Het geheugen van de vakbeweging

Tom en Riki Simonis: Directe bemoeienis met vakbondswerk ligt achter de rug, hun betrokkenheid nog lang niet.


Rode Familie is heel hun leven een vertrouwd gegeven

Tom en Riki Simonis – Een leven in dienst van de vakbeweging

Tom Simonis (Amsterdam, 1930) en Riki (H.J.) Simonis-Van den Broek (Den Haag, 1931) zijn tot in al hun haarvaten de vakbeweging. Hij eerst Algemene Nederlandse Grafische Bond en later districtsbestuurd er Voedingsbond NVV, zij op tal van plekken actief voor de Vrouwenbond, FNV en vrouwensecretariaat. Ze zijn niet te stuiten. Hij onderhandelaar, ledenbehartiger en penningmeester, zij emancipatiewerk en administratieve ondersteuning. Ze leren elkaar kennen bij de NVV-jeugdorganisatie Jonge Strijd. De directe bemoeienis met het vakbondswerk ligt achter de rug, hun betrokkenheid nog lang niet. Het vraaggesprek met hen is opgenomen in Het gezicht van de vakbeweging Amsterdam (april 2018)

Wie het ruime appartement in Amsterdam Osdorp binnen gaat tre ft niets aan wat op grote sociale inzet en wapenfeiten duidt. Geen spandoeken, vakbondsparafernalia of affiches. Geen spuitbussen achter het koffiezetapparaat of stapels pamfletten naast de televisie. Alles is ontspannen overzichtelijk Het grote aantal verhuizingentijdens hun werkzame leven heeft voor ordening gezorgd. Tom komt uit een gezin met drie kinderen, hij is de jongste . Zowel zijn vader Piet Simonis  – bestuurder bij Mercurius en later districtsbestuurder van het NVV (1946 – 1964) – als zijn moeder Lies Simonis-Pieters – mede-oprichtster Vrouwenbond NVV – krijgen persoonlijke aandacht in het Biografisch Woordenboek”. Zijn vader die met de Februaristaking van februari 1941 sympathiseerde werd in het kader van de represaillemaatregelen als gijzelaar gevangen gezet in Haaren en St. Michielsgestel. Met kerst 1943 werd hij vrijgelaten. Tom hielp zijn moeder met de verspreiding van het illegale blad Hier is Londen. Hij zegt zich tot op de dag van vandaag flink te kunnen ergeren aan de houding van de communisten van na de oorlog die de acties rond de Februaristaking voor zichzelf opeisten. Alsof dat een CPN­-monopolie was. Tom : ‘Die actie was veel breder en dat weten die communisten heel best.’

Jonge Strijd

De Rode Familie is heel hun leven een vertrouwd gegeven. VARA, Het Vrije Volk, Het Parool, PvdA, Nivon en nog zo veel meer. Niet vreemd dus dat Tom al vroeg kennis maakt met de vakbeweging. Aanvankelijk gebeurt dat als vakbondslid terwijl hij werkzaam is bij de Raad van Arbeid en het GAK en hij zich inzet voor de jongerenoranisatie Jonge Strijd. Hij werkt mee aan de VARA radio-uitzending ‘Blaas de trompetten’ en levert zelf als spreker teksten aan. In 1955 trouwt hij met Riki van den Broek. Zij werkt bij de Amsterdamse Bestuurders Bond (NVV) en mag als getrouwde vrouw zo maar blijven werken wat voor die tijd iets heel bijzonders is. De voorafgaande jaren was zij al actief in de AJC. Begin jaren zestig wordt zij lid van de Vrouwenbond NVV en richt met enkele andere jonge vrouwen de afdeling Amsterdam-Osdorp op.

Bedrijfsbezetting bij Van Houten

Omslag Het gezicht van de vakbeweging Amsterdam, waarin het vraaggesprek met Tom en Riki Simonis is opgenomen.

