Het geheugen van de vakbeweging

Ria Caljouw: “Zo’n arbeidsorganisatie van de bond verander je niet een, twee, drie. En zeker niet als je met zo weinig vrouwen op bestuursfuncties aanwezig bent.’


Kaderlid, beleidsmedewerker, bestuurder en bondssecretaris van de Abvakabo FNV

Ria Caljouw-Rooijackers

Ria Rooijackers is geboren op 1 januari 1942 in Bladel als oudste van tien kinderen in een rooms-katholiek middenstandsgezin. Haar ouders hadden een bakkerij en waren beiden zeer actief in het verenigingsleven. Haar vader was voorzitter van de bakkersbond en de middenstandsbond. ‘Hij liep altijd alle vergaderingen af. Mijn moeder hield de boel bij elkaar, was lid van het Vrouwengilde, leerde op latere leeftijd zwemmen en bridgen en regelde alles’.

Ria ging naar kostschool, de MULO in Aarle Rixtel, daarna volgde ze 2 jaar (extern) de MMS in Veldhoven. Vervolgens ging deed ze een jaar Vormingsklas in Eindhoven en de Schoeversopleiding in Utrecht. Daarna werkte ze twee jaar als secretaresse bij Hagou, een handelsfirma in gereedschappen voor metaalbewerking, eerst in Eindhoven, later in Bladel.
Tijdens het carnaval ontmoette zij Co Caljouw, journalist bij Het Vrije Volk, een ‘rooie rakker’ uit Vught die tijdelijk in Eindhoven gestationeerd was. In 1963 werd er getrouwd. Co ging naar de editie Rotterdam waardoor zij de eerste anderhalf jaar op tweehoog achter aan de Kleiweg in Rotterdam gingen wonen. Ria en Co Caljouw kregen twee zonen.
Zijn overstap naar de editie Gouda betekende tevens een verhuizing naar die stad. Na het opheffen van het editiestelsel stapte Co Caljouw over naar de Goudsche Courant, later werkte hij bij de Haagsche Courant.

Herintreedster

In Gouda werd Ria Caljouw actief in het peuterspeelzaalwerk en in de medezeggenschapsraad van de lagere school van de kinderen. Met drie andere vrouwen deed zij, met begeleiding van de Universiteit van Amsterdam, onderzoek naar (het gebrek aan) kinderopvangmogelijkheden in Gouda. Het rapport dat daarover is verschenen werd aangeboden aan de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau. Ria was toen al actief PvdA-lid. Toen de kinderen naar school gingen, zocht Ria betaald werk. Medio 1972 trad zij als administratief medewerker voor halve dagen in dienst bij de Onderwijsinspectie, afdeling kleuter- en lager onderwijs. Tegelijkertijd werd zij lid van de Algemene Bond van Ambtenaren, aangesloten bij het NVV, de Abva.

Abva-vrouwen

De Abva had met 10% vrouwelijke leden in 1970, relatief veel vrouwen georganiseerd en dat nam in de jaren zeventig gestaag toe. Het NVV als geheel telde in 1970 nog maar 6% vrouwelijke leden en kwam in 1975 pas voor het eerst boven de 10% uit.  Begin jaren zeventig ontstond er een Abva-vrouwengroep. Op verzoek van onder andere Ria Caljouw, Jophien van Vaalen en Alie Kuiper, werd er in 1974 in Avegoor, het scholingsinstituut van de Abva in Ellecom, een cursus voor vrouwelijke leden georganiseerd met als thema De vrouw in het werk. Over wat vrouwen precies wilden, was nog niet meteen unanimiteit. Getrouwde vrouwen met kinderen, zoals Ria, zagen een deeltijdbaan als een kans weer de arbeidsmarkt op te kunnen gaan. Alleenstaande vrouwen, zoals Jophien, vonden  een deeltijdbaan geen volwaardig werk.

