Het geheugen van de vakbeweging

“… bijeenkomst in Burkina Faso anno 2003 van een groep onderwijsbonden uit voormalig Franstalige koloniën. Mali, Guinee, Senegal, Tsjaad, Niger …

Herinneringen bij het overlijden van Jacques Chirac

“Trouw aan haar principes” 

Op 26 september 2019 overleed Jacques Chirac. Uitgebreide beschouwingen in kranten over de man die in zijn jeugd het communisme aanhing en op latere leeftijd een rechtse partij stichtte. Na een paar mislukte poginen slaagt hij er in verkozen te worden tot president van La République Francaise. Chirac, de kameleon, de man die zich inpaste en aanpaste. Een man die – zoals ik ergens las – was als de Beaujolais: elk jaar een nieuwe.  Wouter van der Schaaf herinnert zich een conferentie van onderwijsbonden in Burkina Faso, waar samen naar een televisietoespraak van de Frans president wordt gekeken.

Wouter van der Schaaf, auteur van dit artikel

Elke terugblik op zijn leven gaat ook in op de positie die Chirac innam tijdens de Irak oorlog. Terwijl Bush en Blair massaal troepen stuurden om Saddam Hoessein van de troon te stoten, weigerde Chirac hier in mee te gaan. Met deze daad van verzet steeg zijn populariteit in Frankrijk tot ongekende hoogte. Ik was in Burkina Faso in de week dat steeds duidelijker werd dat Chirac had besloten dat zijn land geen troepen zou sturen. Ik was daar voor een bijeenkomst van een groep onderwijsbonden uit voormalig Franstalige koloniën. Mali, Guinee, Senegal, Tsjaad, Niger. Als land, als vakbond en als persoon hadden zij allemaal een lange geschiedenis gekend van Franse overheersing. Een kolonisering die feitelijk nog steeds op allerlei terreinen – economisch, financieel, militair – onverminderd voort bestond, ook na de formele politieke onafhankelijkheid. In alles wisten de Senegalezen, Malinezen en regeringen van Tsjaad en Gabon dat het verre Frankrijk de dienst uitmaakte in hun land. En hoezeer zij zich daar ook over ergerden, en hoezeer zij zich daar bij de informele tafelgesprekken over uitspraken, zodra de formele vergaderingen waren begonnen, kwamen die kritische woorden over de Franse dominantie zelden of nooit naar voren. Zo waren de machtsverhoudingen.

Voor het televisietoestel

Jacques Chirac (1932-2019) in een televisietoespraak

Die avond zaten we met het gehele gezelschap van een man – en vrouw – of veertig voor het televisietoestel in de eetzaal van het hotel. We waren in afwachting van de toespraak van de Franse President Chirac die integraal en direct zou worden uitgezonden. Veertig Afrikanen uit zo’n 10 landen die alleen via het Frans met elkaar konden communiceren. De taal van de vroegere overheerser. De taal van het land waar zovelen van hun familieleden voor hadden gevochten. In Europa maar ook in verre koloniën als Vietnam.

Ieder van hen kende de Fransen als geen ander. Zij waren opgegroeid met de cultuur, de denkwijze, de logique, de geschiedenis. En net zoals de Indonesische president Soekarno op zijn basisschool op Java de precieze vaarroutes kende van Delfzijl tot aan Maastricht, zo waren de Afrikaanse collega’s groot gegroeid met Voltaire, Diderot, De Gaulle en de Franse departementen die zij uit hun hoofd moesten leren. Zij kenden ook het Franse bedrog, de overheersing, de uitbuiting, de neerbuigendheid en het superieure blanke wangedrag. Maar wat konden zij daar publiekelijk tegen doen? Zo waren toch de machtsverhoudingen, ook na de onafhankelijkheid!

Hoogdravend Frans theater

Chirac begon zijn toespraak. Gezeten achter een prachtige Louis Seize tafel in een even majestueuze zaal in het Elysée. Hier sprak de macht. Chirac. In alles een voorbeeld van hoogdravend Frans theater. In woordkeus, zinsopbouw en – niet te vergeten – intonatie. Hij begon met een omstandige uiteenzetting van de situatie waarin de wereld verzeild was geraakt. Vertelde van de Amerikanen en Engelsen die druk uitoefenden op het grote Frankrijk om mee te gaan in de strijd. Maar nee, zei hij, Frankrijk wilde niet meedoen met deze oorlog. Het was tot dan toe een feitelijk relaas. In zijn ‘discours’ ging hij over naar het punt waaróm Frankrijk zich buiten de oorlog wilde houden. En toen sprak hij de woorden die mij altijd zijn bij gebleven. Met de nodige aplomb zei hij dat “La France, fidèle à ses principes….”, Frankrijk, trouw aan haarprincipes, om die reden niet kon deelnemen aan de Irak oorlog.

Tot dat moment hadden de veertig aanwezigen in stilte geluisterd naar Chirac. Maar nauwelijks had hij de woorden “La France, fidèle à ses principes….” uitgesproken of er klonk een luid hoongelach. Mensen stootten elkaar aan. Ik had eerst niet door wat de oorzaak was van hun hilariteit. Tot iemand uitriep “welke Franse principes?” en iedereen uitbundig verder lachte.

Hier was een Franse president. Op het hoogtepunt van zijn macht. Bewonderd omdat hij de Amerikaanse/ Britse druk weerstond, gewaardeerd dat hij geen soldaten naar het slagveld stuurde. Maar gehoond omdat hij zei dat Frankrijk handelde vanuit ‘trouw was aan haar principes”. Het was het moment waarop ik me meer dan ooit bewust was van de impact van de huichelachtigheid van de Franse kolonisatoren, en van kolonisatoren in het algemeen. Zij strooiden hun principes prachtige principes over Afrika, zolang het hen zelf het beste uitkwam.

Hier zat ik dus, als enige witneus in een zaaltje in Burkina Faso, omgeven door Afrikaanse collega’s die hun ware gevoelens oer de Franse dominantie zonder enige rem uitten. Lang na het einde van de toespraak barstten zij nog in lachen uit over die ene zin:  “La France, fidèle à ses principes….”.

Wouter van der Schaaf

Oktober 2019