Het geheugen van de vakbeweging

Arend van Wijngaarden: “Geen tijd, dan maak je maar tijd!”


VHV Vriendenbijeenkomst over robotisering

“Niet tegenhouden, maar beïnvloeden”

“De vakbeweging moet vooral de kansen zien van technologie. De voordelen die zij ons heeft gebracht zijn onmiskenbaar en ongekend. Maar de geschiedenis heeft ook geleerd dat technologie niet automatisch sociale verbetering oplevert. Daarom heeft de vakbeweging drie taken. Ten eerste, omarm technologie opdat de vakbeweging niet wordt beschuldigd van vastzitten in het verleden. Ten tweede, gebruik de technologie om nieuwe generaties aan te spreken en actief mee te laten denken. En ten derde, kijk naar hoe de welvaart en welzijn door technologie verbeterd kan worden. Wees daarbij scherp op sociale veranderingen, om die vroegtijdig te tackelen.”

Zelden is een VHV Vriendenbijeenkomst ‘Robotisering, vriend of vijand’ zo gericht geweest op de toekomst als die van vrijdag 3 november 2017. VCP-medewerker Amerik Klapwijk schetst vanuit het verleden een lijn naar de nabije toekomst in het futuristische nieuwe FNV-kantoor in Utrecht. Hij voorziet dat de verwachte robotisering eerder ‘denkkracht’ vervangt dan ‘spierkracht’, zoals bij eerdere technologische ontwikkelingen. Taken verdwijnen, maar banen? Daarover doet Klapwijk geen uitspraak.

Wim van Gelder: “Ook de werkgevers wisten niet van de hoed en de rand”

Wim van Gelder, in de jaren zeventig en tachtig medewerker van de Dienstenbond FNV, neemt de aanwezigen mee naar de introductie van de informatie- en computertechnologie in het arbeidsproces en de ontwikkeling van een vakbondsantwoord erop. Toeval speelt daarbij een grote rol. De Nederlandse economie ontwikkelt zich vanaf halverwege de jaren zeventig van een landbouw- en industrie-economie naar een diensteneconomie. De oliecrisis dwingt daartoe. De dienstensector moet het werkgelegenheidsverlies opvangen. Daarbij komen de Dienstenbonden volop in beeld. Toeval speelt daarbij een grote rol. “Van FNV-medewerker Henk Leemreize krijg ik een automatiseringsplan van de Rabobank in handen gespeeld. Dat is erg behulpzaam. Krijg daardoor inzicht in de denkwijze van bankwerkgevers. De hoofdlijn van de bond is vanaf het begin helder. Niet tegenhouden, maar beïnvloeden. Maar dat is niet zo eenvoudig.”

Ondernemingsraden

De Dienstenbonden zoeken naar een sluitende aanpak. Maar hebben tot op dat moment weinig ervaring met meedoen en meedenken op concernniveau. Daar worden de plannen ontwikkeld. Maar daar is de organisatiegraad niet zo hoog om er een voet tussen de deur te krijgen. Bij de regionale en lokale kantoren staan de bonden wat sterker, maar daar is weer geen ervaring met bedrijvenwerk. De oplossing is invloed uitoefenen via de ondernemingsraden.  Maar daar moeten ze wel intensief op worden geschoold. Van Gelder: “Aanvankelijk wilden we teveel tegelijk. Terugkijkend stel ik vast, dat de werkgevers destijds ook niet echt van de hoed en de rand. Voor hen was het net zo nieuw als voor ons.” Bovendien, voegt hij er geruststellend aan toe:  “De effecten van de automatisering deden zich niet voor in drie tot vijf jaar, maar pas na zo’n 15 jaar. En banenverlies deed zich in eerste instantie niet voor.” Een parallel met de huidige discussie over robotisering ziet hij in de hernieuwde aandacht voor het ‘arbeidsloos inkomen’, die destijds mogelijk gemaakt zou moeten worden door een automatiseringsheffing.

Arjen van Halem: “Ontwikkel sociale ontwerpcriteria”

Waar Van Gelder op bondsniveau tracht een vakbondsstrategie te ontwikkelen gericht op automatisering, is Arjen van Halem vanuit de Stichting Technologie en Zeggenschap (STZ) actief betrokken bij enkele concrete automatiseringsprojecten, zoals bij vleeswerkingsbedrijf Coveco en  bij Europe Container Terminal (ECT). Onder regie van de ondernemingsraad zijn daar met assistentie van Van Halem ‘sociale ontwerpcriteria’ ontwikkeld door de werknemers zelf. Op die manier worden de vaak door externe deskundigen aangereikte automatiseringsvoorstellen door de praktijkdeskundigheid van de medewerkers bijgestuurd. Van Halem: “Voorwaarden voor het succes van deze aanpak zijn het gevoel van urgentie, een verlicht management en de visie en deskundigheid van de sleutelfiguren bij de veranderingen. Maar de betrokkenheid van de ondernemingsraad is arbeidsintensief en daar heeft het management, dat steeds vaker een angelsaksische benadering voorstaat, geen tijd voor. Het gaat voor ‘lean’. De OR heeft het daarnaast te druk met tal van andere onderwerpen, om bijvoorbeeld via het benadrukken van de privacy-aspecten van de automatisering succesvol invloed uit te oefenen. Ook helpt het niet dat de overheid geen fondsen beschikbaar stelt voor betrokkenheid van medewerkers bij dit soort veranderingsprocessen.”

In zijn slotwoord is Arend van Wijngaarden, vicevoorzitter van het CNV,  kort en krachtig. “Zeggen vakbondsbestuurders dat ze geen tijd hebben om aan robotisering aandacht te besteden? Dan maken ze er maar tijd voor! Uitgangspunt daarbij is niet verzet, maar het organiseren van betrokkenheid van de medewerkers erbij. Zorg ervoor dat ze hun kennis en ervaring erin kwijt kunnen. Dat vergroot het draagvlak ervoor”.

Jeroen Sprenger

November 2017

Meer informatie