Het geheugen van de vakbeweging

Affiche Vrouwenbond NKV

Spraakmakende vrouwen in organisaties van
Katholieke arbeidersvrouwen

Inleiding

Omslag van Edelmoedig, fier en vrij

Els Brouns, lid van de werkgroep vakbondsvrouwengeschiedenis van de VHV, dook in het Katholiek Documentatie Centrum (KDC) in de archieven van de organisaties van katholieke arbeidersvrouwen, de Katholieke Arbeiders Vrouwenbeweging (KAV) en de opvolger daarvan, de Vrouwenbeweging van het Nederlands Katholiek Vakverbond(VNKV). Zij vond, weliswaar summiere, informatie over een aantal spraakmakende voorvrouwen van deze organisaties. Aangevuld met andere informatie op deze website en de informatie uit het boek Edelmoedig, fier en vrij van Marjet Derks en Marijke Huisman (2002), geeft dit  een mooi beeld van de rol die deze vrouwen speelden in de organisaties van huisvrouwen, die binnen KAB en NKV hun plaats opeisten. Anders dan de Vrouwenbond van het NVV, die na de fusie van NVV en NKV aangesloten bleef bij de FNV, koos de achterban van de VNKV voor een zelfstandig voortbestaan, dat helaas in 1995 eindigde in de opheffing van de organisatie.

Van een aantal van onderstaande personen is elders op de website Het geheugen van de vakbeweging nog een uitgebreidere beschrijving geplaatst.

Spraakmakende vrouwen

Mia Schmitz

Mia Schmitz studeerde in 1933 af aan de RK School voor maatschappelijk werk in Sittard. Voor haar afstudeerproject was zij in de leer gegaan bij de Belgische katholieke vrouwenorganisatie (KAV) in Brussel en was daarmee voorstander geworden van een standsorganisatie voor arbeidersvrouwen. Zij werd direct na  haar afstuderen door het Rooms Katholiek Werklieden Verbond (RKWV) aangesteld als diocesaan leidster voor het bisdom Roermond om de kwijnende katholieke arbeidersvrouwenbeweging nieuw leven in te blazen. Hetgeen zij met grote voortvarendheid ter hand nam.
Zoals ze in Brussel gezien had, stelde zij een reglement en een werkplan op en trok daarmee het bisdom in. Ze begon met een stevige lobby om zich te verzekeren van de samenwerking van personen en instellingen die al werkzaam waren. In 1933 zag de Katholieke Arbeiders Vrouwen Organisatie (KAVO), later KAV, het levenslicht en groeide snel. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940 telde de Limburgse KAV al 39 plaatselijke afdelingen.
Vanwege de weigering om mee te werken met de bezetter werd het RKWV en daarmee ook de KAV geliquideerd. De aartsbisschop richtte een noodfonds op waarmee de vroegere leiders ondergronds de arbeidersbeweging in stand konden houden.
Mia Schmitz maakte met haar collega Maria Reijntjes uit Den Bosch concrete, uitgewerkte plannen voor een zelfstandige arbeidersvrouwen organisatie na de oorlog, maar zelf keerde Mia in 1945 niet in haar functie terug. Haar plaats werd ingenomen door Mia Stollman.

Maria Reijntjes 

Maria Reijntjes werd in 1935 door het RKWV aangesteld als diocesaan leidster voor de opbouw van de KAV in het bisdom Den Bosch. De bisschop had gezien waar het werk van Mia Schmitz in Limburg toe leidde en gaf toestemming ook in zijn diocees de katholieke arbeidersvrouwen en –meisjes te organiseren in een aan het RKWV gelieerde organisatie. Net als Mia Schmitz ging Maria Reijntjes eerst in de leer in Brussel, waarna ze vrouwen benaderde die ze eerst op hun taak ging toerusten. Zij had daarbij oog voor de materiële omstandigheden waarin arbeidersvrouwen leefden. Zij stichtte samen met haar collega Mia Schmitz fondsen, zoals een ziekenkas, een fonds voor uitkering bij huwelijk en een moederschapsverzekering. Want zij wist: vorming had geen enkele kans van slagen als de beweging niet ook mogelijkheden tot concrete positieverbetering bood.
Zij was zelf geen arbeiderskind, maar afkomstig uit een middenstandsgezin. Zij was een krachtig propagandiste, een veel gevraagd en begaafd spreekster en legde een zwaar stempel op de diocesane arbeidersvrouwenbeweging. Door haar bevlogenheid groeide het aantal leden en afdelingen in Brabant sneller dan in Limburg. Menig KAV-afdeling is door haar toedoen tot stand gekomen en blijven bestaan.

