Het geheugen van de vakbeweging

Prinsjesdag 1920: … De majesteit droeg een gris perle robe, gesierd met het lint van het Grootkruis van de Nederlandse Leeuw en een ronde hoed met veren in dezelfde kleur. Prins Hendrik was in admiraalsuniform….


Het gist in Europa

Prinsjesdag 1920

Eén dag per jaar heeft Nederland een Zonnekoning. En wel op Prinsjesdag. Men zegt dat op deze dag  het Feest van de Democratie wordt gehouden. Voor de volle honderd percent gaat dat natuurlijk niet op met een erfelijk staatshoofd. Noem het een anomalie. In 2020 wordt de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal niet in de Ridderzaal gehouden, maar in de Grote Kerk in Den Haag. Dit artikel Prinsjesdag 1920 is de vijfde in de reeks die in 2016 begon.

Harry Peer, auteur van deze beschouwing

In 1964 werd ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Staatsdrukkerij een statige bundel uitgegeven met alle Troonredes, Openingsredes en Huldigingsredes. De publicatie is voorzien van een inleiding, annotaties en tekeningen. Ik heb het te leen uit het magazijn van de bibliotheek. Ik kan nou niet zeggen dat het leest als een spannende roman, maar wel dat de lezer van jaar tot jaar (vagelijk) op de hoogte wordt gesteld van (inter)nationale gebeurtenissen, beleidsvoornemens, op stapel zijnde wetgeving en zorgen over inkomsten en uitgaven van het Rijk. De lezer moet vooral tussen de regels door lezen en van geschiedenis op de hoogte zijn om te weten dat er veel niet wordt genoemd en dat er achter een enkele zin een dramatische werkelijkheid kan schuil gaan. Zeker als het gaat om bijvoorbeeld de afschaffing van de slavernij in Suriname en de Antillen en de oorlogsverwikkelingen in de Oost, met name Atjeh. Over arbeidsverhoudingen, het lot van de werkende Nederlander en de opkomende vakbeweging komt de lezer (vrijwel) niets tegen. Wel af en toe iets over de opbouw van sociale wetgeving, de rechtstoestand van ambtenaren en de regeling der collectieve arbeidsovereenkomsten. Niet onbelangrijk natuurlijk.

Blunder van koning Willem I

… Koning Willem I sprak de eerste Troonrede uit op 2 mei 1815…

Voordat we op het jaar 1920 ingaan toch nog een opmerking over de nieuwe koning en het eerste woordje dat hij tot zijn onderdanen richtte. In de zeventiende eeuw was Nederland een staat zonder koning, zonder een hof van edelen, een koloniaal wereldrijk in wording, een natie die bewondering afdwong en jaloezie opriep bij de omringende landen. Met de eigenzinnige, autocratische vorst Willem I lichtte de vroegere Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden op als bakermat van de Verlichting. De bundel vangt aan met de Inhuldigingsrede van koning Willem I op 30 maart 1814 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Meer dan een eeuw lang is “Mijne Heren” de aanhef.  Er valt een redenering op te bouwen dat de zoon van de laatste stadhouder in het machtsvacuüm aan het einde van het tijdperk-Napoleon met een soort staatsgreep geleid door Gijsbert Karel van Hogendorp uit het bekende Driemanschap op de troon is gezet. Na bijna twintig jaar waren de meeste Nederlanders de Oranjes vergeten. Vele jaren had Willem Frederik rondgedoold in Europa. Mogelijk dat de opwinding over zijn uit de hemel gevallen troon de reden is dat de nieuwe vorst zijn voorzichtigheid laat varen en meteen een enorme blunder maakt. Trots kondigt Willem I de huwelijksverbintenis van zijn oudste zoon, de erfprins, aan met prinses Charlotte, de dochter van de Prins-Regent van Groot-Brittannië. Willem I zag vermoedelijk de glorietijd van stadhouder-koning Willem III herleven. Helaas, zes weken later verbreekt de prinses de verloving. De ironie wil dat Charlotte wat later trouwt met Leopold von Saxen-Coburg, die in 1830 de eerste koning van België wordt. Erfprins Willem II huwt enige tijd later met Anna Paulowna, dochter van de Russische tsaar, ook geen slechte keuze. Koning Willem I weet niet dat zijn uitglijder het begin is van Oranje-spotternijen die zich uitstrekken tot de huidige koning die met een speedboot ter waarde van twee miljoen euro door de Griekse wateren scheurt. De naam Prinsjesdag was aanvankelijk de aanduiding voor de verjaardag van stadhouder prins Willem V (1748-1806). Willem I sprak de eerste Troonrede uit op 2 mei 1814, Willem II op 4 augustus 1840, Willem III op 12 mei 1849, Emma op 15 september 1891 en Wilhelmina op 20 september 1898.

