Het geheugen van de vakbeweging

Pieter Jelles Troelstra

“Er is geen revolutionaire stemming, er zijn geen revolutionairen”

Rotterdammers tegen Troelstra’s revolutie in november 1918

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog is de crisis in Rotterdam compleet. Voor ongeschoolde en minder bekwame arbeiders is de kans op werk nihil. Het Plaatselijk Arbeids Secretariaat (PAS) en het Revolutionair Socialistisch Comité (RSC) houden demonstraties en vechten met de politie. De arbeidsonrust is ongekend hoog. Burgerlijk-democratische stromingen zijn er niet, bij het liberaal-christelijke gemeentebestuur heerst een laat-maar-waaien mentaliteit. Dick Linders beschrijft bijna van dag tot dag vanuit Rotterdams perspectief de aanloop tot en de afloop van de ‘revolutiepoging’  van Pieter Jelles Troelstra in november 1918.

Johan Brautigam

In de loop van 1918 klinken geluiden op over de maatschappelijke orde als het vrede is. De burgerlijke partijen en de Kamer van Koophandel benadrukken dat de noodmaatregelen tijdelijk zijn en zo snel mogelijk moeten worden gestaakt. Daarna wordt de oude vooroorlogse orde van arbeid en zuinigheid, en een kleine overheid in een verder door het particulier initiatief geleide stad, weer in ere hersteld. Daarbij rekenen ze buiten de leiders van de moderne arbeidersbeweging (Federatie SDAP, Bestuurdersbond RBB en Transportarbeidersbond CBT) Johan Brautigam en Arie Heijkoop.

“Bolsjewiki strijden tegen oorlog,
SDAP tegen honger”

In het licht van de gebeurtenissen van November 1918 is het gewenst stil te staan bij de toespraak van Arie Heijkoop van 12 februari 1918: ‘Door het werk van de moderne vakbonden die eerder zagen wat er moest gebeuren dan de christelijke bonden en de ongeorganiseerden, is de steun de afgelopen drie jaar geregeld, op hun aandringen is van staatswege de werkloosheid bestreden, en is er veel tot stand gebracht. Het lawaai van Wijnkoop over de Russische revolutie kan ons geen eten geven. De bolsjewiki strijden tegen de oorlog, wij tegen de honger. Wij willen zelf over onze zaken beslissen. De oorlogsellende dringt tot samenwerking, dan zal de regering voor het eenswillende proletariaat buigen. Eerst eenheid, overleg, doelbewuste aktie, en dan zonodig pas stakerij en niet eindigen voor onze eisen zijn ingewilligd’.

In juli 1918 haalt de SDAP Rotterdam 43,35 procent bij de Tweede Kamerverkiezing, het hoogste percentage ooit. De Rotterdamse onderwijzeres Suze Groeneweg is de eerste vrouw in de Kamer. In de zomer van 1918 brengen massale veldslagen geen beslissing. Op 11 november 1918 gaat de wapenstilstand in. De regering van Nederland kondigt een gedeeltelijke demobilisatie af. Op diezelfde maandag 11 november 1918 spreekt Troelstra in het Verkooplokaal zijn bekende revolutionaire rede uit.

Arie Heijkoop

Noch uit de stukken van de SDAP en de Rotterdamse Besturen Bond (RBB), noch uit de plaatselijke partij- en vakbondspers blijkt iets van voorbereiding op de gebeurtenissen in de Novemberweek. Men kan terecht stellen dat een revolutie niet en-plein-public wordt voorbereid en dat er dus niets over te vinden moet zijn. Als het al gebeurd is, dan moet het naast het gewone politieke- en vakbondswerk hebben plaatsgevonden, en daar hadden de bestuurders hun handen meer dan vol aan in het laatste oorlogsjaar. Er zijn geen aanwijzingen voor enige conspiratieve actie of voorbereiding daarop bij de in Rotterdam gelegerde soldaten.

