Het geheugen van de vakbeweging

Mia Stollman: “Aandacht voor de kinderen is belangrijker dan een keurig gestreken was en elke week de ramen lappen…”

Diocesaan leidster van de Katholieke Arbeidersvrouwen in Limburg (1945-1972)

Mia Stollman (1917-1999)

De Katholieke Arbeidersvrouwenorganisatie (KAVO) in Limburg, die net als het Rooms Katholiek Werkliedenverbond (RKWV) tijdens de Tweede Wereldoorlog was ontbonden, werd snel na de bevrijding heropgericht. Mia Schmitz, die sinds de oprichting van de KAVO in 1933 diocesaan leidster was geweest, zag af van herbenoeming en op 1 december 1945 volgde Mia Stollman haar op. Het was haar taak de bestaande afdelingen te activeren en het aantal uit te breiden.

Elisabeth Hubertina Maria (Mia) Stollman, in 1917 geboren in Heerlen, was al tijdens haar opleiding aan de school voor maatschappelijk werk in Sittard opgevallen door haar  betrokkenheid bij het leven en welzijn van arbeidersgezinnen. Toen Jac. Jacobs, geestelijk adviseur van de Limburgse arbeidersbeweging, op zoek was naar een geschikte kandidate voor de functie van diocesaan leidster en daarvoor Willy Hillen benaderde, de directrice van de school in Sittard, kwam de naam van oud-leerling Mia Stollman naar voren. Het zoeken naar een diocesaan leidster gebeurde volgens de mores van die tijd. Mia Stollman herinnerde zich dat de directrice van haar oude school tegen haar zei: ‘Pater Jacobs en ik vinden dat jij je maar eens met de arbeidersvrouwen moet gaan bezig houden.’ Stollman was toen 28, ze ging erop in, werd voorzitster van de KAVO en bleef leidster van de katholieke arbeidersvrouwen in Limburg tot haar pensionering in 1972. Hoewel zelf niet afkomstig uit een arbeidersgezin, had Mia Stollman als maatschappelijk werkster in een buurthuis in Kerkrade en bij de staatsmijn ‘Wilhelmina’, het leven van  arbeidersgezinnen goed leren kennen.

KAB en KAV

In 1945 kwam Mia Stollman in dienst van de Katholieke Arbeidersbeweging (KAB) en ze ontdekte al snel dat ze van die kant, als gevolg van een groot verschil in maatschappijvisie en misschien nog wel meer door verschil in opvattingen over de taak van vrouwen in gezin en samenleving, werd tegengewerkt. De KAB was conservatief waar het de rol van vrouwen betrof. Verschillende kopstukken van de vakbeweging in Zuid-Limburg, waar de Mijnwerkersbond de grootste was, vonden die vrouwenbeweging helemaal nergens voor nodig. Bovendien was de armslag van de KAB financieel beperkt en zo werd op een gegeven moment de tweede medewerkster van de KAVO zonder overleg ontslagen. ‘De mannen kregen tekort in de kas en dachten: de eerste die eruit moet is natuurlijk een van die vrouwen. Maar dat was natuurlijk geen werken. Ik zou me daar het vuur uit de sloffen lopen en zij gingen achter mijn rug om?… Nee, zo wilde ik het niet’, aldus Stollman.

