bij Van den Bergh en Jurgens, onderdeel van Unilever, aan de Nassaukade op Rotterdam-Zuid staat haar nog het meeste bij. Dit bedrijf en de bonden die er actief zijn, hebben een lange geschiedenis van conflicten en conflictbeheersing. De onderhandelingen over de landelijke bedrijfscao zitten muurvast. De ´jongens´ zijn voor actie: Koos Boelse, Patrick van Klink, Jaap Kroes, Herman Berkhout en Joop Weeda. Om 4 uur ´s morgens present in het CJV lokaal in de Oranjeboomstraat om de stakers in te schrijven. Districtsbestuurder Karel Verhappe vindt catering terecht belangrijk: gamellen met warme chocolademelk, broodjes en ballen gehakt. Van den Bergh en Jurgens is een sterk bedrijf, de arbeiders zijn vakbondsminded en er zijn goede kaderleden. Truus Boogaerdt doet de stakingsadministratie. Er is een draaiboek, het is een lijst met aandachtspunten. De productie moet worden veiliggesteld, er moeten afspraken worden gemaakt met de directie, de persoonlijke gegevens van stakers worden op de stakingskaart gezet. Truus staat aan de poort met pamfletten, helpt de stakingsleiding als er te weinig kaderleden zijn. De staking is een succes, de eisen worden ingewilligd.
In 1997 is het weer raak: 29 arbeiders staken een dag tegen het opheffen van de expeditieafdeling. Het bedrijf wil de expeditie uitbesteden, en daarmee bijna twee miljoen gulden bezuinigen. Aan een alternatief plan van de arbeiders schenkt de directie geen aandacht. Het resultaat van de staking is dat er geen gedwongen ontslagen vallen. De directie van Unilever geeft de garantie nadat de Industriebond CNV heeft gedreigd de hele fabriek stil te leggen. Het is de eerste staking na 1988, en het is de stakers daarom menens, meent de bond terecht.

Van hogerop

Gevraagd naar de verschillen tussen vroeger en nu, antwoordt Truus Boogaerdt dat het in de bond nu allemaal meer van hogerop komt. Het hoofdkantoor weet volgens haar niet altijd precies wat er leeft op de werkvloer en in de Afdelingen. Ze doen weleens een ´rondje land´. De Rijnmondse vakbondsleden vindt ze van het type ´niet lullen, maar doen´, maar er zijn er die je de oren van het hoofd kletsen. Achteraf denk je soms,’had je dat niet wat zachter kunnen zeggen, iets genuanceerder’. De Rijnmonders lopen in vergelijking met Nederland iets voorop, vindt ze. Met het regiokantoor worden thema’s en zaken in de bedrijven en de haven sneller opgepakt. Truus Boogaerdt doet in haar vrije tijd niets meer in verenigingsverband, ze verzorgde jarenlang haar moeder en schoonmoeder. Nu heeft ze meer tijd voor bloemschikken, tuinieren, wandelen, fietsen en knutselen.
Piet Boogaard en Dick Linders

Interview geplaatst in VHV-publicatie Het gezicht van de vakbeweging in Rotterdam II, uitgegeven in februari 2014