Mia Stollman

Op 1 december 1945 volgde Mia Stollman (geboren in 1917 te Heerlen, overleden in 1999 te Maastricht) in Limburg Mia Schmitz op. Het was haar taak de bestaande afdelingen te activeren en het aantal uit te breiden. Zij werd voor de functie gevraagd omdat zij zich al tijdens haar opleiding aan de school voor maatschappelijk werk in Sittard had onderscheiden door haar maatschappelijke betrokkenheid. Zelf niet afkomstig uit het arbeidersmilieu had ze het leven van arbeidersgezinnen goed leren kennen in haar werk bij de Staatsmijn Wilhelmina in Kerkrade en in het buurthuis in die stad. Ze kwam in dienst van de KAB (Katholieke Arbeiders Beweging) en ontdekte dat ze van die kant werd tegengewerkt door een groot verschil in maatschappijvisie en opvattingen over de taak van vrouwen in gezin en samenleving. De KAB was erg conservatief met betrekking tot de rol van vrouwen. Nadat achter haar rug om haar medewerkster werd ontslagen was voor Mia de maat vol en nam ze drastische maatregelen. Ook zij had in haar inwerkperiode een  bezoek gebracht aan de zelfstandige Belgische KAV. Daar had ze informatie verzameld over de juridische staat van die organisatie en voortvarend stelde zij eigen statuten op om de organisatie te verzelfstandigen. In de doelstelling had zij de samenwerking met de KAB vastgelegd en met overtuiging voerde ze voortaan haar taak uit, nu als volwaardig lid van het bestuur van de KAB. Aan haar dienstverband met de KAB veranderde niets en Mia bouwde de KAV in rap tempo uit.

De emancipatie van de katholieke arbeidersbeweging was een van haar drijfveren die ze vorm gaf in een breed aanbod van vorming en voorlichting. Ze had gezien dat arbeidersvrouwen grote behoefte hadden aan vorming en scholing.  En omdat het aanbod van volkshogescholen en vormingscentra niet aansloot op wat arbeidersvrouwen nodig hadden, moest er basisscholing komen en daar zette zij zich volop voor in. Het liep storm en veel arbeidersvrouwen kregen daardoor de kans zich verder te ontwikkelen. Mede door toedoen van Mia Stollman kwam de stichting Huishoudschool  voor arbeidersvrouwen en -meisjes van de KAB tot stand en werd al in 1947 officieel als opleiding erkend.
Vijfentwintig jaar lang, van 1945 tot 1970, had Mia de leiding en maakte de overgang van KAV naar VNKV mee. Haar verdiensten waren zo groot dat ze landelijk geëerd werd met de Wilhelmina Drucker prijs 1971. Het juryrapport vermeldt onder meer dat ze op diverse terreinen “baanbrekend werk” had verricht. Helaas moest ze vanwege haar gezondheid stoppen met haar werk. In 1972 werd ze opgevolgd door Corry van der Velden.

Corry van der Velden-Tellers

Corry werd geboren in 1926 als dochter van een mijnwerker die bestuurslid was van vakbond St. Raphael, dus de KAB was voor haar bekend. Ze had als een van de weinigen van haar generatie en klasse Mulo gedaan en had zelf geen enkele moeite zich in de maatschappij te begeven en haar woordje te doen.  Ze trouwde met een mijnwerker. In 1951 kwam de kapelaan haar vragen of ze wilde komen luisteren naar een voordacht van Mia Stollman over de KAV. Dat sprak haar aan en ze werd al snel secretaris van de nieuwe afdeling Schandelen. In 1954 kam ze in het bestuur van de KAV Limburg en werkte jarenlang samen met Mia Stollman. De KAV in Limburg week af van de overige diocesane KAV’s, omdat de organisatie zowel juridisch als ook financieel los stond van de KAB. De zelfstandige KAV/VNKV ontving van de provincie Limburg veel subsidie voor scholing en later vanwege de mijnsluitingen ook van het Rijk, waardoor er veel kon worden gedaan om arbeidersvrouwen zich te laten ontwikkelen. Midden jaren 60 verschoof de aandacht van onderwerpen als hygiëne en opvoeding naar maatschappelijke onderwerpen, zoals de verhoudingen tussen ouderen en jongeren en politiek.
Emancipatie betekende voor Corry: zelfstandigheid, voor jezelf opkomen en bij problemen ergens op af durven stappen. Steeds probeerde ze vrouwen te bewegen tot politieke betrokkenheid, eigen keuzes maken en om op een vrouw te stemmen. In 1972 volgde zij Mia Stollman op als voorzitter in Limburg en van 1973 tot 1981 was ze lid van de gemeenteraad van Heerlen. Inmiddels was zij in 1979 ook  nog secretaris en vicevoorzitter van het landelijk bestuur van de VNKV geworden. Van 1983 tot 1986 was zij landelijk voorzitter, naast haar werk als provinciaal voorzitter van Limburg. In die periode speelde zij en belangrijke rol in de fusiebesprekingen met de Vrouwenbond NVV, die mislukten door een groot verschil in cultuur en maatschappelijke oriëntatie. Een teleurgestelde Corry legde met nog enkele bestuursters haar functie neer.
Corry is in 2011 in Heerlen overleden.

Annie Kessel

Annie Kessel

Annie Kessel werd op 6 augustus 1918 in Ginneken geboren. Na de huishoudschool studeerde zij twee jaar filosofie en volgde nog enkele cursussen. Geboren in een middenstandsgezin heeft zij zich haar hele leven ingezet voor de arbeidersbeweging. Haar politieke engagement kreeg ze mee van haar vader, gemeenteraadslid in Ginneken en Bavel. Zij kreeg in 1946, als heel jonge vrouw, een leidende rol in de KAV in het bisdom Breda en was daar van 1946 tot 1967 diocesaan leidster. Daarin kon ze haar ideaal, de vrouw zelfbewust maken, vorm geven. Een leven lang heeft ze zich voor de beweging ingespannen. Toen zij met haar werk begon, stonden veel mannen nog op het standpunt dat vrouwen zich buitenshuis op de achtergrond moesten houden. De vrouw had in huwelijk en gezin wel een sterke positie, met flinke bevoegdheden, maar dat was toch niet genoeg, begon men vooral na de oorlog te beseffen.

