Het geheugen van de vakbeweging

FNV-actie ‘Handen af van ons stakingsrecht

Werkgevers vinden internationale solidariteit ‘onwenselijk’

Stakingsrecht zet sociale dialoog in ILO op scherp

De ILO is een bijzondere organisatie binnen de Verenigde Naties omdat niet alleen de regeringen daar aan tafel zitten. Vakbonden en werkgeversorganisaties, uit alle 187 aangesloten landen, beslissen overal over mee. De hele structuur van de ILO is tripartiet en of het nu gaat over een nieuw Verdrag tegen Geweld op de Werkvloer, over de aanpak van kinderarbeid of over de verbouwing van het ILO kantoor, overheden hebben de helft van de stemmen en de andere helft gaat, gelijk verdeeld, naar vakbonden en werkgevers. Dit maakt de ILO uniek. In de filosofie van de ILO is de sociale dialoog tussen overheden, werkgevers en vakbonden de weg naar vrede, welvaart en sociale rechtvaardigheid. De Nederlandse vakbeweging heeft het belang van de ILO vanaf het begin gezien. Jan Oudegeest, die van 1909-1919 voorzitter was van het NVV, was in 1919 namens de Nederlandse werknemers aanwezig bij de oprichtingsvergadering. In 1920 werd hij voorzitter van de werknemersgroep in de ILO en tot 1928 was hij vicevoorzitter van het ILO Bestuur. Deze betrokkenheid is al die jaren gebleven en ook nu levert de FNV weer de voorzitter van alle werknemers in de ILO en daarmee de vicevoorzitter van de ILO: Catelene Passchier.

Annie van Wezel, auteur van dit artikel, tijdens ILO conferentie van 2015

De ILO heeft in haar 100-jarige geschiedenis laten zien dat, hoe moeilijk soms ook, het mogelijk is vooruitgang te boeken door met elkaar in gesprek te blijven. De 190 Internationale Arbeidsverdragen, die de afgelopen eeuw het resultaat waren van serieuze onderhandelingen tussen de drie partijen, getuigen daarvan. Samen stellen deze Verdragen normen vast voor evenwichtige en eerlijke arbeidsverhoudingen. De effectiviteit van de sociale dialoog bleek ook uit de druk die de ILO uitoefende op Zuid-Afrika tegen de Apartheid en op de militaire junta van Birma/Myanmar tegen dwangarbeid. Dankzij de ILO zijn vakbondsmensen zijn uit de gevangenis vrij gekomen en zijn regels voor veilig en gezond werken verbeterd. De ILO heeft effectieve programma´s ontwikkeld om kinderarbeid, slavernij en dwangarbeid aan te pakken. Ook zet de ILO zich in om de positie van vrouwen en minderheden op de arbeidsmarkt te versterken en om sociale zekerheid voor iedereen toegankelijk te maken. Ons eigen stelsel van sociale zekerheid is gebaseerd op het kernverdrag van de ILO hierover, Verdrag 102. Kortom, wanneer er voldoende overeenstemming is tussen overheden, vakbonden en werkgeversorganisaties om sociale problemen aan te pakken, kan de ILO daadwerkelijk het verschil maken.

Tripartisme en sociale dialoog vormen niet alleen de werkwijze van de ILO, maar de ILO promoot deze vorm van probleemoplossing en verdeling van de welvaart ook op nationaal niveau. Voor bedrijven en sectoren steunt de ILO cao’s, afspraken over Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) en International Framework Agreements, de overeenkomsten tussen internationale bedrijven en de internationale vakbeweging.

Kampioen sociale dialoog

Nederland is kampioen sociale dialoog met zijn hoge dekkingsgraad voor cao’s en het poldermodel voor nationaal overleg. In landen waar overheden en bedrijven weigeren vakbonden als gesprekspartner te erkennen, zijn ze er jaloers op. Maar wij weten ook als geen ander dat het overleg, bipartiet of tripartiet, niet vanzelf tot stand komt en dat daarvoor aan een aantal voorwaarden moet worden voldaan. Er zijn sterke en onafhankelijke vakbonden en werkgeversorganisaties nodig. Zij moeten toegang hebben tot informatie om als gelijkwaardige partners mee te kunnen doen. De vakbondsvrijheid moet gegarandeerd zijn en het overleg wettelijk beschermd. En vooral moeten alle partijen de sociale dialoog echt willen en moeten ze elkaar daarin kunnen vertrouwen.

