Het geheugen van de vakbeweging

Niek Jan van Kesteren: Het poldermodel: is niet dood, maar wel ernstig ziek


“Haal indexatie van pensioenen en minder verhoging AOW-leeftijd uit ideologische sfeer”

Niek Jan van Kesteren over stand en vooruitzichten van de polder

“Niemand ziet voor zich dat loodgieters, hoveniers en timmerlieden maar eindeloos door kunnen werken zonder gezondheidsproblemen. De vakbonden en sommige werkgeversorganisaties zien dat en trekken aan de bel. En er wordt een combinatie gelegd met een nieuw pensioenstelsel. Een soort ruil. Accepteren van een nieuw pensioenstelsel en minder verhogen van de AOW-leeftijd. Maar dat is politiek een no go area. Er moeten condities geschapen worden om een pensioenakkoord te sluiten en de pensioenen te indexeren, er zal een betaalbare arbeidsongeschiktheidsverzekering voor onverzekerde werkenden moeten komen, er zal een methode gevonden moeten worden om werknemers te laten profiteren van de economische groei”. Oud-VNO/NCW-bestuurder en huidig CDA-senator Niek Jan van Kesteren heeft tijdens de Nieuwjaarsreceptie van SBI/Formaat op 17 januari 2018 een koers uitgezet om het sociaaleconomisch overleg over pensioenen en andere sociaaleconomische vraagstukken uit het doolhof te leiden.

“Gerard Reve, ooit beroemd en thans teveel vergeten, stelde ooit de onsterfelijke vraag: “God, dat Koninkrijk van U, wordt dat nog wat?“. Parafraserend zouden we vanmiddag de vraag kunnen stellen; “Dat poldermodel van jullie, leeft dat nog of is het dood “? Ik geef u maar meteen de conclusie die ik, na enige omzwervingen, zal trekken. Ook hierbij citeer ik Gerard Reve. Hij zei, rondkijkend in een kerkje waar slechts enkele oude vrouwtjes aanwezig waren : “God is niet dood, maar wel ernstig ziek”. Zo is het ook met het poldermodel: niet dood, maar wel ernstig ziek.

“Laten we wel even precies zijn. We hebben het dan over het poldermodel in de klassieke zin. Het overleg tussen vakbonden, werkgevers en het kabinet. Daarmee gaat het slecht, maar voor de rest wordt er in Nederland gepolderd bij het leven. Ons politieke systeem is 1 groot poldermodel. Als het niet bestond had Mark Rutte, onze onvolprezen premier, het uitgevonden. Zijn elasticiteit en compromisbereidheid zijn nu al legendarisch. Maar zijn kunsten zouden falen, als anderen niet bereid waren mee te doen. Die anderen zijn er voortdurend. In de vorige coalitie stonden D66, CU en SGP het kabinet bij als er een meerderheid gevonden moest worden. En toen het erop aankwam om een geitenpaadje te vinden om uit de misère rond het Oekraïne-referendum te komen, waren er in de Eerste Kamer ook voldoende senatoren bereid om het schip de haven in te loodsen.

Polderen zit in het bloed

“Ook overigens in de maatschappij wordt er druk gepolderd. In 2013 is er in de SER aan akkoord gesloten over energie, dat in de geschiedenisboekjes zal komen. Het is door 43 partijen ondertekend. 43!!! Niemand in de wereld gelooft het, maar het is waar. En nu loopt iedereen zich warm voor een nieuw energie- akkoord. Men verdringt zich om het hardst om mee te mogen doen.

“Polderen zit de Nederlanders in het bloed. Wij zijn een land waar niemand echt de baas is en waar geen enkele partij de meerderheid heeft. Bovendien zijn Nederlanders kooplui. Dat betekent handjeklap en genoegen nemen met het haalbare. Weten wanneer het goed genoeg is en beseffen dat de ander ook moet leven. Of zoals mijn grootvader, een aannemer uit Katwijk, altijd zei: “er is nog nooit iemand armer geworden van de winst”.