Nog voor de befaamde bedrijfsbezetting bij Enka (Breda, 1972) vindt er bij Van Houten in Weesp in december 1970 een bedrijfsbezetting plaats. Het speelt om de sluiting van het vroegere familiebedrijf door een overnemende Amerikaanse onderneming. Tom Simonis: ‘In nauwe samenwerking met OR-leden – op één na allemaal lid van de ABVG, die ene was aangesloten bij de Unie – hebben we als bestuurders dagen en nachten onderhandeld. Eén keer zelfs 24 uur aan een stuk. Bovendien werd, toen de onderhandelingen niet wilden vlotten, door het personeel een dubbele actie ontwikkeld, te weten een staking met bedrijfsbezetting. De Amerikaanse eigenaren vonden elke cent die voor de werknemers op tafel moest komen volstrekt zonde. In Nederland bestond er toch een WW en sinds kort toen ook de WAO? Wat viel er meer te wensen? Uiteindelijk kwam er voor de werknemers een aanvaardbaar resultaat uit de bus.

Grafische Bond

In 1962 treedt Tom in dienst van de vakbeweging. Hij is dan 32. Hij wordt assistent van de secretaris­penningmeester van de afdeling Amsterdam van de Algemene Nederlandse Grafische Bond. Hij maakt er een roerige tijd mee met wilde stakingen o.a. bij De Telegraaf en CAO-onderhandelingen met loonsverhogingen van meer dan 12 procent. In 1964 stapt hij over naar de ABVG. In 1964 wordthij districtsbestuurder met standplaats Amsterdam. Daaronder vallen dan ook naast Amsterdam, ’t Gooi, de Zaanstreek en een deel van Noord­Holland. Een paar jaar later wordt hij voorzitter van de vakgroepen Suiker/ Zoetwaren en Slagersbedrijf en daardoor mede CAO-onderhandelaar voor deze sectoren. Hij komt graag in de bedrijven en zorgt voor een goede band met de kaderleden. Dat brengt vaak individuele belangenbehartiging van leden met zich mee.

Fusiejaren

In 1969 wordt het Plan-Kloos door een meerderheid van de besturen aanvaard. Dat plan moet een einde maken aan de kleine bonden en het NVV als centrale sterker maken. Die vlieger gaat niet op. Wel ontstaan overal discussies over verdergaande samenwerking tussen de bonden en zelfs fusie. Het is de tijd dat de Industriebond NVV ontstaat en zo ook de Agrarische en Voedingsbedrijfsbond NVV. ‘Van een groep met 10 bestuurders stapte ik over naar een met 35 bestuurders,’ vertelt Tom. Hij reageert positief op het verzoek van Cees Schelling, toen vakgroepssecretaris zuivel, om landelijk coördinator van het vakbondswerk bij de Melkunie te worden. Die onderneming telt in die tijd zo’n 25 bedrijven in West-Nederland. Het bakkerij­wezen en de suikerverwerkende industrie behoren eveneens tot zijn takenpakket als hij vakgroepssecretaris wordt. Hij is teleurgesteld in het optreden van voorzitter Sake van der Ploeg tijdens een zuivelconflict in 1973. Alles stond klaar om met een staking te beginnen om druk op de ketel te zetten als blijkt dat Van der Ploeg buiten de onderhandelaars om tot een vergelijk is gekomen met de werkgevers. Met een grote ruzie binnen de bond tot gevolg. Van der Ploeg treedt af en na veel metselwerk van Cees Schelling en vakgroepsvoorzitter Folkert van de Meer keert de rust terug.

Een volgende fusie kondigt zich aan. Dat is de vorming van de federatie NVV-NKV, het CNV heeft zich dan al teruggetrokken. Tom is voorstander van een fusie maar kan genoegen nemen met een federatieve vorm als de fusie maar dichterbij komt. De Voedingsbonden NVV en NKV gaan ondanks het federatieve beginsel al snel werken als fusiebond en dat bevalt. Andere bonden volgen later. De Voedingsbond FNV gaat op 1 januari 1980 van start. Voor Tom betekent dit ook dat hij penningmeester wordt. Bij een eerdere gelegenheid had hij die functie als districtsbestuurder nog afgewezen. Dit keer kan hij niet voorbij gaan aan het beroep dat op hem wordt gedaan. Hij blijft bijna tien jaar penningmeester en krijgt onder meer te maken met de invoering van automatische incasso van de contributie.