Het gist in Europa

“Een radicale feministe als Wilhelmina Drucker (1847-1925) moet  ze verafschuwd hebben…

Koningin Wilhelmina spreekt op 21 september 1920 tot het verzamelde parlement. De Verenigde Vergadering. Honderd Tweede Kamerleden en vijftig Eerste Kamerleden. De majesteit droeg een gris perle robe, gesierd met het lint van het Grootkruis van de Nederlandse Leeuw en een ronde hoed met veren in dezelfde kleur. Prins Hendrik was in admiraalsuniform. De Ridderzaal bood net als in voorgaande jaren dezelfde schitterende aanblik door de veelkleurige, van goudgalon en ridderorden fonkelende uniformen en ambtsgewaden en de fraaie toiletten van de dames. Tegenwoordig raken de royalty-watchers in extase van de exotische hoeden van de vrouwen, vroeger ging de aandacht van de pers uit naar de kleding van de mannen.  We lezen dan over in rok, in goed gesneden jas, in militair uniform en in de witte ministerbroek geklede heren. Twee opvallende pauwen pronkten met hun veren: de man in het tenue van de Malthezer Ridder Orde en om hem maar bij naam te noemen Monseigneur Wilhelmus Hubertus Nolens, de leider van de Rooms-Katholieke Staatspartij, gehuld in de purperen mantel van geheim-kamerheer van de Paus.  De aanhef “Mijne Heren” is sinds 1918 niet meer mogelijk. Aan de zijde van Suze Groeneweg, het eerste vrouwelijke Tweede Kamerlid, heeft zich sinds februari 1920 ook Carry Pothuis-Smit geschaard, het eerste vrouwelijke Eerste Kamerlid.  Wilhelmina had regelmatig contact met de rooms-katholieke minister-president jonkheer Charles Joseph Marie Ruys de Beerenbrouck, of ze ooit een woord heeft gewisseld met deze twee sociaaldemocratische vrouwelijke parlementariërs is me niet bekend. Koningin Wilhelmina hield zich verre van de strijd voor gelijke rechten voor en door vrouwen. Een radicale feministe zoals Wilhelmina Drucker (1847-1925) naar wie later Dolle Mina is genoemd moet  ze verafschuwd hebben.

Het staatshoofd: “Wederom valt Mij het voorrecht te beurt in Uw midden te mogen spreken van werken des vredes. Al is de oorlogsfakkel in Europa nog niet geheel gebluscht, zoo heeft God ons toch vergund voortdurend werkzaam te zijn tot herstel van het door den oorlog verbroken evenwicht. Desniettemin blijft de aanhoudende duurte van de eerste levensbehoeften, ook in hare gevolgen, zorgwekkend”.  Achter de woorden over vrede en oorlog van de vorstin gaat heel wat schuil. In de nasleep van de Grote Oorlog gistte het overal in Europa. De koningin verwijst indirect naar de al twee jaar durende oorlog tussen Polen en de naar het westen opdringende Russische communisten.  Tot grote verrassing van militaire deskundigen wordt een aanval van de Sovjettroepen op Warschau medio augustus 1920  afgeslagen. Het Rode Leger wordt  op verpletterende wijze door de Polen onder leiding van maarschalk Josef Pilsudski verslagen. Daarmee was de net verworven Poolse onafhankelijkheid gered en de weg voor de Russische troepen richting Duitsland geblokkeerd. Lenin geeft in een rede een maand later op 20 september een andere draai aan de verloren veldslag: Pilsudski en zijn Polen  veroorzaakten een gigantische, ongelooflijke nederlaag van de wereldrevolutie. In Duitsland wordt in maart 1920 de zogeheten Kapp-Putsch verhinderd, een poging tot een staatsgreep van extreemrechtse zijde met de bedoeling om de Weimar-republiek om zeep te helpen. Twaalf miljoen arbeiders staken om de wettige regering in het zadel te houden.  1919 en 1920 worden in Italië  de Rode Jaren genoemd. Industriearbeiders staken massaal in 1920. Mussolini en zijn fascisten profiteren van de woelige situatie door een bondgenootschap met ondernemers in de industrie. Op 16 mei 1920 pacificeert Benedictus XV Frankrijk door het land opgewonden te maken met de heiligverklaring van Jeanne d’Arc. Een troostprijs  voor de vrouwen in Frankrijk, want die moesten nog tot april 1944 wachten voordat ze het stemrecht kregen. Nederland was de paus net te vlug af. Op 15 mei 1920 was de 43-jarige Elise Spauwen-Schrijnemakers, echtgenote van de burgemeester van Gronsveld, de eerste vrouw in ons land die ooit een stem bij verkiezingen uitbracht.  En wel bij de raadsverkiezingen vanwege de herindeling van de gemeentes Maastricht-Gronsveld.

