Het geheugen van de vakbeweging

Pieter Roelof Harkema (1892 – 1982)

Ooggetuige van crisis van jaren ’20 en ’30

Op 20 november 2013 is de publicatie ‘De rode duivel, het strijdbare leven van Pieter Roelof Harkema, 1892 – 1982’, gepresenteerd. Biograaf Eisse Kalk heeft zich gebaseerd op Harkema’s ‘Herinneringen’ waarin van binnenuit als werkzoekende en als arbeider de strijd in de jaren twintig en dertig wordt beschreven tegen werkloosheid en voor verbetering van de arbeidsomstandigheden, eerst in de werkverschaffing en daarna voor de binnenvaartschippers en de arbeiders in het baggerbedrijf.

Boekomslag Pieter Roelof Harkema, De rode duivelBoekomslag Pieter Roelof Harkema, De rode duivel

In de vorige eeuw beleefden we een crisis in Nederland die in tal van opzichten doet denken aan de crisis die we vandaag de dag beleven in Nederland en Europa. Na een korte periode van economische opbloei in de jaren direct na de Eerste Wereldoorlog werden in het begin van de jaren ’20 van de vorige eeuw de eerste arbeiders ontslagen en werden diverse ondernemingen failliet verklaard.
In de loop van de jaren ’20 nam de werkloosheid hand over hand toe en werd niet alleen de nullijn ingevoerd, maar werden de lonen en salarissen van arbeiders en ambtenaren zelfs gekort. De toestand verergerde nog door de grote beurskrach van 1929 die maakte dat in enkele weken tijds de valuta van vele landen aanzienlijk in waarde daalden en die de armoede en werkloosheid in de jaren ’30 tot ongekende hoogte deed stijgen.
In november verschijnt de publicatie ‘De rode duivel, het strijdbare leven van Pieter Roelof Harkema, 1892 – 1982’, geschreven door Eisse Kalk, directeur van Agora Europa, stichting voor democratie en cultuur. Harkema heeft de strijd tegen de werkloosheid en voor de verbetering van de arbeidsomstandigheden, eerst in de werkverschaffing en daarna voor de binnenvaartschippers en de arbeiders in het baggerbedrijf van binnenuit als werkzoekende en als arbeider meegemaakt en opgetekend. Hij liet bij zijn dood een lijvig manuscript na met de eenvoudige titel ‘Herinneringen’.
Jaren later ontdekte Eisse Kalk deze nalatenschap van zijn oudoom toen hij bezig was een boek te schrijven over de zuster van Pieter, Eiske ten Bos-Harkema. Zij werd in de jaren ’20 de eerste vrouwelijke wethouder voor de SDAP in Nederland in de gemeente Gasselte op de grens van Drenthe en Groningen*.
De rode duivel was de bijnaam van het bestelwagentje waarmee Harkema in de jaren ’30 enkele jaren voor de Arbeiderspers werkzaam was als inspecteur van het Volksblad voor Groningen en Drenthe. Omdat de krant, die in Amsterdam gedrukt werd bij de Arbeiderspers, regelmatig te laat aankwam met de trein en/of de bus, besloot Pieter zelf de krant maar bij zijn bezorgers te brengen. Zes dagen per week maakte hij dan een tocht van 200 km door Noord-Oost Drenthe en Groningen met zijn ‘rode duivel’. Het tekent de strijdlust en het doorzettingsvermogen van deze man die in zijn tiende levensjaar al noodgedwongen arbeider werd, toen de bakkerij van zijn vader op de fles ging, omdat “Pa zijn zorgen teveel in Schiedam verzette” zoals Pieter het uitdrukt in zijn Herinneringen. Die ‘Herinneringen’ vormen de rode draad van de publicatie. Ze zijn zorgvuldig geselecteerd en aangevuld met beschrijvingen van de tijdsperioden en de plaatsen waar Pieter Harkema zijn strijd heeft gevoerd.
Na een zorgeloze jeugd in Oudeschip, een buurtschap tegen de zeedijk in het hogeland van Groningen, komt Harkema als jongste bediende in de vlasfabriek voor het eerst in aanraking met de socialisten en anarchisten uit Noord-Oost Groningen. Hij gaat ‘De Arbeider’ lezen, die illegaal op straat werd verkocht onder de leus: ‘Koop en leest het socialistisch pepermunt, kost slechts drie cent’.  Daarna is hij werkzaam als ‘snikjongen’ op de goederen- en personenboot van Appingedam naar Groningen en als ‘ticheljongen’ op de steenfabriek van Hoekstra. Op zijn 18e besluit hij in Duitsland te gaan werken als gastarbeider in de haven van Emden, waar je goed geld kon verdienen in die tijd.
Na enkele jaren moet Harkema terug naar Nederland om te dienen in het Nederlandse leger waar hij wordt ingezet bij de dijkbewaking in het gebied waar hij vandaan komt: Noord Groningen. Daar leert hij zijn vrouw kennen, Trientje Bongertman, de dochter van een stratenmaker. Met haar heeft hij een levenlang lief en leed gedeeld.