Nederland heeft ILO Verdrag 144 getekend, waarin overheden worden verplicht om de sociale partners op een serieuze manier te consulteren bij alle zaken die op de ILO betrekking hebben. De FNV heeft de positieve grondhouding van de overheid ten opzichte van de ILO altijd gewaardeerd, maar vond ook dat, zodra het gaat om de ratificatie van verdragen en om een correcte naleving ervan, de transparantie en de daadkracht voor verbetering vatbaar waren. Zo waren er meer dan 10 jaar intensief lobbyen en een SER advies voor nodig, voordat Nederland drie Verdragen op het gebied van Veilig en Gezond werken ratificeerde. [i] En wachten Verdrag 185, Identiteitspapieren voor zeevarenden, Verdrag 187, Promotie Veilig en Gezond werken, Verdrag 188, Visserij, en Verdrag 189, Huishoudelijk personeel, al (bijna) een decennium op ratificatie. Ook de weinig voortvarende reactie op de klacht van de vakbeweging over de Arbeidsinspectie[ii] en de ontkenning van de problemen met de naleving van Verdrag 121 over de arbeidsongeschiktheidsuitkering [iii], laten zien dat tripartiet overleg ook in Nederland niet altijd werkt.

Globalisering en sociale rechtvaardigheid

Door de betrokkenheid van sociale partners is de ILO bij uitstek geschikt voor een sociale dialoog over de toekomst van globalisering. De kritiek op de globalisering neemt toe. De opbrengsten ervan zijn zeer ongelijk verdeeld en de belasting van het milieu overtreft de draagkracht van de aarde. Dat raakt alle betrokkenen. De belangen van overheden, werkgevers en vakbonden mogen dan verschillen, maar alleen samen kunnen ze de globalisering zo inrichten dat deze rechtvaardiger is en bijdraagt aan een beter leven voor iedereen. De ILO ziet zichzelf ook inderdaad als platform voor deze discussie, zoals blijkt uit de resolutie Social Justice for a Fair Globalisation in 2008[iv] en de ambitieuze discussie over de Future of Work die ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan wordt gevoerd.

De ILO is de bron van sociale normen, waaraan een rechtvaardige wereldeconomie zou moeten voldoen. Zij legt met haar internationale verdragen een bodem onder de globalisering. De betrokkenheid van de drie, zo verschillende, geledingen maakt een effectieve aanpak mogelijk. Dit veronderstelt wel, dat bij alle drie de partijen de wil bestaat te goeder trouw te onderhandelen en dat alle partijen het evenwicht in de structuur van de ILO in tact willen laten. Het werkt alleen als ze een gezamenlijk belang onderkennen, waardoor ze bereid zijn tot geven en nemen. Zodra een van de partijen het systeem naar zijn hand wil zetten om alleen de eigen doelen te bereiken, stokt de dialoog.

De ruzie over het stakingsrecht

Catelene Passchier, voorzitter van de werknemers in de ILO en daarmee vicevoorzitter van de ILO spreekt de ILO Conferentie van 2017 toe.

