Het geheugen van de vakbeweging

September 1916

kiesrechtdemonstratie-in-amsterdam-op-17-september-1916
Massale door SDAP en NVV georganiseerde kiesrechtdemonstratie in Amsterdam op zondag 17 september 1916

In september 1916 werd er ten zuiden van onze landsgrenzen hevig gevochten aan de Somme en bij Verdun. De oorlogvoerende partijen probeerden een doorbraak te forceren in de impasse van de loopgravenstrijd. Vergeefs. In 1916 sneuvelden er gemiddeld zo’n 5000 soldaten per dag. De oorlog leidde tot technologische vernieuwingen die het doodseinde van de soldaten alleen maar gruwelijker maakte. In 1915 was gas geïntroduceerd. 1916 bracht de vlammenwerper en de tank. Nederland was neutraal, maar de burger leefde natuurlijk steeds met de vrees van schending van de neutraliteit en dat het land bij het geweld betrokken zou worden. De oorlog leidde op tal van terreinen tot grote problemen waar de rijksoverheid en gemeenten sturend en soms dwingend in moesten optreden. Om te beginnen de opvang van een miljoen vluchtelingen uit België. Nederland heeft ruim 4 jaar te maken gehad met een algemene mobilisatie. Op een bevolking van ongeveer 6,5 miljoen mensen waren er circa 200.000 gemobiliseerde mannen. Dan komen we toch dicht in de buurt van zo’n 10 % van de mannen boven de 21 jaar, onttrokken aan het gezin en het sociaaleconomisch leven.  Ze verlangden naar huis en haard, verveelden zich in kazernes en andere onderkomens. De hervormde predikant Johannes Langman (1871-1958) attendeerde in een lezing in april 1917 te Leeuwarden op de gevaren van “andere invloeden” op de christelijke jongeren. Hij attendeerde op “het gering aantal militairen dat de prediking van het woord Gods bijwoont, op het vloeken, naast het soldatenleven een lui leven, wijst op het zouteloze, niet zelden gemeen en onzedelijke van de door vele soldaten gevoerde gesprekken”. De katholieke De Engelbewaarder daarentegen is blijmoedig, tekent op dat de duizenden protestantse noordelingen die zuidwaarts zijn getrokken een positiever beeld van de katholieken hebben gekregen. “Zij hebben hier de katholieken, het katholieke leven, de priesters en de kloosterlingen van nabij leeren kennen. Dat was voor vele andersdenkenden onder hen een openbaring. Van jongsaf in de grofste vooroordelen opgevoed, hadden ze zich van de katholieke Zuiderlingen de monsterachtigste voorstellingen gevormd. De nadere kennismaking deed bij hen die vooroordelen als rook voor den wind verdwijnen”. Kennelijk zijn wat protestantse jongemannen tot het katholicisme overgegaan om met een katholiek meisje te kunnen trouwen. De mobilisatie schudde de samenleving dooreen, maar alles was natuurlijk beter dan oorlog. Dat besefte men goed. Kenners van Frankrijk hebben een apart fonds in het leven geroepen voor het bijeen brengen van geld voor kunstarmen en kunstbenen van Franse slachtoffers. Het klinkt macaber. De burger die gevraagd werd daarvoor te doneren zal blij zijn geweest niet in België of Frankrijk te wonen.