Revolutionair proces zichtbaar

Op 2 november steunt het Rotterdamse Tweede Kamerlid Sannes (Rotterdams, omdat hij in het district Rotterdam gekozen is) Troelstra die meent dat in Nederland een revolutionair proces zichtbaar wordt, waarvan de SDAP de leiding moet nemen. Het partijbestuur besluit op 23 en 24 november een partijcongres in Rotterdam te houden.  

Op 9 november gaan Arie Heijkoop en Johan Brautigam op bezoek bij Paul Nijgh van de Scheepvaart Vereniging Zuid (SVZ) en burgemeester Zimmerman. Nijgh oppert een Loonraad, de burgemeester vraagt steun voor het handhaven van de orde. Ook de voorzitter van de Gemeentewerkliedenbond en vooraanstaand SDAP-er Alrich Lührs gaat bij de burgemeester op bezoek. Lührs brengt de grieven van zijn bondsleden ter sprake. Hij zegt dat het bondsbestuur zijn 2.200 leden in de hand heeft en alles zal doen om de mensen aan het werk te houden.

Op zondagmorgen 10 november vergaderen SDAP federatievoorzitter Arie de Zeeuw, Heijkoop, Brautigam en Sannes bij Troelstra thuis. Heijkoop steunt Troelstra in diens revolutionaire verwachting. Welke concrete initiatieven er nodig zijn, blijft zeer vaag. Op zondagmiddag vergadert het Rotterdamse kader in koffiehuis Centraal. Het ontwerp voor een arbeiders- en soldatenraad van de radicale onderwijzer De Zeeuw is een bewerking van het Berner Program. Heijkoop steunt De Zeeuw, hij denkt dat de bourgeoisie tot concessies bereid is. Welke taken en bevoegdheden de raad moet krijgen is volstrekt onduidelijk, net zo als de verhouding tot de organen van de SDAP, laat staan van de Staat. De Zeeuw heeft het over een comité dat van uur tot uur moet bepalen wat te doen. Zijn voorstel is in strijd met het beginselprogramma van de SDAP, kan achteraf worden vastgesteld. De Zeeuw stelt voor aan de gemeenteraad een program met eisen voor te leggen. De voorzitter van de Belastingcommiezenbond Jan ter Laan is faliekant tegen, Brautigam wil het aanzien, het moet geen ‘operetterevolutie’ worden. Hij spreekt van eisen die verwezenlijkt moeten worden door een ‘organisatierevolutie’. De meeste aanwezigen reageren niet enthousiast.

Volksvergaderingen

Op zondagavond zijn 60 landelijke en Rotterdamse kopstukken uit de partij en de vakbeweging bijeen in het gebouw Voorwaarts op de Slaak. Oudegeest, Vliegen Schaper en Drees zijn tegen de arbeidersraad. Troelstra en Heijkoop spreken in revolutionaire zin. Per slot van rekening wordt besloten het congres met een week te vervroegen. Op maandagavond zullen in Rotterdam volksvergaderingen worden gehouden om het program van eisen toe te lichten. Met een advertentie in Het Volk onder de titel ‘Revolutie in Nederland’ en een pamflet wordt de aanhang op de hoogte gebracht.

Geen ´Smolny´ op de Slaak

Zo er al van een revolutie sprake is, dan is die op zondagavond duidelijk afgeblazen. Het gebouw van de Voorwaarts krijgt niet de primeur de zetel te worden van de Arbeidersraad, geen ´Smolny´ op de Slaak. Later op de avond komen de Rotterdamse vakbondsbestuurders apart bijeen. Brautigam vraagt zijn collega’s van de RBB en de Centrale Bond van Transportarbeiders (CBT) de pamfletten voor de maandagavondbijeenkomsten te verspreiden en voor het overige rustig te wachten op het congres van zondag. In Het Volk worden de volksvergaderingen aangekondigd. Welke status deze hebben is niet duidelijk, besluitvormend of adviserend, evenmin hoe de verhouding is met de organieke partij- of vakbondsgremia. Op de volksvergaderingen worden ‘eisen’ ‘toegelicht’ die nog niet door het NVV of de SDAP zijn vastgesteld.

