Het geheugen van de vakbeweging

FNV Bouwbrigade aan het werk in het kader van het EL SOL-project (1985-1990)


Wouter van der Schaaf blikt terug op FNV-steun aan Sandinisten

Nicaragua – Over de geschiedenis en de herhaling

Het was zo mooi: eindelijk was de Nicaraguaanse dictator Somoza verdreven. De man die zich president noemde, al decennia als een absoluut vorst over zijn land heerste en vooral de boeren en arbeiders van dit Midden-Amerikaanse land schaamteloos uitbuitte. Eindelijk was zijn regime in 1979 ten val gekomen, en nog wel door de Sandinisten die direct een begin maakten met een revolutionaire reeks hervormingen onder andere door onderwijs en gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk te maken. Gejuich ook in progressief Europa. Vele stedenbanden kwamen tot stand en ook vanuit de vakbeweging konden de Sandinistische bonden in het verre Nicaragua rekenen op steun. Samen met het Nicaragua Comité stuurde de jongerenbeweging FNV brigades naar het land om scholen te bouwen.

Wouter van der Schaaf, auteur van dit artikel, was jarenlang FNV-medewerker Bewustwording en Ontwikkelingssamenwerking Vakbeweging (BOV)

En toen gebeurde het onvoorstelbare. Bij de verkiezingen van begin 1990 werden de Sandinisten verslagen door de rechtse partijen. Een electorale schok die niemand had voorzien. Kennelijk kon de Sandinistische regering op minder steun van de bevolking rekenen dan iedereen had gedacht. Wie waren de schuldigen? Ronald Reagan die jaren achtereen de contra’s financierde? Was het beleid slecht ‘verkocht’ door de Sandinistas? Wat het ook was: van de ene op de andere dag leek werkelijk alles weer terug bij het oude, bij de slechte dagen van Somoza. Einde vernieuwing, einde aan de revolutie. En hoe moest het verder met de steun aan de bouwbrigades?

Midden juli 1990 stuurden het Nicaragua Comité en de FNV een kleine delegatie bestaande uit Gabrielle Athmer en ondergetekende naar Nicaragua. De vooruitzichten op het moment van vertrek waren ronduit slecht. Nicaragua was in chaos gedompeld. De Sandinisten onder leiding van Daniel Ortega moesten de verkiezingsnederlaag accepteren maar deden er alles aan om de overgang naar een nieuwe regering te dwarsbomen. Er heerste onrust in het land maar het besluit viel dat we toch zouden afreizen naar Nicaragua. We vlogen via het Amerikaanse Houston. Aangekomen in Houston leerde ik een van mijn eerste Spaanse vakbondswoorden : Vanwege de ‘huelga’ – staking – werd de vlucht naar Managua  geschrapt. Reden: de staking heeft de luchthaven lam gelegd. We maakten de keuze om zo dicht mogelijk in de buurt van Nicaragua te komen en dan verder te zien. Er waren nog stoelen beschikbaar op een vlucht naar San Jose, de hoofdstad van buurland Costa Rica. Daar aangekomen besloten we met een taxi over de snelweg – de PanAmericana – te reizen tot de grens met Nicaragua. Intussen werden de berichten er niet beter op. Het scheen dat de grens tussen beide landen was gesloten, maar wellicht was dat alleen een gerucht. Een paar uur later hadden we duidelijkheid. Ja, het was mogelijk Nicaragua in te reizen, maar daarvoor moest eerst een stuk niemandsland worden overgestoken. Te voet. Hoe vervolgens de afstand tussen de grens en de hoofdstad moest worden overbrugd was ons volstrekt onduidelijk. Er reed geen enkel openbaar transport en taxi’s waren niet te krijgen.

Douane-kantoor

Bij het grensgebied was het een enorme drukte. Wij waren zo ongeveer de enigen die richting Nicaragua gaan. Alle anderen kwamen ons tegemoet in een poging het land uit te komen. Bij het douanekantoor meldden we ons voor een  inreis-stempel. Zonder zo’n stempel zouden we in de problemen kunnen komen. Buiten het kantoortje werden we onverwacht aangeklampt door een stel dat richting Costa Rica wilde gaan. Het bleken twee Amerikanen. “Het is vreselijk. We willen zo snel mogelijk wegkomen.” Ze waren met een huurauto vanuit Managua naar de grens gereden. “Hier, neem de autosleutels. Dan mag je de auto hebben en terugbrengen bij AVIS in Managua.” Ze overhandigden de sleutels en de papieren,  wezen naar de plek waar de auto moest staan en verdwenen uit zicht.

Het was avond en stikdonker. We zochten de route naar Managua. Baanden ons een weg door dorpjes en stadjes waar alleen verlichting was met olielampen. De elektriciteit was kennelijk uitgevallen. Hoe dichter we de hoofdstad naderden, hoe vaker we met de auto moesten zigzaggen om wegversperringen van bomen en losgewrikte straatstenen te omzeilen. Om de paar kilometer lagen brandende autobanden op de weg die de het moeilijk maakten verder te rijden. Gelukkig hadden we een 4Wheeldrive als geleende huurauto zodat we vrij gemakkelijk overal langs konden komen. Wie die wegversperringen had opgeworpen? Het leek er op dat de aanhangers van de Sandinisten zich niet bij de uitslag van de verkiezingen hadden neergelegd. Hoe dan ook, we waren aangekomen in een land van chaos.

´s Nachts bereikten we Managua na een inspannende tocht. Gabriela wist de weg te vinden naar het huis van Gerardo, een goede bekende van het Nicaragua Comité. Vandaaruit maakten we de daarop volgende tien dagen onze afspraken. De rust keerde langzaam terug in het land en we konden gesprekken voeren met vakbonden en Sandinisten. We bezochten afgebouwde scholen en probeerden een inschatting te maken hoe het verder moest met de FNV Jongeren bouwbrigades.

Geweldssituatie

Tijdens het bezoek deed zich een incident voor dat de geweldssituatie in midden Amerika aan het begin van de jaren negentig karakteriseerde. Het was nog vroeg in de morgen. Het huis van Gerardo stond in een buitenwijk van Managua in een bosrijke omgeving. Een aantal dagen was er al geen telefooncontact meer mogelijk. “De telefoondraden zijn doorgeknipt”, meldde Gerardo achteloos. Het gaf mij een bedreigd en onaangenaam gevoel. Die vroege ochtend stapte ik naar buiten en zag een pickup truck staan op het pad. Mannen waren bezig met het inladen van grote plastic vuilniszakken die ze uit een schuurtje naast het huis haalden. Ik kon niet raden wat ze inlaadden. Dat hoorde ik bij toeval later die dag. Het waren machinegeweren bestemd voor ‘wanneer het nodig is’. Het vergrootte eens te meer mijn gevoel dat ik beland was in een land en regio vol geweld. De Sandinisten streden met recht tegen Somoza, maar konden kennelijk niet verkroppen dat zij via de stembus waren verslagen en afstand moesten doen van de macht.

Terecht steunden we als vakbeweging in die tijd het alfabetiseringsprogramma in Nicaragua. zoals met de El Sol-bouwbrigades. En goed dat dat ging in samenwerking met het Nicaragua Comité. Terecht ook gingen we als Nederlandse vakbeweging samenwerkingsverbanden aan met de Nicaraguaanse vakbonden, hoe moeizaam die soms ook verliepen. En tenslotte : terecht ook dat we als vakbeweging een gezonde afstand hielden van de politieke arena waar leiders aan de macht kwamen en bleven die vakbonden – ook na de bevrijding – voor hun kar probeerden te spannen.

Wouter van der Schaaf

Juli 2018