De bijeenkomst in Avegoor leidde tot de oprichting van een Werkgroep Vrouwenarbeid met als doel een officiële Bondscommissie Vrouwenarbeid van de grond te krijgen. Het bondsbestuur had er merkbaar moeite mee maar in 1975 werd er toch een vervolgcursus georganiseerd. Nu ging het er de vrouwen ook om, voorstellen te ontwikkelen voor wijziging van het Abva-bestuur. Behalve Rebecca Koperberg, een ‘kordate tante’ uit Amsterdam, die in 1973 in het onbezoldigde deel van het Algemeen Bestuur van de Abva was gekozen, bestond het bondsbestuur nog geheel uit mannen.

In september 1976 werd de eerste landelijke conferentie voor vrouwelijke Abva-leden gehouden en hier is de Commissie Vrouwenarbeid gekozen, met onder andere Jophien van Vaalen, Ria Caljouw en Saskia Poldervaart. Sanny Wesenhagen werd secretaris. Voorzitter van deze Commissie moest een bestuurslid zijn en dat werd Jaap van de Scheur. In 1977 was de Abva de eerste vakbond met een betaalde medewerkster voor het vrouwenwerk, Sanny Wesenhagen. Van de Scheur liet haar weten dat ze binnen het bondsbeleid moest blijven. Wesenhagen op haar beurt, kreeg kritiek van vrouwen die vonden dat zij veel te gematigd was; een hardnekkig dilemma wat nog jaren zou opspelen.

Ondanks de Commissie Vrouwenarbeid en de bezoldigde medewerkster, slaagden de Abva-vrouwen er de eerste jaren nauwelijks in  om greep te krijgen op het bondsbeleid. Ze werden bedolven onder nota’s en beleidsstukken, maar er gebeurde niets  met de adviezen en kritieken die ze leverden.

Van afdelingsvoorzitter tot districtsbestuurder

In de periode van 1976-1980 was Caljouw voorzitter van de Abva-afdeling in Gouda. De leden kwamen vooral uit de energiebedrijven, de PTT, de belastingdienst. de gemeentelijke reiniging en de ziekenhuizen. Daar werkten toen veel Joegoslavische meisjes, in de schoonmaak, die te weinig betaald kregen. De afdeling heeft zich erg ingezet voor de individuele belangenbehartiging en de verbetering van de arbeidsvoorwaarden van deze gastarbeidsters.

Afdelingsvoorzitters waren uit hoofde van hun functie, lid van de Bondsraad. De Abva was in de jaren zeventig nog steeds een echte mannenbond. Als afgevaardigde Caljouw in de Bondsraad iets wilde opmerken werd er aanvankelijk gezegd: ‘Dat vrouwtje uit Gouda krijgt nu het woord’. In 1980 werd bondsraadslid Caljouw beleidsmedewerker bij de Abva in Den Haag / Zoetermeer voor het wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroepsonderwijs en werd ze lid van de Dienstenbond FNV. Ook toen kroop het bloed waar het niet gaan kon en werd ze op afdelingsniveau actief in de Dienstenbond. De Abva fuseerde met de katholieke ambtenarenbond van het NKV tot AbvaKabo FNV. Caljouw solliciteerde in 1983 met succes op de functie van districtsbestuurder bij de AbvaKabo FNV in Zuid-Holland en werd qualitate qua weer lid van AbvaKabo FNV.