Ook Annie vond dat vrouwen hun talenten moesten kunnen ontplooien en hun eigen mogelijkheden beter leren kennen en gebruiken. Zij  moesten vooral de kans krijgen zich verder te ontwikkelen. Wel vond ze het heel belangrijk dat de vrouwenbeweging geen anti­-mannenbeweging werd. In hun bewustwording  moesten de vrouwen in het arbeidersmilieu zich niet van de mannen gaan distantiëren, maar proberen hen in hun vakbondsstrijd te steunen en aan te vullen.

Tijdens haar politieke carrière, ze was lid van de 2e Kamer van 1963-1971 (KVP en Groep-Aarden) bleef ze altijd betrokken bij de KAV.  Daarna werd zij voorzitter van het landelijk overlegorgaan  Diocesane KAV en was ze vertegenwoordiger van het NKV in het Internationaal Christelijk Vakverbond (ICV).
Annie is op 25 maart 2000 in Breda overleden.

Cathrien Stringa

In 1946 gaf de KAB opdracht tot oprichting van een diocesane KAV in de bisdommen Haarlem en Rotterdam. Cathrien Stringa nam deze taak op zich, zij had naam gemaakt binnen de Katholieke actie[1] door haar inzet voor arbeidersvrouwen en was werkzaam geweest als maatschappelijk werkster. Voortvarend reisde ze stad en land af en richtte de ene na de andere afdeling op, regelde alles voor de nieuw aangetreden besturen, tot aan de uitgeschreven toespraak voor de voorzitsters[2]. Dat werkte goed, want na 2 jaar telde haar werkgebied al 60 kerngroepen. In deze periode werd de KAV in het bisdom Haarlem onderdeel van de katholieke vrouwenorganisatie  (KVG), wat niet goed werkte. In 1955 werd de KAV zelfstandig.

In 1955 startte ze met haar vier collega’s[3] uit de andere diocesen het Nationaal werkcomité der KAV, waarvan zij voorzitter werd. De diocesaan leidsters wilden tot een nationale KAV komen, om op landelijk niveau de belangen van arbeidersvrouwen beter te kunnen behartigen. Gezamenlijk bepleitten zij hun zaak voor het bestuur van de KAB[4], hun financier en werkgever, die daar weinig voor voelde.

Cathrien nam, net als de andere leidsters, vertegenwoordigingen in maatschappelijke organisaties in haar diocees op zich. In 1975 ging ze na 28 jaar met pensioen, nadat ze kritiek geuit had op de besteding van de gelden voor emancipatie in het internationaal jaar van de vrouw[5].

Diny Segboer

Diny Segboer begon haar loopbaan in 1954 als collega van Cathrien Stringa, die haar werk in de bisdommen Haarlem en Rotterdam niet langer alleen aankon. Diny doorliep in Amsterdam de R. K. School voor maatschappelijk werk en werd aansluitend aangesteld als leidster. In het bewaard gebleven archief van de KAV[6] zit een aparte map gevuld met stukken van Diny Segboer[7]. Daarbij o. a. een studie van haar over de maatschappelijke rol van vrouwen vanaf de 18e eeuw, met een kopie van het pleidooi van Mary Wollstoncraft uit 1791, Pleidooi voor de rechten van de vrouw. Zij begon als leidster, maar werd in 1954 diocesaan voorzitster van de KAV in beide bisdommen.

Anders dan haar directe collega Cathrien Stringa, die al vroeg geijverd had voor een nationale KAV c. q. VNKV, verzette Diny zich tegen landelijke eenwording, zozeer zelfs, dat zij met de meeste afdelingen in Noord- en Zuid-Holland zelfstandig verder ging[8] nadat de landelijke VNKV in 1979 een feit was.

Maria Bierlaagh

Maria Bierlaagh werd in 1931 geboren als dochter van een kleine zelfstandige, die later fabrieksarbeider werd. In 1953 volgde zij Ina van Brederode op als diocesaan voorzitster, die de KAV in het bisdom Utrecht had opgezet, waar behalve de provincie Utrecht ook Gelderland en Overijssel onder vielen. Zij was toen 22 jaar oud, net afgestudeerd aan de R.K. School voor Maatschappelijk Werk in Amsterdam. Jong en energiek begon zij met haar werk, wat vanwege de grote afstanden veel reistijd met zich meebracht, maar dat vond Maria geen probleem. Overal werd ze hartelijk ontvangen en mocht spreken over gezinsleven en opvoeding, wat ze zelf, gezien haar leeftijd, opmerkelijk vond. Bij het oprichten van nieuwe afdelingen kreeg ze te maken met de geestelijken en dat viel niet altijd mee. Ze moest heel wat weerstanden overwinnen en hoorde heel denigrerende opmerkingen over arbeidersvrouwen. Die weerstand ontmoette ze ook bij sommige KAB-bestuurders. Die vonden dat de Vrouwenbond (het KVG) genoeg was voor de vrouwen. Maar de meesten waren gelukkig wel enthousiast. Maria leerde veel van de ervaring van de andere leidsters, deze kwamen regelmatig bijeen voor overleg. Zij werkte voor de KAV tot 1956.

