Het geheugen van de vakbeweging

Kaderleden van de Bouw- en Houtbond FNV helpen leden bij het aanvragen van WW

Onder Dak! – FNV Bouw 1982-2015

RECHTSTREEKS CONTACT MET LEDEN
NIET MEER VANZELFSPREKEND

VAN MEER DAN DUIZEND AFDELINGEN NAAR VIJF ADVIESCENTRA

Het behartigen van de belangen van de leden is de kerntaak van een vakbond. De Bouw- en Houtbond FNV gaf daar op twee manieren invulling aan. In de eerste plaats door zich tijdens de cao-onderhandelingen sterk te maken voor optimale collectieve arbeidsvoorwaarden. En in de tweede plaats door ervoor te zorgen dat ieder lid met zijn individuele vragen en problemen altijd bij de bond terecht kon. Daar werd dankbaar gebruik van gemaakt. Jaarlijks klopten tienduizenden leden bij de bond aan.

Een goede invulling van de Individuele Belangenbehartiging en Ledenservice (IBL) was en is voor de bond van levensbelang. De mogelijkheid om op de bond een beroep te kunnen doen bij problemen met de werkgever of de uitkeringsinstantie is voor veel werknemers de reden om lid te worden. Een bond die altijd klaar staat voor zijn leden en kennis van zaken heeft van arbeidsrecht en sociale verzekeringen weet de leden aan zich te binden en is aantrekkelijk voor werknemers die nog geen lid zijn. Die rol heeft de bond alleen kunnen waarmaken dankzij de inzet van duizenden kaderleden.

Leden die een beroep wilden doen op de bond hoefden daarvoor nooit ver te reizen. In meer dan duizend afdelingen waren kaderleden beschikbaar als ‘vraagbaak’. De vraagbaak hoorde de vragen en problemen van de leden aan en probeerde deze in eerste instantie zelf op te lossen. Wanneer dat niet lukte verwees hij het lid door naar een bestuurder of een andere instantie.  In het vakbondswerk was de rol van vraagbaak cruciaal: hij of zij was het visitekaartje van de bond en het imago van het vakbondswerk was afhankelijk van een adequate dienstverlening. De bond deed er dan ook alles aan om de vraagbaken in staat te stellen hun werk zo goed mogelijk te doen. Dat gebeurde vooral door cursussen aan te bieden en allerlei bijeenkomsten voor kaderleden te organiseren. Daardoor voelden de kaderleden zich betrokken bij de bond en dat wakkerde het enthousiasme aan.

FIJNMAZIG NETWERK

Olaus Wildbret

Behalve de vraagbaken waren er in de afdelingen nog veel meer kaderleden actief. Iedere afdeling had een eigen bestuur bestaande uit een voorzitter, een secretaris en penningmeester die door de plaatselijke leden werden gekozen. Onderdeel van de functie van penningmeester was dat hij tevens fungeerde als de plaatselijk vertegenwoordiger van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB). Het SFB was verantwoordelijk voor de uitvoering van de WW, ZW en WAO in de bouw en maakte daarbij graag gebruik van het fijnmazige netwerk van afdelingen van de vakbonden. Namens het SFB hield de plaatselijk vertegenwoordiger zich onder andere bezig met de intake van werklozen en met het uitbetalen van de WW-uitkering. Ook was hij het aanspreekpunt voor de uitvoering van bedrijfstakeigen regelingen zoals de VUT-regeling of het vorstverlet. Het SFB betaalde daarvoor een vergoeding aan de afdeling. Met dat geld kon de afdeling activiteiten voor de leden organiseren. In 1994 wordt besloten het netwerk van plaatselijk vertegenwoordigers te professionaliseren. Vanaf dat moment zijn het geen vrijwilligers meer die in iedere afdeling de taken voor het SFB uitvoeren, maar worden er in een beperkt aantal plaatsen betaalde administrateurs/plaatselijk vertegenwoordigers aangesteld. Zij komen in dienst van de bond en ze verrichten werkzaamheden voor zowel het SFB als de vakbeweging.

Werknemers die in aanraking kwamen met de WW of met een andere regeling waarvoor het SFB verantwoordelijk was, konden niet om de bond heen. Of ze nu lid waren of niet, ze moesten zich melden bij de plaatselijk vertegenwoordiger op het afdelingskantoor van de bond. Dat had een enorme meerwaarde voor de bond. Werknemers kwamen vanzelf in contact met kaderleden van de bond en het lidmaatschapsformulier was dan snel ingevuld. Andersom was de bond dankzij dat rechtstreekse contact goed op de hoogte van wat zich in de bedrijfstak en op de verschillende bouwplaatsen in de regio afspeelde. Voor de bond was het vervangen van de honderden plaatselijk vertegenwoordigers door enkele tientallen administrateurs/plaatselijk vertegenwoordigers dan ook een flinke aderlating. Dat werd nog versterkt toen in 1997 ook deze functie werd opgeheven. De administrateurs/plaatselijk vertegenwoordigers werden vervangen door vakbondsconsulenten, maar deze hadden geen formele taak meer bij de uitvoering van de sociale zekerheid. Werknemers die werkloos werden of gebruik maakten van een van de bedrijfstakeigen regelingen hoefden dus niet meer per se langs bij het afdelingskantoor van de bond. Daardoor dreigde de bond het contact met de werkvloer te verliezen en in een negatieve spiraal terecht te komen. Kaderleden ontlenen hun energie voor een belangrijk deel aan het rechtstreekse contact met de werknemers en als dat wegvalt daalt de animo om zich met vakbondswerk bezig te houden.