De ambtenarenstaking van 1983 in Dordrecht

Ria Caljouw in 1983 ten tijde van de ambtenarenstakingen

1983 was het jaar van de stakingen tegen de door het kabinet Lubbers aangekondigde loonsverlaging van 3,5% voor ambtenaren, trendvolgers en uitkeringsgerechtigden. Deze staking werd meteen haar vuurdoop, in Dordrecht. ‘Naar schatting 3500 demonstranten met 130 voertuigen vulden donderdag 3 november de Dordtse binnenstad. Het uitgezette parcours, beginnend bij het stadskantoor zat een uur lang potdicht. Alle gemeentelijke diensten, afdelingen en bedrijven, de politie, het gemeenteziekenhuis, de PTT, de belastingen, de brandweer, de reinigingsdienst en de TMD (Technische Milieudienst) waren in de stoet vertegenwoordigd. “Argumenten tegen de regering helpen niet meer. Daarom wordt het conflict op straat uitgevochten”, zei districtsbestuurder Ria Caljouw.’ Er werden niet alleen demonstraties gehouden, bij de reinigingsdiensten hebben 112 personeelsleden 4 dagen gestaakt. Ambtenaren hadden al een kleine tachtig jaar geen stakingstraditie op kunnen bouwen, dus het was spannend of en zo ja hoeveel leden uit al die sectoren mee gingen doen aan de staking. De opluchting als zich grote groepen meldden, was dan ook groot. Op maandag 7 november bracht het personeel van het gemeentelijk vervoersbedrijf geen voertuig in beweging. De reinigingsdiensten lieten de vuilniszakken staan. Ook bij de Industriebond FNV stond het vuilnis voor de deur.

‘In Dordrecht was de eerste actiegolf op zaterdag 12 november voorbij. De gemeentelijke autobussen werden weer rij-klaar gemaakt en er ging een telegram naar minister Rietkerk [Binnenlandse Zaken, VVD] met de mededeling dat de zaak “opgeschort” was in afwachting van “nadere acties”.  “Als dat in zou houden dat de toegangspoort van bus- en reinigingsbedrijf weer op slot zou gaan”, zo waarschuwden B. en W. in een telex, “stappen we naar de rechter.” Het college had al eerder met de rechter gedreigd in een zogeheten nieuwsbrief. AbvaKabo-bestuurder Ria Caljouw, die voor haar inzet bloemen aangeboden kreeg van de actievoerders, had als volgt op de boze plannen van het college gereageerd: “Wij bepalen zelf welke acties wij gaan voeren. Er is geen gemeentebestuur die dat voor ons zal bepalen.” ‘

Bij het vrouwenprotest op de stoep van het ministerie van BiZa in Den Haag waar Abvakabo vrouwen van 2-11 november een wake hielden, georganiseerd door Sanny Wesenhagen, waren ook vrouwen uit Dordrecht betrokken. Het idee hiervoor was ontstaan in het Landelijk Groepsbestuur Vrouwen, in navolging van de maandenlange wake die vrouwen in 1917 op het Binnenhof hadden gehouden tot het moment dat het vrouwenkiesrecht door een grondwetswijziging werd bekrachtigd. Tot zover de staking.

Eerste vrouwelijke regiocoördinator

In 1985 werd Ria Caljouw regiocoördinator in Utrecht waar toen ook nog het district Haarlem onder ging vallen. Zij was de eerste vrouw in die functie. Bondsbestuurder was in die tijd een fulltime baan en vergde volledige inzetbaarheid. Hoewel Caljouw eerder gepleit had voor deeltijdbanen was ze nu van mening dat dat voor de functie van vakbondsbestuurder niet echt praktisch was. Collega’s en leden zouden er nog aan moeten wennen dat je niet constant bereikbaar bent. ‘Zo’n arbeidsorganisatie verander je niet een, twee, drie. En zeker niet als je met zo weinig vrouwen op bestuursfuncties aanwezig bent.’ Ze was wel een voorstander van positieve actie, het personeelsbeleid kon wat dat betreft stukken beter.

In Utrecht gaf Caljouw leiding aan 25 mensen en had zij echt ‘haar eigen toko.’ Tegelijkertijd speelde zij als voorzitter van de afdeling een rol binnen de vereniging en kon zij als eerste onderhandelaar bij de gemeente Utrecht haar ei kwijt als belangenbehartiger. In Utrecht was Caljouw eindverantwoordelijke van alles. De combinatie van het primaire belangenbehartigingswerk met bestuurlijke en organisatorische verantwoordelijkheden, het was de mooiste tijd in haar vakbondsloopbaan vond ze achteraf.    