Riet Stokwielder

Riet Stokwielder werd in 1914 geboren in Waalwijk en was diocesaan leidster in Den Bosch van 1947 tot 1975, eerst samen met Maria Reijntjes en vanaf 1955 met Miet van Puijenbroek. In een krantenartikel, 4 februari 1954, nieuwe Tilburgse courant, wordt vermeld dat zij een lezing gaf  bij het10 jarig jubileum van Miet van Puijenbroek als voorzitter van de KAV in het diocees Den Bosch. Met haar collega stelde Riet de jaarprogramma’s voor de afdelingen samen, reisde rond om lezingen te geven en schreef artikelen in het ledenblad. Zo was zij in januari 1957 aanwezig op de oprichtingsvergadering van de KAV in St. Odiliapeel, waar ze zo vurig sprak over het nut en de noodzaak van de KAV, dat alle 21 aanwezige vrouwen zich als lid aanmeldden[9]. Zij nam namens de KAV, later VNKV, externe vertegenwoordigingen op zich en zat b.v. als eerste vrouw in de Kamer van Koophandel in haar woonplaats Waalwijk. Ofschoon zij het in de 2e feministische golf inhoudelijk met MVM en Dolle Mina eens was, keurde zij het ludieke optreden van de Mina’s af. Zij nam in 1975 afscheid van de VNKV, in het internationale Jaar van de Vrouw. Vooraf had zij nog openlijke kritiek op de Emancipade, een tentoonstelling die de sociale positie van de vrouw tot onderwerp had, waaraan volgens haar een te groot deel van het emancipatiebudget besteed was. Zij vond dat dat ook aan de vrouwen van de VNKV gegeven kon worden, een binnen de vrouwenbeweging vergeten groep.

Miet van Puijenbroek

Monument voor Miet van Puijenbroek, Tilburgs Textielmuseum, onthuld op 8 maart 2009

Miet van Puijenbroek werd op 17 mei 1914 in Tilburg geboren en trad in 1955 aan als diocesaan leidster van de KAV in het bisdom Den Bosch. Zij kwam niet zoals haar collega’s uit de middenklasse, Maria (Miet) was de dochter van een textielarbeider. Al op haar 14e ging ze als gediplomeerd stopster naar de textielfabriek. In 1935 sloot zij zich aan bij de textielbond Sint Lambertus. Ze werkte in verschillende textielfabrieken en trok naar Twente, waar ze jarenlang jonge stopsters opleidde. In 1941 keerde ze terug naar Tilburg vanwege het overlijden van haar moeder.

In 1955 verliet ze na ruim 25 jaar de textiel om op een ander niveau met en voor arbeidersvrouwen te werken: ze trad aan als diocesaan leidster van de KAV, die kantoor hield bij de KAB in Tilburg. Dat bleef ze tot 1975. Ze keek op die periode terug als de mooiste tijd van haar leven. Altijd hamerde ze op het belang van ontwikkeling en besteedde veel aandacht aan de politieke vorming van arbeidersvrouwen. Ze nam geen blad voor haar mond en schrok niet terug voor confronterende uitspraken: “In het jaar 50 voor Christus kwamen de Batavieren in ons land maar nu lopen ze er nog rond”, beet ze haar mannelijke collega’s uit de KAB ooit toe. De mannen die niet wilden dat vrouwen zich ontwikkelden. Ze vond ook dat de eerdere overwaardering van het moederschap niet moest omslaan in onderwaardering. Buitenshuis werken moest een vrije keuze zijn. Crèches waren volgens haar hulpmiddelen, maar konden nooit de opvoeding overnemen.
Naast haar werk en andere activiteiten heeft Miet altijd gestudeerd, o.a. maatschappelijk werk en later rechten en andragogie. In haar werk voor de KAV beschouwde ze vorming dan ook als middel voor emancipatie. Ze was erg maatschappelijk en politiek betrokken. In 1953 werd ze lid van de gemeenteraad van Tilburg en na haar vertrek bij de KAV wethouder in Tilburg en lid van Provinciale Staten. Ze stond bekend om haar strijdbare houding en onverbloemd taalgebruik.
Miet overleed op 30 juli 1999 in Tilburg.

Jeanne van den Besselaar

Jeanne van den Besselaar werd geboren in 1931 in Nieuwkuijk/Vlijmen. Zij volgde in 1975 de Bossche leidsters Miet van Puijenbroek en Riet Stokwielder op. Dat was in de spannende jaren die vooraf gingen aan en volgden op de oprichting van de nationale VNKV in 1977. Jeanne had de kweekschool[10] doorlopen en aanvankelijk als onderwijzeres in Nijmegen gewerkt en daarna in Den Haag, waar ze kennis maakte met Servitium Christi[11]. Zij sloot zich bij deze beweging aan en werkte gedurende vijf jaar voor Servitium Christi in Londen, in een huis voor Nederlandse meisjes. Terug in Nederland, solliciteerde ze met succes bij de Brabantse VNKV. Jeanne was bedreven in het bepleiten van de belangen van haar organisatie en slaagde er in subsidie binnen te halen bij de Provincie Noord-Brabant. Hiermee werd een vormingswerkster aangesteld. Nadat Jeanne met ingang van 1979 voor een deel van haar tijd voor de landelijke VNKV werkte, slaagde zij er in ook van het Ministerie van CRM subsidie te verwerven voor twee emancipatiewerksters die landelijke taken kregen.