Mia Stollman wist ook wat ze dan wel wilde en hoe ze dat zou kunnen bereiken. Tijdens haar inwerkperiode had ze zich georiënteerd bij de Belgische KAV en die organisatie was al vanaf het begin af aan zelfstandig. Daar had ze informatie verzameld over de juridische staat van de KAV. De Limburgse vrouwen stelden in 1949 eigen statuten op om ook hun KAVO te verzelfstandigen tot Katholieke Arbeidersvrouwenbeweging (KAV), bisschoppelijk goedgekeurd en al. In de doelstelling had Mia Stollman vastgelegd dat de KAV ´zonodig in samenwerking met de KAB/Limburg of andere katholieke vrouwenorganisaties´ alle specifieke belangen van de arbeidersvrouwen zou behartigen. Daaronder vielen zowel de vorming en voorlichting die arbeidersvrouwen nodig hadden voor haar taak in het gezin, als ook bewustwording van haar taak in de gemeenschap. Met overtuiging voerde Stollman haar taak uit, nu als volwaardig lid van het KAB-bestuur in Limburg. Vanaf nu kon zij op haar eigen manier de KAV uitbouwen. In 1954 telde de KAV 7600 leden verdeeld over 73 afdelingen. In 1959 waren er 11.500 leden in 105 afdelingen. Door de gerichtheid op arbeidersvrouwen lag het zwaartepunt in de mijnstreek rond Heerlen en Geleen en in andere industriegebieden, zoals Maastricht, waar een grote  cement- en porseleinindustrie was. Na tien jaar, in het jaarverslag over 1959, schreef Stollman dat de KAV er geen spijt van had gehad autonoom deel te zijn van het Limburgse KAB-bestuur. De zelfstandigheid maakte het mogelijk een eigen koers te varen en ook al koos men de meeste gevallen de lijn van de KAB, dan gebeurde dat vanuit samenwerking en niet vanwege afhankelijkheid.

Scholing en vorming

Emancipatie van katholieke arbeidersvrouwen was voor Mia Stollman een belangrijke drijfveer. Arbeidersvrouwen hadden in haar visie grote behoefte aan scholing en vorming, hun opleiding ging niet verder dan de lagere school en op dat niveau wilde zij beginnen. In het bisdom Roermond kreeg de vorming onder haar invloed behalve de gedaante van cursussen, ook die van basisscholing. De Stichting Huishoudonderwijs voor arbeidersvrouwen en –meisjes, die door KAB werd opgericht, kwam mede door toedoen van Mia Stollman tot stand en werd al in 1947 officieel als opleiding erkend.

Het aanbod van volkshogescholen en vormingscentra sloot op geen enkele manier aan op wat de vrouwen nodig hadden. Dat leidde ertoe dat Stollman met haar staf een breed aanbod van vorming en voorlichting ontwikkelde. In de wintermaanden werden druk bezochte bijeenkomsten gehouden. Onderwerpen waren onder andere: De economie van de huisvrouw, Het communisme en wij en De opvoeding der kinderen. Vanaf 1949 gebeurde dit in een studiecentrum in Sittard. Eens per maand werden daar voor arbeidersvrouwen lessen algemene ontwikkeling aangeboden waar veel vraag naar was. In de jaren zestig werd er gesproken over politiek en geloof maar er werden ook lessen sociologie en sociale wetgeving gegeven. Mia Stollman schreef hier later over ´De vormende invloed die van deze bijeenkomsten uitgaat is niet in cijfers uit te drukken. Men zou de levendige discussies moeten kunnen meemaken om zich hierover een indruk te kunnen vormen´.

De rol van de kerk

Het feit dat de KAV in Limburg zelfstandig was had nog andere voordelen, bijvoorbeeld wanneer er geestelijken als spreker moesten worden uitgenodigd. Mia Stollman was van mening dat het nauw luisterde welke geestelijke een KAV-vergadering bezocht en daar het woord voerde. De aanwezigheid van een man in habijt alleen al, was voor veel vrouwen een belemmering om hun mening te geven. Stollman probeerde voor de bijeenkomsten over godsdienstige vorming sprekers te vinden die ´dichtbij de mensen stonden´. Zij moest de geestelijken soms duidelijk maken dat alleen citaten uit de encyclieken en de bijbel, vrouwen niet aanspraken. Zo was er eens een bijeenkomst waar de adviseur sprak over de moeilijkheden in de huwelijksbeleving – voor een celibatair op zich best lastig. Het werd dan ook een moeizame sessie.  ‘Na afloop zei hij me: “Het ging er niet in hè?” “Nee”, antwoordde ik hem, “als jarenlang over u met een wals gereden was, was u ook keihard geworden en ging er bij u ook niets meer in.” En daar zat hij ook wel mee (….) Wij vrouwen deden het anders. We hielden minder een godsdienstig verhaal. Godsdienstige verhalen liepen zo makkelijk op een preek uit en daar hadden ze er al zoveel van gehad.´