“Hoe kan het dan zijn dat, in dit el dorado van polderaars, de oervorm in het ongerede is geraakt? Alvorens op deze vraag in te gaan, neem ik u nog even mee naar een glorievolle periode van het sociale overleg. 1997. Gutersloh. Een provinciestadje in Duitsland, waar elk jaar de Bertelsmann Preis wordt uitgereikt. Dat is een prestigieuze prijs voor internationaal aansprekende prestaties op sociaal en economisch gebied.

“In 1997 ging de prijs naar de Stichting van de Arbeid. Nederland kende een periode van grote groei en volledige werkgelegenheid en Duitsland stagneerde. De jury zag in het overleg tussen sociale partners het wondermiddel van de Nederlandse economie. En inderdaad werden er in die tijd grote zaken gedaan zoals het afsluiten van het Flexakkoord.

“Ook politiek oogsten we internationaal lof. Wim Kok mocht bij de G7 in Washington komen uitleggen hoe hier kapitalisme en socialisme tot een toverdrank van voorspoed en harmonie werden gemixt. Uit de hele wereld kwamen mensen naar Nederland om het poldermodel te bestuderen. Das war einmal.

“Rond 2000 is er nog een grote prestatie geleverd met het oplossen van de WAO- problematiek. Het ziekteverzuim was torenhoog en we waren op weg naar 1 miljoen arbeidsongeschikten. Via een knap compromis in de SER gevolgd door wetgeving is die ontwikkeling toen omgebogen. Maar daarna is het bergafwaarts gegaan. Waarom? Niemand is sterker dan de tijdgeest. De wind draaide. Van overleg en pragmatisme naar polarisatie en populisme. “Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg”, zei Pim Fortuyn. Hij verafschuwde het poldermodel. Althans in de publiciteit. Achter de schermen viel er met hem prima zaken te doen. Maar dat is niet wat telt, als het gaat om de stemming in het land. Wie zegt wat hij denkt, schept geen klimaat voor overleg en samenwerking.

“Maar er was meer aan de hand. De leden van de vakbonden begonnen af te haken, omdat zij, naar hun idee, teveel moesten inleveren. Minder lang WW, een andere WAO, minder zekerheden in het arbeidsrecht. En dat om economische groei en werkgelegenheid in de toekomst zeker te stellen. Dat was in feite de ruil. Een beetje inleveren om de toekomst zeker te stellen. Daar ging het ook om bij het beroemde akkoord van Wassenaar uit 1982.

Verdeelde vakbeweging

“Deze beweging, die rationeel volledig klopt (kijk trouwens maar naar de huidige economische situatie), kon niet worden gevolgd door een groot deel van de vakbondsachterban. Het is ook moeilijk uit te leggen. Je moet het willen geloven. En om het te kunnen geloven, moet je bijna blind vertrouwen hebben in de leiding. Lodewijk de Waal, in die tijd voorzitter van de FNV, had dat vertrouwen lange tijd, maar na zijn vertrek is dat gaan schuiven tot aan de dag van vandaag. Daar heeft ook bittere strijd tussen PvdA- en SP-aanhangers een grote rol ingespeeld.

“In 2004 demonstreerden 300.000 mensen op het Museumplein tegen de sociale plannen van het kabinet-Balkenende. Het was het begin van een heel slechte periode van het poldermodel. De crisis van 2008 en de jaren daarna, maakte het nog moeilijker om tot zaken te komen. Agnes Jongerius heeft in de periode, politiek gesteund door Mariette Hamer, haar uiterste best gedaan om het overlegmodel in die periode te laten functioneren. Zij had te maken met een verdeelde vakbond. Verdeeld tussen mensen die wel wilden overleggen met het kabinet en de werkgevers en degenen die dat absoluut niet wilden. Uiteindelijk is zij volkomen ten onrechte geslachtofferd.