Op Maandagavond 11 november vinden er bijeenkomsten plaats in de Grote Zaal en de Verlengde Zaal van het Verkooplokaal, en in de Grote Zaal, Foyer en Salon van De Doelen. Troelstra houdt zijn revolutionaire rede. Heijkoop valt hem bij.  Suze Groeneweg benadrukt de mogelijkheid dat de eisen zonder geweld bereikt kunnen worden. Na de meetings gaan de Rotterdamse toehoorders rustig naar huis. De Rotterdamse partij- en vakbondsafdelingen komen in de week daarna niet bijeen.

Op dinsdag 12 november verspreiden de Federatie SDAP Rotterdam, de RBB en de Bond van Nederlandse Dienstplichtigen een pamflet dat de burgerij inlicht over de meetings van maandagavond. ‘Deze betogingen werden gehouden ter inleiding van een REVOLUTIONAIRE ACTIE OVER HET HELE LAND, maar het definitieve program en de middelen zullen vastgesteld worden op het Congres der Ned. Arbeidersbeweging op zaterdag en zondag alhier. Arbeiders, houdt u gereed en volgt uwe zelfgekozen leiding’.

De tegenkrachten organiseren zich snel. Een Comité van Orde van alle rooms-katholieke organisaties brengt een pamflet uit aan de vrouwen van Rotterdam, tégen de revolutie, vóór orde en rust. En een tweede pamflet aan de hele bevolking: ‘wanorde betekent hongersnood’. De Christelijke Besturenbond is tegen Troelstra. De Vrijwillige Landstorm mobiliseert met 400 man in de Grote Koopmansbeurs. Zij nemen later posities bij het stadhuis in. Op de stations Beurs, Maas, Delftse Poort en Hofplein staan wachten van 50 man, bewapend met geweren, om de linker bovenarm een rood-wit-blauwe band, bedrukt met het groenwitte stadswapen.

Het SDAP Federatiebestuur komt op woensdag voor de eerste keer bijeen. Het bestuur meent dat Heijkoop en De Zeeuw niet naar Troelstra hadden mogen gaan zonder vooraf het bestuur en de leden te raadplegen. Het bestuur spreekt scherpe afkeuring uit over hun beleid. Mevrouw Van Kersen, bestuurder van de Arbeiders Coöperatie Voorwaarts (ACV) en voorzitter van de Vrouwenbond: ’Hadden er ongelukken uit voortgevloeid, had het gehele federatiebestuur voor de consequenties van deze handelingen moeten opdraaien’. Hein Stolle, bestuurder van de Meubelmakersbond en secretaris van de RBB wil niets met de zogenaamde revolutie te maken hebben en is niet van plan te betalen. In de maanden erna gaat het geruzie door over wie de kosten betaalt van het drukwerk, de hotels, de extra vergaderingen en het congres. Die worden begroot op duizend gulden, exclusief 63 gulden drinkgeld. Uiteindelijk betaalt de RBB het meest, die is ook rijker dan de SDAP. Jan ter Laan gispt het feit dat alles buiten het Federatiebestuur is omgegaan. Hij stelt voor het partijbestuur te berichten dat wij op grond van onze waarnemingen onder de Rotterdamse arbeidersbevolking geen vrijheid kunnen vinden het partijbestuur te adviseren een ernstige stap tot het verkrijgen van de Macht, vanuit Rotterdam te doen’Het federatiebestuur keurt het besluit van De Zeeuw af om in te stemmen met het vervroegen van het congres. De conclusie is klip en klaar dat de SDAP en de RBB niet voor de lijn Troelstra, De Zeeuw en Heijkoop voelen.

Padvinders met oranjesjerpen

Het leger bezet de stad. Regimenten infanterie, twee landweerbataljons uit de vesting Willemstad, drie scholen voor dienstplichtige onderofficieren, een school voor reserveofficieren, een compagnie en eskadron wielrijders, twee eskadrons huzaren en een batterij veldartillerie, in totaal 6.000 man. De burgemeester roept de Burgerwacht op. Padvinders tooien zich met een oranjesjerp en verrichten koeriersdiensten.