Zij werkte voortvarend aan de verdere opbouw van de landelijke organisatie en oefende daarbij als betaalde kracht veel invloed uit op de vrijwillige bestuursters. Zij vond dat de katholieke arbeidersvrouwen bewust moesten worden gemaakt van hun positie, zodat zij konden veranderen. Doel van het VNKV beleid moest zijn om van de ‘kansarme’ leden ‘kansrijke’ vrouwen te maken. Zo schreef ze in een visiestuk dat de leden ‘durf en moed moeten vinden om buiten het gezin te treden en verantwoording te nemen’.
In de afdelingen was de nodige weerstand, vooral tegen de samenwerking met NVV en Vrouwenbond NVV. Men vreesde te weinig ruimte voor een eigen geluid. Ook waren de zuidelijke afdelingen bang in de verdrukking te komen bij de opheffing van de zelfstandigheid van de bisdommen.

In de laatste maanden van 1982, de periode dat Brabantse VNKV bestuursters de voorbereidingen troffen om zich los te maken van de landelijke organisatie, meldde Jeanne zich ziek en kwam niet meer terug. Het geroezemoes rond de door de FNV “gedwongen” samenwerking met de Vrouwenbond FNV werd haar teveel. In 1983 kreeg zij ontslag.
Jeanne overleed in haar woonplaats Nieuwkuijk op 5 augustus 2016.

Mia Kapiteyn – Kreuz

Mia Kapiteyn werd in 1979 de eerste landelijk voorzitster van de intern gefuseerde VNKV. Zij werd in 1926 geboren in Breda. Opgeleid als kleuterleidster had ze naast haar werk graag verder gestudeerd, maar noch haar vader en na haar huwelijk haar echtgenoot wilden dat ze betaald ging werken. Wel mocht ze actief worden voor de KAV/VNKV. ‘Dat was allemaal overdag en zo heb ik toch geleerd mijn mannetje te staan.’ Ze volgde overdag de ene na de andere cursus, deed de sociale school van het NKV en werd in 1968 voorzitster van de  KAV in haar parochie, waar ze op veel fronten actief was. In 1974 volgde het voorzitterschap van de kring Breda en een jaar later werd ze lid van het landelijk bestuur. In 1979 wachtte Mia de functie van landelijk voorzitster in een heel moeilijke periode. Binnen de organisatie was veel verzet tegen de landelijke structuur en het congres waarop Mia gekozen werd vond plaats in een moeilijke periode. Afdelingen scheiden zich af en provinciale besturen verlieten de VNKV met het grootste deel van de achterban inclusief “hun” subsidies.

Als reden voor de vele afscheidingen werd genoemd het grote cultuurverschil tussen de bisdommen in het Westen en Zuiden van Nederland, maar de financiën speelden een minstens even grote rol. Vooral Brabant was rijk en werd bovendien royaal gesubsidieerd door de provincie. De subsidie was vooraf veilig gesteld, die ging naar de KVB (Katholieke Vrouwenbeweging Brabant).

Door de afscheiding van de landelijke organisatie voelde Mia Kapiteyn zich verraden. Achter haar rug om werd een nieuwe organisatie opgetuigd en terwijl het landelijk bestuur in vergadering bijeen was zat het provinciaal bestuur bij de notaris om de KVB op te richten. Teleurgesteld legde Mia in 1983 het landelijk voorzitterschap neer, ze bleef wel vicevoorzitter naast Corry van der Velden.

Over haar landelijk voorzitterschap zei ze: “Er was niemand anders, het was veel werk en je zou veel onderweg zijn. Ik hoopte er het beste van te maken, want ik zag wel wat in de samenwerking met de vakbeweging.” Maar met de vrouwen van de Vrouwenbond NVV/FNV is het nooit wat geworden. Die waren te feministisch volgens Mia en veel van haar besturen en leden. In Edelmoedig, Fier en vrij, Katholieke arbeidersvrouwen en hun beweging in de twintigste eeuw kijkt ze terug op haar werk als voorvrouw. Niet bang voor zelfkritiek getuige de naam van het interview: “Ik had meer in mijn mars moeten hebben”. Zelf bleef ze trouw aan haar organisatie en nooit heeft ze haar lidmaatschap van de VNKV opgezegd, zelfs niet toen de organisatie ophield te bestaan.

Dini Pulles – Boons

Dini Pulles-Boon werd geboren in 1927 in Loon op Zand, een dorp in de Langstraat, een regio bekend om zijn leer- en schoenenindustrie. Al op jonge leeftijd kwam ze in de leer bij een schoenfabriek, waar ze intern werd opgeleid tot volleerd stikster. Na zes jaar nam ze ontslag, kocht haar eigen naaimachine en werkte verder als zelfstandig naaister bij mensen thuis.

