Het geheugen van de vakbeweging

Vakbondsvrouw op de Groninger klei

Roosje Vos (1860 – 1932)

Roosje Vos

Roosje Vos is geboren te Amsterdam op 15 augustus 1860 in een joods gezin en overleed op 22 juli 1932 te Groningen. Zij trouwde te Stedum op 21 juli 1903 met Melle Gerbens Stel, onderwijzer. Het huwelijk bleef kinderloos.

Op haar veertiende kwam Roosje terecht in een joods weeshuis en kreeg daar een opleiding tot linnennaaister. Toen ze 23 jaar was, kwam zij uit het weeshuis en verdiende de kost als huisnaaister. Op voorstel van feministe Wilhelmina Drucker werd in 1897 op een bijeenkomst van de Vrije Vrouwenbeweging voor naaisters de eerste vakbond voor vrouwen in Nederland opgericht. Voor het bestuur meldden zich drie vrouwen. Roosje Vos werd penningmeester! De Naaistersbond Allen Eén was geboren! Spoedig werd Roosje dankzij haar spreekvaardigheid voorzitter van deze nieuwe bond en leverde aan het bondsorgaan De Naaistersbode diverse bijdragen. Rode draad in de vele stukken die zij schreef was dat zij wenste dat vrouwen op eigen benen konden staan. Zij pleitte sterk voor de economische zelfstandigheid voor vrouwen. Volstrekt uniek in haar tijd.

Kamer van Arbeid

Door haar vakgenoten werd zij in 1899 als lid verkozen in de Kamer van Arbeid voor de confectiebedrijven te Amsterdam. De Kamer van Arbeid was zoals in vele westerse landen opgericht om bij arbeidsconflicten en prijsafspraken te kunnen bemiddelen. Omdat zij niet in loondienst heette te zijn, werd zij niet toegelaten tot de kamer. Ook bij de oprichting van de Amsterdamse Bestuurdersbond in 1899 speelde zij een rol. Roosje Vos kwam in deze periode (1897-1899) Sientje Prijes tegen, die zij nog kende van het weeshuis.  Zij vroeg haar secretaris te worden van de inmiddels kwijnende Naaistervereniging. Gezamenlijk zetten zij de schouders onder een fusie met de Rotterdamse Naaistersbond in 1898 tot de landelijke Algemene Nederlandsche Naaistersbond (ANNB). Roosje werd voorzitter, Sientje secretaris en redactrice van De Naaistersbode. In 1900 richtten zij beiden de coöperatie Samenwerkende Linnennaaisters op met als doel uitgesloten staaksters een baan te kunnen bieden. Beide vrouwen hadden als thuisnaaister de kennis in huis.

Op 12 november 1899 werd te Groningen “Eensgezindheid” opgericht onder leiding van Sanni Prijes. Secretaris werd Martha Winterterp. De zelfde avond richtten de vrouwen een koortje op onder leiding van Geert Sterringa, bekend uit de Groningse SDAP, oprichter van De Volksstem in 1900 en medeoprichter van de Groninger Bestuurders Bond in 1901. Niet bekend is of zij bij de Volksstem meezong. De Volksstem te Groningen bestaat nog steeds.

Inmiddels begon Roosje een rol te spelen in de SDAP, zij pleitte op het congres van 1901 voor het vrouwen kiesrecht en de achturendag. Zij publiceerde over deze onderwerpen in de Naaistersbode, het orgaan van de Naaistersbond.

In 1900 gaat de Naaistersbond, op voorstel van Vos en Prijes samenwerken met de Kleermakersbond en ontstaat een jaar later de Algemeene Nederlandsche Bond van Mannelijke en Vrouwelijke Arbeiders in de Kledingindustrie.(1) Wederom werden Vos en Prijes voorzitster en secretaris van de nieuw gevormde bond.

Kleermakersstaking in Groningen

Het jaar 1903 wordt het jaar van de grote strijd van de vakbeweging in de spoorwegstaking en te Groningen  van de kleermakersstaking. Tussen 1880 en 1900 steeg het aantal naaisters en thuiswerkende kleermakers te Groningen van 530 naar 1410. De confectie-industrie werd hierdoor de enige bedrijfstak van landelijke betekenis in Groningen. Dit zorgt ervoor dat Groningen het landelijke centrum van de bond werd. Tot 1906 verblijft het hoofdkantoor van de “Bond in de Kledingindustrie” zoals zij in de wandelgangen heette in Groningen, daarna verhuist het kantoor naar Amsterdam.

In 1903 verlagen de werkgevers de lonen. Na een maand staken en actie voeren lukt het de Groningse stakers en staaksters om 7½ procent loonsverhoging binnen te halen. Het betekent dat er sprake is van een eerste contract voor alle werknemers en dat de bond erkend wordt als organisatie van de arbeiders/sters en dat er afspraken over het loon konden worden gemaakt.  Na vele aanvaringen, acties en stakingen in diverse andere bedrijven ontstaat er pas in 1911 een CAO die voor de nodige stabiliteit zorgt. Deze strijd werd mede gevoerd door Evert Kupers (latere voorzitter van het NVV), Tonnis van der Heeg (1886-1958) en Roosje Vos. Toch gaat het met het vrouwelijk smaldeel in de bond niet zo geweldig. De vrouwen lopen te ver voor de troepen uit, de eisen die zij stellen over arbeidsduur, flexibiliteit etc. zijn van de huidige tijd. Het oude enthousiaste vrouwenkader uit de eerste periode verdwijnt, vaak door huwelijk, en met hen verdwijnt ook de “vrouwelijke identiteit” uit de bond. Door de numerieke meerderheid van de mannen was de cultuurverandering rond arbeidsduur en flexibiliteit moeilijk.

