Het geheugen van de vakbeweging

American Federation of Teachers, website

Wouter van der Schaaf over cruciale wijzigingen in stelsel vakbondscontributie

Spannende tijden voor Amerikaanse overheidsbonden

Het waren extreem spannende maanden voor de twee grote Amerikaanse onderwijsbonden. Veel zou voor de toekomst van de American Federation of Teachers (AFT) en de National Education Association (NEA) afhangen wat het eindoordeel ging worden van het Amerikaanse Hooggerechtshof. De uitspraak zou voor een groot deel de politieke én financiële  slagkracht gaan bepalen van deze twee overheidsbonden die samen meer dan drie miljoen werknemers in het onderwijs organiseren. Wat is er gaande?

Wouter van der Schaaf, auteur van dit artikel, medewerker van de Algemene Onderwijsbond (AOb). In het voorjaar van 2018 fietste hij van het noorden naar het zuiden in de Verenigde Staten, langs scholen en onderwijsbonden

Vakbonden bestaan dankzij de maandelijkse contributie van hun leden. Dat is overal in de wereld zo en in de VS niet anders. Maar er is iets bijzonders aan de VS. In 22 vooral noordelijke staten van de VS ontvangen de onderwijsbonden naast de lidmaatschapsbijdragen van de vakbondsleden ook een ‘agency fee’ (een bemiddelingsbijdrage) van niet-vakbondsleden. Dat is in die Staten zo geregeld. De redenatie is simpel: vakbonden werken keihard om een goede cao voor alle werknemers in hun sector te realiseren. Iedere werknemer heeft baat bij die inspanningen en uitkomsten. Niets eerlijker dat dan ook iedereen meebetaalt. De leden meer dan de niet-leden. De laatsten betalen alleen een ´agency fee´, een bemiddelingsbijdrage.

Vakbondstientje

In Nederland kennen we een andere vorm van bijdrage voor het werk van de vakbond. Die bijdrage komt niet van de niet-leden maar van de werkgevers. De Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) betaalt bij iedere nieuw afgesloten cao de betrokken vakbonden 20,83 euro per lid. In de onderwijssector komt de bijdrage niet in geld maar in faciliteiten. “Het is een kroonjuweel van het poldermodel”, schreef Peter de Waard in de Volkskrant (11/07/18).

Kroonjuwelen

En over kroonjuwelen moet je niet te veel praten. Die koester je. Soms, heel soms komt de discussie over dit onderwerp naar boven. En dan is ook hier de redenatie dat ook niet-leden profijt hebben van al die inspanningen en dat ook een bijdrage zouden moeten leveren aan het werk dat voor hen wordt verricht. Waamee de zogenaamde “free-ride” (het gratis meeliften) wordt uitgebannen. Iedereen betaalt dan mee. Vakbondsleden uiteraard meer omdat zij ook gebruik maken van andere diensten.

Zoals gezegd, dit systeem van bijdragen door niet-leden is van kracht in veel noordelijke staten van de VS. Daar waar de onderwijsbonden zich een sterke positie hebben weten te verwerven. Heel anders gaat het toe in de zuidelijke staten – de zogenaamde ‘right to work’ States – waar onderwijsbonden niet eens het recht kennen om überhaupt cao’s af te sluiten. Het zijn twee totaal verschillende werelden binnen die ene Verenigde Staten.

De bemiddelingsbijdrage van niet-leden ligt onder vuur. Hierover is in het verleden rechtszaak na rechtszaak gevoerd en tot nu toe zijn de bonden er in geslaagd de bijdrage van de niet-leden in stand te houden. Steeds was er een nipte meerderheid aan rechters in het Hooggerechtshof die de ‘agency fee’ een rechtvaardige zaak vond. Maar de afgelopen twee maanden lag een nieuwe zaak weer bij het Hooggerechtshof. De recente benoeming van een conservatieve rechter in het Hooggerechtshof zou de beslissing even nipt de andere kant doen opgaan. Precies dat wat de bonden vrezen met grote vreze. Want daarmee verliezen zij naar verwachting niet alleen veel leden (‘waarom lid blijven als mijn cao ook gratis kan worden geregeld? Laat anderen maar  betalen! ’), zij lopen ook nog eens vele miljoenen mis aan inkomsten van de niet-leden. “Je begrijpt dat de impact enorm kan zijn”, zei mij Carol Caref van de Chicago Teachers Union.