Op donderdagmiddag in de Tweede Kamer trekt Troelstra terug, van geweld en een staatsgreep is geen sprake meer. De vraag ‘Wil de eerste vrouw in de Kamer, dat er honderden, wellicht duizenden in de burgerkrijg worden gedood?’ beantwoordt Suze Groeneweg met ‘Dat wil ik niet en dat wil een man ook niet’.

In de gemeenteraad van donderdagmiddag eist de SDAP fractie invoeren van de achturendag voor het gemeentepersoneel, vierploegendienst voor de continubedrijven, een vrije zaterdagmiddag, één vrije dag voor de politieagenten en verbetering van het onderwijs. Heijkoop ‘had van Zimmerman flinke voorstellen verwacht over grote sociale hervormingen. Uw orde is een kapitalistische wanorde, en als wij daartegen revolutie maken, doen wij niets anders dan uw klasse in 1848’. Heijkoop meent dat er een nieuwe maatschappelijke orde en geweldige sociale veranderingen moeten komen. ‘Wat zich vroeger hier verzette, door conservatisme en behoudzucht, tegen de oplossing van nieuwe vraagstukken van deze tijd, dat op dit ogenblik die elementen zich achteraf hebben te stellen en op zij moeten gaan, opdat werkelijk grote maatschappelijke veranderingen tot stand kunnen komen, dat wij altijd gepoogd hebben langs legale weg, langs de weg van orde en regelmaat de eisen van de arbeidersklasse tot verwezenlijking te brengen, als het ons mogelijk wordt gemaakt de dringende eisen van de arbeidersklasse langs legale weg te realiseren, wij niet zullen grijpen naar de maatregelen van geweld’.

Jan Schouten van de AR vindt het optreden van Heijkoop nu en op maandag wel revolutionair, Heijkoop kiest zijns inziens voor de weg van geweld. Het NVV verwijt hij provocerend optreden. Schouten wil vasthouden aan het Evangelie van Jezus Christus. De ellende van de sociaaldemocraten begint bij hun omkeren van de wereldorde, bij ‘het maatschappelijk zijn bepaalt de inhoud van het bewustzijn’. De andere rechtsen haasten zich burgemeester, orde, regering en het Huis van Oranje te steunen.

De voorzitter van de Postbond en SDAP-er B. van Stapele meent dat het christendom 2000 jaar de tijd heeft gehad, de christelijke raadsleden komen te laat. Arie de Zeeuw staat principieel op het ordestandpunt van de burgemeester. ‘Wij wensen niets anders dan een ordelijke maatschappij’. De Zeeuw is tegen bloedig bolsjewistisch geweld en terreur. Hij roept op de revolutie die Schouten vreest te ontwapenen, door tegemoet te komen aan de eisen van de SDAP die Schouten zegt te onderschrijven, en die deels sporen met die van de christelijke arbeidersbeweging.

Sociaaldemocraten staan alleen

Op donderdagavond houden de katholieken, twintig procent van de bevolking uitmakend, in zeven zalen van de stad bijeenkomsten. De geestdrift onder de samengestroomde menigte is buitengewoon groot. Uit alles blijkt dat de sociaaldemocraten alleen staan. Er is brede steun voor Zimmerman en het gezag, in en buiten de gemeenteraad. De christelijken houden op vrijdag 15 november een bijeenkomst in de Grote Doelenzaal ‘tegen het grote gevaar de revolutie’. ‘Wanorde betekent thans hongersnood’ is hun leuze.

De SDP en het Revolutionair Socialistisch Comité laten de revolutie voor wat ze is, wachten het congres af en overwegen indien nodig mee te staken. Hun voorzitter Willem van Ravesteyn vertrekt enkele dagen later voor een uitstapje naar Duitsland, treft er géén revolutie aan, en concludeert dat er voor Troelstra derhalve ook geen revolutie te importeren valt, hetgeen juist is.