In 1959 gaf Stollman lezingen over Hoe blijf ik mooi, jong en slank. ´Die mensen hadden allemaal veel zorgen en aten allemaal veel te veel. Want je eet natuurlijk ook je ongenoegen weg. Ze werden allemaal tolrond. En dus legde ik uit dat je beter wat ontspanning kunt nemen. Dus dat ze eens een beetje anders in het leven zouden gaan staan. Door die enorme gezinnen waren de vrouwen vreselijk gebonden.´ Haar uitspraken over het huishouden veroorzaakten in eerste instantie ook verontwaardiging. Maar Stollman hield vol dat vrouwen echt geen dingen moesten gaan schoonmaken die niet vuil waren, en waarom zou je van de vloer moeten kunnen eten, zelfs een hond liet je nog niet van de vloer eten.   Zij benadrukte dat aandacht voor de kinderen belangrijker was dan een keurig gestreken was en elke week de ramen lappen.

Voorlichting over seksualiteit

Vrouwen, en met name arbeidersvrouwen, werden door de kerk nadrukkelijk aangesproken op het moederschap. In de jaren vijftig begonnen steeds meer vrouwen het niet meer zo vanzelfsprekend te vinden dat de priester, ‘die eigenlijk niet wist waar hij het over had’, hen onder druk zette om veel kinderen te krijgen. Mia Stollman hoorde hen in de KAV-afdelingen praten over dit taboe-onderwerp. Daardoor wist zij dat er vrouwen waren ‘die er wel voor zorgden dat ze geen kinderen kregen, maar als ze dan voor Pasen naar de biechtstoel moesten, zaten ze klem. De katholieke voorschriften op dit terrein botsten zozeer met de dagelijkse praktijk van vrouwen dat Stollman openlijk protesteerde. Geheel tegen de normen van die tijd in gaf zij voorlichting over voorbehoedmiddelen. ‘Ik liep er tegenaan, ik moest wel, vond ik’ verklaarde ze later haar gedrag. Als het over grote gezinnen ging verweet Mia Stollman niet alleen de priester, maar ook de mannen, geen rekening te houden met hun vrouw.

Dat zij niet schroomde een mening te verkondigen die tegen het officiële leergezag van de Katholieke kerk in ging blijkt ook uit een uitspraak over abortus die zij deed in Limburg Vandaag. Zij stelde dat niemand vóór abortus was, maar vond het in bepaalde situaties wel verantwoord. ‘Belangrijk is (…) dat wij losraken van het botte oordeel: Abortus is moord. Punt uit. (…) De strenge afwijzers van legale abortus hebben vaak weinig oog voor de wanhoop van deze vrouwen (…) Of dacht u, dat al de vruchtafdrijvende methoden als van de trap springen of de zeepspuit gebruiken niet voortgekomen zijn uit een immense radeloosheid?’

Uiteraard sprak de bisschop van Roermond zijn afkeuring uit over haar standpunt. In 1968, na het verschijnen van de encycliek Humanae Vitae over het menselijk leven en geboorteregelingen, zag Stollman kans een rechtstreeks gesprek met de bisschop te voeren. ’Ik heb uren met hem gepraat  en ik heb hem met christelijke argumenten om de oren geslagen. Ik heb ook gezegd: “Er zijn vrouwen die acht kinderen hebben. Die mannen komen te pas en te onpas bij hun vrouw. Dan moet ook het negende nog geboren worden? (…) Die vrouwen worden staande hun huwelijk verkracht. Hebt u zich dat ooit gerealiseerd?” De bisschop beriep zich op de leer van de kerk maar Mia Stollman gaf hem van repliek: ‘Van de leer, moeten daar mensen aan kapot gaan en zoveel vrouwen? Nee, leven is anders dan leer, monseigneur (…)  Alsof Christus die leer zó is komen brengen.‘ 

Ondanks haar kritiek op de katholieke kerk als instituut, bleef ze die trouw. In 1972 was haar advies aan de paus om eens uit het Vaticaan af te dalen naar ‘de krottenwijken van Rome, dan zal hij zien dat vlak naast zijn deur abortus als een voorbehoedmiddel wordt gebruikt, omdat [die vrouwen] zo diep in de ellende zitten’. Haar binding met de katholieke kerk vatte Mia kort en krachtig samen: ‘Ik houd van de kerk, zelfs als ze dement is’ maar ze noemde zichzelf tegen die tijd christen-humaniste.