Weloverwogen aanval

“Het is een weloverwogen aanval op de onderwijsbonden”, gaat zij verder. “Vanuit meerdere overwegingen. In de eerste plaats omdat in Amerika een sterke anti-vakbonds onderstroom bestaat. Die is altijd al heel zichtbaar in het zuiden. Maar in het huidige politieke klimaat is het vrijwel onmogelijk de conservatieve trend tegen te houden. De impact van de voordracht van Trump wie naar zijn mening  in het Hooggerechtshof moet komen zal nog voor decennia gelden.”

Maar er is nog iets anders gaande. En dat heeft alles te maken met de verhouding tussen vakbonden en politieke partijen die wezenlijk anders is dan in Nederland. In de VS behoren vakbonden tot de grote financiers van met name de Democratische Partij. Samen droegen NEA en AFT ruim 70 miljoen dollar bij aan de Democratische campagnes van 2016. Een enorm bedrag, dat overigens in het niet valt bij een totale verkiezingskosten van drie miljard (!) dollar aan Democratische kant. Met een sterk verminderde inkomstenbron van de bonden, zal het dus directe gevolgen hebben voor de financiering van de Democratische Partij.

En dat maakt het des te interessanter te bekijken wie de financiers zijn van deze rechtszaken. In het transparante systeem van donaties hoef je dan niet lang te zoeken. Het zijn zonder uitzondering conservatieve groeperingen als die van de gebroeders Charles en David Koch die honderdduizenden dollars pompen in deze rechtszaken. Met maar een enkel doel: de verzwakking van de bonden en – wellicht nog belangrijker – de uitschakeling van de Democratische Partij.

De uitspraak van het Hooggerechtshof kwam op 27 juni 2018. Het Hooggerechtshof draaide (met vijf tegen vier!) eerdere beslissingen terug en verklaarde het systeem van ´agency fee´ onwettig. Een slag in het gezicht van de vakbeweging. Kwam de uitkomst als een totale verrassing? Zeker niet.

Investeren in ledenwerving

De New York Times meldde dat de overheidsbonden inspeelden op de mogelijke uitkomst. De laatste jaren investeerden zij fiks in ledenwerving, vooral door een meer activistische houding aan te nemen. Dat was ook nodig omdat bonden soms links en rechts werden gepasseerd door actiegroepen die zich bundelden in Facebook groepen. De vraag is of de bonden het tij kunnen keren en voldoende in staat zullen zijn de leden te behouden. Het antwoord van die vraag is voor een groot deel gelegen in het aanzien en het vertrouwen dat de bonden hebben. En het beeld dat leeft bij de leraren.

De afgelopen maanden waren zeker spannend. De toekomst wordt nog veel spannender.

Tot slot: in de ogen van velen lijkt dit allemaal interne Amerikaanse politiek. Daar is geen reden toe. De vraag die daar gesteld wordt over ´gratis meeliften´ mag ook in Nederland worden gesteld. De vice voorzitter van de FNV Frans Drabbe was zo ongeveer de laatste die het waagde iets op te merken in die richting. Let wel: Drabbe was vice-voorzitter van de FNV onder leiding van Wim Kok. In tijden dat de FNV nog boeken uitbracht met de titel “Twee miljoen leden”. Is het zo onredelijk om ook de meelifters een bijdrage te laten betalen voor al dat cao-werk van de bonden? Er is in mijn ogen veel dat daar voor pleit. Bij deze de uitnodiging te reageren.

 

Wouter van der Schaaf

Juli 2018