10 jaar vrouwengroep

Eind 1983 had de AbvaKabo twee emancipatiewerksters aangesteld, Jos Huber en Ankie Pastoors. Midden jaren tachtig leek het langzamerhand beter te gaan met vrouwen in de Abvakabo. Het aandeel vrouwelijke leden was intussen gestegen naar zo’n vijfentwintig procent. De vrouwengroep vierde op 17 november 1986 haar tienjarig jubileum met een conferentie in Avegoor. Ria Caljouw hield een inleiding, Is er bij AbvaKabo wat veranderd?  Zij memoreerde dat tal van bestuurders het opkomen van de vrouwengroep als een bedreiging hadden ervaren en sprak daar ook over haar ervaringen als vrouwelijke bestuurder. Ze merkte op dat positieve actie binnen de Abvakabo nog steeds nodig was.  “De positie van de vrouw is in ieder geval een meer geaccepteerd gegeven geworden; het wordt meegenomen in het bondsbeleid en op bondscongressen worden daarover prachtige dingen gezegd. Toch denk ik dat de praktijk vaak erg tegenvalt.” Dat gold voor de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt, maar ook binnen de bond. “Als we constateren hoe weinig vrouwen in hogere functies zitten – wat iets zegt over de vrouwonvriendelijkheid van bepaalde organisaties – en als we constateren hoe moeizaam kinderopvang te realiseren is en hoeveel moeite het kost vrouwen op bestuursniveau binnen de bond te krijgen, dan kun je alleen maar vaststellen dat er nog een hele lange weg te gaan is”.

Niettemin werd er een voorzichtige mentaliteitsverandering bespeurd. Steeds meer mannen gingen iets herkennen in de strijd die de vrouwen voerden, omdat die overeenkomsten vertoonde met de strijd die zij hadden moeten voeren – en er waren mannen die vonden dat die vrouwen eigenlijk wel gelijk hadden. Dit laatste werd ook erkend door Guus van Huygevoort, die in 1986 vanuit het DB voorzitter was van de vrouwengroep. Achteraf terugblikkend is Caljouw  over Van Huygevoort niet ontevreden want omdat hij een behoorlijke invloed had in het bondsbestuur, kon hij ook dingen voor elkaar krijgen.

De eerste vrouw in het Dagelijks Bestuur

In 1990 werd Ria Caljouw in het Dagelijks Bestuur van de AbvaKabo FNV gekozen. Tegelijkertijd volgde Cees Vrins Jaap van de Scheur op als voorzitter. In het DB van de AbvaKabo FNV dat uit zes personen bestond was Caljouw de eerste, en vier jaar lang de enige, vrouw. In 1994 kwam Nelly Altenburg als tweede vrouw in het bestuur, later gevolgd door Edith Snoey en Jenneke van Pijpen. In het begin had Caljouw voortdurend het idee dat de andere vijf DB’ers bezig waren om ‘hun stempel te drukken’.

Als hoofdbestuurder had Caljouw sociale zekerheid en uitkeringsgerechtigden in haar pakket. Begin jaren negentig was het aantal arbeidsongeschikten opgelopen tot bijna 900.000. De regering zag de oplossing voor het probleem van de lastendruk meer in het ingrijpen in de hoogte en de duur van de uitkeringen, dan in reïntegratiebeleid om mensen weer terug op de arbeidsmarkt te krijgen. In de herfst van 1991 hebben de drie grote vakcentrales FNV, CNV en MHP, massale acties georganiseerd tegen de afbraak van de WAO onder het motto Gezond werk verzekert beter. Op dit onderwerp had Caljouw te maken met Henk Muller, Federatiebestuurder Sociale Zekerheid van de vakcentrale FNV, en met de UGO-medewerkers Kerst Zwart en Tjeerd Herrema, aan wie zij goede herinneringen bewaart.  Henk Muller van zijn kant herinnert zich dat Ria Caljouw er altijd oplossingsgericht in zat en probeerde ruzies in de FNV-familie over de te volgen koers, bij te leggen.