Op zaterdag 16 en zondag 17 november bevolken 1.500 congresgangers het Circusgebouw. Met 6.000 soldaten in de stad is dat op elke congresganger vier soldaten. Het is derhalve buitengewoon rustig in de stad. Het stadhuis is met zandzakken gebarricadeerd. Arie Heijkoop spreekt, zeer tekenend, ‘als Rotterdammer en als vakbondsbestuurder’ en niet als SDAP-er, hij bedankt voor het zondaarsbankje waarop hij door Jan Oudegeest is gezet. ‘In Rotterdam is men niet nerveus, maar zich bewust van zijn kracht. Wij moeten geen al te grote letterzifterij toepassen. Wij hebben geen spijt over wat wij deden. Wee de beweging, als we niet ingegrepen hadden. Anderen waren revolutionair toen er niets te doen was, maar nu ben ik revolutionair, hoe nuchter ik anders ook ben. Toen wij begrepen, wat er in onze arbeiders omging, zeiden wij: het is onze beurt om in te grijpen. De vervroeging van het congres, de publicatie der eisen, en de indruk ervan zijn het gevolg der Rotterdamse beweging. Wij vragen daarvoor geen hulde, maar bedanken voor het zondaarsbankje. Herinner u de concessies, die wij deze week al hebben afgedwongen. Dat komt door onze grote ‘bek’. Wij moeten met geweldig elan achter onze eisen blijven staan. Mijn vakbond telt 20.000 leden. Wij vatten post tegen onverantwoordelijke dingen. Maar nu komt een nieuwe beweging. Onze arbeiders zijn onmisbaar. Als de regering niet geeft wat wij eisen zal de revolutie werkelijkheid moeten worden en gaan de transportarbeiders vooraan. (Daverend applaus). Wij beschikken over de macht, de achturendag in het bootwerkers- en transportbedrijf te realiseren. De motie van het NVV moet zo kloek blijven, dat wij de eisen afdwingen waarop wij recht hebben. Dan kunnen wij de eindoverwinning met vertrouwen tegemoet gaan’. Heijkoop stelt zich achter de eisen op: ‘Daarom had schoolmeester Oudegeest me niet zo voor ’t ezelsblok moeten zetten (gelach)’.

Heijkoops rede wordt beloond met uitbundig applaus, een ovatie en het zingen van de Internationale. Achteraf zal Heijkoop aan Het Volk laten weten dat hij het woord ‘bek’ niet heeft gebruikt, het is een foutje van de journalist van Het Volk. Johan Brautigam spreekt namens de RBB, net als Heijkoop niet als SDAP-er. Beide heren wantrouwen de SDAP, zij behoren immers tot de Vakbondsoppositie van 1914/1915 die tegen de Godsvrede van de SDAP en Troelstra is. Hij stelt dat het program zonder dreigement te verwezenlijken valt. ‘Wij willen ons niet isoleren in de maatschappij. Dit is de vloek van de oude beweging geweest. Wij willen niet een grote ‘bek’ opzetten, maar onze kracht en invloed aanwenden’. Hij wil samen met ‘delen van de burgerij realiseren wat de grote massa des volks’ wil. De resolutie met 15 eisen wordt aangenomen.

Bezoek van Hare Majesteit

Een week later bezoek van de koningin. De huldiging is strak geregisseerd. Het was weer Oranjedag, schrijft Het Volk in de rubriek ‘Rotterdams Nieuws’. Het gemeentebestuur was vergeten het vuil en de modder van de Goudsesingel te halen en de kuilen in het wegdek te dichten. De koets hobbelde voort, slechts matig toegejuicht door de schamel geklede arme vrouwen en kinderen uit de sloppen en stegen ter weerszijden van de singel. Net als op het Malieveld in Den Haag worden de paarden afgespannen en de koets voortgetrokken door soldaten. ‘Symbolisch was deze voorstelling wel. De soldatenjongens sjouwende als het gehele proletariaat zijn ganse leven doet en gespannen voor het wagentje van de instandhoudster en beschermster onzer kapitalistische samenleving!’ Op het Van Hogendorpplein (thans Churchillplein) heft een sergeant van de Landstorm het prinsesje in de hoogte, tot ongenoegen van enige Oranjeklanten die het ‘afgesproken werk’ vinden.