Vrouwenbond NVV

De fusies tussen de verschillende bonden en de functiegroei zorgen er ook voor dat het gezin regelmatig moet verhuizen. Dat brengt hen in Amsterdam Osdorp en Amsterdam­-Noord, in IJsselstein en Uithoorn. Riki Simonis op haar beurt is niet voor één gat te vangen. Naast het gezin pakt ze elke keer de draad weer op. Begin jaren zestig is ze al lid geworden van de Vrouwenbond NVV. Met enkele andere vrouwen richt ze een afdeling in Amsterdam­-Osdorp op. Als ze naar Noord verhuizen gaat ze één dag in de week werken voor de Vrouwenbond NVV. Van die bond konden aanvankelijk uitsluitend vrouwen lid worden als hun man lid van de bond was. Kwam die man te overlijden dan hield ook het lidmaatschap van de vrouw op. Daar komt verandering in. De weduwen mogen tegen een kleine bijdrage lid blijven en houden zo ook toegang tot de belastingservice. Riki, die één of twee dagen per week moet werken, noemt zichzelf de eerste flexibele arbeidskracht bij het NVV. Zelfs als het gezin in 1975 naar IJsselstein verhuist – Tom wordt benoemd tot bondsbestuurder – blijft ze actief als bestuurslid van Vrouwenbond NVV. In 1980 kan ze aan de slag bij de bond in Utrecht waar de emancipatiewerkster – een nieuwe functie – nodig ondersteuning kan gebruiken. Het Utrechtse project houdt op en dat brengt haar weer bij het vrouwensecretariaat in Amsterdam. Daar werkt ze tot ze in 1991 met VUT gaat.

Thuis geen vakbeweging

Stond de bond niet al die jaren ’s avonds op de huiselijke agenda? Riki: ‘Tom sprak thuis nooit over zijn werk, dat heeft veel mensen verbaasd maar zo was het gewoon. Zijn werk werd als ik solliciteerde bij een bond of centrale nog wel eens meegewogen, maar dat was echt niet nodig. ’s Avonds kon ik al die jaren nauwelijks weg want dan was hij er niet. Ik bleef wel altijd op tot hij er was en één ding hebben we altijd gedaan: ‘s-ochtends vroeg werd er met het hele gezin samen ontbeten, hoe laat het ’s avonds ook was geworden.

Riki en Tom voelen zich decennialang helemaal thuis bij de PvdA. De WAO-discussie maakt daar een einde aan. Nu zijn ze minder honkvast, GroenLinks is een zeker alternatief, de SP zeker niet, om van rechtse partijen maar te zwijgen. De VHV is hen zeker schatplichtig gelet op al het werk dat Tom jarenlang als penningmeester ervoor heeft gedaan en Riki voor de administratie en het adressenbeheer. Maar ook buiten de vakbeweging is er nog volop leven. Beiden doen veel aan cultuur (theater, muziek) en sport (pétanque, tafeltennis, zwemmen). Het Nivon Amsterdam/Osdorp-Slotervaart heeft sinds 2010 een actieve secretaris aan Tom. Het kost hem zo’n 30 uur per week.

Ze zijn tevreden over hoe zij hun werkzame leven en de actieve tijd daarna hebben doorgebracht. Tom: ‘Ik ben vooral tevreden over de tevredenheid van anderen over ons werk.’ Over de toekomst van de vakbeweging zijn de meningen verdeeld. Riki kan wat somberen, Tom blijft optimistisch. De stacaravan in Noordwijk aan Zee biedt ze alle ruimte om uit te waaien.

Dit artikel is opgenomen in de uitgave van de Stichting VHV, Het gezicht van de vakbeweging Amsterdam, april 2018