Het geheugen van de vakbeweging

Een noodkreet van steenhouwers begin 20-ste eeuw

Een beschouwing bij opheffing Stichting Arbouw


Op zaterdag 28 mei 2016 las ik in het dagblad Trouw het artikel Minder preventie in de bouw met als onderschrift Bouwend Nederland geeft minder geld uit aan arbeidsomstandigheden. In het artikel staat vermeld dat Stichting Arbouw ophoudt te bestaan, omdat Bouwend Nederland, de grootste vereniging van bouwbedrijven, investeren in de stichting (die zich al jaren bezighoudt met de arbeidsomstandigheden in de bouw en probeert het ziekteverzuim en het aantal ongevallen te verminderen) te duur vindt.

Steenhouwer aan het werk, anno nu
Steenhouwer aan het werk, anno nu

Op dat moment lag toevallig het “Vlugschrift Een Noodkreet, samengesteld in opdracht van den Dordrechtschen Bestuurdersbond en de Steenhouwers Vakvereeniging door J.A. Bergmeijer” naast me op tafel. We bladeren er eens doorheen. De 26 bladzijden tellende brochure dateert van 24 november 1906. De samensteller van de publicatie heeft gedegen werk verricht. Veel bronnen zijn geraadpleegd. Sterftetabellen zijn opgenomen.

Steenhouwers aan het werk aan de Egyptische piramides

De aard van het uit te voeren werk wordt helder beschreven: “Bij het houwen van zandsteen ziet men duidelijk twee wolken stof ontstaan, n.l. vóór den beitel en daarachter (of eigenlijk er onder). De stof vóór den beitel is grofkorrelig en valt voor het grootste deel dadelijk neer. Achter den beitel evenwel komt bij iederen slag een wolkje uiterst fijne stof tevoorschijn, zoo fijn, dat het damp gelijkt en zich in een gelijkmatig dunne laag aan de onderzijde der handen afzet” .  Bergmeijer haalt ook onderzoeken van wetenschappers aan. Dr. Th. Stoop: “Van het steenhouwersziekenfonds, waarvan gemiddeld 45 à 50 steenhouwers lid zijn, stierven er van 1900 tot op heden 13 personen aan tuberculose van de longen”. Het aantal slachtoffers  van gebouwen waaraan is gewerkt wordt opgesomd: “Aan het Seminarium te Nijmegen werd zeer veel Pilsener zandsteen verwerkt, waarbij zeer zware stukken, die men zich den tijd niet gunde te keeren en behoorlijk nat te houden. Vele steenhouwers zijn kort na het werk gestorven aan longtering; Bij de restauratie der Groote kerk te Zwolle zijn ruim 10 steenhouwers beneden de 30 jaren bezweken, die gezond begonnen. Er werkten 5 man tegelijk in een klein hok”; De restauratie van de Groote kerk te Deventer duurde 1 jaar; er werd zandsteen verwerkt in een niet geventileerd klein pakhuis in een voortdurende stofwolk; veel overwerk; hierna zijn 10 man gestorven. Aan de fabriek “Richtersbleek” werkten 20 steenhouwers; hier werd zandsteen verwerkt; in ’t barre jaargetijde was er geen beschutting tegen wind en wind; 7 man zijn kort daarna gestorven tusschen 30 en 40 jaren oud;  Aan Musis Sacrum te Arnhem werkten (1887) circa 50 steenhouwers in Oberkirchner zandsteen; 12 zijn kort daarna gestorven”. En zo gaat het door.

Hoger loon als goede rem

Het is schrijnend dat steenhouwers veel te lijden hebben van ingeademde stoffen en vroeg of laat en meestal dus op jonge leeftijd er aan overlijden. Tyfus is de gevreesde kwaal. Steenhouwers bezwijken aan de bewerking van zandsteen.  Bij de conclusies worden eisen gesteld aan de lengte van de arbeidsdag en pauzes tijdens het werk; aan de inrichting van de werkplaatsen met name gelet op de ventilatie en de ruimte om te werken; en aan toeslagen op het loon geënt op meer of minder gevaarlijke steensoorten waarmee wordt gewerkt. Bij deze laatste eis wordt nog een praktische toelichting gegeven. “Algeheel verbod van zandsteen zal vooreerst wel tot de vrome wenschen behooren. Daarom juist beschouwen de vaklieden het hoogere loon, als een goede rem tegen een al te kwistig gebruik van het gevaarlijke materiaal”. Het is maar een voorbeeld van een beroepsgroep uit een sector ongeveer een eeuw geleden.

Wandtegel met steenhouwer in werkkleding en met gereedschap

We raadplegen de website voor de actualiteit. We lezen dat in Nederland ruim  8 miljoen mensen werken in zo’n anderhalf miljoen bedrijven, de zzp-ers als ondernemer meegerekend. Jaarlijks krijgen zo’n 230.000 werknemers een arbeidsongeval. Een derde van deze slachtoffers kan door hun ongeval (tijdelijk) niet meer werken. Elk jaar valt er tachtig tot negentig keer een dodelijk slachtoffer op het werk. Voorts zijn er studies die inschatten dat er jaarlijks  zo’n 5000 mensen aan beroepsziekten overlijden.

Wat leren we van de geschiedenis? Werk, gereedschap, materiaal, stoffen, arbeidsomgeving, arbeidsvoorwaarden, de aard van de arbeidsbelasting en nog veel meer factoren veranderen voortdurend. De liberalisering van wet- en regelgeving op het vlak van de arbeidsomstandigheden speelt de werkgevers in de kaart. Permanente aandacht voor arbeidsomstandigheden, controle op arbeid belastende factoren en zo nodig sanctionering zijn noodzakelijk.  Op werkgevers kun je helaas lang niet altijd aan. De Inspectie SZW, voorheen de Arbeidsinspectie, heeft veel te weinig personeel. Initiatieven van vakorganisaties voor het informeren over en het uit de weg ruimen van schadelijke arbeidsplekken naast de presentatie van “good practices” blijven van groot belang.

Harry Peer

Dwarsligger nr. 3, juni 2016