Na de revolutieweek

In de week na het congres houden de partij- en vakbondsafdelingen vergaderingen om het programma toe te lichten. De leden en besturen steunen het rustige beleid van Brautigam. Op zaterdag 23 november pakt het Rotterdamse SDAP Volksweekblad flink uit. ‘Een stroom van bruisend leven’, ‘Met vernieuwde strijd naar de Nieuwe Tijd’, ‘Wij en Zij’ en ‘Een vergissing’ zijn de wervende tussenkopjes. In deze artikelen over het congres komen alle belangrijke elementen naar voren die in de discussies in de eeuw daarna over de Novemberrevolutie een rol hebben gespeeld. ‘Het congres heeft goed gedaan het programma van eisen vast te stellen. De regering moet afdanken, als zij het programma niet wil uitvoeren. Vier jaar oorlog moet worden gecompenseerd door meer vrijheid, meer geluk, meer welvaart. Wat te doen? Propaganda maken voor het programma. Bespreek het met de arbeiders op de fabriek en in de werkplaats, op de schepen en in de dokken, op pleinen en straten, op het veld en in de mijnen, overal moet de propaganda voor onze eisen gevoerd worden. De lucht moet er van daveren. Troelstra wilde geen revolutie zoals in het buitenland. Zijn vergissing is niet zo groot geweest, de burgerklasse heeft uitgediend: de regering, de burgemeester en de NRC zijn in verwarring. Maar het is toch mogelijk, dat de latere geschiedschrijver van deze tijd het volgende getuigt:  Troelstra hield een revolutionaire redevoering te Rotterdam. Hij meende ten onrechte dat de tijden rijp waren voor een nieuwe regering. Wel bleek hoe noodzakelijk het was dat de regering om zich te handhaven geheel vernieuwde. Alleen door het programma van Troelstra vrijwel over te nemen, kon zij zich handhaven’.

Op 7 december schrijven Heijkoop en Brautigam dat de katholieke arbeiders zijn misleid en dat de regering de koningin voor de wagen spande. Ze roepen op niet zenuwachtig te worden van de tegenactie, ‘Het is al holle reclame en demagogisch gezwets’.                                        Op de reguliere SDAP jaarvergadering op 3 en 15 januari 1919 is het stof van November al neergedwarreld, de partijleden komen er niet op terug. Net als de RBB. Zoals het toch opvallend is dat het Rotterdamse kader er niet of nauwelijks op terug gekomen is. Op het ‘Eenheidscongres’ van april 1919 in Arnhem, meent Troelstra: ‘In de Rotterdamse arbeidersklasse niet alleen, maar ook in de bourgeoisie werd een revolutionair optreden verwacht’. Vliegen houdt dit af. ‘Troelstra meende in November dat wij te doen hadden met een revolutionaire stroming in het volk, doch dat steunde enkel op de mening van enige personen uit de bourgeoisie. De arbeidersleiders ook der grote steden ontkenden die stroming. EEN STEM: behalve die in Rotterdam. Nee, niet behalve in Rotterdam’.

Van Ravesteyn schrijft in 1917 naar aanleiding van Troelstra’s pogingen op de vredesconferentie van Stockholm dat hij, Troelstra, daarmee het Duitse imperialisme steunt, en de revolutie van het proletariaat uitbant. Volgens Van Ravesteyn is het niet zo verwonderlijk dat Troelstra tegen revoluties is omdat er als er in Nederland een revolutie zou uitbreken, het er een zou zijn die hem ´op sterk water´ zou zetten. Na ‘November 1918’ gaat het met de politieke carrière van Troelstra inderdaad bergafwaarts.