De jaren ‘20

Uit ‘Herinneringen’: “Het eerste jaar na de oorlog was er flink werk en er werd behoorlijk verdiend. Dat kwam goed van pas want er moest na de militaire dienst van alles worden aangeschaft en bovendien gingen wij in augustus 1919 trouwen. Spoedig na de oorlog werd het werk krap, waren stakingen aan de orde van de dag en begon de misere van de werkverschaffingen”.
Pieter Harkema komt net als vele arbeiders in de werkverschaffing terecht. In de ‘hel van Jipsinghuizen’ moet hij meewerken aan de dijkverzwaring bij Delfzijl. Hij is dan al actief geworden in de politiek en wordt kortstondig gemeenteraadslid voor de CPN in zijn woonplaats Appingedam. In 1922 neemt hij op 1e kerstdag deel aan de grote Werklozendemonstratie in Den Haag die wordt georganiseerd door het NAS (het Nederlands Arbeids Secretariaat) en die niet wordt gesteund door de officiële vakbonden.
Vanaf 1925 treedt hij als eerste landelijke propagandist in dienst van het NAS dat in de jaren ’20 wordt geleid door de communistische voorman Henk Sneevliet. In 1923 houdt Harkema 35 spreekbeurten (openbare vergaderingen) voor de partij en 26 voor de vakbeweging en daarnaast bezoekt hij nog ruim 80 vergaderingen van de Raad, vakbeweging, partij, vrouwenbond en jeugd.
Hij achtervolgt ook op verzoek van Sneevliet NVV-voorzitter Stenhuis op spreekbeurten en debatten. Die zegt tegen hem: “Man zit je toch niet dood te werken in een beweging waar je nooit iets kunt bereiken voor de arbeiders. De revolutionairen van de CPN en het NAS verspillen hun tijd en energie aan onderlinge ruzies, terwijl er van politiek werk niets terecht komt en het NAS als vakbeweging geen enkele betekenis heeft.” Harkema zegt daarover: “ Dat was voor een heel stuk waar, maar het zou nog 11 jaar duren (tot 1937) alvorens ik bestuurder werd van de moderne Centrale Bond van Transportarbeiders, afd. Baggerwerken”.
In maart en april 1925 vinden in Friesland en Drenthe grote stakingen van werklozen en veenarbeiders plaats, die door het NAS worden ondersteund. De andere grote vakbonden laten het afweten. Bouwvakkers steunen de stakers en burgers, demonstreren mee en ondersteunen de eisen van de werklozen: 8-urendag, 35 cent uurloon, doorbetaling van regen- en feestdagen, vrij gebruik laarzen en kruiwagens, fl 1,- fietsvergoeding per week. Op 7 april spreekt Pieter Harkema 4.000 stakende veenarbeiders en arbeiders uit de werkverschaffing toe in Emmercompascuum. Een daaropvolgende demonstratieve optocht van Emmen naar Winschoten wordt door politie en militairen uiteengeslagen en de stakingen verlopen. Harkema schrijft er voor het NAS zijn eerste brochure over, die in 1925 in druk verschijnt.