Olympische Spelen

… op 15 mei 1920 was de 43-jarige Elise Spauwen-Schrijnemakers de eerste vrouw in ons land die ooit een stem bij verkiezingen uitbracht, en wel bij de raadsverkiezingen vanwege de herindeling van de gemeentes Maastricht-Gronsveld…

Er zijn ook gebeurtenissen, evenementen, in 1920, die verbroederen en die we nu in coronatijd node missen. De Spaanse griep was in 1920 uitgewoed, anders waren net als in 2020 onderstaande sportfestijnen mogelijk ook afgelast. Als eerbetoon aan het zo door de oorlog getroffen België werden de Olympische Spelen in Antwerpen gehouden. Koning Albert opende de spelen officieel op 20 april. 29 landen namen deel, met 2591 mannen en 78 vrouwen. De Verenigde Staten sloegen de trom met 95 medailles. Gastland België eindigde met 36 medailles, waaronder 14 gouden,  op de vijfde plaats. Nederland veroverde de negende plaats met 4 gouden, 2 zilveren en 5 bronzen medailles. Rie Beisenherz (1901-1992) was de eerste Nederlandse die deelnam aan de Olympische Spelen. Ze was de snelste Europese zwemster op de Spelen. De heren van de zwembond verliezen de sportiviteit uit het oog. Ze zagen al niets in Reisenherz deelname aan de Olympiade en weigerden bovendien het door haar verbroken nationaal record met zes seconden op de honderd meter vrije slag te erkennen. Reden: het record was niet gemeten in Nederland. Alom verontwaardiging over deze bureaucratische opstelling. Aan de start van de Vierdaagse van Nijmegen begin september verschenen 543 wandelaars waaronder 3 vrouwen. 428 deelnemers haalden in de regen de eindstreep.

Niet alleen sportlieden komen internationaal bij elkaar. Ook arbeiders en hun bonden verenigen zich weer over de grenzen. Half juni 1920 vindt in Den Haag de heroprichting plaats van het in 1908 in Zürich opgerichte maar in de Eerste Wereldoorlog uiteengevallen interconfessionele Internationaal Christelijk Vakverbond (ICV). De Nederlander P.J.S. Serrarens, bestuurder van het R.K. Vakbureau, wordt gekozen tot secretaris-generaal van het ICV. Ruim een maand later wordt op initiatief van onder andere de Komintern de Internationale Raad van Vak- en Industriebonden (RVI) opgericht. Deze Raad wordt in juli 1921 omgezet in de Rode Vakbonds Internationale.