“Ik heb er altijd een hekel aan als individuen aan de paal worden genageld door een grote groep. Daarom heb ik ook sympathie voor het kamerlid William Moorlag. Hem worden dingen verweten die gemeengoed waren. Het laten werken van mensen met een beperking tegen het minimumloon en niet tegen het cao-loon werd veroorzaakt door het beleid van zijn eigen politieke partij. De keus was meer of minder mensen aan het werk. Toen was het goed en nu is het slecht. Dat kan niet. En wordt er een hetze ontketend. Waarom is dit nodig? Wat is er tegen een beetje meer vergevingsgezindheid en mildheid? Overigens ben ik blij dat de werkgeversorganisaties zich, samen met het Instituut GAK, zeer inzetten om de meest zwakke groep op de arbeidsmarkt via de 100.000 banenafspraak aan het werk te helpen. Dat lukt tot nu toe naar behoren. Tegen het cynisme in.

“Terug naar het onderwerp. De onderlinge strijd heeft het overleg verlamd en de FNV aan de rand van de afgrond gebracht. Toen Ton Heerts voorzitter werd, zei hij tegen Bernard Wientjes en mij: “er is geen FNV meer”. Zo erg was het. Tegen die achtergrond is het sociaal akkoord van 2013 gesloten. Het kabinet Rutte-Samson had in een kort onderhandelingsproces nogal radicale sociale plannen opgesteld. De inschatting aan werkgeverskant was, dat het beter zou zijn om, samen met de vakbonden, een alternatief te formuleren. Dat zou kunnen voorkomen dat er sociale en maatschappelijke onrust zou komen en het kabinet zou vallen midden in een grote economische crisis. Dat zou niet goed zijn, want politieke stabiliteit is voor werkgevers een groot goed. Bovendien zou een akkoord Ton Heerts steviger in het zadel helpen en daarmee de FNV stabiliseren.

“Een puur strategische keuze, die redelijk is uitgepakt. Het kabinet Rutte 2 heeft geen grote sociale onrust meegemaakt en de FNV is in rustiger vaarwater gekomen. Al geeft het recente vertrek van Mariette Patijn aan dat de gisting nog niet ten einde is gekomen. Maar het overlegmodel is nog niet vlot getrokken. Er wordt al sinds 2012 over een nieuw pensioensysteem gesproken. De gesprekken over een nieuw stelsel in de SER zijn ver gevorderd, maar het is de grote vraag of er een akkoord komt. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Den Haag het de vakbonden hier heel moeilijk maakt.

“Zoals u weet, kennen we een systeem waarin de AOW-leeftijd stijgt met de levensverwachting van de bevolking. Naar 66, 67 en zo verder. Dat is zeer gunstig voor de overheidsfinanciën, maar begint in de praktijk te kraken, omdat niemand voor zich ziet dat loodgieters, hoveniers en timmerlieden maar eindeloos door kunnen werken zonder gezondheidsproblemen. De vakbonden en sommige werkgeversorganisaties zien dat en trekken aan de bel. En er wordt een combinatie gelegd met een nieuw pensioenstelsel. Een soort ruil. Accepteren van een nieuw pensioenstelsel en minder verhogen van de AOW-leeftijd.

No go area

Maar dat is politiek een no go area. Daarmee zitten de sociale partners met een probleem, want de rekenmeesters hebben ook bepaald dat de pensioenfondsen voor hun toekomstige verplichtingen moeten rekenen met de marktrente. Die is al jarenlang laag en dat leidt ertoe dat pensioenen niet geïndexeerd kunnen worden. Hier wordt een hard ideologie gevolgd De echte rendementen van de pensioenfondsen zijn enorm. De indexering zou gemakkelijk kunnen, maar met het oog op de toekomst moeten de mensen nu op de pijnbank liggen. Eigenlijk raar, want de pensioenfondsen hebben door de jaren heen, zelfs in de crisis, voldoende rendement gehaald op hun beleggingen. Waarom zou dat dat in 2040 of 2050 niet zo zijn. Maar daar is in Den Haag niet over te praten. De heersende ideologie laat dit niet toe. En daarom zit het overleg vast.