Theoretisch houdt Willem Drop die voorzitter is op de volksvergadering in De Doelen de zaak van de revolutie open: ‘Voor onze politieke beweging moet zonder enig voorbehoud het recht om langs revolutionaire weg het socialisme dichterbij te komen, blijven bestaan. Daarom was ons optreden te Rotterdam noodzakelijk’. De christen-socialist Willem Drop is jarenlang de grote man van de Vlaardingse moderne vakbeweging, in 1918 al in dienst van de CBT.

Tien jaar later

Johan Brautigam komt bij de herdenking in 1928 op de Novemberrevolutie terug. ‘Ik voelde me als in een operette verzeild geraakt. Toen verliet ik het huis en gaf mij korte tijd over aan eigen overpeinzing van de komende dagen. Dit begreep ik: als het tot gebeurtenissen zou komen – en ik wilde daar al mijn diensten aan geven, dan zou ik het orgaan van de macht moeten overnemen, het in elkander zetten van het verzet, de organisatie van de dagelijkse zaken, zouden op mijn schouders rusten. Ik heb mij afgevraagd: wat is het eerste, wat ik ga doen, en ik heb die middag voor me zelf besloten: als wij vannacht naar het stadhuis gaan, verzamel ik 40 of 50 mensen om mij heen en ga ik er op uit om gijzelaars te arresteren uit de notabelen en de extremistische elementen, om hun eigen kringen van de leiding te beroven!’

Brautigam is gewend al zijn stappen zorgvuldig te overwegen, hij pleegt overleg, hij maakt een plan, zie zijn optreden bij de Zeeliedenstaking in 1911, zie zijn optreden bij de totstandkoming van de Centrale Bond van Transportarbeiders, de Loonraad en de Havenarbeidsreserve en bij de cao’s. Hij is gewoon al zijn handelingen in het blad De Uitkijk van zijn Zeemansvereniging Volharding aan te kondigen en uit te leggen. Een revolutie past daar niet in. Wat wel tekenend is in het citaat is de opmerking ‘Dan zou ik het orgaan van de macht moeten overnemen’. Dat is wel juist gezien, alleen Brautigam en zijn maten van ‘Volharding’ zouden in Rotterdam een ‘Arbeidersraad’ tot stand kunnen brengen. Als … schrijft Brautigam terecht. Met de kennis van toen en nu: vijftig zeelieden en bootwerkers tegen zesduizend soldaten! Dat is onbegonnen werk.

Conclusies

Als Heijkoop revolutie had gemaakt, had hij de cao’s, Loonraad, Commissie van Advies voor het Havenbedrijf, ja alles wat hij met 20 jaar ‘reformistische’ arbeid samen met Hendrik Spiekman en Johan Brautigam had bereikt, op het spel gezet. Hij zou daarbij niet op de steun van Brautigam, de echte leider in de CBT en de RBB, en de overgrote meerderheid van de georganiseerde arbeidersbeweging hebben kunnen rekenen. Heijkoops werk is in eigen kring puur reformistisch. Zijn toespraken voor een algemeen publiek hebben altijd een opwekkend karakter, hij gebruikt vaak de woorden revolutionair en revolutie, ook in de gemeenteraad. Zijn woorden zijn bedoeld om ten eerste de tegenstander bang te maken en zand in de ogen te strooien, en ten tweede om stemming te kweken opdat de toehoorders zich in de moderne en sociaaldemocratische beweging voegen.

Het feit dat op maandagavond de Volksvergadering in het Verkooplokaal de toespraak van Heijkoop daverend toejuicht, zegt niets over het revolutionaire karakter van de toehoorders, laat staan van de overige Rotterdammers. Heijkoop spreekt al lang over de komende revolutie. Niemand die er aanstoot aan neemt of er conclusies aan verbindt. Heijkoops retorische gaven om de noden van de dag onder woorden te brengen zijn groot. Uit de beschrijving van de gebeurtenissen en zijn uitspraken en handelingen, ook in vergelijking met die van de jaren daarvoor, blijkt dat Heijkoop zijn aanhang wil enthousiasmeren en de partijlijn zo zuiver mogelijk wil houden. Van zijn bonds- en partijleden is Heijkoop niet anders gewend dan dat zij hem toejuichen en daarna aan het werk gaan. Op de bewuste maandagavond gejuich, en op dinsdagmorgen gaat iedereen gewoon aan het werk. Heijkoop verwacht niet anders. Niemand meldt zich aan voor een revolutionair comité … of voor de bestorming van het stadhuis … in de partijafdelingen is het al stilte.