Na haar huwelijk woonde Dini in Drunen, een dorp dat net als Loon op Zand deel uitmaakt van de Langstraat. Daar nam zij actief deel aan het maatschappelijk leven. Naast haar bestuurswerk in de VNKV zat ze twaalf jaar voor een lokale partij in de gemeenteraad van Drunen. Veelzeggend is het begin van haar carrière in de VNKV: op verzoek van de kapelaan trad zij in 1963 als bestuurslid toe tot de plaatselijke afdeling. Om na een jaar al voorzitster te worden van het afdelingsbestuur. In die functie wachtte haar in 1976 het lidmaatschap van het kringbestuur en daaraan gekoppeld, werd ze ook lid van het hoofdbestuur. De overgang in 1977 van vijf diocesaan georganiseerde naar één landelijke organisatie maakte zij als één van de hoofdrolspeelsters mee. Het was een langdurig en moeizaam proces, dat tot groot ledenverlies leidde.

Net als de overige leden van het bestuur van de VNKV, schrok Dini terug voor de manier waarop de toekomstige fusiepartner Vrouwenbond NVV opereerde. Verschillen in opvattingen over de band met de vakbeweging speelden een rol, maar breekpunten waren de opvattingen over abortus van de Vrouwenbond NVV en betaald werk voor getrouwde vrouwen. Zwaar wogen in de omgang met deze zusterorganisatie de andere omgangsvormen mee van katholieke arbeidersvrouwen in de zuidelijke provincies: zij traden niet op de voorgrond en wezen actievoeren af.

De sfeer binnen het landelijk bestuur van de VNKV was niet best, vooral het feit dat de stem van Brabant, met de meeste leden, even zwaar telde als die van andere provincies, maakte Dini boos. In februari 1983 trokken Dini Pulles en Wies Pijs, eveneens Brabants bestuurster, zich terug uit het bestuur. De overige bestuursleden hebben dat ervaren als een stiekeme overval, want Dini en Wies namen, goed voorbereid in een rondgang langs alle afdelingen, bijna de hele Brabantse VNKV mee naar de vlak tevoren door hen opgerichte Katholieke Vrouwenbeweging Brabant (KVB). In haar brief aan de kringbesturen noemt Thea Verhallen – Wijdeven[12] uit Mill in Oost Brabant de uittreding ondemocratisch: leden zijn lid van de landelijke VNKV en kunnen zich daar afmelden, dat is door niemand gedaan. Verder somt zij de nadelen op van de doorbreking van de band met de vakbeweging, waardoor leden van de KVB geen recht meer hebben op bijstand door de juridische dienst van de FNV, niet langer belastingformulieren kunnen laten invullen, uit alle werkgroepen en commissies moeten stappen en geen subsidie meer krijgen van de FNV en het ministerie van CRM. Het mocht niet baten.
Dini overleed op 14 augustus 2013 in Drunen.

Marian van der Wouw

Marian van der Wouw was lid van het algemeen bestuur en penningmeester van het dagelijks bestuur van de landelijke VNKV. Anders dan haar mede bestuursleden was zij openlijk voorstander van een organisatorische band met de FNV en samenwerking met de Vrouwenbond FNV. Marian was opgeleid tot verpleegkundige en had een andere maatschappelijke achtergrond dan de meeste VNKV leden.

Nadat het algemeen bestuur van de VNKV in 1986 besloot de relatie met de FNV stop te zetten, waren de gevolgen voor penningmeester Marian meteen duidelijk: geen subsidie meer, ontslag voor de medewerksters en terug naar een vrijwilligersorganisatie. Marlies Evekink, emancipatiewerkster, probeerde met Marian het besluit terug te draaien, waarop voorzitter Corry van der Velden haar functie neerlegde[13]. Marian nam in voorbereiding op de jaarvergadering de functie tijdelijk waar en werd op de jaarvergadering tot voorzitter gekozen. Onder haar leiding werd de naam aangepast, VNKV stond voortaan voor Vereniging Nederlandse Katholieke Vrouwen. Met een nieuw aangetreden landelijk bestuur probeerde zij de sombere sfeer in de organisatie om te buigen. Marian zat al langer in de redactie van het ledenblad, was actief in de commissie vorming en scholing en voelde zich aangetrokken door het opkomende feminisme. In de loop van de jaren zag zij de VNKV leden mondiger worden, meer voor zichzelf opkomen. Zij reisde dagelijks naar kantoor in Tilburg of was onderweg naar een van de afdelingen en onderhield de contacten met andere katholieke vrouwenorganisaties. Met de Nederlandse delegatie ging zij voor de WUCWO[14] naar het Forum in Nairobi in 1985 bij de afsluiting van het VN Decennium voor de vrouw en in 1991 als lid van de Nederlandse delegatie naar Mexico voor de WUCWO Assembly in dat land.

