Het geheugen van de vakbeweging

Robbert Coenmans, voorzitter FNV Jong

De Vrienden van de Historie van de Vakbeweging (VHV) telt veel leden/donateurs die ooit jong waren of het nog steeds zijn, begonnen zijn als kaderlid in een jongerenorganisatie. Wat leeft er tegenwoordig onder werkende en studerende jongeren, onder hen die maatschappelijk betrokken en politiek actief zijn? Het is niet de bedoeling om nostalgisch op bezigheden en acties van vroeger terug te blikken, maar vooral eens te kijken hoe de situatie onder jongeren en hun organisaties nu is met daarbij de vraag wat je van de geschiedenis leert. Daarom komen op deze site spraakmakers uit de vakbeweging, de politiek, enz. het woord.

Robbert Coenmans, voorzitter FNV Jong, en ervaringsdeskundige jeugdwerkloosheidRobbert Coenmans, voorzitter FNV Jong, en ervaringsdeskundige jeugdwerkloosheid

Robbert Coenmans, sinds april 2013 voorzitter van FNV Jong, de jongerenorganisatie van de FNV, stelt zijn organisatie en zichzelf voor aan de hand van de beantwoording van tien vragen.

1. Geef eens een omschrijving van je dagelijkse werkzaamheden?

Iedere dag is spannend en anders. Zo nu en dan zegt een minister ineens iets dat slecht is voor jongeren, waar snel op gereageerd moet worden. Soms ben ik (helaas) de hele dag bezig met vergaderen. En tussen alle gekte door probeer ik zo veel mogelijk onder jongeren te komen.

2. Wat zijn jouw drijfveren om dit werk te doen?

Ik ben zelf een jaar lang ‘ervaringsdeskundige’ jeugdwerkloosheid geweest. Ik kon niets vinden. Ik weet dus hoe moeilijk het is om de huur bij elkaar te schrapen met het oude nuluren contract van je bijbaantje; of hoe ellendig het is om steeds te horen te krijgen dat er “vanwege het grote aantal aanmeldingen” toch iemand anders is gevonden. Dat maakt het aanpakken van jeugdwerkloosheid voor mij iets persoonlijks. En iedere persoon die ik uit de werkloosheid kan trekken of – nog beter – dat kan besparen, is voor mij een overwinning.

3. Wat zijn de belangrijkste activiteiten waar jouw jongerenorganisatie zich als geheel mee bezighoudt?

Wij zetten ons in Den Haag in om jeugdwerkloosheid te voorkomen, deugdelijke pensioenen voor jongeren te realiseren en goed onderwijs betaalbaar te houden. Daarnaast geven wij als FNV Jong voorlichting op scholen over de rechten en plichten van jongere werkenden. Ook doen we het meer traditionele vakbondswerk zoals individuele belangenbehartiging.

4. Met welke andere spelers heb je in dit verband te maken? Op welke manier werk je met elkaar samen?

We staan midden in de samenleving. We hebben dus veel te maken met andere vakbonden, waarvan er ook veel met jongeren bezig zijn. De pers is een belangrijke partner om ons verhaal naar buiten te krijgen. Daarnaast zitten wij om tafel met allerlei beleidsmakers.

5. Wat zijn de specifieke kenmerken en belangen van de categorie jongeren  waar je voor opkomt?

Wij komen voor alle jongeren op die werken of onderweg zijn naar werk. Qua specifieke kenmerken valt het dan ook wel mee, behalve dan dat ze jong zijn.

6. Op welke vragen of moeilijkheden stuit je bij de belangenbehartiging?

Zo nu en dan word je snel in de hoek gezet dat je polariseert en met name tegen ouderen bent. Niets is minder waar, want een goed pensioen is bijvoorbeeld belangrijk voor iedereen. Daarnaast is het soms lastig om binnen de vakbond op te komen voor vernieuwing zonder iemand tegen het hoofd te stoten, maar dat weerhoudt ons er uiteraard niet van om dat te doen.

7. Wanneer en door wie is de organisatie opgericht? Hoeveel leden zijn er momenteel? Wat is de ledenontwikkeling over de laatste jaren? Zijn er sleutelfiguren van vroeger die je nog wel eens kunt aanschieten voor het een en ander?

FNV Jong is pas een jaar een zelfstandige vakbond, daarvoor was het een netwerk. Wij kennen dan ook pas sinds een jaar betalende leden, en die groeien explosief in aantal. De huidige vicevoorzitter is een van de oprichters van FNV Jong als zelfstandige vakbond. Die zit schuin tegenover me. Dus met het contact zit het wel goed.

8. Wat is in jouw visie de toekomst van de vakbeweging in Nederland?

Nederland kent een aantal flinke uitdagingen waar de komende jaren een antwoord op geboden moet worden. De grootste daarvan is vergrijzing en op termijn zelfs krimp van de bevolking. Dit betekent dat er fundamentele veranderingen zullen zijn met betrekking tot hoe de Nederlandse maatschappij en economie eruit zullen gaan zien. De vakbond zal hier een rol in spelen. Maar daarbij zal de vraag zijn hoe de vakbond zich opstelt. De vakbond kan zijn oud-leden blijven vertegenwoordigen als zij niet meer werken. Dit betekent wel dat er een ander verhaal moet zijn. Daarnaast zullen de getrapte organisatievormen uit de jaren ‘60, die de vakbond in veel gevallen nog hanteert, niet voldoende zijn om de nieuwe groep werkenden aan te spreken. Daar moet dan ook over nagedacht worden.

9. Welke rol kan De Nieuwe Top – het initiatief om jongeren bij vakbondswerk te betrekken – daarbij spelen?

De Nieuwe Top is vanwege twee redenen cruciaal. Ten eerste is het een broedplek voor vernieuwing; een plek waar over radicaal nieuwe ideeën nagedacht kan worden. Die zullen we nodig hebben om de vakbond de komende eeuw door te slepen. Daarnaast heeft de vakbond te maken met een vergrijzend ledenbestand. Zowel door de maat genomen als in de top. Dat betekent simpelweg dat we binnenkort te maken hebben met een slinkend ledenbestand en een enorm uittreden van kennis en ervaring. Om die voor te zijn moeten we nu jonge mensen gaan betrekken en een plek geven binnen de vakbond.

10. Wat neem je vanuit de geschiedenis van jouw vereniging mee voor je huidige werk en beschouw je als richtinggevend?

De geschiedenis van mijn vereniging is, zoals gezegd, nog zeer beknopt. Ik vind het bijzonder inspirerend hoe mijn voorgangers een goed functionerende vakbond hebben kunnen oprichten terwijl de hele vakbeweging in moeilijk vaarwater zat. Daarnaast durf ik nog wel verder terug de tijd in te gaan; naar de geschiedenis van de vakbond zelf. De tijd van Henri Polak en de zijnen. In deze periode kenmerkte de vakbond zich door heldere idealen, ambitieuze doelstellingen en een bijzonder progressief en vernieuwend geluid binnen de samenleving. Naar die kern moeten we terug, willen we de werkenden van de toekomst nog kunnen aanspreken.

Piet Hazenbosch

Augustus 2013