De opvatting dat Heijkoop en De Zeeuw de leiding van de revolutionaire beweging in Rotterdam op zich wilden nemen om de communisten en syndicalisten de wind uit te zeilen te nemen, is ongeloofwaardig. De Rotterdamse communisten (van Ravesteyn) en de syndicalisten (van den Berg, Bouwman) hebben geen actuele revolutionaire plannen.

Er is geen revolutionaire stemming, en er zijn geen revolutionairen, zo kan de toestand in Rotterdam kernachtig worden samengevat. En daarmee zijn twee belangrijke voorwaarden voor een revolutie niet vervuld. Een geslaagde revolutie, leert ons Kautsky, is niet de onzinnige opwinding van de verrassing maar het product van heldere kennis. Het oordeel van de Rotterdammer Arie Pleysier in de officiële SDAP-geschiedschrijving in ‘Het roode vaandel volgen wij’ is juist. De verdediging van Heijkoop en De Zeeuw na afloop snijdt geen hout, de Rotterdamse arbeiders waren niet rijp voor een staatsgreep.

Rechts Rotterdam zal tot 1940 de leidende sociaaldemocraten (voor 90 procent vakbondsbestuurders) gispen om de revolutieweek. Wantrouwen over hun werkelijke doelstellingen en achterdocht bij de gevraagde en aangeboden samenwerking in de gemeentepolitiek blijft wat hen betreft geboden. De communisten en revolutionairsocialisten idem dito, maar dan omdat de SDAP de revolutie heeft verraden. De effecten op het politieke klimaat zijn ronduit negatief. Tot 1940 zien de liberalen en confessionelen de revolutieweek als een Mene-tekel. Het is een extra argument, ook vóór 1918 wilden zij niet met de SDAP samenwerken. Ook in de raad geldt het woord van Nolens ‘Alleen bij uiterste noodzaak’.

De modern georganiseerde vakbeweging groeit door. Juist de Rode Familie zal uitbotten, groeien, tot wasdom komen en vrucht dragen. Dankzij de achturendag en het onderwijs krijgen de arbeiders en hun kinderen tijd en gelegenheid zich te ontwikkelen in partij, vakbond, AJC, NASB en IVAO. Tussen 1918 en 1940 groeit de SDAP van 2.000 naar 7.500 leden, de RBB van 25.000 naar 40.000 leden, de coöperatie van 2.000 naar 5.000 gezinnen, het dagblad Voorwaarts heeft aan het eind 58.000 abonnees.

Electoraal heeft November 1918 de SDAP geen goed gedaan. In juli 1918 haalt de partij 43,35 procent bij de Tweede Kamerverkiezing, in 1919 42,3 procent bij de gemeenteraadsverkiezing. Hogere percentages zal de SDAP nooit meer halen. De positie van De Zeeuw en Heijkoop in de partij wordt sterker. De Zeeuw blijft voorzitter van de Federatie en wordt in 1919 wethouder. Heijkoops positie is onomstreden, hij heeft in december 1917 de politieke leiding van Spiekman overgenomen, wordt de grote man in de beweging en in 1919 wethouder. De groei van de moderne vakorganisatie in de haven is hem toe te schrijven, gemeentelijke volkshuisvesting is zijn werk. Hij begrijpt de proclamatie van de Majesteit: ‘Het is Mijn verlangen de voorgenomen hervormingen door te zetten en aan te vullen met de snelheid, die past bij de polsslag van deze tijd. Reactie zij uitgesloten, wij moeten vooruit’.

Dick Linders

September 2018

 

Dit artikel is een uittreksel uit het hoofdstuk “November 1918” van het in 2019 te publiceren boek ‘De rode werkstad’.