In 1991 had ook de VNKV Limburg zich afgescheiden en daardoor had de VNKV nog maar 2200 leden over. Daarmee viel ook meer dan de helft van de inkomsten weg, reden voor Marian van der Wouw om toenadering te zoeken tot de Vrouwenbond CNV, waarvan zij de voorzitter, Mary Mondriaan, ontmoet had bij het Convent van christen vrouwen (CVV), waarin zij de werknemersvrouwen vertegenwoordigden. In 1992 ondertekenden de voorzitters een samenwerkingsprotocol, de organisaties vormden een federatie, die vanuit christelijke beginselen wilde werken. Het verzet binnen de VNKV tegen betaald werk voor vrouwen was tegen die tijd verstomd. Niettemin leidde de federatie tot de afscheiding van de VNKV Zeeland, verdere pogingen liepen spaak en de federatie werd gestopt. In april 1995 viel het besluit de VNKV per 1 januari 1996 op te heffen. Gebrek aan financiën in combinatie met dalend ledental leidde tot opheffing van de eerder sterke organisatie, met Marian van der Wouw als laatste voorzitter.

Marlies Evekink

Marlies Evekink kwam samen met Ellie de Groot in dienst van de VNKV, nadat Jeanne van den Besselaar er in 1980 in geslaagd was subsidie te krijgen van de DCE (Directie coördinatie emancipatiebeleid)[15]. Marlies had in Groningen andragologie gestudeerd en woonde na haar afstuderen in Breda.
Het verschil in visie op emancipatie deed zich al snel voelen, waarbij ook de uitwerking van het programma anders was dan binnen de VNKV tot dan toe gebruikelijk. Geen overdracht van informatie, maar op het in die periode gebruikelijke vormingswerk voor volwassen vrouwen gebaseerde werken met discussieprojecten werd gepresenteerd. Bij de Vrouwenbond FNV was die methode gebruikelijk, beide emancipatiewerksters maakten gebruik van hun materiaal.

Waar Marlies zelf later op wees[16] was, dat haar werk in sommige afdelingen goed werd ontvangen, maar deze lagen soms ver van elkaar, wat directe samenwerking in de uitvoering moeilijk maakte. Zeker na de afscheiding van de Brabantse VNKV, al werkte Marlies nog tot aan het einde van het emancipatieproject in 1986 door voor de VNKV. Een advies van Marlies en collega Ellie de Groot aan het Algemeen Bestuur van de VNKV leidde tot woedende reacties van de voorzitter van het bestuur en de penningmeester, die hierin het bewijs zagen van de “machtsovername” door de beide medewerksters. Het verzoek werd toch bij DCE ingediend en toegekend, zij het voor één medewerkster, Marlies. Daarmee werd de laatste aanzet gegeven tot de Brabantse afscheiding, maar Marlies werkte nog drie jaar door voor de landelijke organisatie.

Zij was voorstander van samenwerking met de vakbeweging en de Vrouwenbond FNV en heeft steeds geprobeerd de organisatie ervan te overtuigen in te stemmen met een voorstel van Michel Negeman[17]. Dat mislukte en na de afscheiding en beëindiging van de DCE subsidie zocht Marlies ander werk.

Ellie de Groot

Ellie de Groot, Emancipatiewerker bij VNKV van 1980 – 1983

Ellie de Groot startte haar werk als emancipatiewerkster bij de VNKV in september 1980, tegelijk met haar directe collega Marlies Evekink. Anders dan Marlies hoefde zij niet naar haar functie te solliciteren, omdat landelijk beleidsmedewerkster Jeanne van de Besselaar[18] Ellie had leren kennen in een sollicitatieprocedure, waarin zij niet de gehoopte aanstelling kreeg[19]. Bij de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid (DCE) kreeg Jeanne dat jaar voor de VNKV een landelijke projectsubsidie van drie jaar toegekend. Ellie, jonge vrouw, katholiek en van boerenafkomst, deed gymnasium B in Heerenveen en ging naar Wageningen, waar zij huishoudwetenschappen studeerde[20]. Ellie en Marlies constateerden al gauw dat emancipatie van arbeidersvrouwen wel in de doelstellingen van de VNKV stond opgenomen, maar dat die doelstelling weinig emancipatoir werd uitgevoerd, omdat de organisatie erg verticaal was ingericht.

Ellie de Groot en Marlies Evekink waren actief in de projectgroep VNKV-FNV, die in 1982 een brochure uitbracht FNV, Wat willen we ermee, een brochure die in de kringen besproken werd[21]. Zij stond een band met de vakbeweging voor en probeerde met haar collega Marlies te komen tot een meer horizontale organisatiestructuur.

De aanvraag om verlenging van het emancipatieproject bij DCE leidde weliswaar tot een toekenning, maar nu voor één emancipatiewerkster. Bovendien leidde de aanvraag in januari 1983 tot de grote scheuring binnen de VNKV. Ellie vertrok aan het einde van haar periode en stapte over op een onderzoeksfunctie aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen.

Rieky de Haan

De jeugd van Rieky, geboren in 1927, verliep volgens een gebruikelijk patroon in haar kringen. Ze was de oudste van zeven kinderen en hoewel ze graag verder had willen leren, moest ze na de huishoudschool thuis in de huishouding komen werken. Toch vertrok ze na de Tweede Wereldoorlog naar Amsterdam, waar ze net als veel andere meisjes van buiten de stad werkte. Aanvankelijk in de verzorging bij een zieke vrouw thuis, later in een herenmodezaak. Zij keek daarop terug als een “heerlijke tijd”[22], maar gehoorzaamde meteen toen haar moeder in een brief vroeg om naar huis te komen. Samen met haar moeder werd ze lid van de KAV.

