Het geheugen van de vakbeweging

Het gezicht van de vakbeweging in Twente

Tiny Kissing – Wordt het een werk- of ontslagdag?

Tiny Kissing: Eén vakcentrale is een goede zaak zou zijn, het CNV kan daarbinnen best een eigen identiteit houden.

Tiny Kissing (Hengelo, 1946) prijst zich nog gelukkig dat ze bij Stork in dienst kwam en er tientallen jaren lang heeft kunnen werken. Van het simpele kantoorwerk tot het  pittiger inkoperswerk. Ze maakt de eerste grote ontslagronde mee en volgt heel wat reorganisaties vanuit haar lidmaatschap van de ondernemingsraad. Ze ontspringt de dans. Ze maakt goede en minder goede chefs mee. Ook ervaart ze aan den lijve dat vrouwen op het werk hun achterstand inlopen ten opzichte van de mannelijke collega’s en hun arbeidsvoorwaarden.

Tiny haar vader werkt in de textiel bij de firma Wisselink (o.a. damast lakens). Eerst als wever, later als keurmeester. Haar moeder werkt ook in de textiel maar dan bij De Jong/Van Dam in Hengelo. Daar wil ze niet werken. De ULO maakt ze niet af; ze wil aan de slag. Ze gaat als 17 jarige naar Stork en naar de Wilhelminaschool, net als haar latere man Dick Kissing. Daar wordt ze twee jaar opgeleid tot kantoorassistente met vooral aandacht voor de voorcalculatie. Haar latere man Dick Kissing kent een zelfde aanloop, via de Wilhelminaschool van Stork, maar ze leren elkaar niet via de school of het werk kennen maar via de soos van de kerk.

Tiny komt op een afdeling met 28 mensen; ze is de enige vrouw. Ze houdt zich in eerste instantie bezig met de post en het opbergen van de offertes. Haar cheffin vindt dat ze meer kan dan dat. Ze krijgt een zwaarder takenpakket. Dat brengt met zich mee dat ze voortaan ‘beambte’ is. Beambten krijgen een
maandsalaris en niet meer 14-daags loon. De arbeidersklasse kan nu eenmaal minder goed met geld omgaan en dan is een maand wel erg lang.

Werk en getrouwd!

Ze krijgt een functie op het bedrijfsbureau waar ze de planning, administratie en typewerk doet tot ze met Dick trouwt in 1969. In die tijd zijn er (nog) weinig werkende getrouwde vrouwen. Van werkende vrouwen werd toch al meer gevergd, zeker van getrouwde, dan van mannen.

De positie van vrouwen was iets meer dan een halve eeuw geleden duidelijk achtergesteld. Dat uitte zich op allerlei terreinen, bij de arbeidsvoorwaarden bijvoorbeeld maar ook op minder zwaarwegende gebieden. Mannen bijvoorbeeld mochten roken, vrouwen niet. Het hele arbeidsklimaat was weinig vrouwvriendelijk. Het was een mannenwereld. Vandaar dat het voor Tiny ook geen gelopen koers was om inkoper te worden. Dat was echt een mannenpositie.

Bij de eerste reorganisatie in 1971 moet ze eruit omdat… ze getrouwd is. Stork ontslaat geen personeel, tot dan toe. In de volksmond heet het dan ook dat je goed zit bij Stork. Maar als er dan uiteindelijk toch ontslagen vallen (400!) gaan de getrouwde vrouwen er als eerste uit. Het salaris wordt wel doorbetaald. Tiny krijgt een onduidelijk baantje aangeboden. Geen duidelijke functiebenaming evenmin als een concrete salarisaanduiding. Ze besluit daarvoor te passen en gaat naar huis.

Ze is lange tijd non actief totdat ze een echte baan krijgt aangeboden bij SPM van Stork. Eerst op de tekenafdeling later op de inkoopafdeling. Regelmatig volgen bij Stork vanaf dat moment de reorganisaties en inkrimpingen. Ook haar man Dick dreigt in die periode ontslag te krijgen. Als ze s ’morgens opstaan zeggen ze vaak tegen elkaar: ‘Wordt dit een werk- of een ontslagdag?’ Gelukkig trekt het onweer over. Tiny krijgt een vaste aanstelling en alsnog een specifieke inkoopopleiding. De tijden zijn veranderd.

Alsnog lid CNV

In al die tijd is Tiny Kissing geen lid van de bond. Ze vindt één lid per gezin wel genoeg en Dick was altijd al lid. Op een gegeven moment gaat het ook slecht met SPM. Het CNV is op zoek naar kandidaten voor de ondernemingsraad. Ze wordt gevraagd of ze kandidaat wil zijn. Dan besluit ze ook zelf lid van het CNV (Industriebond) te worden. Ze komt in de OR en blijft dat maar liefst vijftien jaar lang. Ze is geruime tijd secretaris van de raad. In haar OR-tijd maakt ze maar liefst zes reorganisaties mee en vraagt de OR verschillende keren extern advies om het raadswerk te ondersteunen.

Terugkijkend is Tiny Kissing er nog steeds trots op dat ze bij Stork heeft gewerkt. Ze realiseert zich dat ze heel lang een goede chef heeft gehad. Al met al heeft ze maar liefst 35 jaar bij de onderneming gewerkt en heel wat directiewisselingen mogen meemaken. Vanuit de OR is ze ook lid van de ontslagcommissie van het UWV. Ze komt dan thuis met mappen vol persoonsgegevens. Veel extra werk juist in de avonden en het weekend. Spijtig vindt ze het dat ze het met haar laatste chef maar slecht kon vinden. Als ze een keer ziek thuis is komt hij op bezoek. Dat is niet waar ze op dat moment op zit te
wachten. Het wordt een zeer kritisch gesprek en Tiny neemt geen blad voor de mond. Het resultaat is dat de verhoudingen danig zijn verstoord. Dat leidt er toe dat ze verzocht wordt op te stappen. Ze overlegt met Henk van Essen, districtbestuurder CNV, en besluit daarop per direct te vertrekken. Enige tijd later wil ze alsnog de gelegenheid krijgen om officieel afscheid te nemen van haar collega’s en bekenden op het werk, van de OR en van de directie. De directeur grijpt in en steekt er een stokje voor. Een treurige ervaring die haar na al die lange dienstjaren bij Stork nog dwars zit.

Zoutmuseum

Buiten haar werk is Tiny Kissing onder meer actief als vrijwilliger voor het Zoutmuseum in Delden. Verder ondersteunt ze Dick bij zijn werk voor de buurtcommissie Het Genseler. Ze is een trouw bezoeker van de sportschool. Jammer vindt ze het dat Nederlanders zo kunnen zeuren, bijvoorbeeld over de gezondheidszorg. Tiny: Als je kijkt hoe het in het buitenland toegaat’, bijvoorbeeld in Australië, dan hebben we het hier goed.’ Als het over de vakbond gaat is zij net als Dick van mening dat één vakcentrale een goede zaak zou zijn. Het CNV kan daarbinnen best een eigen identiteit houden.