Ceremonieel vertoon

De Troonrede is beknopt. Dagbladen klagen de volgende dag over de geringe betekenis ervan, maar zijn ook blij dat in tegenstelling tot voorheen “veel gemeenplaatsen die aan onbeduidende uitlatingen een schijn van gewichtigheid poogden te geven er uit zijn vervallen”. De Koningin stipt de Volkenbond nog even aan, er is een indirecte verwijzing naar problemen met België. Van de op stapel zijnde wetgeving is die over de huisindustrie belangrijk voor de werkende klasse. Koningin Wilhelmina hoeft maar één bladzijde voor te lezen. Daarmee zit haar belangrijkste taak voor het jaar er weer op.  In het najaar rust ze meestal uit door wekenlang  langs de Noorse fjordenkust te cruisen. Prinsjesdag is vooral ceremonieel vertoon, opgewonden gedoe rondom de rijtoer met de Gouden Koets, voor veel burgers een feestje waarbij ze elkaar voor de voeten lopen om het staatshoofd  in de verte te zien zwaaien en haar of hem te kunnen toejuichen. Daar lezen we ook over. Het publiek stroomt het Malieveld op, niet omgeploegd, niet natgeregend. Op Prinsjesdag 1920 wordt eveneens de viering van de veertigste verjaardag van Wilhelmina op 31 augustus meegenomen. Op die dag was ze niet in het land. We lezen: “Het Malieveld, dat zich bij uitstek leent voor dergelijke gelegenheden, bood door de talrijke vaandels, oranje-wimpels en nationale vlaggen een fleurig aanzien”. De stoet stelt zich op, 86 verenigingen uit het hele land, 10.000 personen. De Koningin wordt een grootse oranje bloemenhulde gebracht. Het is goed mogelijk dat Willem Drees als wethouder van Den Haag (1919-1933)  op die middag ook op het Malieveld aanwezig was. Zeker weten doe ik het niet. Wat we wel zeker weten is dat de latere zeer geliefde en gerespecteerde minister-president (1948-1958) tot grote verbazing en verontwaardiging van velen in 2020 uit de Canon van de Nederlandse geschiedenis is verwijderd.  Die maatregel is al even verrassend als het schrappen van Floris V wiens naam verbonden is met de bouw van de Ridderzaal. De Ridderzaal kunnen we opvatten als de Tempel van de Nederlandse Democratie. De symbolische betekenis daarvan is de leden van de Commissie Herijking Canon van Nederland kennelijk ontgaan. De Nederlandse geschiedenis beweegt zich volgens de nieuwe canon nu tussen Trijntje en de Leeuwinnen. Wel erg burlesque.

Het is slikken voor de leden van de Oranjeverenigingen en de aanhangers van de monarchie. Vanwege de maatregelen tegen de coronavirus ziet het programma van Prinsjesdag in 2020 er anders uit dan in voorgaande jaren: de rijtoer van de Koning in de Glazen Koets gaat niet door, er zal geen bordesscène zijn, enzovoorts. De glans is er af. De Gouden Koets wordt (voorlopig) opgeborgen in het Amsterdam Museum. De gemeente Den Haag vraagt mensen om op dinsdag 15 september weg te blijven en de ceremonie op de televisie te volgen.

Anti-revolutiewet

… de strijd in de bedrijfstakken heeft succes. Er worden cao’s afgesloten…

In Nederland zijn de autoriteiten zo bevreesd voor een revolutie dat ze menen dat een anti-revolutiewet kan voorkomen dat radicale elementen een poging zullen doen de macht over te nemen. De angst voor Troelstra was nog niet verdwenen. Wellicht boezemt het in mei aangenomen  Socialisatierapport van de SDAP, waarin de overgang van kapitalisme naar socialisme wordt beoogd, de leden van het conservatieve kabinet-Ruys de Beerenbrouck extra angst in.  Het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) stelde daarnaast zijn eigen socialisatieprogram op. Communisten hebben hun intrede gedaan in de Tweede Kamer. Een verstandig pragmatisch initiatief van overheidszijde was de installatie van de Hoge Raad van Arbeid waarvan minister Piet Aalberse de eerste voorzitter werd.  De Hoge Raad van Arbeid is een overlegplatform (een soort voorloper van de Sociaal Economische Raad) met als doel werkgevers en vakorganisaties bij het sociaaleconomisch beleid van de regering te betrekken.  Arbeiders vrezen dat de anti-revolutiewet ook als een anti-stakingswet gebruikt zou kunnen worden. Geen gekke gedachte, ten slotte was het ambtenaren en spoorwegpersoneel sinds 1903 verboden het stakingswapen in het overleg over arbeidsvoorwaarden te gebruiken. Stakingen en uitsluitingen volgden elkaar in 1920 op: transportarbeiders, bouwvakkers, meubelmakers, fabrieksarbeiders, kleermakers en sigarenmakers komen op voor een hoger loon en een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst. Op 5 augustus komt het tot afkondiging van de wet van 28 juli 1920 “houdende nadere voorzieningen tot bestrijding van revolutionaire woelingen”.  Een staking tegen de anti-revolutiewet krijgt weinig steun. Maar de strijd in de bedrijfstakken heeft succes. Er worden cao’s afgesloten.

Harry Peer             

September 2020

Eerdere Prinsjesdag beschouwingen van Harry Peer