Het geheugen van de vakbeweging

NDSM-museum aan ’t IJ in Amsterdam?

Stichting wil herinnering aan NDSM levend houden

Ooit was het met 6000 werknemers de grootste scheepswerf van ons land. Ja zelfs een van de grootste ter wereld: de Nederlandsche Dok en Scheepsbouw Maatschappij, kortweg NDSM. Maar in de jaren zestig en zeventig kreeg de nautische industrie door allerlei oorzaken harde klappen. De overheid moest er aan te pas komen om de noodlijdende bedrijfstak te ondersteunen, het begin van een pijnlijk en langgerekt einde. Op de voormalige scheepswerf aan de noorderlijke IJ-oever groeit nu een ‘selfmade city’ met honderden kunstenaars , bedrijfjes, horeca en culturele activiteiten. En te midden van al dat gekrioel zijn er ook mensen zijn die het rijke nautische verleden in de Stichting NDSM-Herleeft levend houden.

Henk Vos met protest-affiche op 15 september 1978 in NDSM-kantineHenk Vos met protest-affiche op 15 september 1978 in NDSM-kantine

?In september 1968 werd de NDSM gedwongen te fuseren met het RSV van scheepsmagnaat Verolme. Het betekende dat het bedrijf in Amsterdam voortaan werd bestuurd vanuit Rotterdam. En tien jaar later wilde  de overheid RSV alleen nog extra krediet verstrekken als het de verliesgevende onderdelen van NDSM zou sluiten. Dat gebeurde en in september 1978 werd de scheepsnieuwbouw van de NDSM beëindigd.

Maar nog was de doodstrijd van nautisch Amsterdam niet ten einde. In oktober 1979 werd onder de naam ‘Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij (NSM) een nieuwe werf voor scheepsnieuwbouw opgericht, waar 400 ex-NDSM-ers bleven werken. De reparatiewerkzaamheden werden ondergebracht in de Amsterdamse Droogdok Maatschappij (ADM). Maar ondanks enkele winstgevende jaren bleek ook dit niet levensvatbaar. Heftig verzet van ondermeer de Industriebond FNV ten spijt werd in mei 1984 het bedrijf failliet verklaard. Een dramatisch einde van een stukje Hollands Glorie, maar erger nog een sociaal drama voor talrijke gezinnen vooral in Amsterdam Noord.

419 maal ‘Ik doop u…’

Het werd stil op de hellingen aan het IJ waar eens maar liefst 419 keer het magische “Ik doop u….”  had geklonken. Maar de tijd staat niet stil, de vooruitgang is onstuitbaar. Inmiddels is NDSM dé creatieve hotspot van Amsterdam. Op de voormalige scheepswerf aan de noorderlijke IJ-oever groeit een ‘selfmade city’ met honderden kunstenaars , bedrijfjes,  horeca en culturele activiteiten. En te midden van al dat gekrioel is het leuk te constateren dat er ook mensen rondlopen die het rijke nautische verleden willen koesteren. In 2011 gaat  een projectgroep van start bestaande uit oud NDSM-gedienden, verzamelaars en geďnteresseerden. Hun inspanningen leiden ertoe dat uiteindelijk op zaterdag 2 november 2013  de Stichting NDSM-Herleeft wordt gelanceerd. Op het programma staat o.a. de documentaire ‘De Razende Hollander’ van regisseur Lily van den Bergh. Met uniek beeldmateriaal van de langdurige en spannende protestacties van de  scheepsarbeiders die zich in 1981 samen met de bevolking van Amsterdam verzetten tegen de dreigende sluiting van hun scheepswerf.

Bestuurssecretaris van Stichting NDSM-Herleeft is Ruud van der Sluis. Geboren in Tuindorp Oostzaan (1946), type spraakwaterval en door zijn aderen stroomt puur NDSM-bloed. Niet dat hij er zo lang heeft gewerkt. Op zijn zestiende ging hij naar de bedrijfsschool waar-ie werd opgeleid tot scheepsbeschieter (timmerman). Van mooi timmerwerk kwam weinig terecht. De jonge Van der Sluis moest werken op in aanbouw zijn fregatten en voornamelijk moeren aandraaien. Geen wonder dat hij na zijn diensttijd als jonge jongen koos voor de veel lucratievere bouw. Maar loslaten kon-ie de NDSM nooit. Zijn achtergrond speelt daarbij een belangrijke rol, want zo’n beetje de hele familie Van der Sluis werkte bij het bedrijf in Amsterdam Noord: zijn twee grootvaders, zijn vader, z’n broer, ooms en neven.

Jubileumspeld

Het is dan ook niet heel verwonderlijk dat Van der Sluis zich na de teloorgang van het bedrijf ontpopt tot een fanatieke verzamelaar van NDSM-memorabilia. ‘Kijk, hiermee is het begonnen,’ zegt hij terwijl hij trots een jubileumspeld laat zien. ‘Deze kreeg mijn grootvader toen-ie 25 jaar bij NDSM werkte. De goeie man heeft er de vijftig jaar volgemaakt. Maar gelukkig heeft hij het faillissement van de werf niet hoeven meemaken.’

Gaandeweg is de verzameling van Ruud van der Sluis gestaag gegroeid en zijn zolderkamer in een rijtjeswoning aan de Alkmaarse Hornwaard puilt onderhand uit. Heel bijzonder is het personeelsbestand in Ruud’s computer: maar liefst 13.900 namen van mensen die ooit bij NDSM hebben gewerkt. ‘Zelf ingevoerd’, vertelt hij laconiek om er in een adem aan toe te voegen dat hij ook nog eens 5000 personeelskaarten heeft gefotografeerd en gedigitaliseerd. Vanachter die computer bestiert hij bovendien ook nog eens de mooie website ndsm-werfmuseum.nl boordevol historische informatie over de werf. En onder de tab foto’s treffen we een kopje acties aan. Klikken we door dan stuiten we op tientallen foto’s van vakbondsacties, waarbij we o.a. Industriebondbestuurders Gijs Honing en Henk Vos tegenkomen. Ruud van der Sluis: ‘NDSM was natuurlijk een hartstikke rood bedrijf, veel CPN. Stakingen waren aan de orde van de dag. Vakbond en sociale strijd waren onlosmakelijk met de werf verbonden.’  

Dromen van een NDSM-museum

Van der Sluis’ droom is een echt NDSM-museum. Wat hem betreft zou dat een plaats moeten krijgen in de ruimtes onder een van de nog bestaande hellingen. De NDSM-hellingen 2, 3 en 4 zijn tot Rijksmonument verklaard en worden momenteel gerenoveerd.  En hoewel hij zich realiseert dat zo’n museum nog toekomstmuziek is, vertelt hij best trots te zijn op de resultaten die de Stichting NDSM-Herleeft tot nu toe heeft behaald. Zo heeft de gemeente een Romneyloods op het werfterrein beschikbaar gesteld die de stichting als voorlopig informatie- en documentatiecentrum wil inrichten. Van der Sluis: ‘Ik vind dat de vakbondsstrijd daarin zeker een hoekje moet krijgen. Alleen beschikken we wat dat betreft over weinig materiaal. Dus tegen mensen die thuis nog allerlei strijdmateriaal zoals affiches hebben liggen, zeg ik: kom maar op.’ 

Paulus Plas

April 2015