Het geheugen van de vakbeweging

Miet van Puijenbroek

Miet van Puijenbroek (Tilburg 1914 – Tilburg 1999) trad in 1955 aan als diocesaan leidster van de KAV in het bisdom Den Bosch. Zij kwam niet zoals haar collega’s uit de middenklasse, Maria (Miet) was de dochter van een textielarbeider, een wever. Ze had vijf broers en drie zusters.

Miet van Puijenbroek in 1957 met achter haar het bestuur van de KAVMiet van Puijenbroek in 1957 met achter haar het bestuur van de KAV

Haar opleiding volgde ze op de lagere textielschool in Tilburg en al op haar 14e ging ze als gediplomeerd stopster naar de textielfabriek. Bang was ze niet voor haar werkgever, want ze slaagde er al op haar 17e in een werkonderbreking van 2 uur te organiseren toen de werkgever opdroeg voortaan om 6 in plaats van om 8 uur ’s ochtends te beginnen.

Van binnenuit veranderen

In 1935 – crisisjaren – sloot zij zich aan bij de textielbond Sint Lambertus. De bond was akkoord gegaan met een loonsverlaging en had daardoor veel leden verloren, wat voor haar een reden was om lid te worden om te proberen de vakbond van binnenuit te veranderen.
In haar werk bracht ze het al op haar 25e tot hoofdstopster, een belangrijke functie in een weverij: stopsters repareren fouten in nieuw geweven stoffen. Ze werkte in verschillende textielfabrieken en trok naar Twente, waar ze jarenlang jonge stopsters opleidde. Tot in 1941 haar moeder overleed en ze terugkeerde naar Tilburg.

Geen blad voor de mond

In 1955 verliet ze na ruim 25 jaar de textiel om op een ander niveau met en voor arbeidersvrouwen te werken: ze trad aan als voorzitster van de KAV, die kantoor hield bij de KAB in Tilburg. Dat bleef ze twintig jaar, tot 1975, en keek op die periode terug als de mooiste tijd van haar leven. Ze nam geen blad voor haar mond en schrok niet terug voor confronterende uitspraken: “In het jaar 50 voor Christus kwamen de Batavieren in ons land maar nu lopen ze er nog rond”, beet ze haar mannelijke collega’s uit de KAB ooit toe. De mannen die niet wilden dat vrouwen zich ontwikkelden.
Intussen was zij al jaren politiek actief voor de KVP en was in 1953 gemeenteraadslid geworden voor die partij in Tilburg. In Tilburg kreeg ze de bijnaam ‘rooie Miet’, omdat ze het ook met haar mannelijke partijgenoten in de KVP en later het CDA regelmatig grondig oneens was.

Vorming als middel voor emancipatie

Naast haar werk en andere activiteiten heeft Miet altijd gestudeerd en zo bracht zij het tot maatschappelijk werkster. In haar werk voor de KAV beschouwde ze vorming dan ook als middel voor emancipatie. Ze bracht, daartoe door haar vader opgevoed, het ora (bid) et labora (werk) in praktijk en is om die reden, daarnaar gevraagd, nooit overgestapt naar de PvdA. Zij trok liever haar mond open binnen het CDA, al heeft ze een tijdlang vanwege het WAO-standpunt haar lidmaatschap opgezegd.
Miet van Puijenbroek was 37 jaar lang gemeenteraadslid en daarnaast 14 jaar lid van de Provinciale Staten voor het CDA. Van 1978 tot 1982 was ze de eerste vrouwelijke wethouder van Tilburg. In die tijd heeft ze ervoor gezorgd dat niet alle (restanten van) oude textielfabrieken uit de stad verdwenen. Ze is 10 jaar na haar dood geëerd met een standbeeld bij het Textielmuseum in Tilburg.
September 2015
Met toestemming verkregen informatie uit het archief van de KAV/VNKV in Nijmegen