Dit is precies wat tijdens de ILO Conferentie in 2012 gebeurde, toen de Britse werkgeversvertegenwoordiger, namens alle werkgevers die georganiseerd zijn in de International Organisation of Employers (IOE)[v],  in het Comité dat toeziet op de Naleving van Verdragen, CAS,[vi] meedeelde dat zij niet langer wilden spreken over zaken die op het stakingsrecht betrekking hadden. Ieder jaar worden tijdens de ILO Conferentie 24 gevallen van ernstige schending van ILO Verdragen besproken. Dat kan overal over gaan, over de Arbeidsinspectie, over sociale zekerheid, over discriminatie. Maar de ernstigste gevallen gaan over de moord op vakbondsmensen of hun gevangenschap. Over gebrek aan vakbondsvrijheid en de gevolgen voor dappere mensen, die het dan toch proberen. En heel vaak gaat het dan ook over stakingen. Het is onacceptabel voor vakbonden dat daar binnen de ILO niet over gesproken zou kunnen worden. Dan maar helemaal niets en voor het eerst in de geschiedenis van CAS werden er geen schendingen besproken. Alle aanwezige vakbondsmensen waren verbijsterd. Niet alleen over de weigering om over zaken waarin het stakingsrecht werd genoemd, te spreken, maar ook over het aplomb waarmee dit in de vergadering werd gebracht, volkomen in strijd met de manier waarop een sociale dialoog wordt gevoerd. Ik was aanwezig bij de vergaderingen waar dit gebeurde en heb, net als mijn collega’s uit andere landen, meteen de werkgeversvertegenwoordiger uit Nederland aangesproken. Deze was onvermurwbaar. VNO-NCW stond achter de actie van de werkgevers in de ILO. De FNV was verontwaardigd.

Alle toezichtorganen van de ILO leggen het belangrijkste verdrag van de ILO, Verdrag 87, dat de vrijheid van organisatie voor vakbonden en werkgeversorganisaties vastlegt, zo uit, dat daar ook het recht van vakbonden om te staken onder valt. Het Committee of Experts [vii]en het Committee on Freedom of Association[viii] hebben de afgelopen decennia, door naar ieder geval afzonderlijk te kijken, een set van regels voor het stakingsrecht opgesteld. Pas sinds de val van de Muur, nu de werkgevers niet langer de vrijheden in het Westen hoefden te verdedigen tegenover de communistische landen, gingen ze vraagtekens zetten bij de internationale bescherming van het stakingsrecht door de ILO. Ze wilden er vanaf. Het stakingsrecht wordt niet letterlijk in het Verdrag genoemd, stelden ze en de regulering ervan is dus een nationale zaak.

Op de vragen ‘waarom’ en ‘waarom nu’, gaf Chris Syder, de werkgeverswoordvoerder, zelf het antwoord. In een interview [ix] waarschuwt hij dat de economische crisis van 2008 en de bezuinigingen die erop volgden tot meer stakingen zullen leiden. De Britse werkgevers wilden dat de nationale wetgeving in de UK dit moeilijker zou maken, maar vreesden dat ze dan door de ILO op hun vingers getikt zouden worden. Dat zou ook zeker zijn gebeurd. Zijn missie bij de ILO was dan ook om het stakingsrecht uit Verdrag 87 te halen, zodat de ILO hierover geen zeggenschap meer zou hebben. Hij wees erop dat vakbonden zich steeds internationaler organiseren en dat werkgevers bij stakingen steeds vaker te maken krijgen met solidariteit uit andere landen. Dat vonden ze ongewenst.

Waarom was dit nou zo erg?

Het was erg natuurlijk voor al die vakbondsmensen die in hun eigen land niet mogen staken en die naar Genève waren gekomen om aandacht en steun voor hun problemen te krijgen van andere vakbonden, en mogelijk ook van andere regeringen. Maar het was ook erg voor de ILO. Door de bevoegdheid te ontkennen van de ILO Experts om Verdrag 87 te interpreteren, trokken de werkgevers de basis onder het toezichtsysteem uit. Want als deze onpartijdige en onafhankelijke juristen niet mogen zeggen hoe een Verdrag moet worden nageleefd, wie dan wel? Ook over de interpretatie van andere verdragen bestaan meningsverschillen. Het hele toezichtmechanisme zou ten prooi kunnen vallen aan politiek getouwtrek en de verdediging van uitsluitend eigen belangen.

De sociale dialoog in de ILO op scherp

Vooral de manier waarop de werkgevers in CAS hun punt hadden gemaakt, door hun standpunt als ultimatum in de vergadering te presenteren, zonder rekening te houden met de gevolgen voor het systeem van toezicht, schaadde de sociale dialoog. De ondermijning van het gezag van de Experts, niet alleen binnen de ILO, maar ook in de ogen van andere organisaties en rechtssystemen die de ILO normen overnemen, ondergraaft de positie van de ILO en haar vermogen om de globalisering te reguleren. Dat is slecht voor iedereen.

