Het geheugen van de vakbeweging

Michiel Hietkamp

Voorzitter CNV Jongeren

De Vrienden van de Historie van de Vakbeweging (VHV) telt veel leden/donateurs die ooit jong waren of het nog steeds zijn, begonnen zijn als kaderlid in een jongerenorganisatie. Wat leeft er tegenwoordig onder werkende en studerende jongeren, onder hen die maatschappelijk betrokken en politiek actief zijn? Het is niet de bedoeling om nostalgisch op bezigheden en acties van vroeger terug te blikken, maar vooral eens te kijken hoe de situatie onder jongeren en hun organisaties nu is met daarbij de vraag wat je van de geschiedenis leert. Daarom komen op deze site spraakmakers uit de vakbeweging, de politiek, enz. het woord.

Michiel Hietkamp, voorzitter CNV JongerenMichiel Hietkamp, voorzitter CNV Jongeren


Michiel Hietkamp voorzitter van CNV Jongeren. Door de beantwoording van 10 vragen stelt hij zichzelf en zijn organisatie voor.

1.    Geef eens een omschrijving van je dagelijkse werkzaamheden?

Alles wat jongeren met werk en inkomen bindt, komt samen bij CNV Jongeren. Ik vertaal de problemen van jongeren naar beleid. Met CNV Jongeren agenderen we thema’s als jeugdwerkloosheid, Wajong en pensioenen en nemen daarna actie. Startersbeurs, Jongeren in deelnemersraden en besturen van pensioenfondsen krijgen en jongeren met een beperking op de arbeidsmarkt ondersteunen. We doen het allemaal.

2.    Wat zijn jouw drijfveren om dit werk te doen?

Je ziet dagelijks jongeren worstelen, helemaal als het om zoiets ergs gaat als jeugdwerkloosheid. Wanneer jij in de positie bent om daar iets wezenlijks aan te veranderen dan geeft dat een enorme kick. Als ik zie wat CNV Jongeren de laatste jaren heeft bereikt, vernieuwing binnen de vakbeweging met de Nieuwe Top en verjonging binnen deelnemersraden en besturen van pensioenen met het Pensioenlab, dan denk ik dat we op de goede weg zitten.

 3.    Wat zijn de belangrijkste activiteiten waar jouw jongerenorganisatie zich als geheel mee bezighoudt?

135.000 jongeren zijn nu werkzoekend. Dat is een schrikbarend hoog getal en daar moet wat mee gebeuren. Met de Startersbeurs hebben we samen met FNV Jong de eerste stappen gezet. Jongeren kunnen dan werkervaring opdoen bij een bedrijf zodat ze makkelijker aan een baan kunnen komen. Wajong is een ander thema dat ons aan het hart gaat. CNV Jongeren richt zich niet alleen op de vraag hoe we een jongere met een beperking op de arbeidsmarkt krijgen, maar ook hoe we zo iemand erop houden. Ons project ‘Harrie’, waarbij mensen op de werkvloer iemand helpen met een arbeidsbeperking, is hierin erg succesvol.

4. Met welke andere spelers heb je in dit verband te maken? Op welke manier werk je met elkaar samen?

Verschillende spelers kom je dagelijks tegen. Ik ervaar de samenwerking met FNV Jong erg goed en zie dat we samen vaak veel meer bereiken dan alleen. Binnen het CNV krijgen we steeds beter contact met verschillende bonden. Dit heeft ook tot een combi-abonnement met de Dienstenbond gezorgd: jongeren kunnen dan met 1 lidmaatschap bij 2 bonden lid zijn, dit betekent dat ze zowel qua leeftijd en qua vakgroep aansluiting vinden.  

 5.    Wat zijn de specifieke kenmerken en belangen van de  categorie jongeren waar je voor opkomt?

De jongeren van nu zijn veel flexibeler ingesteld en willen zelfstandig zijn. Eigen verantwoordelijkheid en eigen beslissingen nemen trekt veel jongeren aan. In CNV Jongeren zien ze een organisatie die hun helpt die zelfstandigheid te houden. Maar die zelfstandigheid mag niet ten koste gaan van een sociaal vangnet. Met workshops hoe je een mooi cv maakt of hoe je belasting terug kan vragen, helpen wij ieder lid!

6.    Op welke vragen of moeilijkheden stuit je bij de belangenbehartiging?

Steeds meer jongeren weten niet wat de vakbond is en wat ze eraan hebben. Ze zien het probleem niet waarvoor de vakbond de oplossing is. Ik denk dat wij als vakbond weer eens moeten gaan herformuleren wat die problemen zijn en van daaruit kijken of het bestaande stelsel nog steeds werkt. Eigenlijk zou je alle leden op een bepaald moment moeten uitschrijven en dan kijken hoeveel zich weer inschrijven!

7. Wanneer en door wie is de organisatie opgericht? Hoeveel leden zijn er momenteel? Wat is de ledenontwikkeling over de laatste jaren? Zijn er sleutelfiguren van vroeger die je nog wel eens kunt aanschieten voor het een en ander?

Het Christelijk Nationaal Vakverbond is opgericht in 1909 in een Arnhems geheelonthouderscafé. Inmiddels zitten we daar niet meer, het hoofdkantoor staat nu in Utrecht. Het ledenaantal van het CNV zit dik boven de 300.000. Sleutelfiguren van vroeger en van nu zijn nauw betrokken bij onze organisatie. Zo heb ik nauw contact met Jaap Smit.

8. Wat is in jouw visie de toekomst van de vakbeweging in Nederland?

Werk is veranderd en ik merk dat de vakbond af en toe moeite heeft om dit bij te houden. Flexibiliteit op de arbeidsmarkt is waar jongeren van nu op zijn ingesteld. Wij willen wel een vast contract, maar niet om het vaste contract zelf. Het draait om dingen die aan zo’n contract hangen. Jongeren willen zekerheid, maar als je ze vraagt of ze verwachten hun hele leven bij één werkgever te werken dan zijn er maar weinig die ‘ja’ zullen zeggen. Het Nieuwe Werken is ook een ontwikkeling waar de vakbond juist adviezen over zou moeten geven. Ik denk dat als wij positivisme weten uit te stralen er een hele mooie toekomst voor de vakbeweging gloort.

9.    Welke rol kan De Nieuwe Top – het initiatief om jongeren bij vakbondswerk te betrekken – daarbij spelen?

Binnen de Nieuwe Top kwamen er revolutionaire ideeën om het vakbondswerk daadwerkelijk te veranderen voorbij. De Nieuwe Top is voor mij nog elke dag een inspiratiebron van de geestdrift van de jongeren van nu. Een idee als een meester-gezel-situatie waarbij de jongere van nu wordt opgeleid tot de professional van morgen.    

10. Wat neem je vanuit de geschiedenis van jouw vereniging mee voor je huidige werk en beschouw je als richtinggevend?

Een van de principes die bij mij centraal staat is het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Ik denk dat het CNV ook altijd vanuit die visie te werk is gegaan. Elke dag zijn er 1.000 successen en mislukkingen te maken. Je doet je best en neemt verantwoordelijkheid voor elk succes, maar ook voor elke mislukking. Als CNV lopen wij niet weg voor veranderingen op de arbeidsmarkt maar gaan we de discussie aan en proberen constructief tot een oplossing te komen. In dit beeld van CNV herken ik me en daar wil ik onderdeel van zijn.
 Piet Hazenbosch
Augustus 2013