De continuïteit van de vrouwelijke leden wordt een probleem als de mannen vonden dat vrouwen niet geschikt waren voor maatschappelijke en bestuurlijke functies. Het zorgt voor veel discussie in bond en binnen de SDAP. Roosje bekritiseerde zelfs Troelstra om zijn houding over het vrouwenkiesrecht (hij vond de vrouwen nog niet rijp voor het kiesrecht) en andere actiepunten van de sociaal democratische vrouwenclubs. Het gevoel achteraan te moeten sluiten in de politieke agenda van de partij was bij Roosje sterk aanwezig. Samen met Sociaal Democratische Vrouwen Propagandaclub verzette zij zich tegen deze achterstelling.

Tijdens de grote spoorwegstaking in 1903 was Roosje Vos afgevaardigde van het Comité van Verweer in Apeldoorn en mede actief te Groningen. Ze was natuurlijk niet de enige. Mannen en vrouwen als Eltjo Rugge, Sientje Prijes, Geert Sterringa, Evert Kupers en vele anderen namen ook actief deel aan de strijd. Misschien is het een verklaring voor het matige succes te Groningen in de acties van het spoorwegpersoneel ter plaatse; twee grote stakingen (spoor en kleermakers) op hetzelfde moment en in hetzelfde gebied is veel voor een middelgrote stad en bestuurdersbond. Het levert een zeer grote werkdruk op voor het actieve kader in de diverse bonden en de jonge Groninger bestuurdersbond.

Huwelijk

Op 21 juli 1903 treedt Roosje in het huwelijk met Melle Gerbens Stel, onderwijzer te Westeremden, midden op de klei in de provincie Groningen (Noorden van Groningen). Melle was een partijactivist voor de SDAP. Westeremden viel onder het district Appingedam waar de bekende Johan Schaper, een der oprichters van de SDAP, verkozen was in de Tweede kamer. De opvattingen die Melle en Roosje hadden over de politiek van de SDAP vielen niet goed bij Schaper. In de SDAP waren er diepe tegenstellingen tussen de marxisten rond het blad De Tribune en de meer hervormingsgezinde politiek van het toen gevoerde beleid van de SDAP die Schaper voorstond. In 1909 kwam het tot een botsing en werden de Tribunisten uit de SDAP. Zij richtten de Sociaal Democratische Partij (SDP) op, waarbij Roosje Vos en Melle Gerbens zich aansloten. Samen met Geert Sterringa zou Roosje Vos namens de SDP (later CPH en CPN) in de Staten van Groningen verkozen worden. Roosje Vos had zitting van 1919 tot -1927.

Wie dacht dat Roosje zich na 1903 had teruggetrokken op het Groningse platteland komt bedrogen uit. Zij heeft zich nadien bijzonder actief opgesteld in de communistische partij van dat moment. Tot haar overlijden in 1932 spande zij zich in om propaganda te maken voor haar partij en voor de zaak der arbeiders in het algemeen in de Staten van Groningen. Over de periode na 1909 is voor wat betreft Groningen weinig geschreven om een beeld te krijgen, toch wekt het onze nieuwsgierigheid. Jarenlang was  de afdeling Westeremden als enige dorp op de klei waar communisten woonden in een door het protestantisme overheerste omgeving. Roosje Vos was een begenadigd spreekster, een prima propagandiste voor de vakbeweging en niet te vergeten de voorzitter van de eerste vakbond voor vrouwen. Veel straten, pleinen e.d. zijn naar haar vernoemd. Een scholengemeenschap in Appingedam heet naar haar en in de jaren zeventig en tachtig is er menig “moeder” Mavo naar haar vernoemd.

VHV Werkgroep Groningen

Februari 2017

Noten

  1. Vaandel aanwezig van de kleermakersbond bij FNV te Groningen.

Gebruikte literatuur

  • BWSA Vos, Roosje door Albert F. Mellink
  • BWSA PRIJES, Sientje door Peter-Paul de Baar
  • BWSA KUPERS, Evert door Bob Reinalda
  • Vrouwenlexicon door Marijke Waalkens
  • Kleermakersbond Vooruitgang door Broederschap VHV Dik Nas
  • Een Eeuw Socialisme en Arbeidersbeweging in Groningen ISBN 90 6243 053 8
  • Macht en Onmacht, 130 jaar vakbeweging in Groningen Teun Jan Zanen ISBN 90-6247-389-X
  • Socialisme en vakbeweging jaarboek 1979. De kleermakersstaking van 1903. Floor van Gelder