In 1992, de werkloosheid liep tegen de 6%, ging de discussie binnen de FNV over de nota Met zekerheid aan de werk. Meer mensen aan het werk vereist dat er banen bijkomen, bijvoorbeeld via herverdeling van arbeid, ATV en grote deeltijdbanen. De Abvakabo vond dat in het FNV-rapport de nadruk wel wat meer op de rol van de overheid had mogen liggen. Caljouw: ‘Die kan als wetgever de werkgevers meer stimuleren om een werkgelegenheidsbeleid op te zetten. En zou als werkgever zelf ook meer moeten investeren in de collectieve sector. Bijvoorbeeld in de zorgsector, waar dringend behoefte is aan meer mensen.’ Ook toen al.

In 1993 was de groei van de werkloosheid het grootste zorgenkind van de vakbeweging. De Abvakabo FNV vond echter additionele arbeid, zoals de regeling voor de banenpool, een lapmiddel. Het leidde voor de werklozen in de praktijk niet tot een reguliere baan en werkgevers werd het te gemakkelijk gemaakt regulier wegbezuinigde banen – bijvoorbeeld de conducteur op de tram – te vervangen door werk op minimumloonniveau. De uitkeringsgerechtigdengroep van de AbvaKabo FNV zag wel iets in een voorstel dat werklozen zelf een plan zouden moeten maken hoe ze weer aan het werk zouden kunnen komen. Daar arbeidsmarktinstrumenten op inzetten, zou in hun ogen wel eens meer succes kunnen opleveren dan wat door het arbeidsbureau van bovenaf gedicteerd werd.

In de discussie over de toekomst van de sociale zekerheid nam de Abvakabo FNV een afwijkend standpunt in. De FNV wilde de solidariteit over de bedrijfstakken heen handhaven. De Abvakabo koos voor solidariteit per bedrijfstak, met in het achterhoofd dat de ambtenaren in 1996 hun specifieke ziekengeld- en wachtgeldregelingen zouden verliezen en onder de algemene werknemersverzekeringen zouden komen te vallen. Caljouw bepleitte een basisstelsel waarbij de overheid zieke, werkloze of arbeidsongeschikte werknemers een minimumuitkering garandeerde, terwijl de vakbonden per bedrijfstak collectieve afspraken over aanvullingen zouden kunnen maken. ‘De vakcentrale houdt veel te krampachtig vast aan het huidige stelsel. Wij denken dat je moet veranderen om greep te houden op de sociale zekerheid …  Meer financiële verantwoordelijkheid moet werkgevers ertoe aanzetten beter om te gaan met ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.’ Alles beter dan van overheidswege korten op de uitkeringen, moet Caljouw vaak gedacht hebben.

De versterking van het vakbondswerk voor vrouwen vergde ook nog steeds haar aandacht. In 1993-1994 nam Caljouw deel aan  de FNV-brede Projektgroep Vernieuwing Vakbondsvrouwenwerk onder voorzitterschap van Karin Adelmund, op dat moment vice-voorzitter van de FNV.

Bondssecretaris

… algemeen bondssecretaris, de spin in het web tussen bestuur, vereniging en werkorganisatie…

In 1998 werd Caljouw gekozen tot algemeen bondssecretaris, de spin in het  web tussen bestuur, vereniging en werkorganisatie. In dat jaar heeft zij mede de fusie van Abvakabo FNV met Novon gerealiseerd, een ambtenarenbond met 20.000 leden, aangesloten bij de Algemene Vakcentrale die in 1998 met de FNV is gefuseerd. Als bondssecretaris werden haar taken ook complexer. Een vernieuwingsvoorstel voor de verenigingsstructuur stuitte in 2001 op forse kritiek van de oude garde kaderleden. De nieuwe bondssecretaris stuurde aan op meer invloed voor de kaderleden uit de bedrijven. Het landelijk actieve verenigingskader uit de afdelingen had het gevoel aan de kant te worden gezet. Mensen die het meemaakten roemden de wijze waarop Caljouw het hoofd koel hield.

