Het geheugen van de vakbeweging

‘Sociale rechtvaardigheid is geen aalmoes’

-in gesprek met Maurice Limmen-

“Het is de rol van de vakbeweging om werknemers te beschermen tegen het gure rechts-liberale klimaat dat heerst in ons land. Werknemers zijn weer kwetsbaar geworden. Voortgaande individualisering, globalisering, arbeidsmobiliteit zijn factoren die die kwetsbaarheid beïnvloeden.” Ik praat met Maurice Limmen, die recent zijn vertrek als CNV-voorzitter aankondigde. Hij heeft in de 18 jaar dat hij als vakbondsbestuurder heeft gewerkt de positie van werknemers er niet beter op zien worden. Het is een vreemde ontwikkeling: de zekerheid van werknemers op de arbeidsmarkt neemt af, maar het aantal mensen dat zich verenigt in een vakbond neemt ook af.

Limmen vraagt zich af of mensen het belang van collectieve actie nog wel begrijpen. “Mensen kunnen zich in onze moderne samenleving bijna niet voorstellen dat hun bescherming afneemt. Dat besef dringt pas tot hen door als het te laat is. Het lijkt erop alsof het werknemers ontbreekt aan basale kennis en ik constateer hier en daar angst. Angst om ervoor uit te komen dat je vakbondslid bent.” Hij vertelt dat mensen, die deelnamen aan een vakbondsactiviteit liever niet op de foto wilde, want als hun werkgevers zou zien dat zij actief vakbondslid waren, dan kan dat hun werkzekerheid ondermijnen. Werknemers moeten in de pas lopen.

Bescherming werknemers vermindert

“Aanhoudend rechts-liberaal beleid heeft de positie van bedrijven versterkt, die van werknemers verzwakt. Soms lijkt het erop dat wij terug zijn aan het begin van de 20e eeuw. Er is jarenlang regelgeving tot stand gebracht die de bescherming van werknemers verminderde. Officieel om de arbeidsmarkt beter te laten functioneren, maar dan wel sterk vanuit het perspectief van werkgevers.” Limmen legt uit dat door die verandering ook de positie van de vakbeweging is verzwakt en daarmee de invloed van ‘de polder’ op het sociaaleconomisch beleid. “Het laatste grote akkoord dat tot stand kwam, stamt al weer uit 2013.”

Maurice Limmen studeerde rechten in Amsterdam en Parijs, werkte kort bij een rechtsbijstandsverzekeraar, maar stapte al snel over naar de wereld van de vakbeweging. Hij werd bestuurder bij de CNV Dienstenbond, waar hij onder andere succesvolle actie bij ICT-bedrijven leidde. In 2010 wordt hij bestuurder van de Vakcentrale CNV, waar hij zich met een reeks van beleidsinhoudelijke onderwerpen moet bezighouden.

Op 1 januari 2014 wordt hij voorzitter van het CNV na het vertrek van Jaap Smit, die Commissaris van de Koning is geworden. Opmerkelijk is het feit dat Limmen de eerste katholieke voorzitter van het CNV is en dat niemand daar een woord aan vuil maakt. Dat kan wijzen op het feit dat het oorspronkelijk sterk protestantse CNV na een bestaan van ruim 100 jaar eindelijk is geworden wat het vanaf het begin wilde zijn: een vakorganisatie voor alle christelijke gezindte. Maar het kan ook wijzen op het feit dat religie en iemands religieuze herkomst zelfs in het christelijk-sociale CNV steeds van minder betekenis wordt.

Doorgeschoten flexibilisering

Limmen is – zoals gezegd – nauw betrokken bij de totstandkoming van het sociaal akkoord dat in 2013 tot stand komt. Een akkoord dat in zijn ogen vooral een dam moet opwerpen tegen de volkomen doorgeschoten flexibilisering. Was eerst vooral de onderkant van de arbeidsmarkt het slachtoffer van de werkgeverswens vooral over flexibele arbeidskrachten te beschikken, tegenwoordig is dat fenomeen zichtbaar in alle delen van de arbeidsmarkt.

Het akkoord van 2013 sleepte de scherpste randjes weg, maar nog steeds – zo meent de vertrekkende voorzitter – is flex te dominant. Op langere termijn is dat een slechte ontwikkeling. Voor mensen door gebrek aan zekerheid. Voor werkgevers omdat er te weinig wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van mensen. Ontwikkeling die in een globaliserende wereld, waarin snelle veranderingen die maar zijn geworden, zeer noodzakelijk is om onze welvaart op peil te houden.

Flex is een van de oorzaken dat de geweldige economische successen van de laatste jaren zich nauwelijks vertalen in serieuze loonsverhogingen. Mensen durven uit angst hun baan kwijt te raken vaak niet meer in actie te komen. En de Europese regelgeving maakt het mogelijk om mensen uit andere Europese landen tegen veel slechtere arbeidsvoorwaarden in ons land te werk te stellen.

Pensioenakkoord sluiten blijft lastig

Een tweede belangrijk thema dat voortdurend aan de orde was tijdens de jaren van zijn voorzitterschap is dat van de pensioenen. De economische crisis als gevolg van het omvallen van banken in 2008 heeft ons pensioenstelsel, dat nog altijd als het beste ter wereld kan worden beschouwd, behoorlijk onder druk gezet. De aanhoudend lage rentestand  is een van de oorzaken van het feit dat gepensioneerden de gevolgen direct in hun portemonnee voelen: hun pensioen wordt niet geïndexeerd. Dat is niet uit te leggen aan mensen. En welk pensioenstelsel er ook komt, mensen moeten kunnen begrijpen wat er gebeurt, volgens Limmen.

“Het lukt ons maar niet om een pensioenakkoord te sluiten. Als werkgevers en werknemers het al eens zijn dan ligt de politiek weer dwars. In de grond van de zaak wil het kabinet een sterk geïndividualiseerd pensioenstelsel, terwijl de vakbeweging de onderlinge solidariteit overeind wil houden. Je kunt geen samenleving in stand houden, die uitsluitend gebaseerd is op eigen belang. Wij denken fundamenteel anders dan het kabinet.”

“Het nadeel van een voorzitterschap is dat het jouw rol is om iedereen bij elkaar te krijgen en bij elkaar te houden. Elke bond kent zijn eigen gebruiken, zijn eigen dynamiek en dan is het aan de voorzitter van de vakcentrale om dat tot een geheel te maken. Dat kost veel tijd en energie en is niet altijd het leukste gedeelte van het voorzitterschap. Het leuke zit in het contact met de leden. Om in gesprek met elkaar dingen op gang te krijgen, om samen dingen tot stand te brengen. Je helpt mensen zichzelf te helpen, je levert als het ware een aandeel in hun strijdbaarheid. Je helpt mensen ontdekken dat strijdbaarheid resultaat kan hebben. Dat zij niet over zich hoeven te laten lopen als zij maar samenwerken. Samen sta je sterk werkt.”

“Ondanks de moderne technologie is en blijft direct contact met mensen wezenlijk voor vakbondswerk. Dat begint bij het werven van leden, waarbij je mensen laat zien dat sociale rechtvaardigheid geen aalmoes is, maar dat het iets is dat je samen tot stand kan brengen. Het gaat niet vanzelf, je moet er wat voor doen, maar de geschiedenis van de vakbeweging bewijst dat het werkt.”

Piet Hazenbosch

November 2018