“Het wordt de vakbonden niet eenvoudig gemaakt. Zij hebben het moeilijk. De individualisering treft alle organisaties. Mensen voelen zich minder aangetrokken tot collectieve verbanden. Het wordt ook steeds moeilijker leden te binden aan afspraken. Er moet succes zijn om mensen te binden. Dat is ook een van de redenen waarom VNO-NCW en MKB Nederland zich de afgelopen periode steeds meer ontwikkeld hebben tot lobbyorganisaties en minder de nadruk leggen op het zijn van sociale partner. Lobby is een succesformule die ondernemingen aantrekt.

“De vakbonden hebben dat minder gedaan. Daarbij komt dat het denken sinds 25 jaar voor een groot deel is verschoven naar markt- en ondernemerschap. De stormachtige groei van het aantal ZZP’ers is daarvan een uiting. Ook geholpen door de digitale revolutie is het voor veel mensen gemakkelijk om voor zichzelf te beginnen. Een andere factor van belang is het ontstaan van een Europese arbeidsmarkt. Hierdoor zijn in Nederland honderdduizenden Polen en anderen ten tonele verschenen.

“Overigens is dat laatste maar goed ook voor delen van onze economie. De agrarische sector, de op een na grootste exporteur ter wereld, zou in acute nood komen als er geen Polen of Roemenen waren om het werk te doen. Dat werpt natuurlijk wel een schril licht op het functioneren van de arbeidsmarkt. Er zijn genoeg mensen met een uitkering die dit werk ook zouden kunnen doen. Dat Polen onze banen inpikken is een mythe. Wij willen dit werk niet doen. Maar dat even terzijde.

Uitweg uit doolhof

“De arbeidsmarkt is versplinterd. Er zijn vormen flexibiliteit ontstaan die vroeger niet acceptabel waren. Het is niet goed dat veel mensen onverzekerd rondlopen als zij aan het werk zijn. Het is niet goed dat mensen structureel afhankelijk zijn van platform- en afroepcontracten. Het is allemaal ontstaan en wie kan de uitweg uit het doolhof vinden? De werkelijkheid is eindeloos divers. Goedbedoelde wetgeving om ZZP’ers te helpen is in het tegendeel verkeerd. Trouwens, er wordt heel veel over ZZP’ers gesproken, maar zij komen zelf niet aan het woord, omdat ze zich niet organiseren. Een vreemd fenomeen. Waarom hebben de vakbonden dit laten lopen?

“Er moeten medicijnen gevonden worden om het overlegmodel te genezen. Er moeten condities geschapen worden om een pensioenakkoord te sluiten en de pensioenen te indexeren, er zal een betaalbare arbeidsongeschiktheidsverzekering voor onverzekerde werkenden moeten komen, er zal een methode gevonden moeten worden om werknemers te laten profiteren van de economische groei. Als we dat niet doen, falen we. Ons politieke klimaat is wankel. Er zijn mensen die politieke munt slaan uit de altijd bestaande onvrede. Het nare is dat, zoals altijd in de geschiedenis, die onvrede xenofobe kanten heeft. Het gemopper  richt zich tegen vluchtelingen, tegen moslims, tegen Polen en Roemenen. Vergeet niet dat dit de belangrijkste reden voor de Brexit was. Er moet ons veel aan gelegen zijn, deze tendensen te keren. Het poldermodel is het aan zichzelf verplicht uit de as te herrijzen. Per slot van rekening gaat het om niets minder dan samen (kabinet, werknemers en werkgevers) het algemeen belang te dienen.

“Het zou mooi zijn als dat lukt en we over een paar jaar kunnen zeggen met Gerard Reve in zijn fameuze slotzin van het boek De Avonden: “Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven”.”

Niek-Jan van Kesteren

17 januari 2018 – SBI Nieuwjaarsbijeenkomst