Ook in Nederland werkte de ruzie in Genève door. Op verzoek van de FNV vond een gesprek plaats en VNO-NCW erkende dat de manier waarop de werkgevers zich in de ILO hadden opgesteld, niet paste bij hoe wij in Nederland met de sociale dialoog omgaan. Als onderdeel van een actiedag van de Internationale Vakbonds Confederatie, ITUC[x],  vroegen FNV en CNV in februari 2015 multinationals in Nederland wat zij van het stakingsrecht vonden. Sommige steunden het stakingsrecht voor alle werknemers, andere zagen het liever niet. FNV en CNV boden de uitkomst aan VNO-NCW aan, met de boodschap dat vakbonden niet zullen toestaan dat werkgevers hen op dit fundamentele recht tegen elkaar uitspelen. De Nederlandse werkgevers draaiden bij en erkenden dat staken een fundamenteel recht is, maar internationaal blijft het standpunt van werkgevers ongewijzigd.

De molens van de sociale dialoog malen door

De druk van de acties en heel veel overleg op hoog niveau[xi] droegen er toe bij dat in 2015 een overeenkomst tot stand kwam tussen de werkgevers en de werknemers[xii], waarin werd afgesproken om schendingen van het stakingsrecht wel te bespreken in CAS, maar om geen conclusies daarover op te nemen bij de adviezen aan de regeringen. Het feit dat de werkgevers hun standpunt bij iedere mogelijke gelegenheid blijven herhalen, geeft aan dat het probleem niet is opgelost. De overeenkomst kreeg de steun van de overheden en is stilzwijgend verlengd. De overheden hielden zich aanvankelijk afzijdig van het conflict. Nederland sprak zich in tripartiet overleg uit voor internationale bescherming van het stakingsrecht en voor steun aan het toezichtmechanisme van de ILO. De toenmalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher realiseerde zich heel goed hoe gemakkelijk het is dit af te breken en hoe moeilijk het weer op te bouwen. Met de andere landen van de EU steunde Nederland de gangbare interpretatie van Verdrag 87 dat het stakingsrecht erbij hoort. [xiii]  De Constitutie van de ILO biedt een oplossing, door de interpretatie van Verdragen, waarover grote meningsverschillen ontstaan, voor te leggen aan het Internationale Gerechtshof in Den Haag. De werknemers hebben geprobeerd het Bestuur van de ILO ervan te overtuigen om deze weg te kiezen. Maar de werkgevers weigeren tot nu toe hun opvatting te laten toetsen in Den Haag en ook de Afrikaanse landen onder leiding van Zimbabwe en Sudan, wezen deze optie af. De tweede optie, bij de ILO een eigen Tribunaal op te zetten waaraan de interpretatie van Verdragen kan worden voorgelegd, is nog open.

Vertrouwen

Het vertrouwen heeft een flinke deuk gehad. Werkgeversorganisatie IOE wekt in de ILO vaak de indruk bemoeienis van anderen juist af te wijzen, in plaats van te zoeken naar een gezamenlijke aanpak. Duidelijk merkbaar is dit bijvoorbeeld bij de discussie over een mogelijk Verdrag voor Decent Work in de Global Supply Chains, de wereldwijde toeleverings- en productieketens. Er staat veel op het spel. Ook voor vakbonden. Aan welke regels zullen de wereldwijde bedrijven gebonden zijn? Wie mag de globalisering reguleren? Hoe kan deze worden verbonden met sociale rechtvaardigheid en duurzaamheid?