Natuurlijk verwachtten velen van Caljouw dat zij het, als vrouw, nu eindelijk, heel anders zou aanpakken dan die mannen van de bond altijd hadden gedaan. Aan die verwachtingen tegemoet komen, maar tegelijkertijd binnen de mogelijkheden blijven van de – nog steeds door mannen gedomineerde – grootste vakbond van ambtenaren, waar je door de meerderheid van de bestuurders en congresleden eigenlijk alleen serieus genomen werd als je de dingen regelde op de manier zoals die mannen dat altijd hadden gedaan, was niet eenvoudig.

Na drie termijnen, in 2002, namen secretaris Caljouw en voorzitter Vrins afscheid van het bondsbestuur. Cees Vrins kreeg een lintje. Voor vrouwen werd daar minder waarde aan gehecht? Ria Caljouw nam tevreden genoegen met de lovende woorden van de collega’s en congresleden en de bloemen en cadeautjes die haar ten deel vielen. Beiden gingen met de VUT.

Na de vakbeweging de politiek in

Caljouw stapte over naar de gemeentepolitiek. In 2002 was zij voor de PvdA in de gemeenteraad van Gouda gekozen. Vanaf 2004 tot 2010 was zij fractievoorzitter. Zij kreeg onder andere algemeen bestuur en beleid, huisvesting, migranten en vluchtelingen in haar portefeuille. Het voorzitterschap van het bestuur van Vluchtelingenwerk Gouda, heeft zij daarom opgezegd. Als voorzitter van de grootste fractie werd vaak een beroep op haar gedaan een vertegenwoordigende taak te vervullen. Het leiden van een 10-koppige club kritische en eigenzinnige PvdA-leden vroeg veel tijd en energie. Haar vakbondservaring kwam haar daarin goed van pas. In 2010, zij was toen 68 jaar, stelde zij zich niet meer herkiesbaar, om het stokje over te kunnen dragen aan een volgende generatie en om meer tijd vrij te maken voor familie en vrienden. Eindelijk zelf je agenda kunnen bepalen! De eerste jaren nog actief volgend wat er zich binnen de politiek afspeelde maar van lieverlee meer afstand nemend.

Ria en Co Caljouw bleven actief in het vrijwilligerswerk. Hij was al in de jaren tachtig betrokken bij de oprichting van de Heemtuin Goudse Hout, het actief beschermen van Gouds erfgoed zoals de Gouwekerk, maar ook het draaiorgel in de stad. En met vaste bijdragen over de natuur in eerst de Goudsche Courant en later de editie Gouda van het AD. Zij was van 2008-2018 Bestuursvoorzitter van de Vereniging van Eigenaren Breevaarthoek in Gouda en anno 2019 is zij nog steeds bestuurslid, bij de VvE van Landalpark Duc de Brabant in de buurt van Hilvarenbeek.

Floor van Gelder

juni 2019

Geraadpleegde literatuur

  • George Evers, Harry Peer en Geerten Schrama – Symbool van vertrouwen. Uit de geschiedenis van de Abva. Nijmegen, SUN, 1983.
  • Jan Rietveld – ABVAKABO in verzet. De herfstacties van 1983. Zoetermeer, april 1984.
  • Yvonne Bleeker en Ria Caljouw – Vakbeweging en uitkeringsgerechtigden. Initiatiefplicht voor werklozen. In : Zeggenschap sept/okt 1993
  • Corrie Eijl – Maandag tolereren we niets meer. Vrouwen, arbeid en vakbeweging 1945-1990. Amsterdam, 1997.
  • Aaneen: juni 1985, november 1986, maart 1992, november 1993, mei 2002