Het geheugen van de vakbeweging

Petrus Regout

Eén van de eerste fabrikanten

In 1834 richt Petrus Regout (1801-1878) een glas- en twee jaar later een aardewerkfabriek op in Maastricht. De fabrieken aan de Boschstraat zouden gedurende de negentiende eeuw uitgroeien tot een van Nederlands grootste industriële complexen met meer dan 3.000 arbeiders: mannen vrouwen, maar vooral ook kinderen. In 1834 richt Petrus Regout (1801-1878) een glas- en twee jaar later een aardewerkfabriek op in Maastricht. De fabrieken aan de Boschstraat zouden gedurende de negentiende eeuw uitgroeien tot een van Nederlands grootste industriële complexen met meer dan 3.000 arbeiders: mannen vrouwen, maar vooral ook kinderen.

Petrus Regout, grondlegger van de aardewerkindustrie in MaastrichtPetrus Regout, grondlegger van de aardewerkindustrie in Maastricht

De fabriek is beroemd vanwege de kristallen topstukken en rijk versierde serviezen die gretig aftrek vonden bij de groten der aarde. Vandaag de dag is ‘Maastrichts aardewerk’ nog steeds een gewild collectors-item. Maar bovenal waren Regouts fabrieken berucht vanwege de werkomstandigheden en de grote schaal waarop de ‘pottekeuning’ gebruik maakte van kinderarbeid. Recht voor allen, het anarchistische blad van Domela Nieuwenhuis typeerde de fabriek als ‘moordhol’.
De sociale en economische geschiedenis van Maastricht is de afgelopen 170 jaar onlosmakelijk verbonden geweest met die van de glas- en aardewerkfabrieken van Petrus Regout. Veelvuldig kwam de eigengereide Regout in conflict met de rooie vakbeweging, met de rooms katholieke geestelijkheid en het gemeentebestuur. De ironie van de geschiedenis wil dat pa Regout zijn wel heel slechte reputatie te danken heeft aan de naar hem vernoemde zoon Petrus (1828-1897). Deze maakte ‘naam’ met zijn optreden voor de parlementaire enquętecommissie. Deze commissie onderzocht in 1887 de arbeidsomstandigheden in de Nederlandse industrie. Regouts harde en cynische uitspraken over de arbeidsomstandigheden in zijn fabrieken waren ronduit stuitend. Wat te denken van: “Ik zeg niet, dat het in de fabriek werken zoo gezond is als des zomers te Scheveningen of des winters te Nizza, maar – het is een noodzakelijk kwaad; het is niet anders mogelijk”. Op de vraag naar de gevolgen van nachtarbeid op de gezondheid van jonge glasblazershulpen antwoordde hij: “Och ik weet wel dat de studenten ook wel eens niet naar bed gaan, zonder daarom ziek te worden”.
Jacques van Gerwen
Januari 2014