Pas in haar huwelijk begon Rieky alsnog in de avonduren aan de ULO, een opleiding die ze door ziekte van haar moeder, schoonmoeder en haar man moest laten vallen, er was geen tijd meer voor. De kapelaan schoot haar te hulp en haar moeder kon met haar stiefvader naar een bejaardenhuis. Sinds die tijd volgde Rieky vanuit de VNKV de ene cursus na de andere en maakte, parallel daarin, carrière binnen de VNKV: zij werd eerst penningmeester van haar afdeling, Schalkhaar en in 1979 voorzitster van het provinciaal bestuur Overijssel. Met haar mede bestuursleden deed Rieky onbetaald het werk van steunfunctionaris, zij vroeg subsidie voor een emancipatiewerkster aan bij de provincie Overijssel en organiseerde samen met andere organisaties cursussen emancipatie en assertiviteit.

Rieky was voor samenwerking met de Vrouwenbond FNV, maar het contact met de bond verliep landelijk en in de regio niet naar wens. Voor Rieky reden haar provinciaal voorzitterschap van de VNKV over te dragen. Toch miste ze de band met haar organisatie en werd al snel (gevraagd) lid van de Commissie scholing en vorming van de VNKV. Later trad ze toe tot de interne, landelijke Commissie levensbeschouwing, van waaruit ze in 1986 lid werd van de Werkgroep vrouw, kerk en samenleving.

Eenmaal los van de FNV en na afloop van het emancipatieproject[23], moesten de leden van de Commissie scholing en vorming zelf de discussieprojecten voor de afdelingen ontwikkelen en uitzetten. Toch lukte het de voorvrouwen uit de VNKV, waartoe Rieky behoorde, niet om hun organisatie democratischer te laten worden en hun leden voldoende aan het woord te laten komen, aldus Marjet Derks en Marijke Huisman[24]. Bij de laatste algemene vergadering van de VNKV, 19 april 1995, overhandigde Rieky de Haan de laatste voorzitter een vriendinnenboek. Trouw tot het eind.

 

Gegevens uit collectie 990 in het KDC[25], het archief van de KAV, Katholieke Arbeiders Vrouwenbeweging. In 1965 veranderde de naam in VNKV, Vrouwenbeweging van het Nederlands Katholiek Vakverbond.

Ruimschoots aangevuld met informatie uit Edelmoedig, fier en vrij, door Marjet Derks en Marijke Huisman.

 

Els Brouns,

maart 2019

 

Meer lezen over de KAV en VNKV:

Noten

  1. In 1936 op initiatief van kardinaal De Jong gestarte beweging om secularisatie tegen te gaan. In 1922 gaf paus Pius xi hierover een encycliek uit
  2. zie Edelmoedig, fier en vrij, pagina 86
  3. Annie Kessel, Breda, Riet Stokwielder, Den Bosch, Maria Bierlaagh, Utrecht, Mia Stollman, Roermond
  4. Katholieke arbeidersbeweging
  5. In Nederland werd een budget van twee miljoen gulden beschikbaar gesteld, de helft daarvan werd besteed aan de Emancipade, die slecht bezocht werd
  6. In het KDC, collectie 990
  7. Collectie 990, map 237
  8. Edelmoedig, fier en vrij, pagina 184
  9. Zie Ons periodiekske, pagina 22
  10. De latere pedagogische academie
  11. Een seculier religieus (RK) instituut voor vrijgezelle vrouwen en weduwen, die geloften van armoede, kuisheid aflegden, celibatair leefden “in de wereld”, niet in een klooster
  12. Collectie 990, map 203, in een uitgebreide brief van vijf kantjes
  13. Zie Edelmoedig, fier en vrij pagina 219
  14. De World Union of Catholic Women’s Organisations, internationaal samenwerkingsverband van katholieke vrouwenorganisatie, met een internationaal apparaat dat opkomt voor de belangen van 8 miljoen vrouwen wereldwijd in o. a. de VN in New York, Genève, Rome
  15. In navolging van internationale ontwikkelingen had het kabinet Den Uyl in 1974 de visie op emancipatie vastgesteld, maar het duurde nog tot 1978 voordat dit binnen het ministerie van CRM ambtelijk vorm kreeg in DCE
  16. Zie het interview met haar op p. 193 en volgende in Edelmoedig, fier en vrij
  17. Vanuit de FNV verantwoordelijk voor de fusie van VNKV en Vrouwenbond FNV, die herhaaldelijk met nieuwe, aangepaste voorstellen kwam
  18. Tot de landelijke eenwording was Jeanne provinciaal leidster voor de VNKV Noord-Brabant, de landelijke functie kwam daar bovenop
  19. Dat betrof eveneens de functie emancipatiewerkster, maar in dat geval voor Huishoudelijke voorlichting ten platteland, p. 191 Edelmoedig, fier en vrij
  20. Zie haar profiel op LinkedIn
  21. Pagina 196 Edelmoedig, fier en vrij
  22. Zie interview met Rieky op p. 211 e. v., Edelmoedig, fier en vrij
  23. Zie hiervoor Ellie de Groot en Marlies Evekink
  24. Zie Edelmoedig, fier en vrij, p.
  25. Katholiek documentatiecentrum (KDC), onderdeel van de bibliotheek van de Radboud Universiteit in Nijmegen