INLOOPSPREEKUUR OP ZESTIG LOCATIES

De krachtenbundeling die tot de ongedeelde FNV heeft geleid biedt volop mogelijkheden om het rechtstreekse contact tussen de bond en zijn leden weer te intensiveren. Op zestig locaties is inmiddels een kantoor van FNV Lokaal gevestigd waar leden terecht kunnen tijdens bijvoorbeeld een inloopspreekuur. Vanuit die kantoren worden bijeenkomsten georganiseerd om te discussiëren over een actueel thema of om tijdens een ‘vakbondscafé’ gewoon kennis met elkaar te maken. De vakbondsconsulenten van FNV Bouw zijn nu te vinden in de kantoren van FNV Lokaal. Zij weten alles over de bedrijfstakeigen regelingen die bonden en werkgevers hebben afgesproken, nu met name de pensioenregelingen. Ook helpen ze werknemers die arbeidsongeschikt zijn geraakt en herkeurd moeten worden. Nu FNV Bouw is opgegaan in de FNV zal de functie van vakbondsconsulent waarschijnlijk worden herzien. Over de financiering van de consulenten zijn nog tot 2018 afspraken gemaakt. Daarna wordt bekeken hoe de functie het beste kan worden ingevuld.

FNV ADVIESCENTRA VOOR PERSOONLIJK CONTACT

Er bestaat een sterke relatie tussen de organisatiegraad enerzijds en de mate waarin vakbonden betrokken zijn bij de uitvoering van de sociale zekerheid anderzijds. De praktijk in landen als België en Zweden laat dat duidelijk zien. Ook de ontwikkeling van het ledental van FNV Bouw heeft dat duidelijk aangetoond. Door alle ontwikkelingen op het terrein van de sociale zekerheid sinds begin jaren negentig heeft de FNV nog nauwelijks een positie in de uitvoering van de WW en het arbeidsmarktbeleid. Werknemers en uitkeringsgerechtigden zijn daar de dupe van en hebben behoefte aan betere individuele ondersteuning. Mede daarom zoekt de FNV naar mogelijkheden om het tij te keren en haar positie binnen het stelsel van sociale zekerheid te versterken. In dat kader is onlangs een pilot gestart met vijf FNV Adviescentra die ondersteuning bieden aan mensen die met werkloosheid worden bedreigd of net werkloos zijn geworden. Door de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt zijn werknemers steeds vaker gedwongen om van werk te wisselen. De bonden kunnen een belangrijke ondersteunende rol spelen bij het stimuleren van scholing en het zoeken naar nieuw werk. De FNV Adviescentra hebben expliciet als doel om werknemers die hun baan kwijtraken in de sterk geflexibiliseerde arbeidsmarkt beter te ondersteunen. De UWV biedt nog slechts digitale ondersteuning, bij de FNV adviescentra kunnen de werknemers die van werk moeten wisselen terecht voor persoonlijk contact en wordt ze maatwerk in de vorm van een individueel traject geboden. Er wordt gekeken naar iemands talenten en vakmanschap en naar mogelijkheden om die op passend niveau in te zetten. Kern is dat de werknemer zelf de regie houdt op zijn loopbaan. De aanpak is innovatief en omvat bijvoorbeeld ook aandacht voor de stress en de emotionele effecten die het verliezen van werk met zich meebrengen. In de FNV Adviescentra zijn professionals werkzaam die goed op de hoogte zijn van de regionale arbeidsmarkt.  In elk van de vijf centra werkt een team van ongeveer vijf medewerkers. Waar mogelijk worden daarin ook de vakbondsconsulenten van FNV Bouw ondergebracht.

In mei zijn de FNV Adviescentra van start gegaan in Nijmegen, Groningen (Noord), Amsterdam, Eindhoven/Helmond en Rotterdam (Rijnmond).  De centra werken vanuit een gemeenschappelijke basis, maar hebben elk hun eigen specifieke aandachtspunten. Zo krijgt in Nijmegen de grensarbeid speciale aandacht en wordt in havenstad Rotterdam intensief samengewerkt met Nautilus, de vakbond voor werknemers in de maritieme sector.

De pilot met de adviescentra komt voort uit het Sociaal Akkoord dat in 2013 door het kabinet en sociale partners is afgesloten en wordt voor 60 procent gefinancierd door de overheid. De centra bedienen dan ook alle werknemers en werkzoekenden, ook de ongeorganiseerden. In die zin zijn de adviescentra onafhankelijk. De FNV krijgt dus dankzij de adviescentra weer de met werkloosheid bedreigde werknemers over de vloer en kan ze verder helpen. Dat biedt mogelijkheden om zich als daadkrachtige vakbond te profileren. Als dat lukt zal dat een positief effect hebben op de organisatiegraad, waardoor de FNV haar positie in onderhandelingen met werkgevers of de overheid kan versterken. De pilot heeft een looptijd tot eind 2018. In die periode wil de FNV minimaal 2.500 werkzoekende helpen. Aan de hand van de bevindingen wordt doorgepraat over de structuur en uitvoering van het stelsel van sociale zekerheid. Daarbij wordt gekeken naar de ervaringen met de adviescentra en wordt het aantal mogelijk uitgebreid.

 

Olaus Wildbret (Amsterdam, 1954) is opgeleid tot bouwkundig calculator, maar heeft die functie in de praktijk nooit uitgeoefend. Na onder andere in de detailhandel te hebben gewerkt trad hij in 1982 in dienst bij de Bouw- en Houtbond FNV als plaatselijk vertegenwoordiger. Hij groeide al snel door naar leidinggevende functies en werd in 2001 hoofd van de afdeling Individuele Belangenbehartiging en Ledenservice (IBL) en in 2008 plaatsvervangend algemeen directeur. Bij de FNV was Wildbret manager van het programma Regie WW waar de FNV Adviescentra een onderdeel van zijn. Sinds kort is hij hoofd van FNV-Advocaten.