Het geheugen van de vakbeweging

Na de spoorwegstaking van 1903

De breuk tussen anarchistische en sociaaldemocratische arbeidersbeweging

In 1903 vonden er twee spoorwegstakingen plaats. Ondanks snelle resultaten en euforie liepen de stakingen uiteindelijk uit op een breuk in het kamp van de stakers. Niet alleen ontstond er een breuk tussen christelijke en sociaal georganiseerde arbeiders, ook tussen de socialistische groeperingen onderling was samenwerking na 1903 niet meer vanzelfsprekend. Dit zou zijn sporen in het linkse kamp voor jaren nalaten.

Henri Polak over de leiders van het NAS Henri Polak over de leiders van het NAS “… anarchistische bedriegers en verraders…

Spoorwegpersoneel, sjouwers, socialisten, anarchisten en vakbondsbestuurders, allen bezongen de overwinning op 31 januari 1903. In de Amsterdamse haven staakten sjouwers en andere havenarbeiders bij het overslagbedrijf Blauwhoedenveem ter bescherming van hun vakvereniging. Het spoorwegpersoneel sloot zich uit solidariteit bij de beweging aan en de actie groeide al snel uit tot een massale opstand. De werkgevers waren overrompeld en gaven snel toe aan de eisen van de stakers. Alle werknemers werden teruggenomen, de gestaakte dagen werden uitbetaald en de vakorganisaties werden erkend. De staking was een spontane beweging die geen van de werkgevers had zien aankomen. Maar al spoedig zouden de werkgevers samen met de regering maatregelen treffen tegen de onruststokers.
De regering van antirevolutionair Abraham Kuyper wilde het verloren terrein op de arbeiders heroveren. De christelijk georganiseerde arbeiders werd dringend verzocht in de toekomst niet te staken. Daarnaast diende het kabinet-Kuyper op 25 februari drie wetsvoorstellen in die toekomstige stakingen onmogelijk moesten maken. De zogenaamde ‘worgwetten’ waren voor veel socialisten een nieuwe reden om te staken. De tegenstanders waren dit keer echter goed ingelicht en zetten alle middelen in om de staking te breken. Direct na afroeping van de staking bezetten militairen en politie de stations en spoorlijnen. Door de strenge bewaking was het voor de stakers niet mogelijk de werkwillige ‘onderkruipers’ te overreden of de stoomlocomotieven onklaar te maken. De tweede staking liep uit op een fiasco.
Binnen de socialistische kringen vlogen de verwijten over en weer. Vooral de SDAP kreeg na de mislukte staking een stortvloed van verwijten over zich heen. Partijleider Pieter Jelles Troelstra, die naast Tweede Kamerlid ook hoofdredacteur was van het arbeidersblad Het Volk, had in februari nog verscheidene artikelen geplaatst die de stakingen ondersteunden. Maar eind maart raadde hij op basis van de zwakke organisatie de stakingen alweer af. Dit werd hem door verscheidene linkse groeperingen niet in dank afgenomen, want volgens hen begon de solidariteitsstaking pas net op gang te komen. Zij beschuldigden de sociaal-democraten van verraad. De SDAP reageerde hier buitengewoon fel op door alles wat links van hen stond als anarchistisch te bestempelen. Op het partijcongres in mei 1903 trok SDAP-voorzitter Henri Polak een harde conclusie over de voormalig linkse bondgenoten: ‘Heel rare dingen zullen moeten gebeuren, eer wij weer een stap doen met die anarchistische bedriegers en verraders.’
De spoorwegstakingen hadden voor veel sociaal-democraten bewezen dat de Nederlandse arbeidersbeweging belang had bij een strakkere organisatie en een krachtig leiderschap. Het Nationaal Arbeids Secretariaat (NAS), de revolutionaire vakbeweging, had zich door een halfslachtige reorganisatie in 1903 buiten spel gezet. Henri Polak richtte daarom met een aantal anderen in 1905 het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen (NVV) op. Het NVV keerde zich fel tegen de revolutionaire anarchisten en was daarmee een belangrijke bondgenoot van de SDAP. Desondanks nam lang niet iedereen binnen de partij afstand van de stakingen. Eén van de oprichters van de SDAP, Franc van der Goes, noemde de aprilstaking een ‘verblijdend en hoopvol teken’. Hij kreeg hierbij steun van socialisten als Herman Gorter en Henriette Roland Holst. Ook binnen de SDAP ontstonden daardoor breuklijnen. Die breuklijnen werden later pijnlijk zichtbaar toen de marxisten zich in 1909 van de SDAP afscheidden in het Deventer Schisma.
Marten Buschman