Het geheugen van de vakbeweging

Proeve sociaal statuut in cao-vorm [1974]

De BVA, Vereniging van werknemers in Bank- en Verzekeringbedrijf en Administratieve kantoren, publiceerde 27 jaar geleden, als bijlage van het ledenmagazine PERSPEKTIEF, een ”proeve” van een sociaal statuut. In de toelichting was te lezen: “Het woord “proeve” maakt reeds duidelijk dat wij hier geen uitgekristalliseerde overeenkomst presenteren. Deze proeve wordt gepubliceerd om de B.V.A.-kringen, de geïnteresseerde B.V.A.-leden en ook onze relaties buiten de eigen ledenkring gelegenheid te geven zich verder te verdiepen in deze materie. Onze proeve, die zoals gezegd vatbaar is voor verbeteringen, gaat overigens wel uit van onze zienswijze omtrent het begrip “Sociaal Statuut”, waaraan de vakorganisatie kan en dient mede te werken en mede inhoud en vorm kan geven en die wordt vastgelegd als een recht in de vorm van een collectieve arbeidsovereenkomst.”

Geert Wagenaer, auteur van dit artikel

De bijlage telde zeven pagina’s tekst. De eerste twee pagina’s bevatten een toelichting en een beschrijving van de opzet. De onderwerpen die in de proeve aan de orde kwamen waren: dienstverband, werktijd, salariëring, diverse arbeidsvoorwaarden, pensioenen, bezitsvorming, ploegendienst, planning personeelsbestaand, promotiebeleid, prestatiebeoordeling, werkstructurering, werkoverleg, sollicitatiebeleid, oudere werknemer, gezondheid en arbeidsongeschiktheid, fusie en reorganisaties, ondernemingsstructuur, ondernemingsraad en sociaal jaarverslag. De geformuleerde uitgangspunten voor het sociaal beleid: belangstelling en achting, bestaanszekerheid, rechtszekerheid, arbeidsklimaat en werkomstandigheden, onderneming als samenwerkingsverband en medezeggenschap, maakten duidelijk dat het ging om een ander soort c.a.o. dan we tot nu toe kenden. Omdat het een proeve was, voor alle bedrijfstakken en ondernemingen waar de vereniging BVA actief was, werd de bijlage uitvoerig besproken met de leden in kringvergaderingen. Dit leverde veel suggesties, opmerkingen en vragen op waarvan de Bestuursraad heel serieus kennis heeft genomen.

De BVA-proeve trok al vrij snel na de publicatie ook de aandacht van het bestuur van de Vereniging Hoger Personeel Bankbedrijf [VHPB].  Aan het cao-overleg in het Bankbedrijf werd gedurende een reeks van jaren van werknemerszijde door drie partners deelgenomen. Zij dienden gezamenlijke wijzigingsvoorstellen in. De VHPB en de Dienstenbond NKV, die zich als nieuwe ‘partijen’ hadden aangemeld, schoven in 1974 aan als toehoorders bij de onderhandelingen voor een nieuw cao in het bankbedrijf. Zij hadden hiervoor geen wijzigingsvoorstellen ingediend.

De BVA-proeve sprak de VHPB aan, vormde het fundament voor een samenwerkingsovereenkomst en werd, in een gezamenlijke ‘Proeve’, toegeschreven naar de Bankbedrijf. De Proeve vormde ook een uitstekende basis voor de gezamenlijke cao-voorstellen, in een nieuwe situatie. De Dienstenbonden van CNV, NKV en NVV kwamen ook met gezamenlijke voorstellen. De MHP-organisaties BVA en VHPB kwamen met een eigen ‘pakket’ en verwierven bij het cao-overleg sindsdien een toonaangevende positie. Ook bij de ingrijpende uitbreiding en vernieuwing van de collectieve overeenkomst, het ontwerpen van een functiewaarderingssysteem, het ontwikkelen van een nieuwe salarisstructuur en het herschrijven van de salarisparagraaf was dat het geval. Daarbij heeft ook een andere BVA-studie: “…salarisbeleid en –praktijk in het bank-, verzekerings- en administratieve bedrijf” (*) een belangrijke rol gespeeld. De BVA en de VHPB konden gezamenlijk tijdig inspelen op de  noodzakelijke vernieuwing van de CAO voor het Bankbedrijf en daarbij een belangrijke rol vervullen.

Geert Wagenaer,
oud vicevoorzitter BVA en oud cao-onderhandelaar in het Bankbedrijf

(*) “CAO’s voor beambten en bedienden” (Geert Wagenaer) in COLLECTIEF GEREGELD. Uit de geschiedenis van de cao. Jubileumuitgave van de Vakbondshistorische Vereniging VHV-1993