De jaren ‘30

Eind jaren ’20 komt Harkema tot de conclusie dat het steeds maar weer organiseren van stakingen en demonstraties die niet leiden tot betere arbeidsvoorwaarden en lonen, te weinig perspectieven bieden. Hij zegt zijn baan bij het NAS op en zet zich op verzoek van een groep binnenvaartschippers in om deze beroepsgroep – die verrassend veel overeenkomsten vertoont met wat wij nu zzp’ers zouden noemen – te gaan ondersteunen.
Hij wordt voorzitter van de Nederlandse Schippers Vereniging die met veel succes in het eerste jaar twaalf schippersbeurzen opricht, waar de schippers zelf de vrachtprijs bepalen en de vrachten bij toerbeurt regelen. Het bevrachten in de kroegen is daarmee voorbij en de willekeur van bevrachters aan banden gelegd.Enkele jaren later maakt Harkema deel uit van de Staatscommissie die een wettelijke regeling ontwerpt voor een eerlijke verdeling van vrachten in de binnenvaart. Deze Wet op de Evenredige Vrachtverdeling die oorspronkelijk slechts voor enkele jaren zou gelden, is uiteindelijk tot ver in de jaren ’90 van kracht gebleven.Het laat zien wat de georganiseerde macht van een grote groep eenpitters vermag, als men de krachten weet te bundelen en de uitbuiters/opdrachtgevers eensgezind tegemoet treedt.
Later in de jaren ’30 zal Pieter Harkema meeschrijven aan het Plan van de Arbeid. Hij is in 1930 lid geworden van de SDAP en schrijft het onderdeel van het plan dat gaat over de noodzakelijke ordening in de binnenscheepvaart. Daarin bepleit hij maatregelen om de binnenscheepvaart te reguleren via vergunningen en verlaging van de hypotheken en van de scheepvaartrechten door een centraal heffingensysteem. Ook moet de vloot geleidelijk aan worden gesaneerd. Een Rijkssteunregeling en verplicht onderwijs voor schoolkinderen vormen de sociale component van dit plan.
Vanaf 1937 gaat Pieter Harkema als bondsbestuurder werken voor de Baggerbond, een onderdeel van de Centrale Bond van Transportarbeiders. Hij onderhandelt dan rechtstreeks met de grote aannemers in het bagger- en sleepvaartbedrijf over betere arbeidsvoorwaarden en lonen voor de arbeiders die onder meer een belangrijk onderdeel van het Plan van de Arbeid, de drooglegging van de Zuiderzeepolders, uitvoeren. Hij doet dat vanuit Sliedrecht, het baggerdorp voor de hele wereld. Hier wordt hij samen met zijn zoon Piet in mei 1944 gearresteerd door de bezetter als vergeldingsmaatregel voor de dood van twee landwachten door het verzet. Pieter wordt gevangen gezet in kamp Vught, waar hij na dolle dinsdag in september 1944 op transport wordt gesteld naar kamp Amersfoort, waar het Nederlandse Rode Kruis hem vrij weet te krijgen. Zijn zoon Piet is dan al afgevoerd naar kamp Zöschen bij Leipzig waar hij in maart 1945 overlijdt.
Na de oorlog werkt Harkema meer dan 10 jaar lang bij Het Parool als inspecteur voor de Noordelijke en Oostelijke provincies. In 1957 gaat hij met pensioen en schrijft hij nog vele artikelen en uiteindelijk zijn ‘Herinneringen’.
Eisse Kalk
directeur Agora Europa
oktober 2013
 
Geraadpleegde literatuur
*De rode geranium, leven en werk van Eiske ten Bos-Harkema,(1885-1962), de eerste vrouwelijke wethouder van de SDAP in Nederland, uitgave Instituut voor Publiek en Politiek, Amsterdam, 2005
De rode duivel, het strijdbare leven van Pieter Roelof Harkema, 1892-1982, uitgave stichting Agora Europa (te bestellen door het overmaken van een bedrag van 15 euro incl. verzendkosten) op rekening nr. 27 94 095 t.n.v. Agora Europa te Amsterdam o.v.v. ‘de rode duivel’