Kiesrechtdemonstraties

aletta-jacobs
Aletta Jacobs (1854-1929), voorvechtster van het vrouwenkiesrecht

In Nederland heerste vrede, maar was er wel politieke strijd. De Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) en het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) organiseerden op zondag 17 september 1916 een kiesrechtdemonstratie op het Amsterdamse IJsclubterrein waar maar liefst 40.000 mensen aan deelnamen. De Nederlandse Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht had de roep om stemrecht al eerder kracht bijgezet met een demonstratieve vrouwendag op 16 april. Op de achttiende juni gingen 18.000 vrouwen en mannen in de hoofdstad de straat op om te demonstreren voor het vrouwenkiesrecht. Tot 1917 hadden alleen mannen met een bepaald inkomen stemrecht, dat was ongeveer 30 % van de bevolking. De vrouwen stonden op één na buitenspel. Elk jaar werd de Troonrede voorgelezen door een jonge vrouw die steevast begon met de aanhef “Mijne Heeren!” Een potsierlijke situatie. Koningin Wilhelmina ging in de Troonrede op dinsdag 19 september vanzelfsprekend in op de actualiteit van de oorlog. Meteen al in de eerste zin, “Een derden male sedert de rampzalige oorlog uitbrak, die Europa verscheurt, ben ik in Uw midden, vervuld door de zorg voor de hoogste belangen van ons vaderland”; nog twee citaten:  “Het economisch leven van ons land ondervindt meer en meer den invloed van de omstandigheden welke door den oorlog zijn in het leven geroepen” en “De maatregelen tot handhaving van de neutraliteit en tot tempering van de nadeelige gevolgen van de crisis voor de economisch zwakkeren blijven bij voortduring zeer hooge eischen stellen aan de schatkist”. In het Algemeen Handelsblad van woensdag 20 september 1916 lezen we over de voorgaande dag onder het kopje Vrouwenkiesrecht: “Even vóór den afloop der Kamerzitting had zich een aantal leden der Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, getooid met vlaggetjes enz., bij den ingang van het Kamergebouw opgesteld om den vertrekkenden Kamerleden een geschriftje aan te bieden. De hoofdcommissaris van politie maakte persoonlijke eenige ruimte zoodat de Kamerleden niet genoodzaakt waren tusschen de in twee rijen geschaarde dames door te gaan. Zij bleven wachten, totdat het laatste Kamerlid vertrokken zou zijn. Eenigen der Volksvertegenwoordigers hadden door een achteruitgang het gebouw verlaten. De heer Hugenholtz kwam dit aan mevr. Aletta Jacobs mededeelen, zeggende: “Als u het vrouwenkiesrecht veroveren wilt, moet u uitgeslapen zijn.” Toen de dames aldus vernamen, dat verder wachten tevergeefs zou zijn, gingen zij heen en keerde de rustige rust op het Binnenhof weder”. Zeldzaam paternalistisch. In Het Volk van die woensdag lezen we dat de dames naar de nabij gelegen grote concertzaal zijn gegaan om onder voorzitterschap van Aletta Jacobs verder over de Troonrede te praten.  Het is een grote algemene vergadering waar veel personen op zijn afgekomen. We citeren mejuffrouw Van der Meer van Kuffeler. Zij betreurt het “dat de troonrede geen enkel woord over het vrouwenkiesrecht bevatte. Wat zou het een jubelkreet ontlokt hebben als de eerste vrouw des lands het kiesrecht voor haar sexe-genoten had kunnen en mogen aankondigen. Intusschen zijn de vrouwen door het zwijgen niet ontmoedigd. In alle landen zal na den oorlog de plaats van de vrouw een hoogere en betere zijn”. De Miljoenennota ging toen nog echt over miljoenen. De staatsuitgaven voor 1917 worden geraamd op f 300.388.515,14; dat is bijna 17 miljoen hoger dan het voor 1916 geraamde bedrag. Het algemeen kiesrecht komt in zicht. De grondwetsherziening wordt een jaar later gerealiseerd, maar tot teleurstelling van velen zonder het actieve kiesrecht voor vrouwen.

Conservatieve bisschoppen

in-het-voorportaal-der-kerk-2-p-59-een-beeld
Kritische vermakelijke cartoon van Albert Hahn over de invloed RK kerk op arbeiders

De bisschoppen laten zich die maand ook nog horen. Al eerder hadden zij arbeiders verboden zich te organiseren in interconfessionele bonden. Op 26 september komt het episcopaat met een communiqué uit met daarin de deftig geformuleerde sleutelzin:  “Derhalve dient van de werkliedenvereeniging een stuwkracht uit te gaan om de werklieden tot een inniger godsdienstig leven op te wekken en tot hooger zedelijk peil voortdurend op te voeren”. De bisschoppen volgen de opvattingen van de zogeheten Limburgse school, waarin de vakorganisatie als een onderdeel van de in christelijke zin te hervormen samenleving wordt gezien. Henri Poels en Henri Hermans zagen hun inzet beloond. De standsorganisaties houden zich bezig met de vorming en ontwikkeling van arbeiders en moeten per bisdom georganiseerd blijven. Zij krijgen er bovendien nog de zorg voor niet-vakgebonden behoeften bij zoals ziekenfondsen, spaarfondsen, behuizing en onderwijs. Ondersteuning vergemakkelijkt het bestaan van de arbeid(st)er, maar de bedoeling is natuurlijk dat de gelovige zich dient te houden aan de regels van de kerk, naar meneer pastoor en de bisschop luistert en in de vakbond het advies van de geestelijk adviseur ter harte neemt. De Leidse School daarentegen met prominente woordvoerders als Piet Aalberse en Johannes Aengenent ziet de diocesane bonden als overbodig. De vakorganisatie is best in staat voor alle belangen van de arbeidersstand op te komen. De angst van de doorluchtige en hoog eerwaardige bisschoppen is dat zij met zo’n zelfstandige, onafhankelijke vakorganisatie de greep op de gelovige kwijtraken. De dubbele organisatiestructuur met een onduidelijke taakverdeling tussen de diocesane standsorganisaties en de nationale vakbonden blijft nog bijna een halve eeuw een hindernis voor de katholieke arbeidersbeweging. Katholieke arbeiders en hun bonden moeten een dubbele emancipatieslag maken, macht veroveren op de werkgever en zich bevrijden uit het geestelijk keurslijf van de kerk.

Harry Peer

September 2016