Spil in de katholieke vrouwenorganisaties

Mia Stollman met de Wilhelmina Druckerprijs 1971 voor “baanbrekend werk op het specifieke terrein van vorming en scholing, gericht op een breed veld van interesses en verantwoordelijkheden.”

De KAV’s uit de verschillende diocesen werkten nauw samen, ook al kenden ze tot 1965 geen uniforme structuur. Elke twee maanden kwamen alle diocesane leidsters in Boxtel bijeen, bijeenkomsten die Mia als voorzitter leidde. In 1965, na de omvorming van de KAB naar het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV), maakte ze de overgang mee van KAV in Vrouwenbeweging van het NKV (VNKV). In het tijdschrift Streven was in 1969 een uitgebreid interview met Mia Stollman verschenen waarin ze haar werkwijze uiteen had gezet. Zij had zich op vrouwen in hun gezinsleven gericht: ‘Zij moeten weten waar het om gaat, globaal op de hoogte zijn van de regionale, maatschappelijke en religieuze kwesties.’

Naast haar eigenlijke werk dat vooral bestond uit het bezoeken van afdelingen, begeleiden van de afdelingsbesturen en het houden van spreekbeurten, vervulde Mia Stollman talloze maatschappelijke functies waar zij haar bijdrage leverde. Zo vertegenwoordigde zij al in 1947 de standsorganisatie der arbeidersvrouwen in het Katholiek Vrouwendispuut, een initiatief van Marga Klompé om meer invloed van vrouwen in de (landelijke) politiek te bewerkstelligen. Ook zat Stollman in de Katholieke Stichting voor het Huishoudonderwijs, de Stichting Mens en Woning en het Provinciaal Opbouworgaan. Van 1962-1967 was zij lid van de Raad van de Internationale Bond van Katholieke Vrouwen. Haar politieke belangstelling kwam tot uiting als gemeenteraadslid in Heerlen en als lid van de Provinciale Staten van Limburg waar ze van 1970-1974 deel van uitmaakte.

Diocesaan leidsters waren, met alle taken binnen en buiten de KAV, constant overbelast. Mia Stollman hield het lang vol maar wilde in 1970 om gezondheidsredenen met haar werk stoppen; op veler verzoek zette ze het voorzitterschap van de VNKV-Limburg nog twee jaar voort. In 1971 kreeg zij van het damesblad Libelle vanwege haar vele verdiensten de Wilhelmina Druckerprijs. Het juryrapport vermeldt dat ze “baanbrekend werk” had verricht op het specifieke terrein van vorming en scholing, gericht op een breed veld van interesses en verantwoordelijkheden. (Limburgs Dagblad 27 jan. 1972). In een interview met De Limburger (5 febr. 1972) zei zij het ontzettend leuk te vinden dat ze de prijs had gekregen. Het bronzen beeldje van een vrouw met opgeheven hoofd dat bij de prijs hoorde, was het eerste kunstvoorwerp dat ze in huis had.

In 1974 nam de Limburgse VNKV tijdens haar jaarvergadering te Roermond definitief afscheid van Mia Stollman, een jaar daarvoor was ze opgevolgd door Corry van der Velden-Tellers die in 1951 de KAV afdeling Heerlen had opgericht en sinds 1954 in het hoofdbestuur van de KAV-, later VNKV-Limburg had gezeten. Eerste Kamerlid Jan Maenen, van 1946-1963 voorzitter van KAB-Limburg,  bedankte Mia Stollman uitvoerig en bood haar namens het Lourdesziekenfonds een gratis reis naar Lourdes aan. ‘Je hebt de beste jaren van je leven gegeven aan de opbouw van de KAV. Ik kan daarover meepraten, want we hebben heel lang samengewerkt voor de opbouw van KAB en KAV.’

Op tweede Kerstdag 1999 is Mia Stollman op 92 jarige leeftijd in Maastricht overleden. Op haar bidprentje stond een afbeelding van La main de Dieu van Rodin met de tekst ‘Mensen zijn voor elkaar geboren en God houdt zijn hand om ons heen’.

Els Brouns / Floor van Gelder

Juni 2019

Verder lezen: