Het geheugen van de vakbeweging

Poppe Corzaan

Is er niet een verzoek gedaan om vrijstelling van de Zondags-nachtarbeid?
“Ja, ik heb een verzoekschrift aan de heer Scholten gesteld, waarvan ik het afschrift niet meer heb kunnen vinden, maar dat inhield: het beleefde verzoek om vrijdom van arbeid te krijgen van Zondagsavonds van zes uur tot ’s Maandagsochtends zes uur. Door het langdurig werken des nachts gingen de arbeiders natuurlijk dadelijk slapen en om zes uur >s avonds moest er weder gewerkt worden zodat men gedurende de Zondag niets aan het huisgezin had, want men deed niets dan slapen en werken.”

De 25-jarige Poppe Corzaan is één van de arbeiders uit de veenkoloniën die wordt gehoord door de Parlementaire Enquetecommissie van 1890. Hij vervolgt:
“Ik heb het advies geschreven op verzoek van enkele werklieden. Ik had geen bezwaar om het adres te schrijven omdat het billijk was. Het werd door 65 arbeiders ondertekend. Het request werd opgezonden en wij kregen een antwoord. De opzichter Jongman zei dat ons verzoek vooralsnog niet ingewilligd kon worden omdat er teveel werk was. De heer Scholten had onlangs zelfs nog /600, – schadevergoeding moeten betalen voor te late oplevering van papier. Later als de nieuwe papiermachine in werking zou zijn, zou men bovendien nog wel een dag in de week behalve de Zondag vrij kunnen geven. Ik vermoed dat dit doelde op overproductie. De opzichter Jongman verzocht nogmaals de ondertekenaars door hun handtekening te verklaren wie al dan niet met dit antwoord van de heer Scholten genoegen namen. Ik heb toen een tweede stuk opgesteld. Dit stuk werd getekend door 45 arbeiders. Ik heb in dit tweede stuk geschreven dat het ons onbegrijpelijk voorkwam dat de heer Scholten /600, – schadevergoeding had moeten betalen, daar de fabriek goed liep en er geen defect aan was. De heer Scholten wist, meenden wij, goed wat hij leveren kon. Toen dit tweede geschrift ingezonden was, liet de opzichter Jongman het in de honderd lopen. Ik geloof niet dat het stuk reeds aan de heer Scholten kon zijn opgezonden. De opzichter liet de beide ploegen op het kantoor komen en begon daar te donderen. Hij zei dat wie genoegen nam met de voorwaarden van de fabriek kon blijven, maar dat de anderen de poort uit moesten. Hij voegde daarbij: “Jelui worden sekuur allemaal brodeloos”. Toen vielen zij allemaal.”

Dus allen namen toen genoegen met de voorwaarden van de heer Scholten?
Ja, maar ik kreeg mijn congé omdat ik het verzoekschrift geschreven had.

Uit: Enquęte 1890. Groninger Veenkoloniën. Deel van het vraaggesprek met Poppe Corzaan (25 jaar) op 10 september 1890.