Het geheugen van de vakbeweging

Mia Schmitz

Mia Schmitz studeerde in 1933 af aan de RK School voor maatschappelijk werk in Sittard. Voor haar afstudeerproject was zij in de leer gegaan bij de Belgische katholieke vrouwenorganisatie (KAV) in Brussel en was daarmee voorstander geworden van een standsorganisatie voor arbeidersvrouwen. Zij werd prompt door het Rooms katholiek werkliedenverbond (RKWV) aangesteld als diocesaan leidster voor het bisdom Roermond.

Zoals ze in Brussel gezien had, stelde zij een reglement en een werkplan op en trok daarmee voortvarend het bisdom in. Ze begon met een stevige lobby om zich te verzekeren van de samenwerking van personen en instellingen die al werkzaam waren. Zij had daarbij oog voor de materiële omstandigheden waarin arbeidersvrouwen leefden.
Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog in 1940 telde de Limburgse Katholieke arbeidersvrouwen organisatie (KAVO) al 39 plaatselijke afdelingen. In 1941 werd door Seyss Inquart eigenstandig een leider, Woudenberg, aangesteld over het RKWV en in reactie daarop zegden leden bij tienduizenden tegelijk hun lidmaatschap op. Bovendien verboden de bisschoppen per brief nog langer lid te zijn en binnen de kortste keren waren zowel de het werkliedenverbond als de KAVO leeggestroomd. De organisatie werd geliquideerd, de aartsbisschop richtte een noodfonds op waarmee de vroegere leiders ondergronds de arbeidersbeweging in stand konden houden.
Ook Mia Schmitz maakte met haar collega uit Den Bosch, Maria Reijntjes, concrete, uitgewerkte plannen voor een zelfstandige arbeidersvrouwen organisatie na de oorlog, maar zelf keerde Mia in 1945 niet in haar functie terug. Haar plaats werd ingenomen door Maria Stollman.
Met toestemming verkregen informatie uit het archief van de KAV/VNKV in Nijmegen.