Toch zijn niet alle werkgevers even huiverig. De sociale dialoog gaat door en nog steeds vinden overheden, werkgevers en vakbonden elkaar in de tripartiete structuur van de ILO. In het moeilijke jaar 2012 werd ook een Aanbeveling aangenomen met afspraken over toegang tot Sociale Bescherming voor iedereen. En oppositieleidster Aung San Suu Khi uit Birma/Myanmar kwam de ILO bedanken voor de steun aan een democratische Myanmar, vrij van dwangarbeid. Een jaar eerder was vrijwel unaniem het baanbrekende Verdrag voor de bescherming van Huishoudelijk Personeel aangenomen. De Nederlandse delegatie stemde tripartiet voor dit Verdrag, hoewel de overheid wel een voorbehoud maakte ten aanzien van de ratificatie, die inderdaad nog op zich laat wachten. Tijdens de Conferentie van 2019 is een krachtig Verdrag aangenomen tegen Geweld op de Werkvloer[xiv]. Dit is een groot succes, zowel voor onze nationale dialoog, als voor het tripartisme in de ILO. Want wie had een dergelijk verdrag  5 jaar geleden voor mogelijk gehouden?

“Nederland zond een tripartiete delegatie naar een speciale ILO Conferentie in Argentinië om de uitbanning van kinderarbeid en slavernij te versnellen”

Er zijn inmiddels honderd miljoen kinderen van kinderarbeid verlost – nog 150 miljoen te gaan. Nederland zond een tripartiete delegatie naar een speciale ILO Conferentie in Argentinië om de uitbanning van kinderarbeid en slavernij te versnellen, zodat de VN-doelstelling wordt gehaald deze vormen van uitbuiting voor 2025 en 2030 helemaal op te lossen. AOb en FNV waren erbij. De strijd tegen dwangarbeid en moderne vormen van slavernij is nog niet gestreden. Dankzij de ILO en vooral door de inzet daarbinnen van de internationale vakbeweging, en zeker ook de FNV, is het systeem van moderne slavernij voor migranten in Qatar op de schop gegaan. Het streven naar Decent Work voor Iedereen is door de Verenigde Naties omarmd als een van de ontwikkelingsdoelen (SDG’s). Dat de fundamentele arbeidsnormen zijn overgenomen door andere internationale organisaties en door vooruitstrevende bedrijven, is hoopgevend in een wereld waar multilateralisme en internationale normen onder druk staan.

De sociale dialoog is nooit gemakkelijk. Het gaat om echte belangen en om de toekomst van de globalisering en van werk. De ruzie om het stakingsrecht geeft aan hoe belangrijk de ILO daarbij is.

Annie van Wezel
FNV beleidsadviseur internationale zaken was van 2007 – 2018

oktober 2019

[i] C 139, Beroepskanker, C 148, Werkomgeving (luchtvervuiling, geluid en trillingen), C 170, Chemische stoffen

[iii] https://www.vakbondshistorie.nl/dossiers/nederland-schendt-ilo-verdrag-121/

[iv] https://www.ilo.org/global/about-the-ilo/mission-and-objectives/WCMS_099766/lang–en/index.htm

[v] https://www.ioe-emp.org/

[vi] https://www.ilo.org/global/standards/applying-and-promoting-international-labour-standards/committee-of-experts-on-the-application-of-conventions-and-recommendations/lang–en/index.htm

[vii] 20 internationale top juristen op het gebied van Arbeidsrecht

[viii] Een speciaal ILO toezichtorgaan op de Vrijheid van Vereniging, het Recht op Organisatie en Collectief Onderhandelen, waarvan de Nederlander Prof. Paul van der Heijden voorzitter was van 2002 tot 2018

[ix] https://www.youtube.com/watch?v=q0V1itEQ9RQ

[x] https://www.ituc-csi.org/?lang=en

[xi] Luc Cortebeeck, destijds voorzitter van de werknemers in de ILO, beschrijft dit in zijn boek Er is nog werk, 2019, uitgeverij Lannoo

[xii] https://www.ilo.org/wcmsp5/groups/public/—ed_norm/—relconf/documents/meetingdocument/wcms_351479.pdf

[xiii] https://www.ilo.org/wcmsp5/groups/public/—ed_norm/—relconf/documents/meetingdocument/wcms_351480.pdf

[xiv] https://www.fnv.nl/nieuwsbericht/algemeen-nieuws/2019/06/ilo-zet-historische-stap-tegen-geweld-op-de-werkvloer