Het geheugen van de vakbeweging

Theo Thijssen

Een nuchtere socialist

Theo Thijssen (1879-1943) wordt over het algemeen beschouwd als het schoolvoorbeeld van de ‘rode schoolmeester’. Maar het Theo Thijssenmuseum in Amsterdam besteedt dit jaar speciaal aandacht aan de ‘nuchtere Theo Thijssen’, die als kind moeite heeft met de keuze van zijn vader voor de radicale Domela Nieuwenhuis. De jonge Thijssen is wars van de toen spraakmakende socialistische scherpslijpers en maakt zich drukker over de sociale ellende die hij dagelijks ziet. De expositie over de onderwijzer, journalist, vakbondsman en volksvertegenwoordiger Thijssen is tot eind van dit jaar te bezoeken.

Theo Thijssen, kinderen voorlezendTheo Thijssen, kinderen voorlezend

Amsterdam was een uitzonderlijk roerige stad in Thijssen’s jeugd. De verpauperde Jordaan waar de familie Thijssen in de Eerste Leliedwarsstraat woonde, was overwegend Oranjegezind maar radicale socialisten waren er ook sterk vertegenwoordigd. Theo maakte de botsingen mee tussen Oranjegezinde buurtgenoten en de politie, het Palingoproer in 1886 en de Oranjefurie van 1887. Zijn vader Samuel Jan Thijssen, die schoenmaker was, sympathiseerde met de Sociaal Democratische Bond van Nieuwenhuis maar is waarschijnlijk nooit lid geweest van de SDB. In zijn boek De ochtend van het Leven (1941) beschrijft Thijssen hoe het radicalisme van zijn vader hem parten speelde, bijvoorbeeld toen koning Willem III de stad bezocht.
“Daar was de klap die ik al lang had verwacht; mijn vader was anders dan hij hoorde zijn. Ja, ‘k had het vroeger al gemerkt aan zijn spreken over de koning en de stad en Domela Nieuwenhuis; en nu had-ie ook ruzie gemaakt tegen een meneer die geld kwam ophalen voor een erepoort in onze dwarsstraat. ‘Laat ze in de Leliestraat maar erepoorten bouwen, daar komt-ie doorheen; hier de dwarsstraat is ‘m te min.’Ik zat er lelijk tussen met zo’n vader.”

Onderwijsvernieuwing

Theo had als kind soms last van de gezindheid van zijn vader maar het gevoel voor rechtvaardigheid had hij van zijn ouders. In de expositie worden ook portretten getekend van radicalere tijd- en buurtgenoten van Thijssen zoals Chris Lebeau, Henriette en Marie Mater en Karel Fortuyn. Zij volgden hun ouders wel op de weg van het radicalisme. Theo ging in 1894 naar de Rijkskweekschool in Haarlem en was rebels in zijn schrijfsels maar vooral waar het ‘de zelfstandigheid, de zelfwaardering van de Nederlandse onderwijzer’ betrof. Ook ageerde hij fel tegen halfzacht geschrijf over ‘zedelijke opvoeding’, achterlijk literatuuronderwijs of beroerde kinderboeken. De onderwijsvernieuwing stond bij hem toen centraler dan de klassenstrijd. Hij verwierf daarmee ook faam toen hij van 1905 tot 1917 het blad De Nieuwe School samenstelde; op satirische wijze ageerde hij tegen de bedilzucht van theoretische pedagogen, pedante schoolboekjesschrijvers, schoolopzieners en autoritaire schoolhoofden. Thijssen was toen al enkele jaren lid van de (nog politiek neutrale) Bond van Nederlandsche Onderwijzers (BvNO) en sympathiseerde met de reformistische SDAP. Hij werd pas lid van deze partij  toen in 1909 de luidruchtige marxistische scherpslijpers de partij hadden verlaten. Na 1915  zou hij zich ontwikkelen tot een zeer actieve vakbondsman en werd redacteur van het bondsblad De Bode van de BvNO. Maar hij hechtte aan zijn onafhankelijkheid en ging niet in op pogingen van de bond om het tijdschrift De Nieuwe School in te lijven. 

Partij kiezen

Nederland kende nog een andere onderwijzersbond, namelijk het deftige Nederlands Onderwijsgenootschap (NOG). Daar kreeg de gewone klasse-onderwijzer echter geen gehoor voor zijn klachten over slechte beloningen en autoritaire schoolhoofden. En daarom werd in 1874 een eigen organisatie opgericht voor onderwijzers en hulponderwijzers, die in 1890 de Bond van Nederlandsche Onderwijzers gaat heten. De BvNO telde behalve socialisten ook liberalen onder haar leden en het gevoel deel uit te maken van de arbeidende klasse was zwak ontwikkeld. Men hield de politiek op enige afstand maar voerde wel actie voor gratis kleding, voedsel en schoeisel voor de armste leerlingen. De radicalere  socialisten van de Sociaal-Democratische Onderwijzersvereniging SDOV vonden dit onvoldoende radicaal en zij bepleitten aansluiting bij de arbeidersbeweging en revolutie als het moest. De nieuw opgerichte vakcentrale NVV (1905) koos voor een voorzichtige koers maar het zou nog tot 1 mei 1924 duren voordat de BvNO toetrad to het NVV. Thijssen heeft de aansluiting bij het NVV actief bevorderd. Hij had in 1921 het onderwijs verlaten en was bezoldigd hoofdbestuurder van de BvNO geworden. De aansluiting bij het NVV werd geholpen door de drastische bezuinigingen van het kabinet die in 1922 waren opgelegd.
Kees van Kortenhof
April 2015

Adres

Theo Thijssen Museum
Eerste Leliedwarsstraat 16
1015 TA Amsterdam
Tel. 020-420 71 19
Openingstijden: donderdag tot en met zondag, 12-17 uur